Verkiezingen in Amerika: Facebook-For-President.org

Column no. 11 van Charles Groenhuijsen

Het regende in Austin, Texas. Maar uren van tevoren stonden al duizenden mensen geduldig op hun held te wachten. De ‘hometown’ van George Bush was deze vrijdagmiddag even democratisch. Barack Obama kwam langs. De schattingen lopen uiteen. Stonden er vijftienduizend enthousiaste Obama-fans? Waren het er twintigduizend? Wat doet het er toe?

De menigte daar in de kille motregen was het levende bewijs dat het Amerikaanse politieke landschap niet alleen maar wordt ingekleurd door gretige zakenlieden en gulle multimiljonairs.

Want probeer dat eens in Nederland: Jan-Peter, Maxime, Jan, Femke of Mark twintig maanden voor de verkiezingen op een gure vrijdagmiddag naar de markt in Geleen sturen. Hoeveel toegewijde kiezers komen daar op af?

En deze massabijeenkomst was geen eens groot nieuws in de VS. Het gebeurt voortdurend. Zalen zijn te klein om de menigten enthousiaste burgers te bergen. Mensen rijden uren heen en terug om bij een politieke rally te zijn. En niet alleen voor presidentskandidaat Barack, maar ook voor Hillary, John (McCain) en anderen.

Politieke participatie bloeit dankzij internet
Internet is onontbeerlijk om kiezers over dit soort bijeenkomsten te informeren. Een beetje campagne heeft maillijsten met tienduizenden adressen. Websites nemen voor geïnteresseerde kiezers de functie van traditionele media over.

De kersverse Groningse hoogleraar journalistiek Marc Chavannes (oud-NRC-correspondent in de VS) sprak er onlangs over in zijn oratie. Hij betoogt dat mede dankzij internet “politieke participatie bloeit”. Hij heeft gelijk. Natuurlijk heb je de politieke websites van de Democratische en Republikeinse partij en de leuke maar oh zo onbetrouwbare roddelsites zoals Drudge-report waarover ik in mijn vorige column schreef.

En er is nu een nieuwe loot aan de digitale stam. Www.Facebook.com wordt een politiek platform. Het was tot voor kort een verleidelijk medium voor hormonaal onrustige knullen en meiden die er hun digitale ditjes en datjes op uitwisselen. Nu krijgt het dus ook een politieke functie.

Een Obama-fan richtte op Facebook-groep ‘One Million Strong for Barack’ op. Binnen een uur waren er 100 leden. Na vijf dagen 10.000. Na drie weken 200.000. Na een maand 278.000. Op naar de ‘one million’? En dit is nog maar één van de 500 (!) Obama-groepen op Faceboek waar inmiddels ook talrijke anti-Obama groepen actief zijn. Het lijkt wel democratie!

Top-down wordt bottom-up
Obama is populair onder studenten en scholieren. Ze wisselen informatie en foto’s uit. Politiek e-activisme groeit en bloeit. Jonge kiezers willen best meedoen als het gebruikte medium maar van hun is.

Niet de ouderwetse top-down krant of televisie dus. Maar de bottom-up sites zoals Facebook, Friendster en MySpace. Dan komen jonge Amerikanen dus wel. Hoezo politieke desinteresse? Als activisme ertoe leidt dat ze ook echt gaan stemmen, kan dit een politieke machtsfactor van betekenis worden.

Drie jaar geleden was Democratisch kandidaat Howard Dean met zijn ‘e-campaign’ al een sensatie. Via www.MeetUp.com mobiliseerde hij jonge kiezers. Dat lijkt nu al digitale pre-historie. Oud-campagneleider Joe Trippi zei tegen de Washington Post: “Het kostte ons zes maanden om 139.000 mensen op een e-mail lijst te krijgen. Het kostte één Faceboek-groep amper een maand om er 200.000 te krijgen. That’s astronomical!”

Stop Joe! Je loopt vreselijk achter. Jouw 200.000 en ook de 278.000 van de Washington Post zijn achterhaald. Een paar dagen later checkte ik via mijn 15-jarige zoon www.Facebook.com. Guess what? 304.000 leden!

De politieke e-revolutie is in volle gang. En dat in een fascinerende verkiezingsstrijd met een kolossale inzet. Ga maar na: Geen herkiesbare president of vice-president. Een titanenstrijd tussen Republikeinen en Democraten. Een emotionele discussie over oorlog en vrede. Een recordaantal kiezers dat zich zorgen maakt over Amerika’s prestige in de wereld.

En dankzij internet hoef ik niet eens in Austin in de regen te staan om het allemaal van minuut tot minuut te volgen.

Heerlijk! We ain’t seen nothin’ yet!

11 reacties

  1. Pingback: The Spotlight Effect - communicatieblog door Ernst-Jan Pfauth »

  2. De grote vraag die bij mij steeds weer naar voren komt is wat Nederlanders dan anders zou maken. Lopen onze politici achter, zijn Nederlanders inactiever, dommer, luier? In onze stukken over media convergentie en politiek kwamen wij steeds tegen dat Amerikanen, burgers en politici, met name nieuwe media veel effectiever inzetten. Met de komende verkiezingen zie je wel weer aardige voorbeelden, zoals de virale clipjes van de SP, maar daar blijft het dan ook bij. Zijn ‘wij’ Nederlanders dan zo politiek gedesinteresseerd? Als ik naar mijn (UvA) studenten kijk dan valt op, uitzonderingen daargelaten, hoe (extreem) weinig politiek geëngageerd (Media!) studenten zijn. Het hebben van JPB als vriend op Hyves is toch niet het toppunt van politieke participatie…

  3. Beste David, mag ik je er op attenderen dat Nederlandse politici op dit gebied ook zeer actief zijn. Sterker nog, ik heb hier voor de laatste verkiezingen nog een [url=http://www.spotlighteffect.nl/?p=17]stukje[/url] over geschreven. Vrijwel allemaal hebben ze een Hyves profiel waar ze hard bezig zijn met vrienden verzamelen. Jan Peter Balkenende schommelt momenteel rond de 50.000 vrienden. Niet slecht voor zo’n klein land toch?

  4. Sjoerd schreef op 2 maart 2007 om 19:07

    Over het algemeen maken Amerikanen zich wel drukker over politiek dan Nederlanders, voor zover ik heb gemerkt. Of het komt door indirecte verkiezingen (“call your congressman”) of een cultuurverschil (de idee dat jouw bijdrage werkelijk een effect heeft) weet ik niet, maar ik denk dat het even moeilijk is om een groep mensen naar Geleen te laten komen als om een succesvolle discussie met politici op te starten via een soort Facebook. Misschien lukt het kort voor de verkiezingen, of in het geval van een actueel onderwerp, maar op langere termijn?

  5. Digitale democratie via Facebook? Wat een flauwekul. Ik geef college in Amerika en ja, zo’n beetje elke student heeft een Facebook profiel en iedereen is lid van 30+ groepen (minimaal). De status van dit alles is, op z’n best, tijdelijk en oppervlakkig engagement. Die groepen op Facebook zijn zoals het merk sneakers wat je op campus draagt: iets om een verhaal over jezelf mee te vertellen. Dat heeft echt weinig tot niets met politiek burgerschap te maken. En het percentage stemmende Amerikanen onder de 25 jaar loopt elke verkiezing verder terug, internet of geen internet.

    Digitale democratie is ook flauwekul omdat politiek activisme – hoe mooi en opwindend dan ook – online niet representatief is en dat is toch de basis van de demos. De digitale kloof is – en ik kan dit niet genoeg benadrukken – NIET WILLEKEURIG (dwz: bepaalde bevolkingsgroepen zijn structureel afwezig online, met name ouderen, lager geschoolden, werkelozen, illegale immigranten – ofwel iedereen voor wie de democratie juist zou moeten opkomen).

    Tot slot is digitale democratie in de beperkte zin des woords – burgerengagement dat zich vertaalt in traditionele politieke participatie – flauwekul omdat het GEEN COMMITMENT vereist. Je kan lekker bloggen dat de oorlog in Irak illegaal is en daarna naar bed gaan met het veilige en geruststellende gevoel dat je leuk hebt meegebabbeld in de Wereld van de Dingen die Voorbij Gaan zonder dat je er werkelijk ook maar iets voor hoeft te doen (zoals jezelf daadwerkelijk breed laten informeren en daarna aktie ondernemen).

    Ik citeer (veel te lang maar het is zo krachtig en vernietigend uitgedrukt) uit een interview dat ik onlangs deed met de Pools-Britse filosoof Zygmunt Bauman:

    “Network is not community and communication not integration – both safely equipped as they are with ‘disconnection on demand’ devices. By many academics internet and world-wide-web have been greeted as the wondrous alternative and replacement for the wilting and fading political democracy, with yet more enthusiasm and less criticism than the market (…) It lets us think that all we need is to universalize a particular technology and then we will have a democratic or reconciled social order. Reality stands in stark opposition to its sanguine and cheerful portrait painted by the ‘communication fetishists’. The powerful flow of information is not a confluent of the river of democracy, but an insatiable intake intercepting its contents and channeling them away into magnificently huge, yet stale and stagnant artificial lakes. The more powerful that flow is, the greater the threat of the river bed drying up.”

  6. Charles Groenhuijsen schreef op 3 maart 2007 om 16:36

    Beste Mark Deuze,

    Ik heb bij reacties op mijn columns (ook bij Planet b.v.) een vaste regel.

    Kom ik er meer dan drie keer wooorden als ‘flauwekul’ in tegen, dan stop ik subiet met lezen. Want de intellectuele diepgang van zo’n scribent is doorgaans omgekeerd evenredig met de frequentie van het gebruik van dat soort beledigende termen. Ik heb je mail dus niet helemaal uitgelezen.

    En, oei!, ben je echt helemaal naar Amerika gekomen om ontredderde Amerikaanse studenten deelgenoot te maken van je beperkte Hollandse visie op Internet?

    Facebook etc is niet de eerste en zeker niet de enige politieke loot aan de rijk beladen digitale boom. In elke fase van ontwikkeling is het culturele, commerciele en politieke effect van Internet zwaar onderschat door benarde denkers zoals jij.

    Zie ook:

    http://www.pewinternet.org/PPF/r/199/report_display.asp

    http://www.nytimes.com/2006/04/02/washington/02campaign.html?ei=5088&en=d566826d88d5f5cf&ex=1301630400&pagewanted=print

    http://www.ipdi.org

    http://www.technologyevangelist.com/2007/01/the_internets_effect.html

    …. en nog 3.2345.980 andere weblinks
    over dit onderwerp.

    Cheer up.

    ChG

  7. @Charles: vooruit, je hebt gelijk: ik moet niet zo hard van leer trekken. En inderdaad, iets simpelweg “flauwekul” noemen is niet bepaald netjes noch genuanceerd. Sorry daarvoor!

    Dit neemt niet weg dat ik bij mijn opmerkingen – die toch echt voortkomen uit tot op heden 9 jaar eigen onderzoek, onderwijs en publikaties op het gebied van nieuwe media, internet en samenleving. Dat betekent vanzelfsprekend niet dat ik ‘gelijk’ heb, maar dat het wellicht aardiger is om verder te denken dan een Google-zoektocht oplevert.

    Het is in het licht van de recente discussies op dit platform boeiend om het techno-optimisme van Groenhuijsen af te zetten tegen het techno-pessimisme van Van Jole. Beide journalistieke perspectieven zijn gebaseerd op goede voorbeelden en gelinkt marktonderzoek. Beide visies zijn echter ook gemankeerd, want komen niet verder dan vaststellingen als “de meeste mensen voegen weinig tot niets toe aan de internet-cultuur” of “er zijn zoveel prachtvoorbeelden van collectief internet-gebruik”. Beide vaststelling kloppen – maar verklaren niet wat er precies gaande is online, noch hoe precies de interactie tussen online en offline activiteiten, waarden en normen of sociale instituten (zoals politiek of journalistiek) inelkaar zit.

    Ik ontken heus niet dat internet geen of slechts beperkte impact op de politiek, democratie of wat dan ook heeft – laat daarvoor verwijzen naar het boek van Henk Blanken en mij (PopUp) dat deze week in Nederland verschijnt.

    Waar ik me scherp tegen af zet, is een al te glazige en niet-kritische analyse van digitale cultuur. Het oppervlakkige, tijdelijke en vooral niet-bindende karakter van online politiek activisme is niet iets dat internet veroorzaakt, maar moet gezien worden als een (versterkte) uitdrukking van een toenemende mate afkalvend beperkt politiek burgerschap offline (ofwel: mensen stemmen steeds minder, vertrouwen het politieke proces steeds minder, worden nergens meer lid van en peinzen er niet over zelf verantwoordelijkheid te nemen door bijvoorbeeld zelf de straat op te gaan, campagne te voeren of zichzelf kandidaat te stellen).

    Dit betekent ook niet dat ik de recente akties van Amerikaanse politici op YouTube of MySpace (zie techpresident.com) en van burgers op Facebook, Blogger of LiveJournal (enzovoorts) allemaal maar niets vindt. Sterker nog, ik denk dat deze activiteiten iets te zeggen hebben over een andersoortig maar daarom niet minder waardevol burgerschap.

    Niets van dit alles onderschrijft een utopische of dystopische analyse van journalistiek/politiek en nieuwe media.

    Sterker nog: te juichen dat het allemaal fantastisch en revolutionair is (dat IS het niet) of dat het allemaal geen fluit uitmaakt (dat DOET het niet) is pas ECHT een voorbeeld van wat Charles “benard denken” noemt.

    Dus Charles: ik hoop dat je mijn oprechte excuses voor de “flauwekul”-terminologie accepteert en mijn oorspronkelijke reactie (inclusief deze) uit leest. Niet omdat ik je enthousiasme wil ondermijnen, maar omdat ik dat positieve geluid wil gebruiken om verder te kijken, dieper te graven, meer fundamentele uitspraken te kunnen doen.

  8. Duns schreef op 4 maart 2007 om 17:27

    Even off-topic:

    Wat een opmerkelijke uitspraak doet Mark Deuze over het internet: “bepaalde bevolkingsgroepen zijn structureel afwezig online, met name … illegale immigranten – ofwel iedereen voor wie de democratie juist zou moeten opkomen.”

    Ik leef nog in de veronderstelling dat “the rule of law” cruciaal is in een democratie. En dat een democratie die “the rule of law” verzaakt, zichzelf vernietigt. Omdat dan het recht van de sterkte geldt.

    Illegale immigranten zijn per definitie een bedreiging van “the rule of law”. Ze hebben immers aangegeven niets met de wet op te hebben. Ze zijn daarom in wezen anti-democratisch.

    Een democratie die opkomt voor illegale immigranten is geen democratie. Dat is gewoon een jungle die geregeerd wordt door media en politici.

  9. Pingback: hetkanWel.net » Blog Archief » ‘One million for Barack!’- inspirerend weblog over onderwijs, spiritualiteit, wetenschap en samenleving.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>