Een selectieve blik: Zelfcensuur in de Nederlandse journalistiek

onderzoekAyaan Hirshi Ali hield twee jaar geleden op 3 mei, de dag van de persvrijheid, een rede waarin ze betoogde dat Nederlandse journalisten uit angst voor moslimfundamentalisten zelfcensuur plegen. Later dat jaar verscheen een rapport van criminoloog Frans Bovenkerk waarin hij aantoonde dat journalisten vaker en ernstiger bedreigd worden dan vroeger, met soms ook zelfcensuur tot gevolg. Hoe zit het precies met zelfcensuur in de Nederlandse journalistiek? Hoe vaak komt het voor, en gebeurt het – behalve vanwege bedreigingen – ook om andere redenen?

De masteropleiding Journalistiek & Media van de Universiteit van Amsterdam organiseerde eind vorig jaar een scriptieproject over zelfcensuur, waar negen studenten aan deelnamen. De uitkomsten van deze scripties vormen de basis van de bundel ‘Een selectieve blik: Zelfcensuur in de Nederlandse journalistiek’, onder redactie van mediawetenschapster Mirjam Prenger. Het boek werd, heel toepasselijk, vorige week op de dag van de persvrijheid gepresenteerd. Zes van de behandelde scripties zijn ook in hun geheel terug te vinden in de scriptiedatabase hier op De Nieuwe Reporter.

De scripties hebben gemeen dat zij allemaal keken naar externe (o.a. bedreigingen, juridische restricties) en interne (o.a. mediumspecifieke mores, afkeur) factoren van zelfcensuur. Ook werden vier momenten gedefinieerd waarop zelfcensuur plaats kan vinden: tijdens de selectie van een onderwerp; tijdens het vergaren van informatie; tijdens het schrijven of produceren en tijdens het publiceren of uitzenden. Maar voor de rest lopen de onderwerpen van de scripties sterk uiteen.

Zo analyseerde Marchien Kuijken de berichtgeving van twee kranten rondom de Greet Hofmansaffaire in 1956 en de Lockheedaffaire in 1976. Zij concludeert dat bij de eerste affaire zelfcensuur werd toegepast vanuit politieke druk; het was stomweg not done om negatief over het koningshuis te schrijven. Ten tijde van de tweede affaire werd ook zelfcensuur toegepast, maar nu vanwege interne in plaats van externe factoren. Aline Idzerda en Moira van Dijk onderzochten verschillende aspecten van de berichtgeving over het Israëlisch – Palestijnse conflict. Zij concluderen onder meer dat er de laatste jaren steeds meer terughoudendheid is in de berichtgeving over dit conflict, vanwege de (vermeende?) moeheid van het Nederlandse publiek. Ook legt de berichtgeving, hoewel deze over de jaren heen evenwichtiger is geworden, nog altijd de nadruk op de Israëlische invalshoek. Andere onderwerpen die in de bundel aan bod komen zijn onder meer de berichtgeving rondom rellende Marokkaanse jongeren in Amsterdam voor en na de opkomst van Pim Fortuijn en de vrijheid van politieke cartoonisten, mede in het kader van de Deense cartoonrellen.

Valt er, ondanks de uiteenlopendheid van de behandelde onderwerpen, ook een algemene conclusie te trekken over zelfcensuur in Nederland? Jazeker, vindt Mirjam Prenger. Zij onderscheidt in het concluderende hoofdstuk acht factoren die een belangrijke rol spelen bij zelfcensuur en bespreekt hoe dit uit de verschillende onderzoeken blijkt. Het zijn factoren zoals ‘het maatschappelijk ideologische klimaat’ en ‘de journalistieke werkwijze’, die voor een deel met elkaar overlappen. Prenger besluit ermee dat, in tegenstelling tot het bestaande ideaalbeeld rondom de journalistieke praktijk, journalisten zich lang niet altijd gedragen als waakhond; lang niet altijd onpartijdig, neutraal en objectief zijn; en lang niet altijd autonoom, vrij en onafhankelijk zijn in het uitoefenen van hun beroep.

In hoeverre leert dit boek iets over zelfcensuur in de Nederlandse journalistiek? Wie tijdens zijn of haar opleiding veel theorieles over de journalistieke praktijk heeft gehad, of wie zich hier uit persoonlijke interesse in heeft verdiept, zal het concluderende hoofdstuk voor een groot deel bekend voorkomen. Het vertoont sterke overeenkomsten en raakvlakken met discussies over bijvoorbeeld objectiviteit en framing. Dit komt door de gehanteerde zeer ruime interpretatie van het begrip zelfcensuur (‘een in essentie nieuwswaardig onderwerp niet behandelen’). Is het bijvoorbeeld zelfcensuur als je als journalist een onderwerp laat vallen omdat je het vanwege onwelwillende bronnen niet rond krijgt? Of als je dit doet omdat het publiek ‘moe’ is van een onderwerp?

Toch is het naar mijn mening wel goed om, zoals hier is gedaan, factoren die een rol spelen het al dan niet berichten van een onderwerp, en hoe de berichtgeving gebeurt, op een rijtje te zetten. Want, zoals in de bundel wordt opgemerkt: journalisten zien zelfcensuur makkelijker bij hun collega’s dan bij zichzelf. De individuele scripties zijn bovendien mooie case-studies. Zij bevatten ook soms mooie quotes en bespiegelingen van mensen zoals NOS-journaal hoofdredacteur Hans Laroes en oud-NRC Handelsblad hoofdredacteur Folkert Jensma.

Het meest verassende of nieuwe in de bundel komt misschien nog wel uit de scriptie van Sara Berkeljon. Zij hield een uitgebreide enquête onder de hoofdredacteuren van dagbladen en nieuws- en actualiteitenrubrieken. Hieruit bleek onder meer dat de helft van de hoofdredacteuren wel eens toegeeft aan politieke druk en meer dan de helft aan andersoortige druk van derden. Een fors getal. Bovendien heeft negentig procent wel eens te maken gehad met anonieme bedreigingen. De hoofdredacteuren denken verder bijna allemaal dat de Nederlandse media zich laten leiden door externe druk, en meer dan de helft van de ondervraagden denkt dat andere hoofdredacteuren zich laten beïnvloeden door anonieme dreigementen. Zelf zeggen ze dit laatste echter niet te doen.

Een selectieve blik. Zelfcensuur in de Nederlandse journalistiek, Mirjam Prenger (redactie), 2007, Het Spinhuis, Apeldoorn, ISBN 978 90 5589 288 4 Prijs: EUR 20,00

10 reacties

  1. stefanie schreef op 12 mei 2007 om 11:40

    Fijn dat er eens geschreven wordt dat er zoiets als politieke druk of druk door derden bestaat in de nederlandse journalistiek.Welke is de druk betreffende Joris Demmink? Welke politiek? En welke derden? Bestaat er zoiets als een sterke pedofilie-groepering? Eensgezind beslissen de nederlandse hoofdredacteuren dat het geen nieuws is dat de secretaris-generaal van justitie beschuldigd wordt van kinderneuken. Natuurlijk worden er steeds minder kranten gekocht. Er moet wel wat instaan en ‘je moet geloven in die krant’. Bij de zaak Demmink zie je hoe ongelooflijk de pers faalt.Jammer.

  2. albert van der vliet schreef op 12 mei 2007 om 20:12

    Je zou de recensies eens moeten analyseren van Het Marokkanendrama van Fleur Jurgens. De linkse, politiek-correcte kranten hebben haar bevindingen allemaal gebagatelliseerd. Ze schreven ‘Ach, die paar rotjochies’ terwijl er onder Marokkaanse jongens heftige criminaliteit voorkomt. Het zijn er ook zoveel. Je zou bijna denken dat criminaliteit halal is.
    Dat is ook zelfcensuur: de angst racistisch gevonden te worden, bang voor doodsbedreigingen, bang ook om het allochtone segment van de lezers tegen het hoofd te stoten.
    Opvallend in deze context is de gretigheid waarmee rechts-extremistische jongeren aan de kaak gesteld worden in de media, terwijl hun aantal toch echt kleiner is dan de Marokkaanse jongens die crimineel zijn.
    Zelfcensuur is rekening houden met schaamtecultuur van moslims en aan de andere kant de joods-christelijke schuldcultuur uitbuiten.
    Die Ella Vogelaar blijkt een wereldvreemde minister in dit verband: ze duidt de integratieproblematiek als angst voor de islam. Ze snapt kennelijk niet dat Marokkanen intoleranter zijn dan Nederlanders.

  3. twee uitspraken. de eerste uit 1957 van James Wechsler, hoofdredacteur van de New York Post: ‘Ik weet dat de pers in Amerika vrijer is dan in fascistische en communistische landen, maar dat is op zich zelf nog niet iets om trots op te zijn. De Amerikaanse pers is over het algemeen genomen gemakzuchtig, vadsig en zelfingenomen geworden; zij vormt, enkele uitzonderingen daargelaten, eerder de afspiegeling van de vooroordelen en vooringenomenheid van de bezittende klasse dan van de geest van kritisch onderzoek en opstandigheid, die wij met onze meest verheven journalistieke tradities associeren.’

    De tweede uitspraak is van Dan Rather van CBS Evening News, een uitspraak daterend uit 2002. ‘there was a time in South Africa when people would put flaming tires around people’s necks if they dissented, and in some ways the fear is that you’ll be necklaced here. You’ll have a flaming tire of lack of patriotism put around your neck. Now it’s that fear that keeps journalists from asking the toughest of tough questions and to continue to bore in on the tough questions so often. And again, I am humbled to say, I do not except myself from this criticism.’

    Een avondje Nederlandse televisie of het lezen van de Nederlandse kranten doet je beseffen dat de hierboven gegeven beschrijving een perfecte weergave is van de situatie in de polder. Maar het kan ook niet anders, gezien het feit dat de commerciele massamedia in toenemende mate binnen het beperkte kader moet functioneren van oplage-cijfers en kijk- en luistercijfers.De voormalige hoofdredacteur van Trouw, Frits van Exter, verklaarde tegenover Extra, een tijdschrift dat de media kritisch volgde, onder de kop: De conditionering van de kudde het volgende: ‘Lezers horen wantrouwend te zijn tegenover de media… De aandacht van de media [ wordt] natuurlijk voor een belangrijk deel gestuurd… door de politieke machten… Dat geldt voor de nationale politiek, maar natuurlijk ook voor de internationale politiek… Het heeft voor een deel te maken met de vluchtigheid van het medium. Deels ook volgen de media elkaar, sommige zijn dominanter, en andere lijden aan kuddegedrag… Als je volgend bent, dan betekent dat als een autoriteit, of iemand die gekozen is om een bepaald gezag uit te oefenen, zegt “ik vind dit een belangrijk onderwerp, daar gaan we nou es wat aan doen,” dat je dat ook bekijkt. De dingen waar hij (sic) het niet over heeft, die volg je dus minder… het werkt voor een deel reflexmatig. Reflexen zijn het, je bent daar geconditioneerd in.’De macht bepaalt de grenzen van het debat. De politieke, maar zeker ook de economische macht.

    Zelfcensuur is van meet af aan een normaal verschijnsel geweest in de journalistiek. Wie hogerop wil in het vak zal zich aan zelfcensuur moeten onderwerpen. Dat weet iedereen die maar even nadenkt.

  4. Ab schreef op 13 mei 2007 om 04:41

    Onderstaand ANP-bericht is door alle mediaredacties genegeerd; de kop: “Leidse VN-expert vergelijkt Israël met apartheid”.
    22 maart 2007. GENEVE (ANP) – Er zijn ,,overeenkomsten” tussen de Israëlische politiek in bezet Palestijns gebied en het vroegere apartheidsbewind in Zuid-Afrika. Dit heeft prof. John Dugard, de speciale VN-rapporteur voor mensenrechten in de Palestijnse gebieden, gezegd voor de VN-mensenrechtenraad in Genève. Dugard, zelf Zuid-Afrikaan en sinds 1998 hoogleraar volkenrecht in Leiden, beschreef de Gazastrook als een ,,opgesloten samenleving”. Op de Westelijke Jordaanoever leven de Palestijnen onder de ,,heerschappij van terreur” van het Israëlische leger, aldus Dugard. Bron: http://www.planet.nl/planet/show/id=67777/contentid=825495/sc=dc789c

    Voor extreem eenzijdige berichtgeving over dit etterende conflict (40 jaar!) kunnen we vooral terecht bij Nova (m.d.a. Ankie Rechess). Terwijl de VPRO recent nog trakteerde op een scenario ‘nieuwe wereldoorlog / hotspot Midden-Oosten’ … vraagt kennelijk niemand zich af hoezo en waarom?
    Nederland was 5 jaar bezet … what about 40 years?! Israël kweekt sinds 40 jaar ‘Palestijns verzet’; een verzet dat steeds meer aangevuld wordt met religieuze waan … en deze waan is inmiddels ook in West Europa gearriveerd, of was u dat soms nog niet opgevallen? Bedankt Israël en de VS. Ook interessant is de zoekterm: ‘Palestijnen onder de armoedegrens 2006′.

  5. albert van der vliet schreef op 13 mei 2007 om 11:15

    De media menen de mediaconsumenten te moeten ‘bedienen’ en denken dat het best te doen door in tegenstellingen te denken, wat toch vooral een kenmerk is van godsdienstigen. Dat is overigens wel een overeenkomst tussen moslims en christenen. Christen-fundamentalist G.W. Bush is een afgrijselijk polariserend iemand, die een vijand creëert en demoniseert en daarmee zijn oorlog tegen Irak rechtvaardigt.
    Maar ook in Nederland kunnen de media er wat van. De criminaliteit onder Marokkaanse jongens is een groot probleem. Dat probleem benoemen en tegelijkertijd aan de Palestijnse kant staan in het conflict met Israël is schijnbaar onverenigbaar.
    Wie wil weten hoe ernstig het gesteld is met de criminaliteit onder Marokkaanse jongens is aangewezen op een programma als Opsporing Verzocht.
    De media staan nog steeds in het teken van de Tweede Wereldoorlog. Wie is er goed en wie fout? In het gunstigste geval wil dat nog wel eens variëren. Momenteel is alles wat jong is en alles wat allochtoon is goed. Alles wat oud en autochtoon is moet zich schuldig voelen en schamen.

  6. Lia schreef op 13 mei 2007 om 13:24

    Onlangs stond er in Trouw (31/3) een artikel over een onderzoek naar de Friese (economische) achterstand. Als feit werd o.m. genoemd dat 2/3 van de friese kinderen opgroeid in een achterstandswijk. Het onderzoek was uitgevoerd door de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en een klein onderzoeksburo (dat praktisch deel uitmaakt van de VNG maar dat stond niet in de krant). Friezen, zo luidde de conclusie, zijn niet ambitieus genoeg, en dat komt door hun volksaard. Zij vinden achterstand ‘gewoon’.

    Met dat ik het stuk las, werd ik er beroerd van. In de eerste plaats vanwege de groteske insteek die de onderzoekers voor hun conclusie hadden gekozen en in de tweede plaats omdat Trouw helemaal niet inging op welke belangen de onderzoekers bij deze conclusie konden hebben maar de conclusie bijna voetstoots overnam. Een vergelijking met het aantal kinderen in andere provincies die in achterstandswijken opgroeien, ontbrak bijvoorbeeld volledig.

    Wat zeiden die onderzoekers nou eigenlijk: Friezen zijn niet ambitieus, en dat komt door hun volksaard, ze vinden achterstand normaal. Het leek mij door deze conclusie dat de onderzoekers een belang hadden, namelijk Friezen moeten kennelijk ambitieuzer worden. Mogelijk willen ze dat omdat dit goed is voor de friese economie. Die, dat moet dan haast wel, kennelijk (geen gegevens van genoemd in het verhaal maar er is maar weinig grote industrie en er zijn nauwelijks grote bedrijven in Frl gevestigd) achterblijft bij de rest van Nederland. Met de conclusies van hun onderzoek wilden ze misschien wel een opening bieden aan het bedrijfsleven om meer industrie/bedrijven/economie naar Friesland te halen.

    En let wel, zij mogen dat natuurlijk willen. Maar geef dat dan gewoon aan, in plaats van het ‘persoonlijk’ te maken. Dat is waar ik mij zo’n moment het meest aan irriteer, en ik vraag mij af: is het in Nederland (in bepaalde kringen?) taboe om te zeggen dat je graag iets wilt? En gebruiken mensen daarom van die omwegen om toch te krijgen wat ze willen?

    Dus, niet in de eerste plaats omdat ik het voor de Friezen wilde opnemen, maar vooral omdat alle feiten multi-interpretabel zijn, heb ik in dit geval als burger maar eens een IM geschreven. Dat werd geplaatst.

    “Wat een groteske insteek kiezen Kees Huppelepup (naam is me even ontschoten) en Yvonne van de Westering voor de conclusies van hun onderzoek naar de Friese volksaard en de normaal gevonden ‘ achterstand’ (Trouw 31/3). Want het is maar net hoe je het bekijkt. Huppelepup en Van der W. hadden ook kunnen concluderen dat Friezen standvastig, nuchter en relativerend zijn en zich niet uit economische overwegingen laten meeslepen door de waan van de dag.”

  7. Lia schreef op 13 mei 2007 om 13:28

    Want ipv “Friezen zijn niet ambitieus, dat komt door hun volksaard, ze vinden achterstand normaal”, had de conclusie had natuurlijk ook kunnen luiden:
    “Friezen vinden achterstand normaal, dat komt door hun volksaard, ze zijn niet ambitieus.” Want, en excuse the veralgemenisering, Friezen vinden achterstand helemaal niet normaal. Ambitieus zijn ze echter niet. Daarvoor houden ze teveel van het leven!

  8. albert van der vliet schreef op 13 mei 2007 om 19:52

    Je kunt de meeste ‘onderzoeken’ wel in de prullenmand gooien. De onderzoeksopdracht is vaak al verkeerd opgesteld. Journalisten kunnen bovendien niet met cijfers en onderzoeksresultaten omgaan. Daartoe missen ze de opleiding.
    Net nog zei Frank Snoeks dat een bepaalde Engelse scheidsrechter 110 gele kaarten heeft uitgedeeld. Snoeks noemde deze scheids kampioen gele kaarten in Engeland. Hij vermeldde er niet bij hoeveel jaren deze arbiter al fluit.
    Stel dat hij tien jaar fluit op het hoogste niveau, dan heeft hij per seizoen 11 gele kaarten uitgedeeld en dat is juist bijzonder weinig.
    Men interpeteert maar raak met onderzoeksresultaten vooral in de richting van wat het lekkerste nieuws oplevert.

  9. renzo schreef op 5 december 2007 om 23:38

    Ned media zijn doorgaans niet zo geinteresseerd in waarheid, Meningen, meninkjes, en de vraag wie goed en wie fout is, dat boeit ze. GAAAAAAAAAAAAAAAAAAP

  10. Bij zelfcensuur denk ik eigenlijk vooral aan de eigen vooringenomenheid m.b.t. een onderwerp: activisme en emotieve subjectivisme dat de plaats heeft ingenomen van objectieve journalistiek. Ik hoor het al. Objectiviteit bestaat niet? Het staat bekend als het failliet van de postmoderne journalitiek.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>