‘Burgerjournalistiek is een contradictio in terminis’
“Een journalist moet gevreesd willen worden. Mensen hebben een hekel aan journalisten en dat is goed. Als journalist moet je mensen tegen de haren instrijken. De meeste mensen willen echter aardig worden gevonden. Dat zie je ook terug op weblogs. Daar is een sfeer van: ik vind jouw weblog leuk, vind je die van mij ook leuk? Burgerjournalistiek is een contradictio in terminis.”
Aldus Francisco van Jole maandagavond tijdens een discussiebijeenkomst ter gelegenheid van de verschijning van PopUp, het boek van de nieuwe Leidse professor Mark Deuze en de adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden Henk Blanken.
De discussie die Van Jole met Deuze voerde (Blanken was de discussieleider), was een voortzetting van het debat dat een maand geleden van start ging op De Nieuwe Reporter. Van Jole schreef toen in zijn artikel ‘Voor de massa‘ over het fenomeen dat slechts een klein groepje mensen de toon bepaalt op internet.
“De oorzaak is simpel: luiheid, of liever gezegd inertie. Het gros van de mensen levert geen bijdrage. Ze reageren niet weinig, ze reageren nooit. Sterker nog: het gros van de mensen klikt niet eens.” En daarmee, betoogde Van Jole, lijkt internet sterk op die vermaledijde massamedia: een kleine groep maakt de dienst uit.
Dit was tegen het zere been van Deuze die Van Jole nog dezelfde dag op DNR van repliek diende in het artikel ‘Luiheid en Inertie‘. “De luiheid die Van Jole internetgebruikers verwijt is volstrekt misplaatst. Sterker nog, Van Jole is zelf lui – in intellectuele zin”, aldus Deuze. Het glas is niet halfleeg, maar halfvol.
Gevoelswaarde
De toon van de discussie op maandagavond was een stuk minder hard. En daarmee vormde het debat meteen het bewijs van één van de stellingen die Van Jole poneerde: online discussies lopen snel uit de hand en voor nuance is op internet nauwelijks plaats. “Je komt al snel in een molen van emoties.”
Het achterliggende probleem is volgens Van Jole dat internet nauwelijks gevoelswaarde heeft. Dit in tegenstelling tot de meeste massamedia. “Mensen voelen een zekere verbondenheid met een tv-programma of een krant. Dat is ook de taak van professionele mediamakers: het creëren van gevoelswaarde. Je kunt niet zomaar de koppen van de Volkskrant vervangen door die van De Telegraaf. Kijk naar Nrc.next. Daar is goed over nagedacht, het is knap gemaakt. Dat gebeurt niet op internet.”
De maatstaven die gelden voor ‘gewone’ media mag je volgens Deuze echter niet zomaar toepassen op internetmedia. De verbondenheid die mensen met een krant hebben, is volgens de Leidse hoogleraar onvergelijkbaar met de manier waarop internetgebruikers naar een site kijken. “Een paar jaar geleden was ik lyrisch over Indymedia. Sindsdien heb ik er nauwelijks meer van gehoord. De betrokkenheid is kortstondig en vluchtig en dat past bij deze tijd.”
Geen rooie rotcent
Burgerjournalistiek is volgens Deuze geen contradictio in terminis, maar ‘de volgende stap in de ontwikkeling naar een samenleving waarin iedereen zijn eigen informatie produceert’. “Indymedia is niet om door te komen”, gaf Deuze toe. “Maar het fenomeen is prachtig mooi. De verhalen van de grootste gemene deler kent iedereen al. Sites als Indymedia en Digg brengen ons verhalen die we anders niet zouden horen.”
Deuze wees op de site Livesinfocus.org. “De maker van deze site heeft geld ingezameld via Paypal om naar India te kunnen afreizen. Daar heeft hij verslag gedaan van de aids-epidemie. Farmaceutische bedrijven hebben patenten op aidsremmers en arme landen hebben geen rooie rotcent om die medicijnen aan te schaffen. Maar wat betekent dat nu precies? Dat probeerde de maker van die site met een cameraatje en mobiele telefoon uit te vinden.” (Lees het complete verhaal achter Livesinfocus.org op de site van OJR.)
Nadeel van deze methode is wel dat je afhankelijk bent van gulle gevers. “Het voordeel van de massamedia is dat je de agenda kunt bepalen en dat je niet achter de massa hoeft aan te lopen”, betoogde Van Jole. “Als journalist wil je bovendien invloed hebben. Als je een verhaal voor de Volkskrant schrijft, wordt dat sneller opgepikt dan als je het op internet publiceert.”
Wereld te winnen
“Ik vind Digg ook leuk”, stelde Van Jole Deuze gerust. Maar uiteindelijk doet de Digg-elite precies hetzelfde als een gewone redactie. “Ze stellen zich vragen als: vinden mensen dit interessant? Is dit belangrijk?”
“De fout die veel mensen maken, is dat ze zeggen dat Digg democratisch nieuws is. Democratisch nieuws bestaat niet. En als het wel zou bestaan, moesten we het meteen afschaffen. Amateurs zijn leuk, maar de professional wint het altijd. Journalisten moeten zich niet voortdurend bang laten maken dat hun tijd gekomen is.”
Het probleem van internet is voorlopig dat er voor journalisten nauwelijks geld mee valt te verdienen. Van Jole: “Internet betaalt niet voldoende. En journalistiek is duur. Voor iets bijzonders is al snel geen geld meer. Op dat vlak valt er een wereld te winnen.”
Lees ook de inleiding die Henk Blanken maandagavond hield.










23 reacties:
13 maart, 2007
[...] Maarten Reijnders doet op De Nieuwe Reporter verslag van een discussie tussen Francisco van Jole, Mark Deuze en Henk Blanken. Francisco blijkt weinig visionair met onderstaande zeer eendimensionale opmerking. “Het probleem van internet is voorlopig dat er voor journalisten nauwelijks geld mee valt te verdienen. Van Jole: “Internet betaalt niet voldoende. En journalistiek is duur. Voor iets bijzonders is al snel geen geld meer. Op dat vlak valt er een wereld te winnen.” [...]
13 maart, 2007
De bijeenkomst gisteravond gaf vooral blijk van een verschil in visionaire duiding; Deuze/Blanken kijken vooral (ver) vooruit, met een sociale/democratische analyse. Van Jole kijkt vooral terug en ziet veel de aangekondigde veranderingen domweg niet. Deuze beschrijft de grote lijnen van toekomst aan de hand van de prille dageraad van het heden, Van Jole benadrukt de inertie / beperkingen aan de hand van ervaringen uit het verleden. Beiden kijken dus met een andere blik naar hetzelfde koffiedik, en ik moet zeggen dat het resultaat een prettig genuanceerde twijfel met zich meebrengt over de betekenis van het grote gebeuren op het www. Mooi contrast met de thermiek van emoties in de blogosfeer; daar worden de tegenstellingen automatisch groter, terwijl na het debat gisteravond vooral het vraagteken resteert waar veel van de opwinding, ook tussen Deuze en Van Jole op DNR, soms over gaat.
14 maart, 2007
Toen Fransisco bijna 10 jaar jaar geleden bij Planet zat zat ik korte tijd bij World Online op de redactie, er was toen een hevige concurentiestrijd tussen de twee over wie er het grootste was. Mooie tijd,waar zowel Michiel Frackers als Nina Brink uiteindelijk toch een leuk zakcentje aan overhielden. Bovendien verdient Fransisco nog steeds een leuke boterham aan internet, zij het dat hij indirect als ‘internet deskundige’zijn zakken vult met de naamsbekendheid die hij eerst OP INTERNET voor zichzelf heeft opgebouwd.
Sinds die tijd is er veel veranderd, en velen hebben dankzij internet toch een leuke business weten op te bouwen. Zelfs nu is dat volgens mij nog steeds heel goed mogelijk, maar niet bij de gratie van journalistiek alleen, er komt wel wat meer bij kijken, waarbij men het vooral van vernieuwende ideeen moet hebben.
En zelfs zonder grote investeringen kan men leuk meedraaien, kijk maar naar Dutch Cowboys. En dat terwijl een echt goed blog zoals stelling.nl nog altijd en blijkbaar voor eeuwig gedoemd lijkt op zwart zaad te moeten zitten. Waarom daar als krant geen mooie banner op sponsoren?
Het geheim voor success als individuele journalist zit in het vinden van een goede balans, waarbij stelselmatig een eigen publiek wordt opgebouwd, en er gebruik wordt gemaakt van vernieuwende concepten, en er op den duur de nodige sponsors worden aangetrokken.
Wat dat betreft een slimme zet van de Telegraaf om GeenStijl aan te kopen, waar Fransisco overigens zelf bang van lijkt te zijn getuige de middelvinger die hij naar ze uitstak na bovengenoemde debat (op film te bezichtigen op GS).
De stelling dat internet niet genoeg betaalt vind ik grote onzin, en eerder getuigen van een gebrek aan inventiviteit dan van de mogelijkheden die internet te bieden heeft. Misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink vind ik een goed voorbeeld van een gebalanceerde strategie gericht op de toekomst die zeer wel samengaat met zijn werk voor de weekbladen, die hij overigens op correcte wijze aanprijst aan zijn eigen lezerspubliek. Met je eigen lezerspubliek sta je als journalist natuurlijk wel een stuk sterker in de arbeidsmarkt.
Van internet alleen kan ook hij wellicht niet leven, maar hij vestigt er wel zijn naamsbekendhied mee welke hem zeker geen windeieren zal opleveren.
14 maart, 2007
Moderator Henk Blanken heeft een rotte smaak overgehouden aan het debat van maandag, zo schrijft hij op zijn blog. Dat komt door de ‘ranzige montage’ van GeenStijl, door Blanken ‘de stoephoer van de media’ genoemd:
“Ik heb me vermaakt tijdens de discussie tussen co-auteur Mark Deuze en onze gast Francisco van Jole, maar ontdekte na afloop dat de camera die ons debatje vastlegde van GeenStijl was. Die camera wilde maar een ding: Francisco van Jole pakken. Waaruit dat blijkt? Uit de manier waarop de discussie is gemonteerd in het filmpje dat verslaggever Rutger en diens cameraman schoten, uit de tien afzeikvragen die deze Rutger na afloop stelde aan Mark Deuze (tien varianten op: vindt je Francisco van Jole ook zo’n zak?), en uit het volstrekte gebrek aan gene waarmee de GS-sers hun rol vervullen. Dat is het rare: ze nemen zichzelf serieus.”
Ik kan wel een eind meegaan in de gedachtengang van Blanken, maar vind het tegelijkertijd wat al te makkelijk om de reportages van GeenStijl bij voorbaat te disqualificeren. Ik zou bijna zeggen: wees blij dat dit weblog zowaar zelf de straat op gaat om bijeenkomsten te verslaan, en niet alleen maar ANP-berichtjes bewerkt tot afzeikstukjes.
Ikzelf heb eerst de verslagen op DNR en Planet gelezen en heb toen de beelden op GeenStijl bekeken, die voor mij een aardige visuele aanvulling waren op die geschreven stukjes. Omdat je als kijker dan gewoon zelf bepaalt in welke context je de oneliners uit het debat moet zien. Natuurlijk zal menig reaguurder op GeenStijl zijn nieuws niet op die pluriforme wijze consumeren, maar zo is het leven nu eenmaal. De een kijkt SBS6, de ander Nederland 3. That’s life.
En dan het vingertje. Ik zal me volgens Blanken vast ook wel misdragen hebben door die shot uit de reportage van GeenStijl hierboven te hebben uitgelicht, maar dat blijft uiteindelijk de verantwoordelijkheid van Van Jole zelf. Had hij die vinger niet opgestoken, dan had GeenStijl geen opvallende gimmick gehad. Juist dankzij die gimmick bereikt dit debat nu ineens veel meer mensen dan anders zou zijn gebeurd. Dat wist Van Jole toen hij die vinger opstak. Hij zegt ook iets in de trant van “Daar kunnen jullie vast wel wat mee.” Publiciteitsmissie geslaagd. De GS-achterban zal zijn mening over Van Jole toch nooit bijstellen.
14 maart, 2007
Voor alle duidelijkheid. In mijn laatste alinea hierboven verwijs ik naar mijn eigen blogverwijzing naar dit debat en de verslaggeving daarover: http://blog.adformatie.nl/index.php/entries/web-20-is-een-oranjevereniging/
14 maart, 2007
Wel ontzettend grappig dat het artikel hiermee opent:
“Een journalist moet gevreesd willen worden. Mensen hebben een hekel aan journalisten en dat is goed. Als journalist moet je mensen tegen de haren instrijken.”
Behalve als je GS bent?
Overigens beslaat het Web 2.0 ecosysteem inmiddels vele duizenden nieuwe applicaties, waarvan slechts (zeer) weinige van Nederlandse bodem. Hoeveel wordt hier daadwerkelijk mee gexpirementeerd?
Is men zelf eigenlijk wel voldoende bekend met het Web 2.0 gebeuren of beperkt de kennis zich tot DIGG en andere mainstream applicaties?
Overigens is DIGG onlangs juist in opspraak is gekomen, dit werd verder niet geaddresseerd:
Hunting Down Digg’s Bury Brigade
http://www.wired.com/news/technology/internet/0,72835-0.html
Er speelt zoveel meer op dit gebied dat aandacht verdient, dat ik me sterk begin af te vragen of FvJ nog wel de status van Internet deskundige verdient, of dat zijn positieve bijdrages uit het verleden geen garantie vormen voor innovatieve stimulansen in de toekomst?
Watching 2.0 Startups
http://money.cnn.com/galleries/2007/biz2/0702/gallery.nextnet.biz2/index.html
2000 Web 2.0 Links
http://2web-swicki.eurekster.com/?numwh=2000
14 maart, 2007
Realiteit vs utopie
Maandagavond zat de harde kern van het MIMblog in een collegezaal te Leiden (en de oplettende MIMbloglezer kan daar zelfs beelden van zien!).
Om de presentatie van het boek POP-UP van Mark Deuze en Henk Blanken luister bij te zetten, gingen Deuze en Fr…
15 maart, 2007
Dat begin deugt al helemaal niet. Journalisten willen helemaal niet gevreesd worden en zeker niet door de massa, want ze zijn afhankelijk van kijk-, luister- en oplagecijfers.
Ze hangen juist de popiejopie uit met hun infotainment. Vroeger werden journalisten gevreesd bij het establishment maar dat is allang niet meer het geval. Journalistiek is establishment geworden.
Mensen hebben geen hekel aan journalisten meer. Dat is een romantische, misplaatste visie van de moderne journalistiek.
Wie kritiek heeft op de journalistiek, zoals ik deze heb geuit op het weblog van de Volkskrant, wordt permanent geschorst door de moderator van dat weblog. Ik schaadde de belangen van de krant, die kritisch heet te zijn maar geen kritike kan verdragen. Wie kritiek heeft, wordt een beroepsquerulant genoemd en geëlimineerd.
Zo is De Leugen Regeert zelf ook leugenachtig. Het VARA-programma zou aan geloofwaardigheid winnen als de jury werd gevormd door niet-journalisten. Nu is het een bedrijfsjournalistiek programma over journalistiek.
15 maart, 2007
Wat ik vreemd en een beetje kortzichtig vind aan dit artikel, is dat SKOEPS op geen enkele manier aan bod komt. Niet omdat ik daar nou toevallig werkt, maar wel omdat SKOEPS aan alle voorwaarden van burgerjournalistiek voldoet. Bovendien is SKOEPS op dit moment de enige nieuwssite die zich volledig op nieuwsbeelden van burgers richt, waar andere partijen veelal mikken op tekstuele bijdragen van consumenten. Daarnaast ontvangen skoepers de helft van de netto opbrengst bij doorverkoop van de beelden aan andere mediapartijen. Er kan dus wel degelijk geld worden verdiend als burgerjournalist. Kortom, ik denk dat SKOEPS niet in een discussie over burgerjournalistiek mag ontbreken. Afwezigheid in dit artikel lijkt erop te duiden dat de auteur zijn bronnen niet goed op orde heeft. Terwijl dit een vereiste is voor elke journalist, burger of professional!
15 maart, 2007
Even snel twee grappige puntjes:
@Albert: tijdens mijn journalistenonderzoek in Nederland (1999-2000) spraken mijn studenten en ik allesbijelkaar met ruim 1.000 journalisten. De enige journalisten die heel duidelijk maakten, dat hun voornaamste doel was om “gevreesd” te worden, waren zij, die bij de zogenaamde tabloids zijn: Story, Prive, Party, en dergelijke (zie p.168-9 van mijn proefschrift uit 2002)…
@Steven: je hebt gelijk, en daarom is het aardig om te melden dat ik eerder dit jaar samen met collega-wetenschappers uit Australie en Duitsland onderzoek heb gedaan naar interessante vormen van burgerjournalistiek waarbij we voor Nederland juist Skoeps als casus selecteerden. Als je wilt, stuur me graag een mailtje (deuzemjp@yahoo.com) om hierover verder te praten!
@Maarten: dank voor jullie aanwezigheid en dit mooie verslag van wat een prettige avond was… stijl of geen stijl.
15 maart, 2007
@Steven:
“Wat ik vreemd en een beetje kortzichtig vind aan dit artikel, is dat SKOEPS op geen enkele manier aan bod komt.”
Je hebt gelijk. Het feit dat Skoeps tijdens de discussie waarvan ik in dit artikel verslag doe, niet aan de orde kwam, mag natuurlijk nooit een excuus zijn om Skoeps niet toch te noemen. Gelukkig hebben alle andere publicaties die hebben geschreven over de bijeenkomst van maandag Skoeps (sorry, ik bedoel natuurlijk SKOEPS) wel genoemd. Zie onder meer:
http://mimblog.nl/?p=376
http://www.planet.nl/planet/show/id=62967/contentid=820873/sc=7a8c89
http://www.henkblanken.nl/?p=355
http://blog.adformatie.nl/index.php/entries/web-20-is-een-oranjevereniging/
http://www.marketingfacts.nl/berichten/20070315_van_jole_web_20_lijkt_op_oranjevereniging/
http://deuze.blogspot.com/2007/03/popup-debat-in-leiden-dutch.html
“Afwezigheid in dit artikel lijkt erop te duiden dat de auteur zijn bronnen niet goed op orde heeft. Terwijl dit een vereiste is voor elke journalist, burger of professional!”
Ik buig nederig het hoofd. Sinds de lancering van Skoeps heb ik een aantal maal over de site geschreven (o.m. op DNR: http://www.denieuwereporter.nl/?p=584 ; en gisteren nog op Bright: http://www.bright.nl/scouts-houden-flash-mob-in-utrecht ). Helaas heb ik me in bovenstaand artikel vreselijk laten kennen: ik heb mijn bronnen niet goed op orde en ben dus ongeschikt als journalist, burger en professional (ik had al zo’n vermoeden…). Hoe kan ik het goedmaken?
15 maart, 2007
@ Steven: Voor een journalist is het ook een vereiste om onafhankelijk te oordelen. Jij bent als medewerker van Skoeps (zonder kapitalen, ik ben wat minder volgzaam dan Maarten, haha) niet de uitgelezen persoon om Skoeps op een voetstuk te plaatsen. Dat is gewoonweg verdacht. Zeker omdat ook grote sites als NU.nl en GeenStijl met lezersfoto’s en -filmpjes werken.
@ Maarten: “Je hebt gelijk. Het feit dat Skoeps tijdens de discussie waarvan ik in dit artikel verslag doe, niet aan de orde kwam, mag natuurlijk nooit een excuus zijn om Skoeps niet toch te noemen.” Heel sterk!
16 maart, 2007
@Mark Deuze
In de ogen van Francisco van Jole zijn de journalisten van de tabloids dus prima journalisten. Zij worden gevreesd.
Vrees voor journalisten kan bestaan bij de vertegenwoordigers van het onderwerp dat zij aanpakken of bij de lezers.
Bij de serieuze onderwerpen zoals de politiek heb ik niet de indruk dat journalisten gevreesd worden. Tijdens de ondervraging worden er aan politici ‘lastige’ vragen gesteld, maar na afloop is het ouwe-jongens-krentenrbood. Dan is het de polticus die de journalist bedankt voor de aandacht die hij gekregen heeft.
‘Mensen’ (Van Jole) hebben geen hekel aan journalisten. Journalisten strijken de mensen niet tegen de haren in, mediaconsumenten al helemaal niet.
16 maart, 2007
@Maarten: Mijn fout, bij een verslag van een discussie over burgerjournalistiek, was een kort overzicht van het USC-landschap anno 2007 slechts een surplus voor de lezer geweest. En inderdaad geen vanzelfsprekend onderdeel van een pure beschrijving van de avond.
@Jeroen: Ben ik met je eens, ware het niet dat ik medewerker van SKOEPS ben en zodoende geen (burger)journalist/webredacteur. En dit ook niet pretendeer te zijn. Zodoende heb ik wel degelijk recht van spreken, dunkt me.
16 maart, 2007
In een aantal reacties worden GS en journalistiek in een adem genoemd. Terwijl die twee verrekte weinig met elkaar te maken hebben. Natuurlijk, nu ze Van Jole konden pakken met zijn eigen woorden over gevreesde journalisten vond GS weer dat ze journalisten zijn. Met hetzelfde gemak ontkennen ze dat bij de volgende gelegenheid weer, zodat ze het verwijt van slechte journalistiek (hoor en wederhoor, enige mate van objectiviteit) weer vrolijk kunnen wegwuiven. Dominique Weesie riep laatst in De Volkskrant zelf weer dat ze geen journalistiek product maakten. Maar ja, de Volkskrant wordt niet gelezen door de hijgerige GS-lezertjes.
Van Jole had groot gelijk om niet met GS in discussie te gaan. GS doet alsof er argumenten gebruikt worden, maar die argumenten worden verzonnen om de vooraf bedachte uitkomst (”Van Jole is een zak”) te rechtvaardigen. Dat is altijd de werkwijze van GS en dat heeft niets met journalistiek te maken. Ook niet als ze voor de gelegenheid weer eens roepen wèl journalisten te zijn. GS is de Wilders van het internet: hard brullen, met veel grote woorden en nog meer gelegenheidsargumenten, maar tegelijkertijd bij elke tegenwerping het slachtoffer van de grote boze buitenwereld gaan uithangen.
16 maart, 2007
Overigens wil ik absoluut niet azijnzeiken of ****** (zelfcensuur) pluggen. Reageer puur uit verbazing en dan wordt de s(k)oep wel eens heter opgediend dan hij gegeten wordt:)
17 maart, 2007
@Eric: Als iemand van zichzelf zegt dat hij iets niet is, neem ik dat altijd met een korreltje zout. Het is voor de buitenstaander om te bepalen of GeenStijl een journalistiek medium is of niet. Zelf zegt GS ook dat het geen weblog is, terwijl ze aan alle criteria voldoen. Gewoon een maniertje om lekker eigenwijs te doen.
Je kaart overigens wel een goed punt aan: veel weblogs spelen nog wel eens journalistje, maar zodra ze worden aangesproken op zoiets lastigs als wederhoor of andere journalistieke principes, dan roepen ze ineens verontschuldigend of zelfs verontwaardigd: “Ja zeg, wij zijn maar bloggers!” Het ultieme verschuilingsmechanisme. Wie journalistiek pretendeert te bedrijven (zoals GS’s Rutger die verslag doet van het PopUp-debat), moet niet na afloop gaan neuzelen dat hij geen journalist is.
En dan nog iets: journalistiek wordt hier op DNR nog wel eens iets te elitair ingevuld. Journalistiek is namelijk niet alleen NRC en Nova, maar ook De Wereld Draait Door, Shownieuws en Lijst Nul. GeenStijl is een soort Lijst Nul. Geen harde journalistiek, maar wel degelijk journalistiek.
18 maart, 2007
Het nadeel van de goed georganiseerde weblogs, zoals het Volkskrantweblog, is dat zij worden gemodereerd door de organisator, dus door de krant. Een weblog is dan geen onafhankelijk journalistiek medium meer maar een cluborgaan.
Dat is me ook gebleken bij Maroc.nl. De vijandigheid jegens Nederland en de westerse cultuur spat van het scherm. Houd je de vijandige deelnemers een spiegel voor door net zo vijandig te zijn maar dan tegen Marokkanen, dan ben je een racist en word je door de Marokkaanse moderator verwijderd.
Gisteren kreeg ik van een keurige dame, althans die indruk heb ik al een aantal jaren, een e-mail waarin zij verontwaardigd meedeelde dat zij een week was geschorst van het Vk-weblog. Er was een discussie over SM gaande en zij had een onschuldig fotootje als illustratie bij haat tekst ingezonden. Dat heette bij de VK-moderator porno. Nu ligt deze dame nogal dwars in discussies en behoort zij niet bepaald tot modieuze Vk-kliek. Waarschijnlijk moet zij dát bezuren.
De beste georganiseerde weblogs zijn commercieel en vormen dus geen onafhankelijk nieuw medium. Van interessante burgerjournalistiek kan alleen al om die reden geen sprake zijn.
31 maart, 2007
Een ‘contradictio in terminis’ bevat twee begrippen die tegenstrijdig aan elkaar zijn. Als de twee in één term samengevatte begrippen ‘burger’ en ‘journalistiek’ strijdig aan elkaar zouden zijn, dan zou dat een ‘contradictio in termino’ zijn. Men noemt dit een oxymoron. Burger en journalist zijn echter niet innerlijk strijdig, maar staan gewoon los van elkaar. Het begrip ‘burgerjournalistiek’ is dus netzomin een contradictio in terminis als ‘appelpeer’ of ‘burgergeneeskunde’ of zoiets.
Iedere journalist is tevens burger, maar niet iedere burger is journalist. En dat laatste moet vooral zo blijven. ((Van Jole: “Journalistiek is duur..”) Ieder zijn plaats, vak en functie. Een oplettende en kritische blogger is geen burgerjournalist maar gewoon een actieve, maatschappelijk betrokken burger. En daar zouden er juist meer van moeten zijn, want anders krijgt de journalistiek als onweersproken monopolist over de publieke meningsvorming te veel onbelemmerde invloed op de politieke besluitvorming.
Onze democratie kon een mediacratie worden omdat het stelsel van checks and balances dat onze democratie transparant, evenwichtig, rechtvaardig en vitaal had moeten houden, niet werd aangepast aan de opkomst van een vierde onafhankelijke publieke macht, namelijk die van de in journalistieke schaapskleren vermomde media.
In de volgende fase ontwikkelt de nu al bij media gebruikelijke vriendjes- en netwerkjournalistiek zich tot een maatschappijbrede vriendjespolitiek en is onze ooit zo trotse democratische rechtsstaat en ordinaire bananenrepubliek geworden waarin de politiek geheel in het teken staat van (groeps)belangenhehartiging, cliëntelisme en patronage en corruptie.
Aan deze zorgwekkende moet een halt worden toegeroepen door actieve, oplettende en maatschappelijk betrokken burgers die zich door niets en niemand laten intimideren en zeker niet door de journalistiek, in welke vorm die zich ook voordoet.
31 maart, 2007
De volgende ‘Donqui’-weblogs gaan over dit onderwerp:
De i-burger als onmisbare tegenhanger van de journalistiek.
Burgers zijn burgers, en alleen journalisten zijn journalisten. ‘And never the twain should meet’, denk ik dan, met een verbastering van Rudyard Kiplings beroemde woorden.
‘Burgerjournalisten’, zijn dat nu burgers of journalisten?
‘Burgerjournalisten’ waren oorspronkelijk journalisten die zich ook gewoon burgers voelden, maar dan dan wel met een bijzondere gave, roeping, opleiding, functie en taak: Journalist zijn. Niets minder, maar ook niets meer.
‘Burgerjournalist’ als ‘martelaar voor de persvrijheid’. Het moet niet gekker worden..
Door dat malle begrip ‘burgerjournalistiek’ is het noodzakelijk een open deur nog maar eens in te trappen. Wie geen journalist is, is geen journalist. Basta. Er zijn immers ook geen ‘burger-tandartsen’
31 maart, 2007
Er zitten een paar stomme en storende schijffouten in mijn bijdragen hierboven. Ik had die graag willen kunnen corrigeren. Zulke fouten maken een tekst namelijk ongeloofwaardig. Misschien ontbreekt daarom juist de mogelijkheid van een preview vooraf of een correctiemogelijkheid achteraf.
9 april, 2007
[...] “Burgerjournalistiek is een contradictio in terminis” – DNR [...]
28 maart, 2009
Ik geloof niet dat mensen mij aardig vinden door wat ik op mijn weblogs zet. Ik geef ze vaak een bijnaam die niet echt lovend is (check maar eens Maarniks Norder in Google) en ik zit juist op internet omdat ik vaak mensen niet aardig vind. Vooral die gemeentelijk beleid maken of kabelexploitanten of energiereuzen of mobiele netwerkeigenaars. Je wordt aan alle kanten belazerd en dat kun je mooi met internet dat voor iedereen gelijk is, bestrijden. En wat heb ik daar een lol in al meer dan tien jaar. En wat journalisten betreft, die ben ik altijd erg dankbaar voor wat ze voor mij uitgezocht hebben. Doordat de journalist altijd objectief (!) moet blijven, zijn bijna alle artikelen voor mij een schot voor open doel; niet ten aanzien van de journalist, maar voor het onderwerp. Ik heb dan wel het idee dat ik het journalistieke werk afmaak. Want je schiet vaak niets op met alleen maar kennis als je er niets mee doet? Een voorbeeld: betaald parkeren. Alles wordt gemeld in het artikel behalve dat betaald parkeren in Den Haag tenminste alleen maar geldklopperij is en niets verbetert aan de situatie. Sterker nog, het zet burgers tegen elkaar op. Dat schrijft de journalist niet, maar het is wel de realiteit.