U bent een aap en dus ongeschikt om te bloggen
Het internet wordt nog wel eens bezongen als een Woodstock-achtige bloemenweide, waar de menschen aller landen vrij van beperkingen probleemloos kunnen verbroederen. Ik geloof er niets van. Het tegenovergestelde is eerder het geval.
Wij, homo sapiens, zijn in de eerste plaats nauwelijks geschikt om schriftelijk te communiceren. We hebben audiovisuele input nodig om intentie van de gesprekspartner aan te voelen. Lichaamshouding, stemgeluid, gebaren; zonder die zaken is de aap in ons vreselijk gehandicapt. Al die niet-schriftelijke communicatiesignalen spelen mee in het debat. Neem ze weg, en je vraagt om problemen. Niet vreemd dus dat internetdiscussies door misverstanden en gekwetste ego’s snel uit de hand kunnen lopen. Onze apennatuur in een vreemde technologische omgeving zorgt ervoor dat de polarisatie altijd op de loer ligt.
Reagurende primaten
Een aardige illustratie is de discussie op DNR tussen Francisco van Jole en Mark Deuze. De heren vlogen elkaar op schrift in de haren, maar face to face in een Leids collegezaaltje bleek achter die animositeit een tamelijk gewoon verschil van inzicht te schuilen. En daar kun je best ingetogen en met humor over debatteren, zonder de vermoeiende persoonlijke verwijten, terzijdes en opgewonden standjes die online worden gewisseld
Dat is een tweede onderbelicht aspect: de dagelijkse omgang is in talloze opzichten aan sociale conventies en instincten gebonden. Een heel belangrijke is wat in ouderwetse termen schaamte heet. Het feit dat iemand ten overstaande van een groep andermans standpunten bestrijdt, betekent dat hij rekening houdt met het oordeel van de groep. Hij kan op zijn gedrag worden aangesproken.
Neem die groep weg, en die sociale feedback verdwijnt. Dat is een probleem waar alle bloggende en reagurende primaten last van hebben. Plaats de persoon vervolgens ook nog eens achter een pseudoniem en alle remmingen verdwijnen. Geen wonder dat juist de anonymi en de pseudoniemen letterlijk het meest schaamteloos kunnen zijn.
De vraag is wat je daaraan kunt doen. Een deel van de ontbrekende sociale feedback kan worden teruggebracht door anoniem reageren te reguleren. Registreer de persoon bij inschrijving, zodat je weet wie de anonymus is, of verbied anoniem reaguren.
Monddood
Er circuleren nogal wat fletse argumenten over anoniem bloggen en reaguren. Er wordt nog wel eens de trom geroerd over het vrije woord. Alles moet gezegd kunnen worden, want wie daar iets aan modereert begeeft zich op het hellende vlak van de censuur. Het is frappant hoezeer dezelfde pragmatische mensen die zeggen dat er geen regels zijn die het web kunnen vatten, zo rabiaat principieel voor een stelling gaan staan. In de discussie over het vrije woord op blogs doen inmiddels dit soort pareltjes van redelijkheid de ronde: ‘bedreigingen mag je redigeren’.
Er is geen enkele reden waarom individuele sites en blogs anoniem reaguren niet zouden mogen reguleren, of comments verwijderen als ze off topic, beledigend of bedreigend zijn. Dat daarmee iets wezenlijks verloren zou gaan, of dat daarmee klokkenluiders monddood zouden worden gemaakt is onzinnig. Anoniem reaguren is vooral een bron van ergernis, ruzie, kinnesinne, en bekvechten-om-het-bekvechten. En juist niet van spraakmakende anonieme personen die stem geven aan misstanden, genegeerde situaties en fantastische inzichten en verhalen die ab-so-luut verteld moeten worden. Als anonimiteit zo belangrijk is, waar zijn dan die anonieme helden-epossen van het web?
Laten we ook hier real life niet uit het oog verliezen. Het is net als met discussie in een zaaltje: u staat op, u zegt al dan niet wie u bent, en u gedraagt zich een beetje. Die simpele regel zou online het uitgangspunt moeten zijn. Dat kan nog per site of blog in een code worden gegoten, dan weten deelnemers waar ze aan toe zijn, en laat de site zien volgens welke regels er gemodereerd wordt.
Over zaaltjes gesproken: vergeet niet elkaar eens op te zoeken. Goede kans dat die ontmoeting een onverhoeds efficiënt en bevredigende resultaat oplevert. U bent immers een aap, en daarmee ongeschikt om lang in uw eentje via een beeldscherm met soortgenoten te communiceren.










10 reacties:
12 april, 2007
Piet Heil, Werkwijzer voor Journalistiek Denken en Doen (geactualiseerde uitgave), pagina 110 ev: Basisprincipes bij het redigeren van bedreigingen.
Wat je noemt een pareltje, Arno!
En als parels niet door WEEKDIEREN werden gemaakt, was de auteur van deze onnozelheid ongetwijfeld een bonobo.
12 april, 2007
Goed artikel, Arno, dank je wel. Ik herinner me een seminar over het Nieuwe Uitgeven in 2006, waar opeens allerlei bloggers elkaar in levende lijve ontmoetten. Dat was erg plezierig.
De mens is een primaat met -ook- primaire behoeften, zelfs de geletterde mens. Als die behoeften op deze manier gebotvierd kunnen worden, is dat dan mooi meegenomen?
12 april, 2007
aanvulling: de kwestie van de doodsbedreiging was me ontgaan. Dat is natuurlijk geen primaire behoefte, maar een defect.
Merkwaardig genoeg heeft Web2.0, ondanks alle gejubel over samen werken, samen creëren, etc. moeite om zichzelf gezamenlijke regels op te leggen. Omdat het eigenlijk nog steeds om individuen en eigenbelang gaat?
Parels worden door weekdieren gemaakt, zeer juist. Die weekdieren leven solitair als soort, ergens in de zee. Ze hebben een heel erg hard omhulsel. Dat is wat de blogger vaak ontbeert. Deels is dat te ondervangen door regels en afspraken, een vorm van evolutie misschien.
En voor het andere deel? Ik zie niet in waarom iemand anoniem zou moeten kunnen reageren. Dat is geen vrije vaart maar zeeroverij.
12 april, 2007
Goed stuk, Arno!
Discussie moet, maar ook online dient men zich te gedragen. Niet zo moeilijk toch?
Ook prima dat er sites zijn waar je even anoniem je gal kunt spuien, maar laten de kankeraars vooral daar blijven.
12 april, 2007
Waarin verschilt dit van het “geschreven woord” en de “geschreven discussie” zoals de Aapen deez’ Aarde al plusminus 5 tot 6000 jaar voeren? Internet is niets meer dan een (snellere) drager van schrift. Laten we dat niet uit het oog verliezen. “Het Internet” Hoort gewoon inher rijtje “kleitablet, perkament, papyrus, papier” thuis. Het feit dat het iets moeilijker is om met spijkers een mening via klei aan de wereld mede te delen dan dat we dat op Internet kunnen doen, doet niks af aan de gedachte dat ze in essentie gelijk zijn.
Waar er nu dus aan alle kanten gesproken wordt over “al dan niet anoniem reaguren” en waar men van mening verschilt over de wenslijkheid om trollen weg-te-Jorissen, bestaat dit probleem al zo’n 6000 jaar. En waarschijnlijk nog ver daarvoor toen meningen anoniem doorgegeven werden via verhalen. Niks nieuws onder de zon, lijkt me.
12 april, 2007
Zeer goed stuk van Arno.
Ik heb er 1 ding aan toe te voegen … Amen!
12 april, 2007
[...] Originally by Arno van ‘t Hoog from De nieuwe reporter on April 12, 2007, 12:52am [...]
13 april, 2007
Om een redelijke bekend voetballer te citeren: elk nadeel hep een voordeel.
Wie regelmatig politieke debatten bezoekt zal opvallen hoe gemoedelijk (lees: saai) de discussies vaak zijn. Meestal spreekt er slechts een zeer beperkt aantal mensen. Of misschien wel: durft te spreken. Tegenstanders zoeken elkaar niet echt op, noch letterlijk noch figuurlijk.
Het nadeel van internetdiscussies is inderdaad de primaire reactie van mensen die de inhoud totaal uit het oog verliezen. Het heeft daarentegen het voordeel dat discussies er ongegeneerd op het scherpst van de snede worden uitgevochten. De toon kan zeker vaak wat matiger. Desondanks prefereer ik het boven de gezapige consensus-sfeer in de zaaltjes.
13 april, 2007
@ Ber
Je hebt gelijk wat het oude schrift betreft, het is een prachtig duizenden jaren oud medium (dat maar beperkt past bij onze zintuigen en hersenen). Het verschil met internet zit ‘m in de interactiviteit en de snelheid. Met het oude kleitablet en de perkamenten boek was het lastig polemiseren; de zender stond niet of nauwelijks in contact met de ontvanger en omgekeerd. Nu wel, met alle voor- en nadelen van dien.
3 februari, 2009
[...] http://www.denieuwereporter.nl/?p=892 [...]