Alleen de mening van de lezer telt nog maar

Dagbladen onderschatten de gezaghebbende rol die journalisten kunnen hebben ten opzichte van (individuele) kwesties die bij hun lezers leven. Alle kranten besteden tegenwoordig grote aandacht aan het, nogal eenzijdig, betrekken van lezers bij hun publicaties. De rubrieken met reacties – in de krant of op internet – zijn niet van de lucht. Maar bereiken de dagbladen de lezers ook echt?

Het betrekken van krantenlezers en televisiekijkers bij mediaproducties schiet vaak door. Op onzinnige stellingen (voorbeeld: hoofdredactionele AD Peiling) mogen zij ja, nee of ‘geen mening’ zeggen. Sommige tv-programma’s maken het soms nog bonter door kijkers sms’jes te laten sturen waarvoor ze zelf moeten betalen. Kassa voor de producent! Ook de talloze enquêtebureaus – sommige pretenderen zelfs wetenschappelijk verantwoord bezig te zijn – profileren zich de wijsheid in pacht te hebben over wat er ‘onder het volk’ leeft.
Maar het ergste is dat vele journalisten zich verschuilen achter al deze meningspeilingen en hun ‘invalshoek’ van berichten, achtergrondreportages en opinies daarvan laten afhangen. De traditionele journalistiek waarbij fingerspitzengefühl, onafhankelijkheid en soms eigenzinnigheid van de journalist de hoofdrol speelden, lijkt steeds meer voorbij.

,,Het zijn niet de lezers die de inhoud van de kranten bepalen, maar wij als journalisten. Dat is onze rol en daarvoor worden we betaald,’’ zei een ooit als volontair begonnen oudere collega op een heftige planningsvergadering bij een dagblad waar ik heb gewerkt. Hoogopgeleide journalisten van de nieuwe generatie vroegen zich ’s morgens in de planning af wat de lezer die dag het liefst zou willen lezen. Het ging er niet meer om wat de redacteuren – als selecteurs van het nieuws of van de reportages – belangrijk vonden, maar de lezer, de abonnee of ‘het lid’ van de krant wilden.

Overschat
Tegenwoordig wordt de mening van de lezer of kijker door de journalisten zwaar overschat. Enquêtebureaus, kranten en tv-rubrieken concluderen op grond van meningen van enkele duizenden mensen dat ‘Nederland iets wel of niet wil’. Relativeren is er nog nauwelijks bij. Populisme heeft de overhand. Ik stam nog uit de tijd dat de ‘sensationele’ openingen van de destijds populaire De Telegraaf nog niet eens werden nagetrokken.
Met weemoed denk ik terug aan de vaak langdradige en eigenwijze commentaren van hoofdredacteuren van kranten die op de eigen redacties ook zeer werden bekritiseerd. Alleen NRC Handelsblad heeft nog een zweempje van hoofdredactioneel gezag. AD Nieuwsmedia hebben het commentaar van de hoofdredacteur (en de opinie van eigen deskundige journalisten) afgeschaft. Alleen de mening van de lezer telt! De journalisten worden steeds meer een doorgeefluik van de gekheid in onze samenleving.

Over de toenemende elektronische contacten tussen de journalisten en de lezers/kijkers heeft De Nieuwe Reporter in De Journalist (nr. 6) op voor mij onthutsende wijze verslag gedaan. Onthutsend omdat de contacten (veelal per e-mail) niet rechtstreeks met de ‘gezochte’ journalist mag gebeuren maar via aparte – vaak ook moeilijk bereikbare – lezersredacties. De lezers moeten door ‘een zeef’ en mogen blij zijn als zij af en toe een standaardreactie krijgen.

Querulanten
Het begin van mijn journalistieke carrière bij dagbladen stamt nog uit de tijd (eind jaren ’60) dat elke lezer die de krant belde in principe de betreffende journalist aan de telefoon kon krijgen. Ook toen waren er querulanten (misschien wel meer dan nu) maar die werden duidelijk gemaakt dat men daarvan niet gediend was, ook al kostte dat een abonnee.

De meeste journalisten, zeker zij die kennis van zaken hadden op financieel-economisch, sociaal-economisch en juridisch terrein, werden door lezers geraadpleegd over hun vaak individuele kwesties. De journalist werd nog gezag en rechtschapenheid toegemeten. Zijn advies telde voordat vragende en zoekende burgers verdere stappen ondernamen.

Die functie van een krant mis ik thans. De contacten tussen journalisten en lezers zijn – mede dankzij de nieuwe elektronische media – misschien veel groter, maar ook minder interactief. Het is de mening van de een aan de ander.

Dagbladen (zeker de regionale) en misschien ook wel de dicht bij de lezer staande huis-aan-huis- kranten of nieuwsbladen zouden veel meer het met vragen zittende publiek moeten bijstaan met maatwerkadviezen. Daarvoor zijn wel (ambachtelijke) journalisten nodig met kennis van zaken. Het is misschien niet het leukste deel van hun werk, maar het kan hun ook aardige rubrieken, reportages en tips opleveren.

Daartegenover zou men kunnen inbrengen dat al die mensen tegenwoordig al hun informatie kunnen krijgen op internet, bij callcentra en alle andere servicegerichte publieksdiensten. Dat is ook zo, maar tegelijkertijd het grote probleem. Wie kan uit het overaanbod van (algemene) informatie nog interpreteren wat voor hem van pas komt? Wie een vraag stelt over bijvoorbeeld een sociale uitkering, een belasting- of een consumentenkwestie komt bij callcentra terecht waar men eerst vele menu’s (en wachttijden) moet doorlopen waarna men vaak met algemene informatie (om niet te spreken van dooddoeners) wordt afgescheept.

Maatwerk
Hierin is een taak weggelegd voor een degelijke journalist die kan duiden, interpreteren en adviseren. Maatwerk leveren dus aan de lezer (of kijker). Niet om zijn of haar problemen op te lossen maar met een gericht advies verder op weg te helpen.

NRC Handelsblad had een dergelijke rubriek, overigens uitsluitend in pensioenvraagstukken. Het oude Algemeen Dagblad (voor de fusie en restyling) had Uw Goed Recht. Ik had bij het door de zelfde fusie getroffen Rotterdams Dagblad mijn rubrieken Rechthoek en Hoekman (voor financiële kwesties).

Om voor mij onverklaarbare redenen zijn deze vraag- en antwoordenrubrieken verdwenen, terwijl je juist zou denken dat als je als krant dichter bij je lezer wil staan dit een bindingsfactor van jewelste zou kunnen zijn. Als er iets is wat lezers van kranten waarderen, is dat zij persoonlijk worden geadviseerd. Als je de lezer eenmaal verder op weg hebt geholpen, kan je krant niet meer stuk!

Ik kan alleen maar uit eigen ervaring spreken. Mede door de elektronische contacten (e-mail) was het aantal vragen van lezers bij het Rotterdams Dagblad in het laatste jaar (2005) dat deze krant in de oude formule nog bestond opgelopen tot gemiddeld 20 tot 40 zeer zinnige kwesties (over uitkeringen, belastingen, echtscheiding, consumentenzaken, enz.) per week.

Elke vragensteller kreeg een persoonlijk (maatwerk-)antwoord, ook als er een onzinnige vraag werd gesteld. Ik was zelf rechtstreeks bereikbaar. De rubriek werd goed gelezen en gewaardeerd. En als ik in de beantwoording of het advies een slippertje maakte, was de specialistische wereld van de advocatuur, notarissen, juristen of uitkeringsdeskundigen er als de kippen bij om mij terecht te wijzen. Waarna ik er in een volgende rubriek er op terugkwam.

Met evenveel succes ben ik na mijn vrijwillige uittreding voor ouderen bij de fusie van AD Nieuwsmedia toch weer een interactieve rubriek (Rechten & Plichten) begonnen. Nu bij De Oud Rotterdammer, een veertiendaagse gratis krant voor 50+ in Rotterdam en omgeving met een oplage van 80.000. Via de site www.deoudrotterdammer.nl of per brief kunnen lezers mij vrijwel rechtstreeks bereiken. Opvallend is dat het grote aantal vragenstellers per e-mail binnenkomt. En dat van ouderen over wie ten onrechte wordt gedacht dat zij niet met de ‘jonge elektronica’ kunnen omgaan.

En wie kwam ik als vragenstellers vaak tegen? Dezelfde lezers die hun abonnement bij het AD Rotterdams Dagblad hadden opgezegd uit onvrede over de totaal nieuwe formule van de krant! Over lezersbinding gesproken!

Ik heb weinig hoop dat de (grote) dagbladen een dergelijke service aan hun lezers (zeker die van duurbetaalde kranten) gaan bieden. Ik wil met dit betoog aantonen dat de contacten tussen de journalisten en lezers/kijkers/luisteraars weliswaar groter zijn geworden, maar ook eenzijdiger en afstandelijker.

Eén reactie

  1. Ben het grotendeels met je mening eens: er wordt teveel toegegeven aan de “de macht van de nietswetende *lezer*” Ik wil echter wel een nuancering aanbrengen. Ik geloof namelijk wel dat de hedendaagse technologische ontwikkelingen het mogelijk maken dat de kracht van de grote groep (“wisdom of crowds”) ervoor kan zorgen dat dergelijke specifieke vragen kan beantwoorden (“Wie kan uit het overaanbod van (algemene) informatie nog interpreteren wat voor hem van pas komt?) Het zijn dan niet de nietswetende *lezers* maar de verzameling van veelwetende *experts* die gezamelijk de antwoorden formuleren. Of de website van een krant daar het juiste middel voor is, is m.i. dan wel een interessante vraag. Ik denk dat sociale netwerk-omgevingen, waar dergelijke (burger)experts zich verzamelen daar beter voor geschikt zijn. Misschien hebben de technologische ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar die rol van de krant als autoriteit inderdaad aangetast en verminderd en is die nu vervangen door een grote verzameling van (burger)experts.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>