In het boek De orkaan Ayaan besteedden Volkskrant-journalisten Hans Wansink en Sara Berkeljon aandacht aan “De heilige Ayaan”, de Zembla-uitzending die de val van Hirsi Ali inluidde. In het boek tekenden ze op wat de makers gezegd zouden hebben na een voorvertoning van het programma waarbij Hirsi Ali zelf, haar politiek assistent, een persvoorlichter van de VVD en een Engelse journaliste aanwezig waren. Deze vier ‘oorgetuigen’ waren ook de bron voor de schrijvers.
Na publikatie van het boek ontkenden de Zembla-medewerkers echter de geciteerde uitspraken te hebben gedaan en verweten de auteurs geen wederhoor te hebben toegepast. Zij zijn inmiddels door de Raad voor de Journalistiek in het gelijk gesteld.
Het debat kreeg een vervolg. In de Volkskrant van 18 mei stelt Hendrik-Jan Schoo onder de kop “Waarheid gaat boven wederhoor” nu dat de auteurs van het boek een legitieme journalistieke keuze maakten door geen wederhoor toe te passen. “Zij wogen naar vermogen feiten en omstandigheden, de betrouwbaarheid van hun getuigen, de eventuele meerwaarde van wederhoor, om vervolgens conclusies te trekken over wat zich na de proefvertoning naar alle waarschijnlijkheid heeft afgespeeld.”
Schoo is het er ook niet mee eens dat Zembla de Raad voor de Journalistiek (door hem “pseudotuchtrechter” genoemd) heeft ingeschakeld: “Onderzoeksjournalistiek is gebaat bij maximale vrijheid en serieuze journalistieke mores, niet bij beknottende mechanische regels.”
Schoo vindt dat je in het uiterste geval altijd nog naar de rechter stappen, “maar dan wel graag direct.”
(tot zover inleiding eindredactie)
In hun boek “De Orkaan Ayaan” hebben Volkskrant redacteuren Wansink en Berkeljon citaten gepubliceerd die zouden zijn uitgesproken door redacteuren van ZEMBLA. Die citaten zijn niet alleen onjuist, maar de beide journalisten hebben ook verzuimd om wederhoor toe te passen. Onlangs heeft de Raad voor de Journalistiek (RvdJ), na een klacht van ZEMBLA, de twee veroordeeld omdat zij journalistiek onverantwoordelijk en maatschappelijk onaanvaardbaar hebben gehandeld.
H.J. Schoo schreef op 18 mei in De Volkskrant dat ZEMBLA met deze klacht de journalistiek een slechte dienst heeft bewezen. Als dit al een slechte dienst zou zijn, komt die toch van de Raad die de uitspraak heeft gedaan en niet van de klager.
Maar Schoo gaat een stap verder en vindt dat journalisten niet moeten klagen
bij de RvdJ over collega’s.
Eigenlijk ben ik dat met hem eens. Toen ZEMBLA na de uitzending over Ayaan onder vuur werd genomen door journalisten en columnisten in dag- en weekbladen, hebben wij een hoop onzin en onwaarheid onweersproken gelaten, er mag veel onder het mom van vrijheid van meningsuiting.
We kunnen wel tegen een stootje, schreef ik aan de Volkskrant Ombudsman, maar er zijn grenzen, voegde ik daaraan toe. Een citaat presenteren als een feit, zonder wederhoor te vragen en er wel een verregaande conclusie aan verbinden, mag volgens mij niet en is in elk geval schadelijk voor ZEMBLA, legde ik de Ombudsman voor.
“Ik denk dat hij gelijk heeft. Wie een citaat uit de tweede hand gebruikt moet het ten minste toeschrijven aan zijn bron: zegt hij. Maar ook dan nog lijkt het me niet meer dan goed journalistiek gedrag de betrokkene om commentaar te vragen”, aldus zijn oordeel.
Schoo echter gaat er blindelings vanuit dat de als citaten gebrachte uitspraken van collega van Dongen en mij door Wansink en Berkeljon terecht zijn opgeschreven, hoewel de auteurs het zelf niet gehoord hebben. Van wie hebben zij dat dan vernomen? Daar is de Raad voor de Journalistiek heel ondubbelzinnig en duidelijk over: van mensen “die niet als onafhankelijke bronnen kunnen worden gezien, nu zij allen min of meer aan elkaar gelieerd zijn” (uitspraak RvdJ)
Wansink, die met advocaat en dik verdedigingsdossier op de zitting van de RvdJ was verschenen, verklaarde nadat hij was veroordeeld dat hij de uitspraak niet erkende. Dat kan natuurlijk ook altijd nog, aan een wedstrijd meedoen en zeggen dat je de uitslag niet erkent als je verliest.
Vervolgens belde hij wel met bezorgde stem onze jurist om er achter te komen wat onze nieuwe stappen zouden kunnen zijn in deze zaak.
Inmiddels hebben wij van de uitgever van “De Orkaan Ayaan” de toezegging gekregen dat bij een herdruk het boek zal worden aangepast.
En intussen komt Volkskrant columnist Schoo met de boodschap dat wij de journalistiek een slechte dienst hebben bewezen omdat zijn collega’s zijn veroordeeld. Wat een ontroerende collegialiteit daar bij de Volkskrant.
Schoo noemt het toepassen van wederhoor een formaliteit en een plichtpleging.
Als hij dit werkelijk meent beseft hij dan wel dat daarmee de betrouwbaarheid van de serieuze journalistiek op het spel komt te staan.
De waarheid gaat boven wederhoor, vindt hij. Dat zou kunnen, maar dan moet je toch op zijn minst met het ondubbelzinnige bewijs van die waarheid komen. Dat was in dit geval allerminst gelukt.
Schoo gaat geheel voorbij aan het oordeel van de RvdJ: “Door de wijze waarop de citaten zijn gepresenteerd en bezien in hun context, wordt de lezer weinig ruimte gelaten voor een andere conclusie dan dat de handelwijze van klagers niet deugt. Deze suggestie tast de integriteit van klagers als programmamakers van ZEMBLA aan en is uitermate diffamerend”.
Helderder kan het toch niet.
Ligt het aan mij of kunnen de Volkskrant collega’s niet tegen hun verlies? ZEMBLA is ook wel eens veroordeeld door de RvdJ en ook wij waren het er niet mee eens. Maar wij likten onze wonden en hebben intern de afspraken verscherpt om nieuwe veroordelingen te vermijden.
Als je niet wilt verliezen bij de RvdJ zijn er twee mogelijkheden. Deze ‘pseudo-tuchtrechter’ (Schoo) niet erkennen en niet meedoen aan procedures. Of gewoon je werk goed doen en bijvoorbeeld geen uitspraken van mensen citeren die ze niet gedaan hebben.
Lees ook de reactie van de Raad voor de Journalistiek
10 reacties