Wie leidt er nog ambachtelijke journalisten op?

Jaarlijks komen er tientallen stagiairs bij de dagbladen over de vloer. Voor studenten dé gelegenheid om binnen te rollen bij een krant. Voor kranten dé gelegenheid om het talent eruit te pikken. Maar leveren de opleidingen wel de stagiairs waar de dagbladen om vragen? En worden zij op de redactie goed begeleid? De afstemming tussen krant en opleiding kan beter, blijkt uit een belronde langs stagebegeleiders. Stagiairs kunnen mooie beschouwingen schrijven, maar een gewoon nieuwsstukje, waar de krant op zit te wachten, is vaak lastiger. En kranten hebben, vooral in deze onzekere tijden, te weinig aandacht voor de leerling-journalisten.

Uit het ‘Jaarverslag journalistieke stages, december 2004 tot december 2005’ blijkt dat stagiairs bij landelijke kranten en persbureaus gemiddeld goede beoordelingen krijgen. Windesheim (Zwolle) scoort het laagst met een 6,9, Fontys (Tilburg) een 7,1. De stagiairs van andere opleidingen in dit verslag (Utrecht, Ede en Groningen) krijgen gemiddeld zelfs een 7,5 of hoger. De beoordelingen worden gegeven door de stagebegeleiders op de stageplek en de begeleider van de opleiding. Het lijkt dus goed te gaan met de stagiairs.

Toch staan de meeste chefs en stagecoördinatoren niet op de banken als er gevraagd wordt naar het niveau van de stagiairs. De voornaamste klacht, die de laatste jaren steeds hardnekkiger wordt, is dat stagiairs het basisgereedschap van een journalist missen. Het staat ook in het Jaarverslag: ,,De taalbeheersing van stagiairs laat te wensen over. Zij hebben vaak een beperkt gevoel voor taal en stijl.’’ En ,,De opleidingen zouden meer aandacht moeten besteden aan het schrijven van nieuwsberichten en nieuwsartikelen, waarbij de factor tijdsdruk niet wordt vergeten.’’

Ernstig gebrek
,,In het algemeen vind ik dat er te weinig aandacht is voor de ambachtelijke journalistieke vaardigheden’’, zegt Marcella Breedeveld, chef binnenland bij NRC Handelsblad (sinds kort adjunct-hoofdredacteur). ,,De opleidingen besteden veel aandacht aan ethiek en hoe je columns schrijft, maar het ontbreekt aan aandacht voor de bouwstenen. Ik zie in stageplannen allerlei moois staan zoals ‘ik wil mijn interviewtechnieken verbeteren’. Daar kan ik niets mee. Ik kan iemand niet drie maanden alleen maar laten interviewen. Je draait mee met de krant en dat betekent dat je begint met het schrijven van nieuwsberichten.’’

Het niveau van de opleidingen en de stagiairs wisselt sterk volgens de geïnterviewden. Zo is Arnoud Cornelissen, stagecoördinator bij AD/Utrechts Nieuwsblad, in de regel wel te spreken over de samenwerking met de meeste opleidingen, maar komt hij af en toe stagiairs tegen met ,,een ernstig gebrek aan algemene ontwikkeling.’’ ,,Dan kun je bij wijze van spreken vragen ‘Wie won de Eerste Wereldoorlog en wie werd er tweede?’. Je vraagt je echt af wat ze dan hebben geleerd op die school.’’

Cornelissen beklaagt zich ook over het gebrek aan basisvaardigheden en de afwezigheid van een ,,journalistieke attitude’’ bij sommige stagiairs. Net als Harmen Bockma, stagecoördinator bij de Volkskrant. ,,De lat mag wel hoger bij de opleidingen’’, zegt hij. ,,Soms krijgen we studenten die eigenlijk nog niet toe zijn aan een stage. De vuistregel is: van de acht stagiairs zijn er zes redelijk en twee problematisch.’’

De toewijzing van stagiairs aan dagbladen verloopt voor de vier HBO’s en de universitaire opleiding in Groningen via het stagebureau in Utrecht. Andere opleidingen zoals die van de UvA, Universiteit Leiden en de postacademische opleiding PDOJ in Rotterdam, regelen zelf de stageplekken bij kranten. Er is meestal voor en na de stage overleg tussen de begeleiders op de krant en die van de opleiding.

Een goede lead
Bij de dagbladen twijfelen de begeleiders eraan of hun klachten wel doordringen bij de opleidingen. Bockma maakte het mee dat hij in een gesprek met een opleider zei dat er meer aandacht moest komen voor basisvaardigheden, waarop de docent antwoordde: ,,Dat vind ik ook. Ik wilde dat u dat eens tegen mijn collega’s zei.’

In Ede is de boodschap in elk geval overgekomen. ,,Ik vind het een terechte klacht van kranten’’, zegt Piet van de Breevaart die daar al zeven jaar stagebegeleider is. ,,De klacht wordt ook steeds sterker. We denken erover om tegen het einde van de opleiding, vlak voor de tweede stage, nog weer extra lessen in te bouwen voor die vaardigheden. Over vragen als ‘hoe schrijf je nou eigenlijk een goede lead?’. De studenten hebben dat wel geleerd in de eerste twee jaar, maar in het derde jaar zijn ze met hele andere dingen bezig en ebt het weg.’’

Ede is de kleinste HBO-opleiding. ,,Wij kunnen makkelijk inspelen op die kritieken’’, zegt Van de Breevaart. ,,Maar naarmate opleidingen groter worden, duurt het steeds langer voor je het curriculum kunt aanpassen. Er gaat heel wat tijd overheen voor je een sectie van zestig man personeel met alle neuzen dezelfde kant op hebt.’’

,,Stagiairs zijn nog in opleiding’’, benadrukt Ben Huijskens, directeur van Windesheim in Zwolle. Hij is ook voorzitter van het zogenoemde ‘Nijenrode overleg’, een jaarlijkse vergadering van opleidingen en hoofdredacties. ,,Kranten hebben nog wel eens de neiging om ze te beschouwen als afgestudeerden, die alles al moeten kunnen. De beoordeling van stages ligt rond de zeven. Daar zijn we tevreden over. De hoeveelheid puur journalistieke vakken is in elk geval in Zwolle de laatste jaren juist toegenomen. Klachten over een gebrek aan analytisch denkvermogen en diepgang van kennis bij HBO-studenten komen me bekend voor. Maar zij hebben juist een voorsprong als het gaat om praktische vaardigheden.’’

Ook Gijs Schreuders, stagecoördinator van de SvJ Utrecht voor NRC, Volkskrant, Trouw en Parool, herkent de klachten niet. ,,Dat kan aan mijn specifieke ervaringen liggen. Maar ik heb in geen vijf jaar een onvoldoende gezien. Het is juist vaak uitstekend. Het zijn toch de goede studenten die het aandurven om bij zulke kranten stage te lopen.’’

De krant als wetenschappelijk instituut?
Er worden in Nederland twee soorten journalisten opgeleid, met een academische opleiding en zonder. Het voordeel van de universitaire master-studenten is dat ze ouder zijn, meer algemene ontwikkeling hebben. Anderzijds hebben die studenten, in vergelijking tot de vier jaar vaktraining van het HBO, vaak niet meer dan spoedcursus journalistiek gehad.

Marcella Breedeveld, van NRC Handelsblad: ,,Universitaire opleidingen hebben minder aandacht voor ambachtelijke zaken dan voor achtergronden. Ik heb wel gemerkt dat studenten van de PDOJ direct inzetbaar zijn voor mij, die hebben een brede kennis en genoeg basisvaardigheden geleerd. Maar het ontbreken van nieuwsgevoel, in die zin dat stagiairs echt op zoek gaan naar eigen nieuws, is een probleem dat bij alle opleidingen geldt.’’

Hans Wammes, stagecoordinator van NRC Handelsblad en nrc.next, merkt dat WO’ers beter met bronnen omgaan. ,,Veel stagiairs van de HBO’s moeten het nog leren, die googelen voornamelijk en vergeten met mensen te praten. En je moet media vreten. Dat doen HBO’ers te weinig. Ze lezen nauwelijks.’’ Toch moet hij er niet aan denken op een redactie vol academici te zitten. ,,Ik heb les gegeven aan de PDOJ. Het eerste wat ik er moest doen is studenten die academische schrijfstijl afleren. Ze gaan geen scripties schrijven, maar nieuwsberichten. We zoeken op de krant naar een combinatie van HBO’ers en academici.’’

Die krantenredactie met enkel wetenschappers is niet helemaal denkbeeldig. ,,De laatste jaren hebben de HBO’s moeite de stageplekken die we voor hen hebben te vullen’’, zegt Wammes. ,,Eigenlijk kunnen ze nooit meer die vier plekken vol krijgen met schrijvende journalisten. Dit jaar konden we daarom extra plekken bieden aan de UvA. Dagbladjournalistiek wordt op de HBO’s minder populair, iedereen wil met z’n kop op televisie.’’

Glamour
Er lijkt inderdaad bij veel opleidingen een tendens te zijn dat er minder studenten voor de dagbladen kiezen. Op de grote hogescholen waar veel eerstejaars nog helemaal niet zeker zijn of ze wel journalist willen worden, is niet meer zo ,,krantgericht’’ zoals Huijskens (Windesheim) het zegt. ,,De glamour heeft de laatste jaren invloed gehad op de journalistiek. Maar we zullen nooit opleiden om beroemd te worden.’’ Schreuders (SvJ Utrecht), wijst echter op de vacatures bij nrc.next vorig jaar. ,,Daar reageerden wel duizend mensen op, dan kun je niet zeggen dat de animo voor dagbladen afneemt.’’ Volgens hem is het uitzonderlijk als de SvJ de beschikbare stageplekken niet kan vullen. ,,Dat gebeurde de afgelopen vier jaar twee keer.’’

Van de Breevaart (Ede) vindt dat kranten ook zelf schuld hebben aan het afnemende enthousiasme dat hij merkt bij zijn studenten. ,,Het komt wel eens voor dat we de stageplekken niet opgevuld krijgen. Dat komt ook doordat het imago van de kranten is verslechterd. Vanwege de teruglopende werkgelegenheid en omdat het daardoor onrustig is op de redacties. De begeleiding van stagiairs lijdt eronder.’’

,,De echte nieuwsjager verdwijnt’’, zegt Van de Breevaart. ,,Vroeger kwamen er nog mensen op de opleiding die echt journalist wilden worden, dat zag je in hun ogen. De massaliteit van de opleidingen heeft invloed op het niveau. Als er studenten bij zitten die het niet zo nauw nemen met een deadline, omdat ze geen echte journalisten zijn, heeft dat z’n weerslag op de hele groep.’’ Worden er in Nederland dan studenten opgeleid die het ambacht nauwelijks in de vingers hebben? ,,Tja, we zullen heel goed naar ons werkveld moeten luisteren. Zodat onze studenten met de juiste vaardigheden op de markt komen.’’

15 reacties

  1. Tja – de opmerking van Ben Huijskens is nog het meest reëel: natuurlijk zijn stagiaires nog niet volleerd. Dat komt doordat ze NOG IN OPLEIDING ZIJN… Goh. Geef je ze meer opdrachten om kort nieuws te schrijven, kunnen ze geen beschouwing meer schrijven. Laat ze te veel beschouwingen schrijven, dan kunnen ze kort nieuws niet meer aan. Geef je ze meer training in stijl en zo, kunnen ze andere zaken minder. Opleiden is een balanceer-act en daarin is altijd een aspect dat beter zou kunnen.
    Dat HBO’ers minder algemene ontwikkeling hebben is logisch: komt direct voort uit het feit dat Havo-ers minder algemene ontwikkeling hebben. Dan is het dus de taak van (o.a.) de stagebegeleider om ze daar op te wijzen.

  2. Zelf heb ik mijn opleiding in Utrecht gehad en stage gelopen bij de Haagsche Courant. Ik had wel degelijk Journalistieke Vaardigheden (Anneke Bouman!) achter de rug, maar als het menens wordt, is het toch anders.
    (Lees hiervoor ook: http://www.layout.nl/krant/archief/2006/2006_12_10
    )
    Als stageverlener moet je in eerste instantie echt even tijd in je stagiair steken, maar bij een gemotiveerde stagiair krijg je er echt wel wat voor terug.
    Bij het dagblad Cobouw was ik de enige opmaakredacteur, die heil zag in stagiairs. Toen ik tegen de stroom in toch stagiairs kon begeleiden (die vormgeving-specialisatie hadden op de SvJ-Utrecht), was het eerst drie weken zwoegen, want hoewel anders voorgespiegeld, wisten de stagiairs niets van de Mac, laat staan QuarkXpress.
    Maar na drie weken alles rustig en geduldig voorkauwen had je er ruim twee maanden een prima fulltime kracht voor terug, die ook nog eens kon bijspringen in de vakantie-periodes.
    Maar ook tijdens de stageperiode was de ingewerkte stagiairs een zegen. Aangezien je in je team – zeker bij vormgevers – altijd wel iemand hebt die door RSI op zijn minst gedeeltelijk is uitgeschakeld, komt een extra paar handen zeer van pas.
    Laat je dus als stageverlener niet te gauw frustreren, als blijkt dat een stagiair in het begin even wat extra aandacht nodig heeft. Als je je eigen drijfveren en motivatie op een leerling kunt overbrengen, wordt je daarvoor dubbel en dwars beloond.

  3. Theo Dersjant schreef op 15 april 2007 om 10:35

    @ Eduard:
    Dus dat is wat een goede stagiair is: een prima fulltime kracht (lekker goedkoop ook nog, want de stagevergoeding is nog precies hetzelfde als toen ikzelf ruim twintig (!) jaar geleden stage liep). Zo kunnen op zwaar afgeslankte redacties toch nog de gaatjes worden gevuld… Kijk ook eens naar de immer aanzwellende stroom oproepen voor ‘stagiairs’ op het prikbord bij Villa Media (vreemd genoeg staat daar nooit bij welke garanties er zijn voor een kwalitatieve begeleiding. De NVJ mag overigens wel eens naar die wildgroei kijken, onder de titel ‘stage’ blijken nogal wat jonge mensen onder de cao-lonen te werken.)
    Volgens mij vormen stagiaires zo langzamerhand een economische kracht. Moet je eens zien welke paniek er op menige redactie zou onstaan ingeval stagiairs eens een paar maanden zouden staken!
    En hoe komt het toch dat ik geregeld word benaderd door redacties met de mededeling dat ze ‘wel ruimte hebben voor een stagiair’. Daar spelen maar zeer beperkt nobele motieven een rol!
    Dat staat overigens los van de vraag wat het niveau is van die stagiairs. Maar ze alleen afmeten aan het feit of je er prima arbeidskrachten aan hebt, lijkt me toch wat kort door de bocht. Maar wellicht bedoelde je dat ook niet.
    Theo Dersjant (docent en stagebegeleider in Tilburg).

  4. @Theo
    Als het fout is om een stagiair tot arbeidskracht op te leiden, hoe moet het dan wel?
    Op de SvJ werd me inderdaad wel eens toegeworpen, dat we behoorlijk van de stagiairs profiteerden. Maar dat genoegen leek wederzijds: de stagiairs gingen volleerd terug naar Utrecht en als een aankomende stagiair daar zei dat hij bij Cobouw stage ging lopen, kreeg hij te horen: ‘Goh, wat bof jij, zeg!’.
    Kortom: een stage werd in een mum van tijd opgestoomd tot een volleerde arbeidskracht. Dat je daar als werkgever behoorlijk van profiteert en dat het zelfs lucht geeft aan een krap bezette redactie, dat is dan maar zo, al vind ik ook dat stagiairs wel een betere beloning mogen hebben (maar dan moet de werkgever zich dat wel kunnen veroorloven; ik weet dat de vakbond dat niet kon, en dus geen stagiairs aannam, maar aan dat soort principes heeft een stagiair al dus helemaal niets).

  5. Theo Dersjant schreef op 15 april 2007 om 21:22

    @ Eduard:
    Studenten halen na vier jaar (een enkeling helaas pas na vijf, zes of zelfs zeven jaar) het niveau van een ‘beginnend beroepsbeoefenaar’. Voor die tijd hoeven ze dus helemaal niet kant-en-klaar inzetbaar te zijn voor redacties met een dunne bezetting! Als het wel zo is: mooi meegenomen! Maar het is m.i. niet de maat. Studenten zitten in een leerfase! Dat betekent dat hun programma afgestemd dient te zijn op dat leren. Dag-in-dag-uit de aankondigingenpaal verzorgen is weliswaar heel handig voor een redactie, maar een student leert er al snel niks meer van!
    Aan de andere kant heeft een student die na drie maanden nog nauwelijks inzetbaar is, een levensgroot probleem. Deze student heeft te weinig geleerd! Of zijn vaardigheden of kennis sluiten niet aan op vaardigheden en kennis die de arbeidsmarkt vraagt.
    Theo Dersjant.

  6. @Theo
    Na vier, vijf, of zes jaar. Tja. Dat was in mijn tijd toch anders (Opa vertelt…).
    Tot mijn grote verdriet was ik in drie jaar al geslaagd. Bij een stage in je tweede jaar was je dus al ruimschoots halverwege en veel stagiairs zijn dan ook blijven hangen op hun stageplek. Uiteraard is het niet de bedoeling, dat stagiairs slechts eenzijdige werkzaamheden dienen te doen.
    De vormgevers, die ik inwerkte konden, al het werk doen dat de opmaakredactie ook deed.
    Bij de Haagsche Courant heb ik talloze fotobijschriften moeten maken, maar ook dat heb ik als heel leerzaam ervaren, hoe stompzinnig het werk ook leek in de ogen van buitenstaanders. Maar ook ben ik een paar keer op reportage geweest naar de Schilderswijk (eigen keuze) en heb daar een grotere reportage gemaakt, die ik uiteindelijk kon inleveren als examenopdracht.
    Op redactie van Cobouw is tijdens het inwerken van mijn laatste stagiair ‘met algemene stemmen’ besloten dat de stagiair alleen nog maar foto’s moest gaan inscannen, vanwege de tijdsdruk door onderbezetting.
    Probleem daarbij was dat de stagiaire dat ook wel graag wilde doen, omdat ze dat proces al beheerste en zich graag al nuttig wilde maken.
    Daar heb ik me toen desalniettemin tegen verzet – uiteindelijk met succes.
    Na mijn vertrek zijn op de opmaakredactie helaas geen stagiairs uit Utrecht maar aangenomen, vermoedelijk omdat de vormgevers zich stoorden aan de journalistieke inslag van de studenten. En inderdaad: er ontstond een chronisch personeelstekort.

  7. Anja Geldermans schreef op 16 april 2007 om 07:14

    De hbo-opleidingen journalistiek moeten goed nagaan of hun studenten echt wel journalist willen worden. De meeste studenten willen voor een glossy werken of voor een glamorous programma als RTL Boulevard. Dan heb je die uitgebreide algemene kennis en analytische vaardigheden helemaal niet nodig! Misschien moeten de opleidingen hun onderwijsaanbod verder diversificeren.

  8. Alle opleidingen journalistiek (MA en BA) zijn bezig met herbezinningen op wat journalistiek is en wat een student moet kunnen op het moment van afstuderen. Daarbij is een van de meest cruciale zaken de balans tussen praktijkvaardigheden en (kritische) reflectie: in theorie moet dit samenvallen, in de praktijk is dat vaak toch lastig.

    Dit debat – over hoe ‘goed’ stagaires zijn – mist bijvoorbeeld het gegeven dat heel wat werkende journalisten zelf ook niet bepaald perfect of foutloos bezig zijn… Ofwel: zittende redacties kunnen (of: moeten) ook veel leren van de jonge nieuwkomers, maar in kennisdeling en begeleiding wordt nauwelijks geinvesteerd…

    Los van dit alles is het praktijkniveau van de student journalistiek ook een spiegel van de missie van de opleiding: willen we hardwerkende maar verder weinig eigenzinnige of origineel denkende jonge scribenten afleveren die mooi na-apen wat de Hoge Heren ter redactie al veertig jaar hetzelfde doen, of willen we onze studenten opleiden met een scherpe, brutale, flexibele visie op de toekomst van het vak? Ik kies voor het laatste – want van de eerste studeren er elk jaar al honderden tegelijk af.

    Nou wil ik niet zeggen dat dit betekent dat we in Leiden allemaal precies hetzelfde denken over het vak, of dat bij de andere opleidingen in Nederland niet exact dezelfde discussies intern worden gevoerd. Die interne, zelf-kritische en pittige reflectie is juist de essentie van de eigentijdse opleiding! Het wordt tijd dat we daar onze studenten en de toekomstige werkplaatsen aan mee dwingen te doen, in plaats van om maar telkens weer te praten over wat studenten OP DIT MOMENT of eenmaal ter stageplaats precies moeten ‘kunnen’.

    Enneh…

    Tot slot schieten me de flauwe verwijzingen hierboven naar het werk wat journalisten in televisie (en online) doen hierboven in het verkeerde keelgat. We doen soms net alsof ‘De Krant’ de enige plek is waar serieuze journalistiek bedreven wordt, of waar uitsluitend mensen werken die hun professie als journalist zeer serieus nemen. Of dat we als opleiders ons alleen maar op dagbladen moeten of mogen richten. Wat een onzin, zeg.

    Nog maar eens de Feiten: in 2000 (dat is al 7 jaar geleden) was 42% van ALLE journalisten in Nederland werkzaam bij een landelijk of regionaal dagblad. Ofwel: krantbanen zijn (al geruime tijd) in de MINDERHEID in Nederland (en daarbuiten).

    Gezien de ontwikkelingen in dagbladland (ontlezing, terugtrekkende adverteerders dan wel aandeelhouders, ontslagen, fusies en dus nog meer ontslagen, geen vaste aanstellingen meer, nauwelijks vervangingsvraag, toename van persberichtkopij in vooral gratis kranten, verschuiving naar internet en (Web-) TV, enz) lijkt me de halstarrige neiging om alsmaar naar die Krant te blijven kijken op z’n zachtst gezegd opmerkelijk, en op z’n hardst een recept voor gegarandeerde werkeloosheid (zeker op langere termijn) voor de student.

  9. Arno van 't Hoog schreef op 16 april 2007 om 15:59

    Journalistiek is geen vak waar in de praktijk enorm op gereflecteerd wordt. Daar is ook gewoon geen tijd voor; je leert al doende wat goed en minder is door de reacties van praktijkmensen op geproduceerd werk: learning by doing, trial & error. Na een tijdje weet je wat nieuws is en wat een goed interview, maar je kunt het nauwelijks onder woorden brengen.

    Ik snap de visie van Deuze wel, maar voorzie veel praktische problemen. Jongeren van rond de 20 vragen eigenwijs en visionair te zijn staat haaks op wat jongeren in het algemeen in die levensfase meestal bezitten (geen levenservaring, geen eigen visie, of het onwrikbare geloof in eigen eigenwijsheid).

    En het staat haaks op het meester-gezel principe van de praktijk. Dat leren is geen na-apen van hoge heren, maar het wezenlijke karakter van de beroepspraktijk. Het komt het meest tot uiting in de beoordeling: productie en geproduceerd werk is de maat voor professionaliteit, niet reflectie op het vak.

    Het is wel zo dat als de zittende redacteuren niets met internet hebben, of door onderbezetting van de redactie nooit meer het land ingaan, ze een ander voorbeeld stellen dan je misschien zou willen. Datzelfde geldt voor de stage zelf; sommige stagiaires hebben een steile leercurve van vier weken. De basisvaardigheden voor redactioneel werk zijn dan aangeleerd. Dat zou ipv een eindpunt het beginpunt moeten zijn. Maar zoals gezegd is een onderbezette redactie onder deadlinedruk geen ideale leeromgeving waar je es even lekker onder de hoede van twee begeleidende onderzoeksredacteuren weken lang meekijkt en zelf tegels gaat lichten.

    Tot slot mis ik in deze discussie een referentie; er zweemt wel iets doorheen dat het vroeger beter was, maar dat hebben we vaker gehoord. Het is voor mijn gevoel net als met stages in bijvoorbeeld het laboratoriumonderwijs, veel zevens , een paar negens, en die hangen voor een deel samen met persoonlijke gedrevenheid, interesse en ambitie.

    Wat dat laatste betreft – en nu neem ik een gevaarlijk standpunt in – waarom geen landelijke selectie voor een set van landelijke topstageplaatsen, waar opleiding en medium samen al die gesignaleerde problemen aanpakken. Als dat iets oplevert, kunnen alle stageplaatsen daarvan leren; en talent wordt er vroeg uitgepikt en gestimuleerd. Het zal wel in strijd zijn met het egalitaire karakter van de opleiding, maar je biedt studenten en stageplaatsen wel een keuze en een prikkel om te excelleren.

  10. Jaap schreef op 16 april 2007 om 18:59

    @Arno van ‘t Hoog: wat is er ‘gevaarlijk’ aan selectie? Het afleggen van een zekere proeve van bekwaamheid en motivatie is toch al enige tijd gebruikelijk bij in elk geval de masteropleidingen, en dat lijkt me niet meer dan volkomen terecht.

    Enne, het meester-gezelprincipe is het wezenlijk karakter van de beroepspraktijk? Bedoel je hier (ook): van de onderwijspraktijk? Als dat zo is, zou ik zeggen: hoog tijd om dat te veranderen. Het model van de ‘meester’ die de fijne kneepjes van het ambacht aan de gezel overdraagt lijkt me ook wel hopeloos gedateerd – juist omdat de mediaruimte zo snel verandert en jongeren wat nieuwe media betreft dikwijls over een stuk meer mediawijsheid beschikken dan het merendeel van hun docenten en de journalisten van de redactie waar ze stage gaan lopen. Dat jongeren omwille van hun leeftijd niet eigenwijs en visionair zouden zijn gaat er bij mij niet in, ik zou eerder het tegendeel willen beweren.

    Hetzelfde geldt voor die kritische reflectie. Ik heb geen journalistieke opleiding gehad en het maar een paar maanden gedoceerd aan de HU, maar 1 vak bestond juist uit reflectie over de veranderende positie en aard van de journalistiek in het licht van allerhande maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Dat ging hartstikke prima, en gaan er lustig mee verder op hun groepsblog over journalistiek, politiek en nieuwe media.

    Het lijkt me het belangrijkste vak waarmee in het eerste jaar moet worden begonnen; naar mijn oordeel is het grootste probleem van de meeste opleidingen journalistiek
    dat studenten een journalistieke ideologie met de paplepel krijgen ingegoten die dagbladjournalistiek idealiseert en traditionele journalistieke waarden verabsoluteert. Met als resultaat dat (opnieuw, gebaseerd op mijn beleving van de situatie aan de Hogeschool Utrecht) een overgrote meerderheid van de studenten een type journalistiek wil bedrijven dat is ontstaan in een mediacontext van vóór de komst van het internet, gebaseerd op tamelijk onwrikbare noties van wat ‘goede journalistiek’ is, die vervolgens moeilijk te relativeren zijn. Donderdag geef ik overigens een workshop nieuwemediajournalistiek & onderwijs aan de hogeschool van Mechelen (B), ben die nog aan het voorbereiden, kan daarvoor nog best wat input gebruiken; zijn er nog meer aanbevelingen voor journalistieke opleidingen? Kan ik ze nog mooi in mijn verhaal verwerken ;)

  11. Dick Bosscher schreef op 16 april 2007 om 20:28

    De vraag waarmee dit alles begint (wie leidt er nog ambachtelijke journalisten op?) kan heel eenvoudig worden beantwoord: Koninklijke Wegener NV. Sinds een jaar of tien werken we binnen dit uitgeefconcern met het begrip Wep, wat staat voor Werk Ervarings Plek. Jonge, zojuist afgestudeerde academici zonder journalistieke ervaring volgen een twee jaar durend leer-werk-traject. Gedurende twee weken krijgen zij onderricht in een bepaald facet van de journalistiek (berichten schrijven, interviewen, reportages, onderzoeksjournalistiek, multimedia en dergelijke), waarna zij enkele weken terugkeren naar ‘hun’ dagblad om het geleerde in de praktijk te brengen. Dan volgt weer een module van twee weken les, die overigens ook steeds een combinatie is van leren en doen. De docenten zijn doorgaans ervaren journalisten, de gastsprekers komen uit de journalistieke praktijk of hebben in hun metier dagelijks met journalisten te maken.
    De cursus gaat verder dan alleen de basisvaardigheden; tijdens elke module van twee weken gaan we ook enkele dagen naar de Rijksuniversiteit Groningen, waar de journalisten-in-opleiding college krijgen over de geschiedenis van de (regionale) dagbladjournalistiek, ethiek, de functie van de journalistiek in de samenleving en dergelijke.
    Het project wordt (terecht) gekoesterd binnen Wegener. Negentig jonge academici zijn de afgelopen jaren op deze wijze tot ambachtelijk journalist opgeleid; een goede zeventig procent heeft er een vaste aanstelling bij een van de dagbladen van Wegener aan overgehouden. In oktober gaat de achtste versie van start.
    Voor de goede orde: ik spreek me hier niet uit over de HBO-opleidingen danwel de postdoctorale, ik beantwoord de vraag waarmee deze discussie begon.
    Dick Bosscher, Hoofd Redactionele Opleidingen Wegener.

  12. Arno van 't Hoog schreef op 16 april 2007 om 20:47

    @ Jaap: Gevaarlijk bedoelde ik ironisch :-)

    Ok, misschien is mijn blik te beperkt, en zijn jonge journalisten veel mediawijzer dan ik ze afschilder.

    Leermeester-gezel klinkt misschien wel te ouderwets, maar geeft de kern van de dagelijkse praktijk aan. Jij noemt het met de nodige afkeer de paplepel, ik noem het de sociale werkelijkheid. Dat gebeurt niet alleen met wat je leert van de directe begeleider, maar ook door peer pressure op de redactie. Je doet het goed als je het goed doet in de ogen van je collega’s. Je kunt het zelfs een stagedoel vinden: hoe functioneer je in de organisatie? Als je dat allemaal wilt negeren cq op slag wilt veranderen via opleiding en stage, dan wens ik je veel succes.

    Je zult ergens een balans moeten vinden tussen conformeren en innoveren. Jonge eenmansrevolutionairen die het gospel van de nieuwe media komen verkondigen redden het ook niet.

    Ik krijg het gevoel dat er twee discussies door elkaar spelen.

    1. Het niveau van de stagiairs en de stages laat te wensen over. Het gaat dan om vaardigheden als taal, algemene ontwikkeling, journalistieke basisvaardigheden, en de te geringe inspanning die redacties in de begeleiding steken.

    2. De media veranderen, en de opleidingen sluiten daar niet op aan. Dat zal ongetwijfeld deels waar zijn, maar de maatvoering van de toekomstvisies is me soms iets te grof. Kort door de bocht: de oude media zijn ‘deaud’, ze weten het alleen nog niet.

    Laten we wel wezen, ook voor de nieuwe media moet je foutloos kunnen schrijven, interviewen, algemeen ontwikkeld zijn, betrokken, assertief, eigenwijs, nieuwsgierig. En ook in sociaal opzicht onder mensen in een media-organisatie kunnen functioneren. De mediacontext verandert, maar veel mediacontent en media-arbeid niet en daarmee zijn niet alle vaardigheden overbodig. Ook hoeft er niet op slag een nieuwe ethiek te worden verzonnen. Transparantie is nog steeds nastrevenswaardig, dat is geen verabsoluteerde waarde, maar behouden wat functioneel is.

  13. @Arno: goede punten, verhelderend ook. Maar begrijp me niet verkeerd, met kennis- en vaardighedenoverdracht is in principe niet zoveel mis, niet met het onderwijsmodel noch met de overgebrachte kennis en vaardigheden; daarnáást mag volgens mij wel wat meer ruimte voor nieuwemediaontwikkelingen en kritische reflectie. Transparantie is een perfect voorbeeld: dat is op internet iets heel anders dan in een krant: op internet wordt vaak naar bronnen gelinkt, maar waarom doen dagbladen dat niet in hun berichtgeving op internet? Dan zeg ik niet dat ze dat per se onmiddelijk moeten doen, maar het toont wel aan dat je bestaande waarden moet kunnen relativeren of opnieuw beoordelen in het licht van nieuwe ontwikkelingen.
    Maar goed, studenten die niet eens kunnen schrijven en geen algemene ontwikkeling hebben vormen wellicht, zeker voor redacties, een nog groter probleem. Bij mijn studenten zaten ook behoorlijke niveauverschillen. Ik zou zeggen, een milde selectie aan de poort en een strengere met bindend studieadvies na vijf maanden. Kun je in februari mooi instromen in een nieuwe opleiding.

  14. Lia schreef op 18 april 2007 om 21:21

    Mogen de studenten ook eigen wensen om vorm aan hun studie te geven inbrengen op de opleidingen? Of zijn het de opleidingen die bepalend zijn? Mij had zowel vaardigheden aanleren (vb. hoe breng je een goede spanningsboog in je stuk) als gestimuleerd en gecoached worden in het ontwikkelen van een eigen visie op het vak wel wat geleken.

  15. James McGonigal schreef op 2 mei 2007 om 14:58

    Het artikel van Leendert van der Valk roept vragen op.

    De eerste is: waarom heeft de auteur geen contact gehad met het sinds vijf jaar bestaande Platform Media Stages PMS? Hierin werken opleidingen, NVJ, uitgevers en Genootschap van Hoofdredacteuren samen om de match tussen opleidingen en stage-redacties te verbeteren.

    De tweede is: Waarom negeren al Van der Valks bronnen datgene dat zij zouden moeten kennen: de aan alle redacties en opleidingen gezonden stage-richtlijnen? Dat is een A 4-tje met aan de ene kant een checklistje voor de redacties en aan de andere kant een zelfde tien puntenlijstje voor de opleidingen en studenten. Hiermee is gemakkelijk te voorkomen dat een student rekent op interviewverhalen, terwijl de redactie een stukjestikker wil.

    Het PMS heeft al lang geleden een meldpunt in het leven geroepen (r.schets@nuv.nl) voor opmerkingen en klachten rond stages. Daar wordt amper gebruik van gemaakt. Dat het met stages zo slecht nog niet is gesteld blijkt ook uit de waarderingscijfers die stagiaires krijgen.

    Het kan altijd beter, maar veel van de verhalen die Van der Valk heeft opgetekend kloppen niet met de werkelijkheid – klagen is altijd makkelijker dan onderbouwen.

    Namens het PMS,
    James McGonigal (vertegenwoordiger NGH).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>