Net als in zijn boek Het zijn net mensen, hield Joris Luyendijk in Tegenlicht van afgelopen maandag een helder verhaal over de kloof tussen “de echte wereld” en wat journalisten daar van maken. Volgende week gaat hij daarover in debat met de hoofdredacteuren van de Volkskrant NRC Handelsblad en de NOS.
Het debat over de echte versus getoonde wereld kent een rijke filosofische traditie, die in dit soort discussies meestal wordt afgedaan met de opmerking: laten we daar maar aan voorbij gaan want dat levert toch niets op. Een hoop semantiek om niets.
Ik schik me in die opvatting, maar wil iets opmerken dat Aristoteles ook al zag.
Je kunt geen pannenkoeken bakken, waar gepeddeld wordt.
“Nieuws is als een rivier waarop je mee kunt peddelen”, zei Luyendijk in Tegenlicht. “Je kunt besluiten om mee te peddelen, maar je kunt niet zeggen: ik ga pannenkoeken bakken, dan begrijpt niemand wat je doet.” (mijn parafrase)
Als je een goed verhaal wilt vertellen, zei Aristoteles, moet je aansluiten bij wat het publiek van je verwacht, maar je moet het net een fractie anders doen.
Met andere woorden: de hele journalistieke op de schop om het nu eens allemaal beter te doen, dat gaat niet. Je kunt wel naar kleine veranderingen zoeken. De algemene vraag lijkt me dan ook; wat kun je aan de medialogica (deadline, 5 W’s, protagonist, antagonist …) versleutelen opdat de werkelijke wereld en de vertoonde wereld wat meer op elkaar gaan lijken?
Een paar suggesties.
Voed het publiek op in onwetendheid
Zoals je van een arts niet wilt horen dat zij ook niet weet wat er aan de hand is, zo wil het publiek niet dat journalisten hen opscheept met onzekerheden. Toch mag de houding van journalisten wat dit betreft wel iets verschuiven. Je kunt ook leven met het verhaal van een arts die uitlegt waarom de pijn die jij hebt zo moeilijk te traceren is. Je verliest iets aan naïviteit – geef mij een pil, en ik ben weer beter – , maar je wint aan volwassenheid.
Wees duidelijker in je mening
Er is niks mis met het ideaal van objectiviteit, in de zin dat je je eigen mening even tussen haakjes zet. Maar er is alles mis met het idee dat het journalistiek instrumentarium je in staat stelt de wereld te tonen zoals die is. Als ik hoor wat de verschillende partijen in een conflict te vertellen hebben, dan weet ik nog niet wat er aan de hand is. Dan kan het verhelderend zijn als de journalist daar wel een mening over heeft.
Het zou mooi zijn als ik de betekenis van losse nieuwsfeiten zelf zou kunnen duiden, maar dat kan ik niet: het ontbreekt mij aan de achtergrondkennis. En als de journalist die wel heeft, laat haar die dan inzetten om door de bomen het bos te kunnen zien. Maar laat haar dan wel argumenten geven voor haar visie, opdat ik zie waar zij staat.
Verhelder het politieke spel
Natuurlijk worden er spelletjes gespeeld in de politiek. En natuurlijk preken politici voor eigen parochie. Doe daar niet badinerend over. Het hoort bij de politiek. Maak duidelijk welk spel wordt gespeeld, en wat de gevolgen van het spel zijn. Stemmen winnen is een noodzakelijk onderdeel van de democratie. Maak duidelijk hoe het spel wordt gespeeld. Zo kan het publiek zelf beoordelen wat wel en niet door de beugel kan. Het boek Het theater van de politiek, van Willem Witteveen (niet meer in druk, maar vast nog wel in bezit van oud politici of parlementaire journalisten) is wat dit betreft een fantastische leerschool. Voeg daarbij enig inzicht in de onvermijdelijke retoriek van de journalistiek zelf en je schets een complexer, maar eerlijker beeld van de werkelijkheid.
Wat wij voor werkelijk houden is opgebouwd uit symbolen. Toon die symbolen niet alleen, maar schroef ze ook eens uit elkaar.