Deugen journalisten? (over Sangers Citizendium)

logocitizendiumDeugt de massa of neigt de meute in het beste geval tot middelmatigheid? Hebben we een elite nodig om de cultuur te redden? Of kunnen we, in tijden van internet en social software, best zonder experts van naam en faam? En wat in die informatiesamenleving is nog de rol van de journalist?

Zijn journalisten, door de bank genomen, ergens goed in? Zijn ze experts? Of weten ze bijna niets van alles, zoals sommige hardboiled verslaggevers na een paar glazen bier wel willen toegeven? De vraag schoot me te binnen toen ik Who says we know las, een essay van Larry Sanger, medeoprichter van Wikipedia. Die encyclopedie, zegt Sanger, deugt niet, omdat experts worden buitengesloten. Op Wikipedia mag iedereen immers een bijdrage leveren. Samen, luidt het credo, weten we alles.

Het stuk van Sanger raakt aan twee of drie schragen onder het debat over de waarde van informatie op internet. De vraag is telkens of het net als bron te vertrouwen is. Wie daaraan twijfelt, omdat het net vergeven lijkt van anoniem geposte informatie en soms geterroriseerd wordt door trollen en halvegaren, wordt al snel gewezen op het succes van Wikipedia. Die encyclopedie is een van de meest geraadpleegde bronnen van het net.

Toch is Wikipedia volgens Sanger mislukt. De encyclopedie bevat te veel fouten en wordt te vaak misbruikt voor persoonlijke campagnes. Uit frustratie begon Sanger, die begin deze eeuw de naamgever, bedenker en hoofdredacteur was van Nupedia, de wat meer traditionele voorloper van Wikipedia, een nieuw online naslagwerk. Dat is Citizendium. Opnieuw gebouwd op wiki-software, gratis te raadplegen en vrij van advertenties. Maar anders dan Wikipedia laat Sanger zijn artikelen redigeren door experts en zijn anonieme bijdragen niet welkom.

Het essay van Sanger – van huis uit filosoof – staat op Edge. Het gaat over de vraag of het fundament van algemene kennis, dat wat we met z’n allen weten, onze background knowledge zoals de auteur het noemt, wel in goede handen is bij een egalitaire internetgemeenschap als Wikipedia. Vroeger, redeneert Sanger, wisten we wat we wisten dankzij (of ondanks) de kerk. Daarna bleef het toetsen, filteren en verspreiden van kennis in handen van professionele elites. De censor, uitgevers, eigenaren van massamedia. Met internet veranderde dat radicaal. Wikipedia is het icoon van democratische, collaboratieve niet-professionele-kennis.

Nu we dankzij internet voor onze informatie niet meer afhankelijk zijn van een professionele elite, dreigt echter ook het respect voor die experts verloren te gaan. Dat is zonde en onnodig, stelt Sanger. Het is jammer omdat de waarheid soms echt gediend is bij de deskundigheid van een professionele expert. En onnodig omdat je volgens Sanger heel goed de verworvenheden van Web 2.0 – massale peer-to-peer-samenwerking, open bronnen – kunt behouden naast de inbreng van experts.

Dabblerism
Sanger zet zich af tegen het sektarisme van Wikipedia en vergelijkbare, radicaal democratische sites. In die ideologie, volgens een criticus als Andrew Keen wortelend tussen jaren-zestig-flower-power-optimisme en het techno-utopisme van de jaren negentig, is ieders inbreng evenveel waard. Het systeem is anti-autoritair, een hiërarchie gebaseerd op geëtaleerde expertise bestaat niet. Anders dan Keen spreekt Sanger niet van een cultus van de amateur (want er geld mee verdienen is geen criterium voor deskundigheid). Wiki, zegt Sanger, is gebaseerd op ‘dabblerism’ (als in: we-doen-maar-wat).

Wat mij betreft is dat sektarische precies wat Wikipedia bedreigt. Het naïeve jarenzestig-optimisme staat mijlenver af van de pragmatische benadering die ik waardeer in programmeurs. “Waar is wat werkt,” lijkt me een beter uitgangspunt dan “waar is wat wij samen vinden dat waar is”. Daarmee schaar ik me nog niet achter Sanger, die waardering heeft voor Wikipedia maar in laatste instantie niet gelooft in een wereld zonder experts. Ik geloof evenmin in de wijsheid van de elite als in die van de massa, maar heb wel vertrouwen in technologie. Als dat me een techno-utopist maakt, moet dat maar.

Tussen twee haakjes: als ik zeg niet te geloven in de wijsheid van de massa, ontken ik niet dat er zoiets bestaat als the wisdom of crowds (als beschreven in het boek met die titel van James Surowiecki). Maar terecht wijst ook Larry Sanger erop dat dat fenomeen – de gemiddelde schatting van een grote groep is nauwkeuriger dan de beste schatting van een enkeling – alleen werkt als mensen in een groep onafhankelijk van elkaar werken. Terwijl Wikipedia juist gebaseerd is op consensus en samenwerking, en dat staat haaks op the wisdom of crowds.

Te vaak en te makkelijk, zegt Sanger, wordt the wisdom of crowds aangeroepen om te verklaren hoe wonderbaarlijk accuraat Wikipedia is. Dat ben ik met hem eens. Maar wanneer je het principe wat minder naar de letter neemt, en de kreet hanteert als metafoor voor allerlei vormen van “netwerkintelligentie”, wordt misschien duidelijk waarom ik wel degelijk denk dat samenwerking op internet hoogwaardige kennis op kan leveren, ook zonder de inbreng van experts zoals Sanger die bij Citizendium bepleit.

In een van de reacties op het essay van Sanger wordt het al genoemd. Een systeem als Wikipedia kan worden aangevuld met ‘reputaties’. Ik doel niet per se op klassieke reputaties van experts (cv, lijst met publicaties, relaties in een Rolodex). Denk eerder aan de wijze waarop Google de miljarden webpagina’s in de wereld van meta-informatie voorziet. Het aantal links dat ergens naar verwijst, en de kwaliteit van de verwijzer (als bepaald door het aantal links dat naar hem verwijst) – dat is het wezen van Googles PageRank-algoritme.

De reactie in kwestie is afkomstig van Gloria Origgi, een Italiaanse, in Parijs werkende filosofe en epistemologe die onderzoek doet naar de oorsprong van kennis en de impact daarop van internet. Ze deelt Sangers scepsis waar het gaat om de veronderstelling dat het gelijkheidsbeginsel van Wikipedia (’iedereen mag iets posten en ieder ander corrigeren’) linea recta tot de waarheid leidt. Maar ze wijst erop dat het net behalve een bron van informatie ook een bron en tool voor reputaties is.

An efficient knowledge system like Wikipedia inevitably will grow by generating a variety of evaluative tools: that its how culture grows, how traditions are created. What is a cultural tradition? A labelling system of insiders and outsiders, of who stays on and who is lost in the magma of the past. The good news is that in the Web era this inevitable evaluation is made through new, collective tools that challenge the received views and develop and improve an innovative and democratic way of selection of knowledge. But there’s no escape from the creation of a “canonical” – even if tentative and rapidly evolving – corpus of knowledge.

Deugen journalisten?
Waar Sanger voor zijn nieuwe encyclopedie het principe van gelijkheid loslaat en in feite old school topdown redactie invoert, zoekt Origgi het in een andere richting. Zij erkent dat een cultuur een systeem nodig heeft van waardering en evaluatie van kennis, dat er een “canon” moet ontstaan van kennis, dat er ongelijkheid zal blijven bestaan tussen “zij die weten” en “zij die kunnen worden vergeten”, maar ze vestigt haar hoop op het net zelf. Daar moeten de nieuwe, collectieve gereedschappen vandaan komen voor nieuwe vormen van kennis-evaluatie.

De problemen van de netwerksamenleving, de ellende en sores die kennelijk onvermijdelijk samenhangen met deze vorm van anonieme, niet aan tijd en plaats gebonden communicatie, zullen ook worden opgelost door netwerktechnologie. Dat is, ik weet het, een utopische gedachte. Maar het idee dat het net in staat is zijn eigen rommel op te ruimen, voedt mijn pleidooien voor meer innovatie, ook en vooral in de journalistiek. Ik erken dat internet soms niet te vertrouwen is, maar de wij-weten-het-dus-beter-reflex van journalisten vind ik kortzichtig.

Met Origgi beweer ik dat kennis niet zonder reputaties kan. Op internet leidt dat tot ‘reputatiesystemen’ – niet tot ijdele, arrogante journalisten die veronderstellen dat alleen zij in staat zijn echt van onecht te onderscheiden, feit van fictie, de waarheid van een leugen. Die rol van poortwachter was honderd jaar lang, in de laatste eeuw van informatie-elites, ongetwijfeld cruciaal voor de democratische samenleving. Maar dankzij internet heeft de journalist niet langer het monopolie als gatekeeper.

De fundamentele vraag onder de credibility van Wikipedia is: deugt de massa? Kan een online gemeenschap kennis genereren die goed genoeg is als background knowledge voor onze cultuur? Larry Sanger bestrijdt dat idee (net als de door mij eerder geciteerde Jaron Lanier). Ik leid uit zijn betoog en het debat erover de vraag af hoe journalistiek kan deugen. Door zich aan te passen aan internet, aan de nieuwe vormen van egalitaire samenwerking die op het net ontstaan én aan de reputatiesystemen die het zal voortbrengen.

De moderne journalist moet een expert zijn, maar niet in de oude betekenis van dat woord: het gaat er niet om wat hij weet maar hoe hij weet. Hij moet voortreffelijk, als een professional, kunnen omgaan met de kennis van derden, hij moet in gesprek zijn met zijn lezers, hij moet een intens begrip hebben van de wijze waarop kennis op het net ontstaat en wordt geëvalueerd door reputatiesystemen (als Google). Hij moet kortom een betere journalist zijn. Hij moet betere verhalen vertellen, en die beter vertellen.


16 reacties:

Bèr Kessels
20 mei, 2007

«deugt de massa?»
Zonder ál te filosofisch te worden: dit is een vraag die altijd met “ja” beantwoord wordt. Immers: diezelfde massa bepaalt wat ‘deugt’ en wat niet. Een massa die niet deugt bestaat wel, maar altijd in het verleden. “We waren fout”.

Dit is daarom ook de kracht van een systeem als wikipedia. Niet persé de enige, ene waarheid zal opborrelen en blijven staan, maar de waarheid volgens “de massa”. En daarin verschilt dit systeem niet veel van dat van een journalist als gatekeeper.
Immers: een journalist die het nieuws filtert en de wereld beschrijft volgens een norm die absoluut niet deugt volgens “de massa”, kan misschien in een toekomst zijn gelijk krijgen: op het moment dat zij of hij deze “werkelijkheid” deelt, zal dat waarschijnlijk vaak zelfs tot censuur, of op zijn minst een structureel gebrek aan lezers, kijkers of luisteraars leiden. Een journalist is daarom net zo goed onderdeel van de massa. En is op zijn minst gebonden aan de nukken van die massa.

Het enige dat echt van belang is, is dat de massa ook écht de kans heeft om de werkelijkheid anno nu te poneren, zonder dat een paar trollen/andersdenkenden/vandalen haar telkens proberen te veranderen. Want dát is het grote gevaar voor Wikipedia: het is heel makkelijk iets kapot te maken, te verstoren of scheef te trekken. Terwijl het heel moeilijk is, om tot die gezamelijk geaccepteerde werkelijkheid te komen.

albert van der vliet
21 mei, 2007

Het is merkwaardig zoals Blanken weet te volhoren in de ‘massa’ enerzijds en de ‘elite’ anderzijds. Hij is natuurlijk bang voor zijn hachje en vreest de opstand der horden, als Ortega y Gasset (als ik me niet in diens naam vergis, want in de jaren zestig of zeventig is er al met zijn denkbeelden afgerekend).
Zelf behoort Blanken -what’s in a name- natuurlijk tot de elite, net als zijn collega-journalisten, de professionele ‘gatekeepers’ van de informatie. Er is maar één conclusie mogelijk: Blanken behoort met zijn gedachtegoed tot een communicatieve sekte.

Lia
21 mei, 2007

Wat we nodig hebben Henk, zijn mensen die kaders bieden, én is de ruimte om buiten die kaders te mogen denken. Ik kan je zoektocht naar een mogelijkheid om je te onderscheiden waarderen, maar de manier waarop je het brengt begint mij onderhand tegen te staan. “Deugt de massa?” Wat is dat voor vraag! Is dat retorisch bedoeld? Wie bedoel je met “de massa”? Zo langzamerhand word ik een beetje misselijk van dat gebral. En begin ik op een journalist te lijken; die tegen elkaar knokkende vakgenoten die elkaar ervan proberen te overtuigen dat hun werkelijkheid de goede is. Maar dát is toch geen journalistiek! Er is niks mis met een zoektocht, maar heb dan wel het lef om ervoor uit te komen dat het JOUW zoektocht is! Het volgende vond ik op internet, slechts de conclusie is van mezelf. Ik hoor van jou dan wel weer of die klopt:

Henk Blanken (1959), vrouw, twee kinderen, woont in Haren. Adjunct hoofdredacteur bij het Dagblad van het Noorden. Werkte eerder voor het Vrije Volk (1980-1987) en de Volkskrant (1987-2003). Zoekt, vanwege karakter én vanwege inzakkende DvhN- c.q. krantenmarkt, naar nieuwe journalistieke wegen. Wil zich onderscheiden. Niet bang voor vernieuwing. Weet, getuige de vele publicaties, voordrachten en lezingen op dat gebied, alleen nog niet goed hoe. Onderscheid zich vooralsnog slechts daarmee/
Onderscheid zich vooralsnog juist daarmee. Het is nl. maar net hoe je het bekijkt.

Titel Periode TOTAAL BETAALDE KERNOPLAGE TOTAAL
DvhN 2001 175.794 (NvhN+DC)
DvhN 2002 169.106
DvhN 2003 164.617
DvhN 2004 160.323
DvhN 2005 153.780
DvhN 2006 138.718
(bron: Hoi)

Lia
21 mei, 2007

Ahum, zo beter leesbaar hoop ik.

Henk Blanken (1959), vrouw, twee kinderen, woont in Haren. Adjunct hoofdredacteur bij het Dagblad van het Noorden. Werkte eerder voor het Vrije Volk (1980-1987) en de Volkskrant (1987-2003). Zoekt, vanwege karakter én vanwege inzakkende DvhN- c.q. krantenmarkt, naar nieuwe journalistieke wegen. Wil zich onderscheiden. Weet, getuige de vele publicaties, voordrachten en lezingen op dat gebied, alleen nog niet goed hoe. Niet bang voor vernieuwing. Blanken blogt. Onderscheid zich vooralsnog slechts daarmee/Onderscheid zich vooralsnog juist daarmee. Het is maar net hoe je het bekijkt.

Titel Periode TOTAAL BETAALDE KERNOPLAGE TOTAAL
DvhN 2001 175.794 (NvhN+DC)
DvhN 2002 169.106
DvhN 2003 164.617
DvhN 2004 160.323
DvhN 2005 153.780
DvhN 2006 138.718
(bron: Hoi)

albert van der vliet
22 mei, 2007

Henk Blanken denkt dat journalisten tot de elite behoren. Dat doen ze niet en Blanken ook niet ook al schrijft hij met veel poeha. Tot de elite behoren wetenschappers, kunstenaars, intellectuelen. Blanken overschat zichzelf. Journalisten zijn nieuwsboeren, hbo’ers, geen academici.
Binnen het terrein van de massacommunicatie behoren journalisten wel tot een elite, zij het een zeer bedenkelijke. De nieuwsboeren hebben de communicatie geclaimd als werkterrein en stellen alles in het werk om buitenstaanders, bloggers, burgers en buitenlui, geen kans te geven in de media, die eigendom schijnen te zijn van de journalistiek.

Henk Blanken
22 mei, 2007

@Lia: persoonlijke aanvallen mogen best, daar ben ik niet flauw in, maar ik zou het waarderen als je op de inhoud van mijn verhaal in ging. Natuurlijk is de vraag “deugt de massa”, net als de vraag “deugt de journalist” retorisch bedoeld. Beide begrippen gebruik ik generaliserend, om aan te geven dat ze “vroeger”, in de tijd van de oude massamedia, tegenover elkaar stonden en nu vanwege internet meer en meer met elkaar te maken hebben. Het klassieke beeld van de massa, lees Jaron Lanier erover, wil dat er weinig goeds uit tevoorschijn kan komen. De “crowd” is bedreigend, collectivisme wordt geassocieerd met de communistische heilstaat en al wat die aan ellende heeft voortgebracht. Ik zet daar een nieuwe massa tegenover, die van Wikipedia en the wisdom of the crowd, en vraag me af hoeveel goeds daaruit voort kan komen. Dat is de basisvraag, waaruit volgt welke rol de journalist voortaan moet en kan spelen.
Ik geloof dat dat zinvolle en misschien wel belangrijke vragen zijn. Met iedereen die op die onderwerpen in gaat, ga ik graag in discussie.

albert van der vliet
22 mei, 2007

HB: ‘Het klassieke beeld van de massa, lees Jaron Lanier erover, wil dat er weinig goeds uit tevoorschijn kan komen.’
De Beatles inderdaad. Say no more.

Lia
22 mei, 2007

Hallo Henk, mijn vorige bericht was niet als persoonlijke aanval bedoeld, dus het spijt me dat het zo is overgekomen. In mijn manier van schrijven kan ik kennelijk nog wat verbeteren. Het spijt me ook dat er juist vanwege tegenover elkaar staande vakgenoten die elkaar van hun werkelijkheid proberen te overtuigen, binnen het vakgebied der journalistiek zo weinig ruimte beschikbaar is (lees: wordt gegeven en wordt genomen), om je kwetsbaar op te stellen.

Ik denk altijd maar dat als je een stuk schrijft dat op dit log verschijnt, zoals jij nu over een al dan niet deugende massa danwel een al dan niet deugende journalistiek, je iets wilt zeggen, of iets wilt vragen. Je schrijft zo’n stuk niet voor niets. Als je vraagt, deugt de massa en deugt de journalist? “om aan te geven dat ze “vroeger”, in de tijd van de oude massamedia, tegenover elkaar stonden en nu vanwege internet meer en meer met elkaar te maken hebben”, is dat kennelijk een item voor je. Want is het wel waar dat de massa en de journalist “vroeger” minder met elkaar te maken hadden? Of was de manier van communiceren toen anders, en vergt het nu van journalisten andere communication skills?

Zelf ben ik er voorstander van om communicatie in en over het vakgebied wat meer categorisch in te delen, en wel door een onderscheid te maken tussen a. de uitoefening van het beroep journalist, b. de communicatie tussen vakgenoten over het uitoefenen van het beroep en c. de uitwisseling van gedachten/ideeen/wensen etc. over het uitoefenen van het beroep tussen beoefenaren van het beroep en anderen. Een vraag kan dan zijn, waar scharen we dit wat we hier op dit log doen onder?

Bovendien, waarom zou er niets goeds kunnen voortkomen uit de massa van Wikipedia en de wisdom of the crowds? Een goede basis en een kader krijg je aangeboden op school (dat zou althans moeten maar dat is een andere discussie). Wij, als in de journalistiek, zijn geen vervanger voor een school/studie! Wat wij bieden is een aanvulling, en naar ik mag hopen de mogelijkheid om buiten de kaders te leren denken en verder te leren kijken dan het eigen wereldbeeld lang is. En als mensen vanwege het huidige marktdenken steeds sneller en makkelijker hun behoeften kunnen bevredigen, en niet buiten de kaders willen leren denken en niet verder willen kijken dan hun eigen wereldbeeld lang is, dan is het enige wat wij kunnen doen hun gedachten/wensen/ideeen signaleren, en voor jezelf nagaan hoe en of je daar als journalist in wilt staan.

Henk Blanken
22 mei, 2007

@Ber Kessels: Dat de massa altijd deugt, althans in het heden, is een intrigerende gedachte. Je bedoelt geloof ik dat de massa altijd van zichzelf denkt dat hij deugt en dat we pas achteraf kunnen vaststellen of dat ook werkelijk zo is. Ik ben geen filosoof, maar wil hier graag nog eens over doordenken.
Mijn vraag was natuurlijk toegespitst op Wikipedia. Die encyclopedie suggereert dat een massa, als hij samen schrijft, tot iets bijzonders in staat is. Kortom: dat de massa onder voorwaarden op internet kan deugen. Die gedachte wordt door Larry Sanger bekritiseerd. Dat je daar oog voor hebt, blijkt aan het slot van je comment, daar waar je de achilleshiel van Wikipedia beschrijft.

Werner de Graaf
22 mei, 2007

Wijlen Marten Levendig mocht, in zijn zatste bui en in zijn knalrode pullover vol gaten, altijd graag verhalen over de spreekbeurt die hij ooit hield over ‘Het Automobiel’. Een opsomming van louter automerken, en dat twintig minuten achtereen.

Marten noemde dat ‘volkskennis’.

Geen historische achtergronden, geen dwarsverbanden, namen, namen, namen.

“Dabblerism” zou je ook kunnen vertalen met “we roepen maar wat”.

Als mijn jongste dochter een spreukbeurt voorbereidt over ‘De Pizza’ kan ze dankzij Wikipedia.nl (’de wijsheid van de massa’) twintig minuten vullen met het opsommen van pizzasoorten. De Hollandse Wikipedianen maken zelfs melding van de Pizza Shoarma en de Pizza Vegetale: “Van Dr. Oetker, met vier soorten groenten”.)

Ze kan haar spreukbeurt afsluiten met leuke trivia, zoals: “Er bestaan sinds 2005 pizzachips die naar verschillende pizza’s smaken”.

God beter ‘t.

Deugt de massa? Kan een online gemeenschap kennis genereren die goed genoeg is als background knowledge voor onze cultuur?

Nee.

Deugt de journalist?

Och, deugt de pizzabakker? De pizzabakker moet een betere pizzabakker zijn. Hij moet betere pizza’s bakken, en die beter presenteren.

Ik bedoel maar.

Lia
22 mei, 2007

Henk, LAAT ME LACHEN

albert van der vliet
22 mei, 2007

De massa vult Wikipedia… Wat een ongelooflijke pedanterie. Wikipedia wordt gevuld door amateur-specialisten en door vakmensen, liefhebbers, hobbyisten, die meer toegewijd zijn aan hun onderwerp dan de journalist aan de journalistiek.
Wikipedia of welke encyclopedie dan ook heeft niets met journalistiek te maken. Ik heb meer achting voor de amateur-archeoloog of -sterrenkundige, die onbetaald zijn kennis ter beschikking stelt aan Wikipedia, dan voor de gemiddelde journalist.
Verwoede kennisamateurs beschikken over meer ‘grijze massa’, intelligentie en opleidingsniveau dan de zogenaamde journalistieke elite. Journalisten zijn holle vaten met enige vaardigheden.

lia
22 mei, 2007

hahaha, ik moet ineens onbedaarlijk lachen want:
wie o wie is de massa? Waar ligt het onderscheid. Wie bepaalt dat onderscheid? Henk schrijft “Je bedoelt geloof ik dat de massa altijd van zichzelf denkt dat hij deugt en dat we pas achteraf kunnen vaststellen of dat ook werkelijk zo is.” Ik denk dat het zo is: pas achteraf kunnen we constateren wie de massa was, wie de uitzondering. Zijn gedetineerden die terugkeren in de maatschappij die maatschappij ooit UIT geweest?

Oobio
22 mei, 2007

Genoeg serieus gepraat, tijd voor de mening van de massa (en om te lachen)

http://uncyclopedia.org/wiki/Holland

albert van der vliet
22 mei, 2007

En wie is de elite?
Ferdinand Franssen, Hugo Borst, Charles Groenhuijsen, Goedemorgen Nederland, Catherine Keijl, Jeroen Pauw, Paul Witteman, Willibrord Fréquin, Andries Knevel, Kees Driehuis, Bert Wagendorp, BNN, Martin Bril.
Ga maar rustig slapen. Onze elite van cultuurdragers zal onze cultuur wel redden.
Nu ik Henk B. wat beter leer kennen vind ik het helemaal niet erg dat hij mij een querulant heeft genoemd. Had ik maar eerder weet gehad van zijn elitaire niveau, dan was ik de titel querulant als geuzennaam gaan voeren.

Lia
22 mei, 2007

hahaha, echt grappig! Wat de massa betreft, die gedijt alleen bij haar leiders. Geen leiders, geen massa. Dat is dan weer het voordeel van internet, zal ik maar zeggen.


Laat een reactie achter »