Interculturele journalistiek: mentaliteit van journalisten is veranderd

Dit jaar viert de stichting Mira Media haar 20-jarige bestaan. Op donderdag 19 april werd in dat kader samen met de Tilburgse journalistenopleiding een seminar gehouden. De centrale vraag was: welke verschuivingen hebben zich de afgelopen twintig jaar voorgedaan in de berichtgeving over de multiculturele samenleving?

Volgens de directeur van Fontys Hogeschool Journalistiek, Wiel Schmetz, kunnen autochtonen niet altijd zeggen wat ze denken. Na 11 september en de moord op Theo van Gogh en Pim Fortuyn is het opinieklimaat in Nederland vergiftigd. Hij schetst hiermee een dilemma: hoe ver kun je gaan in je vrijheid van meningsuiting bij het aankaarten van sociale problemen.

Verschillende auteurs poogden een antwoord op deze vraag te geven in de essaybundel “Naar een intercultureel journalistiek”, uitgereikt op het seminar. De discussie is niet nieuw. In een brochure van de NVJ, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, uit 1989 staat een tekening van Opland. Een journalist laat een inktdrop van zijn pen vallen. Inktzwarte letters op de grond vormen het woord “Racisme”. Verderop in de brochure staan drie punten waarmee journalisten rekening moeten houden. Zo schrijft de organisatie dat etnische groepen kwetsbaar zijn. Het wordt aangeraden geen etnische achtergrond in de krant te vermelden.

Bijna twintig jaar later is de mentaliteit in de Nederlandse journalistiek ingrijpend veranderd. Zo staat in een andere brochure, “Horen, zien en schrijven” uit 2003, dat de pers religie, etniciteit, afkomst of nationaliteit kan vermelden, indien relevant. Volgens Bart Top, een van de auteurs in de essaybundel, markeert de tekst uit beide brochures “de omslag van een moralistische naar een meer vrijblijvende aanpak”. De Nederlandse journalistiek is onzeker geworden. Ze wordt verweten problemen te lang onder de pet te houden, ook al blijkt dat vanaf de jaren tachtig problemen in de media daadwerkelijk werden genoemd.

Zelfcensuur
Een ander verwijt aan het adres van de journalistiek is dat ze geen weerspiegeling is van de samenleving. Naar schatting werkt slechts twee procent allochtonen in de journalistiek terwijl ze eentiende uitmaken van de bevolking. Voor Joop Daalmeijer, voorzitter van de NVJ, is het streven naar een procentuele vertegenwoordiging haalbaar. Hij haalt voorbeelden aan uit zijn ervaring binnen de Wereldomroep. Daar werken zestig journalisten uit alle hoeken van de wereld. Door het koppelen van kwaliteit aan de individuele journalist worden problemen van taal en cultuur overbodig.

Maar verschil in cultuur betekent verschil in smaak en dus in productie en in consumptie van het nieuws. Voor een gewone westerling waren de Deense cartoons onschuldige humor. Maar voor een gemiddelde moslim met groot ontzag voor de profeet van de islam was het kwetsend. Moeten we zelfcensuur toepassen om anderen niet te kwetsen? Niet noodzakelijk, vindt Huub Evers in zijn essay ‘Van Fatwa tot Madonna’. Het gaat om een botsing tussen twee grondrechten waarvan het belang niet wordt betwist. Het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op respect. De eerste vrijheid is in de Grondwet verankerd. De andere komt uit fatsoensregels die het onderlinge verkeer tussen mensen regelt. Tussen de twee vrijheden zit onnodige spanning. Wat ons ontbreekt is wat J. L. Heldring in zijn boek ‘Heel ons fundament kraakt’ een gemeenschappelijk gevoel voor orde, logica en objectiviteit noemt.

Burgerjournalistiek
Bart Bakker, voorzitter van de jubilerende stichting, pleitte in zijn openingtoespraak voor meer maatschappelijk verantwoorde nieuwsorganisaties. Er is sprake van ‘overinteresse’ in de westerse cultuur en te weinig voor de rest van de samenleving. Onderstromen blijven hierdoor structureel onderbelicht. En bij berichtgeving komt hoor- en wederhoor te weinig aan bod.

Zijn stichting heeft vorig jaar december een studie gepubliceerd over het gebruik van ICT bij etnische groepen. Digitalisering zorgt ervoor dat groepen uit hun sociale isolement komen. Community sites, fora, blogs en chatrooms worden druk bezocht. Sommige maken zelf eigen nieuws dat wordt aangeboden via eigen kanalen. Maar deze vorm van burgerjournalistiek is eerder een uitzondering dan de regel.

Volgens de studie heeft 64 procent van Marokkaanse jongeren tussen 15 en 25 jaar een internetaansluiting. Dat biedt kansen voor toenadering die in de echte wereld niet snel gebeurt. Getuige de drukbezochte fora die, volgens diezelfde studie, door hun schreeuwerige karakter opvallen. De oorzaak hiervan zou de “behoefte tot discussie en het ventileren van frustraties” zijn.

Maar deze verklaring is niet toereikend. De oorzaak hiervan kan liggen in het feit dat Marokkaanse internetters het Nederlands gebruiken bij gebrek aan eigen taal, het Berbers, die in het thuisland niet wordt erkend. Vandaar dat er ook geen noemenswaardig e-mail verkeer bestaat tussen Nederland en Marokko, ondanks de aanwezigheid van infrastructuur in het land van herkomst. Dit geeft meteen ook te denken over een andere onbeantwoorde vraag in de studie: wat weten we eigenlijk over niet-Nederlandstalige fora in Nederland?

Slaafs
De vraag wat nu precies in de berichtgeving over etnische groepen in de laatste twintig jaar is veranderd, kan niet in een seminar worden beantwoord. Daarvoor zijn meer studie en debat nodig. Voorlopig zijn twee belangrijke veranderingen van belang: digitalisering en globalisering. Beide zijn met elkaar verweven. De journalist doet er verslag van. Hij moet authentiek zijn en tegelijk trouw aan de werkelijkheid. Maar de werkelijkheid is ingewikkeld geworden, of zoals Blanken en Deuze het noemen in hun laatste boek ‘Pop Up’: vloeibaar.

Door globalisering vloeien de media en de wereld naadloos in elkaar. De media stuurt de wereld aan maar volgt haar ook slaafs. Alle grenzen, taboes en wetten lijken omvergelopen. Het enige wat de globalisering nog kan tegenhouden is een collectieve verontwaardiging over haar eigen negatieve effecten op ons dagelijkse leven: maffiapraktijken, terrorisme, tribalisme, sociale en economische ontreddering, raciale haat, kindermisbruik en andere duistere praktijken uit het grote zwarte gat van internet.

2 reacties

  1. albert van der vliet schreef op 25 april 2007 om 19:27

    Het dieptepunt in de multikuljournalistiek vond ik het allochtone initiatief Koerswijziging.nl. Met name Marokkanen pleitten ervoor niet negatief over allochtonen, Marokkanen in het bijzonder, te berichten. Onthoofd de brenger van het slechte nieuws, doe aan struisvogelpolitiek. Marokkanen komen nu eenmaal negatief in het nieuws door wangedrag en criminaliteit. Daar zouden zij zelf iets aan moeten doen, als gemeenschap. Een initiatief als Koerswijziging.nl en verwant correct journalistiek gedrag zorgt er juist voor dat Geert Wilders aan populariteit wint.

  2. Greet tani schreef op 12 mei 2007 om 10:29

    Merkwaardig. Er wordt deccennialang fors verdiend aan misstanden en tekorten als Achterstelling van minderheden en Gesegregeerde blik in de media. Overheden investeren volop in deze klaag-industrie, terwijl de resultaten, concrete verbeteringen op de diverse niveau’s in de media, ondermaats blijven en het gezicht van deze klaag-industrie wit blijft.
    Hoog tijd om dit aan de kaak te stellen.
    Geldt ook voor vitale sectoren als Onderwijs en Jeugdhulpverlening.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>