Online lezers lezen langer door

onderzoekDe veelgebruikte regel dat teksten op internet kort en krachtig moeten zijn omdat online lezers een korte attentiespan hebben, is mogelijk een fabeltje. Uit een omvangrijk onderzoek van het Amerikaanse Poynter Institute blijkt dat lezers van online kranten, als ze aan een bepaald artikel beginnen, ruim driekwart ervan lezen. Bij papieren broadsheet- en tabloidkranten ligt de hoeveelheid gelezen tekst slechts rond de zestig procent.

De onderzoekers komen tot deze conclusies na een eyetracking-studie waar 600 mensen aan deelnamen. Het leesgedrag van de proefpersonen, afkomstig uit alle leeftijdsklassen, werd gemeten via een speciale bril. De vindingen spreken ander eyetracking-onderzoek, waaronder een die recent hier op De Nieuwe Reporter werd behandeld, tegen.

Een andere opvallende uitkomst zijn de verschillen in leesstrategie bij online en papieren kranten. Als mensen artikelen in een papieren krant lazen, gebeurde dit in 75 procent van de gevallen methodologisch: ze begonnen bij het begin en lazen chronologisch door richting het eind. Bij online kranten vertoonde slechts vijftig procent van de proefpersonen methodologisch leesgedrag en bestond de andere helft uit scanners: mensen die hun aandacht continu verplaatsten tussen verschillende elementen van een artikel, zoals van de tekst naar afbeeldingen en weer terug, en bij het lezen vaak hele stukken tekst oversloegen. Tot zover niets nieuws. Maar: bij online kranten lazen de scanners in totaal een even groot percentage van de tekst als methodologische lezers; bij de papieren kranten niet. Vooral bij tabloids was dit verschil groot: methodologische lezers lazen, als ze aan een artikel begonnen, 66 procent ervan; scanners slechts 45 procent.

De resultaten van het onderzoek vermelden niet of er verschillen waren in het aantal artikelen dat mensen lazen in de papieren krant of in de online versie.

eyetracking Foto: Poynter

13 reacties

  1. Erik van Heeswijk schreef op 6 april 2007 om 15:30

    Dat is geen verrassing, dat zeg ik al jaren, dat Jacob “schrijf korte teksten” Nielsen niet al te serieus genomen moet worden. Je metier als journalist begint bij de vraag: we hebben een lange en complexe tekst, hoe gaan we dit online presenteren? En niet slechts het grove: hoe gaan we dit verhaal inkorten?

    Het is opmerkelijk hoe lang de mythes van ‘ schrijven voor het web’ stand houden, en dat wijt ik aan het kritiekloos volgen van Nielsen, die hierin een beslissende stem had. Wie wil weten waar de tips van ‘usability goeroe’ toe leiden hoeft slechts zijn eigen site te bezoeken. Aanschouw internet uit de vorige eeuw:
    http://www.useit.com

  2. Marc schreef op 6 april 2007 om 15:47

    Een aspect dat niet wordt genoemd in dit verhaal (logisch, omdat het ook geen onderdeel vormt van het onderzoek), is de afgekapte RSS-feed. Het lijkt wellicht een andere discussie, maar vooral daar geldt dat je eerste regels kort en krachtig moeten zijn, de kern van je betoog moeten raken en mij als RSS-lezer moeten weten te verleiden de rest van de post te lezen. Daar heb je niet zoveel aan een eyetracking-onderzoek, dan gaat het meer om de kunst je eerste regels goed in elkaar te zetten.

    Wat mij betreft heeft dit aspect dus wel raakvlakken, ik vond het in ieder geval zinvol dit even aan te halen.

  3. Pingback: Marco Raaphorst - componist en geluidsontwerper » Blog Archive » Online lezers lezen langer door

  4. @Erik van Heeswijk, jij zegt: “Je metier als journalist begint bij de vraag: we hebben een lange en complexe tekst, hoe gaan we dit online presenteren?”

    Ik zou willen zeggen: je metier als journalist begint bij de vraag: ik werk in een online-omgeving, wat is daar de beste manier om verhalen te vertellen?

    Elk medium stelt zijn eigen eisen. De benadering van Nielsen is in elk geval juist: onderzoeken welke eisen het gebruikte medium stelt, welke karakteristieke eigenschappen het heeft, op welke wijze relaties tussen publiek en journalisten vorm krijgen, et cetera, om vervolgens het volledige productieproces daarop af te stemmen.
    Je kunt nog zoveel onderzoeken lezen (deze is wel erg interessant), maar zo lang je het web gebruikt als aflevermechanisme van kant-en-klare teksten die oorspronkelijk voor andere media-omgevingen zijn vervaardigd en die daarná nog wat cosmetische aanpassing behoeven om op internet te passen, zul je het internet nooit effectief gebruiken. Doet denken aan G.J. Bogaerts die zei dat men bij de Volkskrant geen tijd heeft om achteraf linkjes toe te voegen aan reeds geschreven artikelen. Terwijl elke weblogger begint met een link, omdat vrijwel elk verhaal voortbouwt op andere verhalen.

  5. Pingback: WaarvanAkte » Nieuwe feiten over leesgedrag

  6. Erik van Heeswijk schreef op 7 april 2007 om 15:54

    @Jaap

    “Elk medium stelt zijn eigen eisen.”
    Ik zal me wat nauwkeuriger proberen uit te drukken: de meest voorkomende en uiterst destructieve misvatting is dat je allereerst van de ‘vereisten’ van het medium uit moet gaan en dat de boodschap zich altijd moet plooien. Een medium, het woord zegt het al, is een middel en kan net zo goed geplooid worden als de boodschap. Dat heet vooruitgang, en het kiezen van andere perspectieven. Media laten ook altijd meer mogelijkheden toe dan je denkt en het heeft geen enkele zin daarin dogmatisch te zijn. Soms moet je vooruitstrevend zijn, soms conservatief, afhankelijk van je journalisieke doel, je (financiële) middelen, je basismateriaal.

    Meestal worden die zogenaamde mediumvereisten in ‘richtlijnen’ verankerd en dienen ze slechts nog als rem op de vooruitgang in het gebruik van een medium. Dat Nielsen die in de eerste paar jaren van de ontwikkeling van het internet bijna als de 10 geboden in steen heeft laten beitelen is een gotspe en heeft veel schade aangericht. Het mediumvereiste wordt als snel, zoals jij het gebruikt, een dogma. De ontwikkeling van televisie kende in de jaren 50 vast ook een Nielsen en die had het medium van vandaag vast niet kunnen dromen (kenners hiervan, mail me op info@capablanca.nl!).

    “Je kunt nog zoveel onderzoeken lezen (deze is wel erg interessant), maar zo lang je het web gebruikt als aflevermechanisme van kant-en-klare teksten die oorspronkelijk voor andere media-omgevingen zijn vervaardigd en die daarná nog wat cosmetische aanpassing behoeven om op internet te passen, zul je het internet nooit effectief gebruiken.”

    Dat zeg ik ook niet (en omdat dat aan de chef internet van de Volkskrant toe te schrijven lijkt me ook wat… denigrerend Jaap). Ik zeg dat je een verhaal te vertellen hebt en je daarna jezelf als journalist af moet vragen hoe het medium je daarin het best tot dienst zijn kan. Dat is iets heel anders. Ik ben het bijvoorbeeld zeer met je eens dat er tijd moet zijn om hyperlinks, de basis van het net, in een verhaal te krijgen, maar alleen als dat ook echt iets aan de boodschap toevoegt, en niet perse omdat ‘het medium dat vereist’.

    Kortom, precies wat je zegt: “wat is daar de beste manier om verhalen te vertellen?” Maar daaruit volgt – als je consequent nadenkt – dat het VERHAAL, JE JOURNALISTIEKE BOODSCHAP de eerste eisen op tafel legt en niet HET MEDIUM. En daarin gaat een vent als Nielsen consequent de mist in. Of vind je zijn site een voorbeeld van hoe we moten gaan werken, Marco?

  7. @Erik: mooi argument: als journalist is het belangrijk dat je leert werken en denken onafhankelijk van media (je schrijft: “dat het VERHAAL, JE JOURNALISTIEKE BOODSCHAP de eerste eisen op tafel legt en niet HET MEDIUM.”). Dwz het vak, de methode, het proces (van waarheidsvinding e.d.) komt eerst.

    Als we die lijn nu eens doortrekken: in hoeverre zijn journalistenopleidingen waar studenten jarenlang ingebeiteld wordt om toch maar vooral langs onderling gescheiden lijnen van media te leren werken nog nuttig in deze digitale, genetwerkte, onderling uitwisselbare en eventueel multimediale tijd?

    Dit is geen aanklacht tegen het harde werk wat docenten (en studenten) op de hogescholen en universiteiten doen, maar meer een denkoefening: wat is een journalistenopleiding nog als ‘journalistiek’ daar niet centraal staat, maar juist ‘media’ als uitgangspunt dienen?

  8. Gerard Smit schreef op 8 april 2007 om 20:22

    Maak je geen zorgen jongens. De geest van Piet Heil – ‘Journalistiek denken en doen’ – waart nog steeds rond op de journalistenscholen. Maar ondertussen hebben we ook wat van McLuhan – the medium is the message – opgestoken. Dat moet jullie internetdenkers toch niet vreemd in de oren klinken: dat het medium – internet bijvoorbeeld – bepaalt wat wij elkaar vertellen. Een mediumvrije boodschap is als bier zonder glas.

  9. jaap schreef op 8 april 2007 om 23:44

    @Erik: ben het met je eens. Even over Bogaerts, dat verdiende een bronvermelding: ik verwijs naar een direct citaat van hem op deze site, hier te vinden, waaruit blijkt dat bij de Volkskrant links achteraf worden toegevoegd aan artikelen, als het al gebeurt.
    Verder: goed, een medium is plooibaar, de karakteristieken ervan geen dictaat. Maar in de praktijk, ook die van journalistenopleidingen voor zover ik daar ervaring mee heb, is dat journalistiek als iets mediumonafhankelijks wordt beschouwd, het verhaal centraal staat, en het nog wat wordt bewerkt om het door een afleveringsmechanisme naar keuze te gooien – waarbij men geen oog hebt voor de context van een medium: een sociale omgeving waarin deelnemers aan communicatieprocessen met elkaar interacteren. M.a.w.: ‘crossmedia’ komt vaak neer op multidisciplinair eenrichtingsverkeer. Ik sluit me dus graag aan bij Gerard Smit, het is een beetje van beiden. Niet dogmatisch met het medium omgaan of wat daarover wordt gezegd, maar het wel betrekken bij het volledige journalistieke proces.

  10. @Gerard: dank voor de herinnering aan dat prachtboek van Heil! toch moet het me van het hart dat je opmerking, dat de scholen heus wel wat doen aan ‘medium-onafhankelijk’ journalistiek denken en doen en dat daarnaast het medium wel degelijk invloed heeft op het soort verhalen wat we kunnen vertellen (en dat we dat al sinds de jaren zestig weten), iets te gemakkelijk is.

    we moeten enorm oppassen dat we niet net doen alsof deze discussies oude koek zijn, of dat we de concepten van wat journalistiek is (of media zijn) wel zo’n beetje kennen en dat er nu niets meer echt verandert (de ‘Van Jole’-benadering, kort door de bocht).

    Hoe fundamenteel is de discussie op de scholen? in hoeverre is multimediaal werken dan wel mediumvrij denken daadwerkelijk ingevoerd? hoe wordt dat gedragen door de staf? of door de studenten?

    ik vraag me af of dit soort vragen niet juist nu meer pregnant zijn dan ooit tevoren – ook al zijn ze vroeger ook al gesteld…

  11. Erik van Heeswijk schreef op 12 april 2007 om 08:45

    Met alle respect, maar nu lijken we weer verzeild te raken in wat filosofen de ‘kramp van de contraire tegenstelling noemen’. We ontkennen het een, maar daardoor hoeft het tegenovergestelde nog niet de ultieme waarheid te zijn.

    Uiteraard is journalistiek ook nooit volledig mediumvrij of contextvrij. Ik zeg alleen maar dat er een volgorde is, een pad waarin er geen vaststaande wetten zijn, maar slechts mogelijkheden waaruit je als journalist een keuze moet maken. Journalistiek is geen exacte wetenschap, er zijn geen vaste wetten waaraan briljante journalistiek voldoet, noch bestaat er zoiets als ‘mediumvereisten’. Het geheel is plooibaar.

    Journalistiek is proberen een waarachtig verhaal te vertellen en daarin zijn uiteindelijk alleen het gezonde verstand en het geweten de scheidsrechters. Alle ‘richtlijnen’, ‘wetten’ en”vereisten’ zijn, met name in de internetjournalistiek slechts routinewerkzaamheden, tips, en interessante discussiepunten, niet meer en niet minder. Goeroe’s en deskundigen vertragen de ontwikkelingen van het web, door alles arrogant direct in natuurwetten vast te klinken, nog geen 10 jaar na de doorbraak van het medium. In de praktijk moeten wij, nieuwe mediajournalisten, proberen onszelf dagelijks uit te vinden. In ieder geval de eerste 25 jaar.

    Als ze dat aan de scholen van journalistiek studenten proberen bij te brengen (en ook nog wat technische vaardigheden om met media overweg te kunnen), kunnen ze wat mij betreft nog lang mee.

    Ik hoop dat ik ovverbreng waar mijn weerstand ligt, maar misschien is het nog wat vaag. Ik zal er eens een uitgebreider stuk over tikken…

  12. Pingback: De nieuwe reporter » Blog Archive » Einde aan het ‘kort-tijdperk’

  13. Pingback: interessant voor later misschien » Blog Archive » Lange artikelen, heren!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>