Vorig jaar poneerde de directeur van ’s lands best bezochte nieuws website nu.nl, Bert Wiggers, hier op De Nieuwe Reporter een boude stelling. De “ambachtelijke journalist” zou binnen afzienbare tijd verworden tot zoiets “als een mandenvlechter of klompenmaker: leuk voor de braderie.” Nog afgezien van het feit dat voorspellingen over de ondergang van de journalistiek en de journalist zooooo 2006 zijn, is deze uitspraak natuurlijk klinkklare onzin. Ik zou hem willen omdraaien: we krijgen meer en meer behoefte aan ambachtelijke journalisten.
Dat het slecht gaat met de traditionele, geschreven journalistiek is geen geheim. Teruglopende abonneebestanden van kranten en opiniebladen, jongeren die geen kranten meer zou willen lezen. De klachten zijn bekend, evenals de remedies die de patiënt weer beter moeten maken: de journalist moet in dialoog met de lezer, zijn werk afgestemd op de interesses van de lezer, etcetera, etcetera.
Of het wat helpt, ik weet het niet.
Misschien moeten we het over een andere boeg gooien. Misschien moeten we iets leren van het recente, opmerkelijke, succes van de literaire non-fictie, het genre dat in Nederland groot werd gemaakt door ‘ambachtelijke’ journalisten als Geert Mak, Frank Westerman, Judith Koelemeijer, Lieve Joris, Gerard van Westerloo, Annejet van der Zijl en Martin Bril. Dit jaar wordt het boekenweekgeschenk geschreven door Geert Mak en dat werd wel eens tijd. Hij is tenslotte al jaren een van de best verkopende auteurs van Nederland. Meer dan een miljoen exemplaren gingen er al van zijn boeken over de toonbank. En Mak is beslist niet de enige auteur van literaire non-fictie, of literaire journalistiek, die goed verkoopt. Ook Annejet van der Zijl (Sonny Boy), Frank Westerman (De Graanrepubliek) en Judith Koelemeijer (Het zwijgen van Maria Zachea) leverden de afgelopen jaren megasellers af.
Het succes van de literaire non-fictie is op het eerste gezicht opmerkelijk, zeker voor lezers van De Nieuwe Reporter. Literaire non-fictie is tenslotte een journalistiek genre dat in zo’n beetje alles de tegenpool is van wat moderne journalistiek geacht wordt te zijn. Literaire non-fictie is niet interactief, het is niet bondig en niet makkelijk te verteren, je kunt er niet op reageren en bovenal wordt het op papier gepubliceerd. Feitelijk is literaire non-fictie hele ouderwetse, ambachtelijke journalistiek: de beoefenaren zijn verslaggevers die de wereld intrekken en opschrijven wat ze hebben aangetroffen.
En dan toch zo populair. Hoe zit dat?
Moorden op Fortuyn en Van Gogh
Om met dat laatste te beginnen. Waarom is literaire non-fictie de laatste jaren in Nederland zo gewild? Samen met Han Ceelen heb ik voor het boek ‘Meer dan de feiten’ dat vandaag verschijnt een aantal auteurs van literaire non-fictie geïnterviewd over hun vak. We waren geïnteresseerd in ‘het geheim’ van de literaire journalistiek. Hoe pakken Mak en Van der Zijl dat nou aan: bestsellers schrijven. Wat is het literaire in literaire non-fictie? Hoe doen deze auteurs hun research? Hoe schrijven ze? Welke ethische en praktische problemen komen ze daarbij tegen? Maar natuurlijk wilden we ook weten waarom een genre dat tot voor kort nog beschouwd werd als het ondergeschoven kindje van zowel de literatuur als de journalistiek opeens zo populair is geworden.
Iedere auteur had daarvoor zo zijn eigen verklaringen maar verrassend veel kwamen er toch op het volgende. Sinds de moorden op Fortuyn en Van Gogh is Nederland in verwarring. Veel mensen kijken naar het veranderde Nederland en vragen zich af: hoe is het in Godsnaam zover gekomen? En om die vraag te beantwoorden grijpt men naar een boek en niet naar de krant (niet voor niets handelt de meest succesvolle literaire non-fictie over het recente verleden van Nederland).
Om te weten te komen wat het verhaal achter het nieuws van nu is schiet de krant, die zo druk is interactief te worden en het nieuws nog bondiger en makkelijker verteerbaar te maken, klaarblijkelijk te kort. Gezien de hoge oplages van literaire non-fictie, en de dalende van de kranten en weekbladen, moet je constateren dat juist het ouderwetse, goedgeschreven, lange, journalistieke verhaal het best geschikt is om de verwarrende wereld van vandaag begrijpelijk te maken.
Verhalen vertellen is eenrichtingsverkeer
Maar het ‘geheim’ van het succes van de literaire non-fictie bestaat niet alleen uit haar vermogen de wereld te verklaren, maar door dat op een aantrekkelijk geschreven manier te doen. Het gaat om het verhaal. De auteurs van literaire non-fictie maken gebruik van technieken die traditioneel aan de fictieschrijver waren voorbehouden: het werken met dialogen, scènes en narratieve opbouw. Natuurlijk kan de journalistiek beter worden door een directe dialoog met de lezer aan te gaan, door beter te luisteren naar diens wensen, maar je kunt net zo goed stellen dat de journalistiek beter wordt door het mooier vertellen van verhalen. En verhalen vertellen is eenrichtingsverkeer. Ja, mensen hebben behoefte om met journalisten in discussie te gaan, maar mensen hebben net zo goed de behoefte aan journalisten die vertellen hoe de wereld in elkaar steekt. Neem het recente succes van Joris Luyendijks ‘Het zijn net mensen’: een boek van een journalist die uit ervaring spreekt en laat zien dat alles wat we voor waar hielden over het Midden-Oosten niet klopt.
Vreemd dus eigenlijk dat we niet veel meer literaire non-fictie aantreffen in de kranten- en tijdschriften, laat staan websites. Nog vreemder als je bedenkt dat al die succesauteurs van nu – Mak, Koelemeijer, Westerman, Van der Zijl, Luyendijk – allemaal ooit als kranten- of weekbladverslaggever begonnen. Feit is dat ze pas echt tot hun recht kwamen toen ze boeken gingen schrijven, toen ‘verlost’ waren van het keurslijf van de reguliere journalistiek. Dat is iets wat die reguliere journalistiek is aan te rekenen want buiten hun boeken zijn er maar weinig plekken waar deze auteurs hun verhalen kwijt kunnen. Geef die auteurs van literaire non-fictie de ruimte en laat ze doen waar deze ambachtelijke journalisten goed in zijn: de wereld intrekken en een goed verhaal vertellen.
Meer dan de feiten – gesprekken met auteurs van literaire non-fictie
door Han Ceelen en Jeroen van Bergeijk
Verschijnt 7 maart bij uitgeverij Atlas
17 reacties