Op donderdag 3 mei, de dag voor de persvrijheid, staat het onderwerp ‘bronbescherming’ voor journalisten centraal. Maar onze minister van Justitie Hirsch Ballin ziet vooralsnog niets in deze geheimhoudingsplicht of dit verschoningsrecht. Hij heeft laten weten dat hij niets voelt voor het idee om die bronbescherming in de wet te verankeren. En, het hoge woord moet er maar uit, gelijk heeft hij.
Want wie is die journalist eigenlijk in deze bezeten tijden van burgerlijke journalistiek, reality tv, met de telefoon fotograferende verslaggevers in de dop, infotainment en Skoeps (wat het ook moge zijn) die zestien miljoen reporters zoekt? Is het iemand die een persoonlijke weblog vult, de topverslaggever van een boulevardblad die het overspel van een soapster met de postbode onthult, de verhuftering in de hand werkende redacteur van de melige, tegendraadse internetsite of de televisiemedewerker met draaiende camera die mogelijke daders opspoort, in staat van beschuldiging stelt en ze en passant ook nog even veroordeelt? Roept u maar.
Of gaat het hier, o ellendige gedachte, om een beroepsgroep die zich verplicht zal moeten laten registreren alvorens men zich zal kunnen ‘verschonen’? Wie of wat is een journalist? Ook Joris Luyendijk gaf een antwoord. Volgens hem is de journalist een soort tussenpersoon die het nieuws op bedenkelijke wijze selecteert en die, het kan helaas niet anders, de werkelijkheid voortdurend vervormt. Ik zou eraan willen toevoegen: moet aan deze beklagenswaardige figuur werkelijk een vorm van geheimhoudingsplicht worden gegeven? Overigens ontkrachtte Luyendijk, toen hij nog in het Midden Oosten werkzaam was, met een aantal fraaie artikelen deels zijn eigen theorie.
Bronbescherming! Waar is de tijd gebleven dat de journalist kortstondig en met tegenzin in de vertrekken der rijken en machtigen werd getolereerd. En pas als deze ‘mestkever van de pers’ weer snel zijn hielen had gelicht konden de achterblijvers weer opgelucht ademhalen en vrijuit spreken. Wat was daar mis mee? Waarom zouden de onaanzienlijke tegellichters en besmeurde modderwroeters ineens een wettelijke status moeten krijgen? Maar helaas neemt de roep om bronbescherming steeds meer toe, kamerleden en Telegraaf (!) marcheren in deze hand in hand. Tot het onzalige moment dat ook onze zo op een rijpe plafondengel gelijkende minister van Justitie overstag zal gaan. En dan, mark my words, is de tijd aangebroken voor een kwalijke koppelverkoop. Wie de wet omarmt zal door de wet omarmd worden.
Nu al zijn er politieke stemmen te beluisteren die vinden dat er dan, naast die vermaledijde bronbescherming, ook maar eens een gedragscode met wettelijk vastgelegde sancties moet komen om het valse zoemen van de persmuskiet in melodieuzer banen te leiden. De razende reporter, beschermd door de wet en ingepakt in een wurgende code. Het moet toch niet gekker worden.
Al sinds de eerste wankele schreden van de journalist in de 17e eeuw klinkt de roep van autoriteiten en alle anderen die wat te vrezen hebben om inperking, aan banden leggen, beknotting, controle, inkaderen, wetenschappelijke vormen en in goede banen leiden van de pers. De verontruste burger diende en dient beschermd te worden tegen deze luizen in de pels. Godlof is dat niet gelukt maar, eerlijk is eerlijk, iets van die roep om levenslange gevangenisstraf, martelen of desnoods vierendelen is niet helemaal onbegrijpelijk. De pers kan reputaties breken, mensen verdacht maken, schandalen opblazen, emoties opleuken, ontwikkelingen overdrijven en complottheorieën ontwikkelen. En deze tijd werkt ook niet mee, velen zij heden ten dage nu eenmaal van mening dat alles wat wordt gedacht ook geschreven en gezegd moet kunnen worden. Zonder uiteraard al te zwaar te tillen aan bijvoorbeeld kennis van zaken, fatsoen, verantwoordelijkheid en goede smaak.
Maar ook waar is dat tot nu toe ombudsmannen van de krant, lezersrubrieken, antwoorden en code van hoofdredacteuren, correcties en aanvullingen, Raad voor de Journalistiek, leidraad voor het journalistieke handelen, de Code van Bordeaux en de burgerlijke rechter heel aardig in staat bleken de uitwassen van de representanten van ‘de Koningin der Aarde’ onder controle te houden. Dus dienen de journalisten de verlokkingen van een in de wet verankerde bronbescherming te weerstaan. Al was het alleen maar om een wettelijke gedragscode te voorkomen.
Laat ten onzent de journalist zijn eigen boontjes maar doppen, dat is sinds de oprichting van de ‘Opregte Haarlemsche Courant’ vrij goed gelukt. Laat de onafhankelijke mestkever gewoon zijn werk doen, de waarheid schrijven, misstanden en schandalen onthullen, de burger verontrusten en tegendraadse meningen ventileren. En als de bron moet worden beschermd, dient hij deze dan ook tot het bittere einde te beschermen. Desnoods krijgt Kees Lunshof de gedetineerde verslaggever wel weer vrij. Dus niet de Volkskrant, die zijn bron onthult nog voor daar om wordt gevraagd, maar Bart Mos, Joost de Haas en Koen Voskuil zijn onze helden. En het motto dient dan ook te zijn, liever door de minister in een cel geworpen dan dat door hem te worden beschermd. Luizen in de pels en mestkevers horen eerder thuis achter de tralies dan in een bron die iets met verschoning te maken heeft.
9 reacties