Wat de journalistiek kan leren van de wetenschap

De wetenschap heeft een aantal uitgangspunten voor het publiceren van gegevens en het delen van achterliggende informatie. In de terugkerende roep om een grotere transparantie van de journalistiek biedt dat interessante aanknopingspunten. Al is één-op-één overname niet mogelijk, het is wel duidelijk dat internet een geschikt platform is om dat streven naar openheid in aangepaste vorm op de journalistiek toe te passen.

Met name twee van de basisprincipes van de wetenschap komen daarvoor in aanmerking.

Het eerste is openheid van data en methoden. Het tonen van de resultaten is niet genoeg, ook de daarbij de relevante achterliggende materialen en onderzoeksmethoden moeten op tafel. De lezer moet de conclusies kunnen controleren en reproduceren. Daarmee stelt de auteur van een wetenschappelijk artikel zich open voor kritiek, en discussie over het onderzoek. De wetenschappelijke publicatie is daarmee een tussenstop in het wetenschappelijke proces van waarheidsvinding.

Het tweede uitgangspunt is het geven van credit: het concreet verwijzen naar andermans gepubliceerde werk, naar de bronnen waaraan theorieën en resultaten worden ontleend. De wetenschappelijke publicatie is zo bezien altijd een openlijke synthese van voorgaand werk van andere wetenschappers. Verwijzen is niet alleen beleefd: de referenties geven ook houvast en exacte verwijzing naar de gegevens en theorieën waarmee de onderzoeksresultaten worden geduid. Zeker bij vernieuwende en controversiële ideeën is die vraag om bewijzen en referenties groot. Internet knoopt en linkt de bewijzen aan elkaar

Veranderende tijdgeest
Beide principes gaan uit van een streven naar volledige symmetrie tussen schrijver en lezer: beiden beschikken over dezelfde inzichten. De data zijn gedemocratiseerd, en daarmee de discussie over de data. Er wordt geen aanspraak gemaakt op een vertrouwen in autoriteit.
Wat kan de journalistiek hiermee? Het is op dit forum al vaker betoogd dat de traditionele journalistiek stijl van het vertellende verhaal grote nadelen heeft.

Het verhaal valt of staat met het vertrouwen in de autoriteit van de journalist. De achterliggende gegevens, de manier waarop het journalistieke verhaal tot stand kwam zijn vaak weinig transparant. Dat deed er de voorbije decennia ook weinig toe. Men geloofde het wel – letterlijk. De komst van internet heeft daar verandering in gebracht, maar ook het afdwingen van transparantie in andere sectoren (politiek, bedrijfsleven) duidt op een veranderende tijdgeest. De journalistiek is daarin de grote aanjager geweest, maar nu is de prediker van de revolutie zelf aan de beurt.

De wereld is opener geworden, journalistieke autoriteit is daarin niet meer vanzelfsprekend. Anderen kunnen zelf het verhaal achter het journalistieke verhaal uitzoeken – en erover discussiëren en publiceren. Daarbij blijkt de journalist geen monopolie meer te hebben op data en deskundigheid. En fouten, vergissingen, en vertekeningen worden glashard bekritiseerd.

Wie krantenartikelen en internetpublicaties vergelijkt, ziet dat internet een aantal voorsprongen heeft. Vooral het geven van credits heeft veel weg van extern linken, zoals in veel discussies wordt gedaan. In vergelijking daarmee is het geven van credit door bijvoorbeeld kranten tamelijk mager, en zelfs in de parallelle publicaties op internet is dat niet veel beter. Er wordt nog weinig verwezen naar gebruikte persberichten, soms wel naar onderzoeksrapporten. Een uitgebreid portret of necrologie van een bekende Nederlander put vaak uit tal van oude krantenartikelen en boeken, maar zelden wordt vermeld welke.

Anarchistische, reactionaire blogosfeer
Voor het openbaar maken van achterliggende gegevens – supplementary materials in wetenschappelijke publicaties – bestaat helemaal geen traditie. Transcripties van interviews, geluidsbanden van gesprekken, gelekte stukken en geheime nota’s worden zelden online gezet. Daaraan kleven uiteraard veel haken en ogen – op het gebied van privacy en bronbescherming – maar dat verhindert het niet om er een uitgangspunt van te maken. Uitzonderingen zijn altijd mogelijk.

Het een en ander hoeft niet te betekenen dat het journalistieke verhaal zelf drastisch op de schop moet. Eerder zullen de ingrediënten en bereidingswijzen erbij worden geleverd, bijvoorbeeld als begeleidend dossier op internet, met een weblog eronder voor discussie en interactie. Dat hoeft niet voor elk ANP-kortje, maar bij grote kwesties – vermeende misstanden in de krijgsmacht of bouwfraude – kan een begin worden gemaakt.

Er wordt aan de journalistiek gesjord, gevraagd om meer openheid. Dat wordt nu geregeld nog te makkelijk weggewuifd als de roep van een minderheid uit de anarchistische, reactionaire blogosfeer. Dat niet iedereen behoefte heeft aan dergelijke inzichten en kennis is natuurlijk waar, maar dat geldt voor alles in het publieke leven. Wie iets minder defensief luistert hoort een roep om meer symmetrische communicatie, om de democratisering van data en inzichten. De journalistiek doet er goed aan zich af te vragen welke voordelen de wetenschappelijke modus van communicatie kan bieden.

3 reacties

  1. Alexander Pleijter schreef op 21 februari 2007 om 16:07

    Interessant om een vergelijking met de wetenschap te maken. En goed om het te hebben over “basisprincipes van de wetenschap”. Want de praktijk is nog wel wat anders dan de principes voorschrijven:

    1. Het openbaren van ‘supplementary materials’ is in de wetenschap ook niet altijd het geval. Wetenschappelijke tijdschriften publiceren over het algemeen onderzoeksverslagen, maar daar blijft het meestal ook bij. Terwijl ik me zou kunnen voorstellen dat bijbehorende onderzoeksgegevens (interviewtranscripten, databastanden) via de site van het betreffende tijdschrift aangeboden worden, zodat andere onderzoekers de analyses kunnen controleren. Dat is -voor zover ik weet- bij de meeste tijdschriften niet het geval.

    2. Ook het rapporteren van werkwijzen en procedures wordt niet in alle wetenschapsdisciplines adequaat gedaan. Januari 2006 ben ik gepromoveerd op een onderzoek naar een bepaalde onderzoeksmethode (kwalitatieve inhoudsanalyse) in de communicatiewetenschap en ik kwam na lezing van een reeks onderzoekspublicaties tot de volgende bevinding: “De uitgevoerde inventarisatie van onderzoeksartikelen bracht aan het licht dat in de meeste publicaties de lezer erg weinig wijzer wordt over werkwijzen en procedures die ondezoekers hanteren bij het uitvoeren van hun kwalitatieve inhoudsanalyses”.

    Deze opmerkingen maak ik niet om te zeggen dat de hier boven bepleitte transparantie in de journalistiek niet nuttig zou zijn (integendeel!), maar het lijkt me goed om ook hier geen ideaal beeld van de wetenschappelijke praktijk te suggereren.

    O ja, voor de transparantie: De digitale versie van de hierboven genoemde dissertatie van mijn hand kunnen belangstellenden hier vinden: http://dare.ubn.ru.nl:8080/dspace/handle/2066/27363

  2. Arno van 't Hoog schreef op 21 februari 2007 om 21:26

    @ Alexander: Het is niet de bedoeling om de wetenschap op te hemelen, want die voldoet ook niet, zoals je terecht opmerkt, aan haar eigen idealen. (De journalistiek ook niet trouwens, en wat wel?) Het gaat me om de parallel, het uitgangspunt.
    Het is ook niet de bedoeling journalistiek als een vorm van wetenschappelijke publiceren te gaan bedrijven. Alleen verwijzen naar wat relevant is en alleen online archiveren wat draait om het hart van het artikel of de controverse. Pragmatisme is ook een heel mooi streven.

  3. Alexander Pleijter schreef op 22 februari 2007 om 07:56

    Ik snap je bedoeling. Het gaat om het uitbreiden van klassieke journalistieke principes met soortgelijke principes zoals die in de wetenschap gehanteerd worden. Ik wilde aangeven dat ook de wetenschap niet erg progressief is met het benutten van de mogelijkheden van internet voor het bevorderen van openheid en transparantie.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>