Praktische bezwaren voor mailadres onder artikel, deel 2
Het plaatsen van e-mailadressen van redacteuren onder artikelen in de krant is vooralsnog geen alledaags verschijnsel in Nederland. Uit een steekproef onder Scandinavische redacteuren blijkt dat het maar beter zo kan blijven.
In mijn vorige artikel kwam duidelijk naar voren dat er vele praktische bezwaren zijn bij het plaatsen van e-mailadressen van auteurs onder artikelen. Spam werd genoemd, maar ook: ongewenste reacties en beperkte mogelijkheden om tijd vrij te maken voor het beantwoorden van mail. Het bleek bovendien maar de vraag of redacteuren wel zin hebben in de verplichting om te mailen met hun lezers.
De onwil van de Nederlandse krantenmakers lijkt terecht. We verstuurden 120 mails naar Scandinavische redacteuren en we kregen welgeteld 10 reacties. Dat waren allemaal out of office-reply’s.
Geen prioriteit
De hoofdredacties van de aangeschreven kranten putten zich uit in excuses. “Het is waarschijnlijk aangezien voor spam”, zegt een medewerker van het Deense Jyllands-Posten. “U heeft een Engelstalige mail verstuurd naar meerdere medewerkers, dat gaat onherroepelijk fout.”
“Wij zijn een regionale krant”, legt een medewerkster van de Noorse regionale krant Haugesunds Avis uit. “Mails uit het buitenland hebben bij onze redacteuren daarom geen prioriteit. Mailtjes van onze eigen lezers worden altijd binnen korte tijd beantwoord, mits onze redacteuren niet op vakantie zijn.” Zou kunnen, maar dat valt voor ons eigenlijk niet te controleren.
“Er is vast iets misgegaan met de mails die u heeft verstuurd, onze redacteuren mailen de lezers vrijwel altijd terug”, verklaart de telefoniste van het Zweedse Upsala Nya Tidning. Op ons verzoek de hoofdredactie te spreken laat zij weten dat deze niet bereikbaar is voor commentaar.
Bij het Noorse Dagsavisen geven ze eerlijk toe: “Onze redacteuren vergeten wel eens om te reageren op mails van lezers. Ze hebben het erg druk. Bovendien ging uw mail niet over een door hen geschreven artikel. Waarschijnlijk hebben ze zich daarom niet verantwoordelijk gevoeld om te reageren.”
Hebben de redacteuren het dan zo druk? “Dat valt mee. Onze lezers waarderen de mogelijkheid om met de redactie in contact te komen, maar afgezien van enkele vaste brievenschrijvers wordt er niet bijzonder veel gebruik van gemaakt.”
Interactie in Nederland
Al met al blijkt de optie om direct te mailen naar redacteuren een lege huls. Dat doen de Nederlandse kranten toch beter, zelfs zonder mailadressen onder de artikelen. Zo kun je de redacteuren van NRC Handelsblad en Nrc.next gewoon mailen (wel even zoeken naar het juiste adres). Ze geven nog op korte termijn antwoord ook. AD-hoofdredacteur Jan Bonjer maakt er daadwerkelijk werk van lezersmail te beantwoorden.
Ook de andere kranten die in het vorige artikel werden genoemd, reageren redelijk snel op prangende vragen van lezers. Alleen De Telegraaf, die niet wilde meewerken aan het vorige stuk, komt er slecht van af. Hier is duidelijk wat minder behoefte aan direct contact met lezers. Wellicht komt dat doordat de grootste krant van Nederland ten opzichte van de concurrentie in minder zwaar weer verkeert. De behoefte om lezers zo veel mogelijk tegemoet te komen is in eerste instantie ontstaan uit de noodzaak om lezers te overtuigen van het idee dat de krant er voor hen is, niet andersom.
Hoofdredacteuren die nog twijfelen of zij e-mailadressen gaan plaatsen in hun krant moeten – zo leert de steekproef onder hun Scandinavische collega’s – goed nadenken of hun redactie aan de verwachtingen van hun lezers kan en wil voldoen. Zoals AD-voorlichter Rob Okhuijsen in het vorige artikel al stelde: “Als consument wil je graag binnen 24 uur een antwoord op je vraag.” Wanneer een redactie niet aan die consumentenvraag tegemoet kan komen, levert dat juist het tegenovergestelde effect op. Het gevoel dat de krant zijn lezers niet serieus neemt, neemt toe. En het levert gefrustreerde buitenlandse collega’s op, dat ook.
Eén reactie