‘Opiniepeilingen zijn een doorgeschoten marketinginstrument’

“Journalisten creëren een semi-werkelijkheid door opiniepeilingen te presenteren als feiten, terwijl deze slechts een indicatie zijn van de werkelijke politieke verhoudingen. Op deze manier worden kiezers misleid.” Aldus Vrij Nederland-journalist Marcel ten Hoove vanmiddag, 19 maart, tijdens een mediadebat in het Haagse perscentrum Nieuwspoort over opiniepeilingen en kiezersgedrag.

Ten Hoove: “Ik vind dit een slechte zaak. De eerste honderd procent betrouwbare opiniepeiling moet namelijk nog worden uitgevonden. Peilingen hebben de laatste jaren door de groeiende aandacht van bijna alle nieuwsorganisaties voor ‘De Samenleving’ teveel invloed gekregen op journalisten en politici. Opiniepeilingen zijn een doorgeschoten marketinginstrument van veel media. In mijn ogen moeten journalistieke organisaties eens bij zichzelf te rade gaan welke plaats ze zelf in de samenleving willen innemen. Meer aandacht voor eigen standpunten.”

Het wat vlakke debat over hoe media moeten omgaan met opiniepeilingen, met o.a. de opiniepeiler Maurice de Hond (Peil.nl), de parlementariërs Alexander Pechthold (D66) en Martin Bosma (PVV) en chef parlement bij Trouw Lex Oomkes, was onderdeel van de presentatie van het boek van hoogleraar communicatiewetenschappen Jan Kleinnijenhuis en mediaonderzoeker Otto Scholten: ‘Nederland vijfstromenland, een onderzoek naar de rol van media en stemwijzers bij de verkiezingen van 2006′.
De auteurs concluderen in het boek dat de media medeverantwoordelijk zijn voor het ontstaan van vijf politieke stromingen (klein links, links, centrum, rechts en klein rechts) na de verkiezingen van 22 november 2006. Onder meer door uitvoerig te berichten over de problemen binnen de PvdA en VVD en de positieve benadering van de SP en de juist negatieve berichtgeving over de PVV in de aanloop naar de stembusgang.

Eigen verhaaltjes
Over welke rol opiniepeilingen speelden tijdens de verkiezingen van 2006, zaten Kleinnijenhuis en Scholten op één lijn met journalist Ten Hoove. Kleinnijenhuis: “Journalisten gebruiken de resultaten van opiniepeilingen in hun vragen aan politici. ‘Goh, u staat er niet al te best voor in de peilingen’, is bijvoorbeeld een eerste vraag aan politici die aanschuiven bij een praatprogramma. Journalisten maken nieuws van opiniepeilingen. Dat zag je ook in de aanloop naar de vorige verkiezingen. Ze creëren eigen verhaaltjes bij opiniepeilingen, die ze presenteren als feiten aan de kiezer. Nu zullen hoogopgeleide mensen minder snel op basis van journalistieke berichtgeving een stem uitbrengen, zij stemmen sinds hun achttiende al veelal op dezelfde partij. Maar het laagopgeleide deel van de bevolking doet dat wel. ”

Ten Hoove, die stelde dat Vrij Nederland geen gebruik maakt van peilingen: “Een mooi voorbeeld vond ik het geëmmer over een mogelijke linkse coalitie in verschillende media. Er werd op basis van de recentste opiniepeilingen volop gespeculeerd over de haalbaarheid van zo’n verband. Terwijl een linkse coalitie inhoudelijk helemaal niet voor de hand lag. De PvdA heeft namelijk meer overeenkomsten met het CDA dan met de SP. Journalisten moeten opiniepeilingen duiden, de trends weergeven, niet beschouwen als feiten. Helaas gebeurt dat nu wel.”

Papagaaien
“Opiniepeilingen vernauwen onze blik”, constateerde collega-journalist Lex Oomkes (Trouw). “Het is bijna onmogelijk om opiniepeilingen nog te negeren. In de strijd om de lezer papagaaien wij elkaar allemaal na. Maar het gaat uiteindelijk om de trends. Die kun je aan de hand van opiniepeilingen goed voorspellen.”
De opiniepeilers zelf, naast De Hond was ook Reinier Heutink (Interview/NSS) aanwezig, hielden zich op de vlakte. “Wat mij verbaast in deze discussie, is dat er opeens getwijfeld wordt aan het nut van opiniepeilingen”, bracht Reinier Heutink in. “Alsof een beeld van de werkelijkheid niet meer nodig is.”
“Opiniepeilingen geven geen beeld van de werkelijkheid, slechts een indicatie”, wierp Ten Hoove tegen. Heutink: “Je kunt veel van opiniepeilers zeggen, we pogen het wel. In mijn ogen kun je peilingen best als harde cijfers naar buiten brengen, als je maar benadrukt dat er afwijkingen mogelijk zijn. Het is aan de journalisten om te besluiten hoe ze die peilingen interpreteren, daar gaan wij niet over. “

Niet klagen
De anders altijd zo uitgesproken Maurice de Hond beperkte zijn inbreng tot minimale proporties. De Hond: “Journalisten hebben onze gegevens nodig om de trends weer te geven.” De aanwezige volksvertegenwoordigers, Pechthold en Bosma, gaven allebei aan dat ze opiniepeilingen serieus nemen, maar dat inhoudelijke standpunten minstens zo belangrijk zijn in de campagne. Pechtold: “Als je slecht in de peilingen staat, is dat natuurlijk nooit leuk. Maar je moet er iets tegenover zetten, inhoudelijke standpunten. Niet klagen maar doen.”

Bosma: “Geert Wilders werd door opiniepeilers lagers geschat dan het werkelijk behaalde aantal zetels. Op zich hebben we daar best last van gehad. In sommige kranten was Wilders al dood en begraven. Maar door in duidelijke taal onze standpunten aan de bevolking over te brengen, hebben we toch een mooie overwinning geboekt.”

Conclusie van het debat: journalisten moeten opiniepeilingen niet als feiten presenteren, maar deze, in combinatie met een eigen journalistieke visie gebruiken als een soort hulpmiddel om de politieke ontwikkelingen te duiden. We wachten de volgende verkiezingen rustig af.


4 reacties:

[...] “Opiniepeilingen zijn een doorgeschoten marketinginstrument” – DNR [...]

Jaap
21 maart, 2007

Journalisten moeten inderdaad de opinie niet als op feiten berust brengen, maar de mensen moeten zelf ook nadenken en altijd in het achterhoofd houden dat het een steekproef blijft. Vele factoren kunnen een steekproef beinvloeden.

albert van der vliet
23 maart, 2007

Enquêtes, lezersonderzoeken, internetpolls – het is allemaal vulling voor de media. Journalisten hebben geen opleiding gedaan om deze peilingen te interpeteren. Onderzoeksbureaus spinnen er garen bij.
Ook op tv strooien de presentatoren met cijfers en percentages zonder enig benul te hebben van het waarheidsgehalte. Je zou zelfs van een pseudo-werkelijkheid kunnen spreken.
Dieptepunt in de peilingen van afgelopen tijd is de uitkomst van een internetonderzoek naar het beste boek uit de Nederlandse literatuur. Die domme literatoren (Etty, Van Dis) zaten er beteuterd bij. Zij hadden dat onderzoek verkeerd aangestuurd. Vijftienduizend internetstemmers hadden de Ontdekking van de Hemel (Hema) gekozen van Harry Mulisch.
Niet onderzocht is of die stemmers dat boek ook hadden gelezen en of zij naar de gelijknamige film waren geweest.
De bekendheid van de titel is gemeten, niet de kwaliteit van het boek.
Zo werd ook Pim Fortuyn de belangrijkste Nederlander aller tijden.

AdK
24 maart, 2007

Toch kreeg Willem van Oranje meer stemmen dan Pim Fortuyn bij verkiezing voor Grootste Nederlanders. Door technisch gepruts kwam werd dat pas later duidelijk. Uit angst voor een opstand is Pim toen toch de grootste gebleven.


Laat een reactie achter »