Josh Wolf: dichter in een media-zandstorm
De Dag van de Persvrijheid (3 mei) staat dit jaar in het teken van bronbescherming. Videoblogger Josh Wolf (24) uit San Francisco kwam 3 april dit jaar vrij nadat hij 226 dagen gevangen had gezeten – langer dan iedere andere Amerikaanse journalist – voor het beschermen van zijn bronnen. Hélène Schilders interviewde hem.
Voor zijn videoblog The Revolution Will Be Televised had Wolf 8 juli 2005 een demonstratie in San Francisco tegen de G8-conferentie gefilmd. Tijdens dat protest, georganiseerd door de groep Anarchist Action, deden zich twee incidenten voor: er zou een poging zijn gedaan een politiewagen in brand te steken en een agent liep een schedelfractuur op toen hij van achteren werd geraakt.
Wolf publiceerde een deel van zijn opnamen op zijn website en in het TV-journaal, waarna de FBI zijn ongepubliceerde materiaal wilde zien. Wolf weigerde dat af te staan, niet omdat er volgens hem iets nieuwswaardigs op stond, maar om ethische redenen.
De Joint Terrorism Task Force van de FBI dagvaardde hem voor een federale kamer van inbeschuldigingsstelling. Het filmmateriaal was niet meer voldoende – de FBI eiste dat Wolf zou getuigen. De blogger beriep zich op grondwettelijke bescherming, maar verloor meermalen in hoger beroep. Hij werd gedetineerd in een federale gevangenis in Dublin, Californië.
Hoewel Wolf tot juli vast had kunnen zitten, gelastte de rechter op 14 februari dat de zaak bemiddeld moest worden. Wolf kwam overeen dat hij alle opnamen zou publiceren op zijn website en tegelijk een kopie aan de openbaar aanklagerie zou geven. Verder verklaarde hij schriftelijk dat hij geen informatie heeft over de twee incidenten. In ruil daarvoor hoefde hij niet te getuigen. De overheid behoudt echter het recht hem opnieuw te dagvaarden.
Hoe is het om weer op vrije voeten te zijn?
Een beetje overweldigend. Ik ben van niets beland in een media-zandstorm.
De discussie over jouw detinering, zowel in de rechtszaal als onder de bevolking, spitst zich toe op de vraag wie in het internet-tijdperk als journalist geldt. Hoe beschrijf jij jezelf?
Als een onafhankelijk journalist wiens voornaamste medium een videoblog is.
Ben je ook een politiek activist?
Ja. Ik ben eveneens een dichter, ik ben veel dingen. Maar dat doet niets af aan de eerste omschrijving.
Wat was je bedoeling met het filmen van de demonstratie tegen de G8-top?
Ik wilde een protest vastleggen waarvan ik wist dat het niet veel aandacht zou krijgen van de bestaande media. We hebben allemaal een mening die we willen uitdragen. Mijn uitgangspunt was: als er een demonstratie is, willen de media een enkel incident neerzetten alsof dat representatief is voor het hele evenement. Als ik een demonstratie film, documenteer ik alles, ook de interviews van anderen. Ik neem zelf geen interviews af, dat vind ik een mening opdringen.
Wanneer kwam je erachter dat de overheid interesse in je opnamen had?
Twee dagen na het protest. Ik ging naar buiten en een man in een korte broek en Hawaii-bloes kwam op me af. Ik dacht dat het een journalist uit Miami was. Toen liet hij zijn FBI-penning zien. Hij vroeg of ik mijn materiaal wilde afgeven. Ik antwoordde dat ik dat vanwege mijn professionele ethos niet kon. Daarna heb ik meteen juridisch advies ingewonnen, maar ik hoorde zes maanden niets meer van de FBI.
In die periode werden landelijk radicaal linkse activisten gearresteerd die lid zouden zijn van het Earth Liberation Front en het Animal Liberation Front – het soort mensen dat naar G8-protesten komt. Zij werden neergezet als binnenlandse terroristen. Was dat geen reden jezelf te beschermen?
Die arrestaties leken los te staan van dit onderzoek. Ik trok dat verband in elk geval niet.
Wat gebeurde er zes maanden na het eerste FBI-bezoek?
Er kwamen twee FBI-agenten opdagen om me een dagvaarding te overhandigen. Toen was me wel duidelijk wat er gaande was.
Had je informatie waarnaar ze zochten?
Afgezien van wat ik had gefilmd had ik geen informatie over de incidenten, ook niet voor- of achteraf. Ik zag alleen een smeulend bord bij de politiewagen, wat ik niet eens de moeite waard vond om te filmen. Dat de agent werd geraakt, heb ik niet gezien.
Ik had wel informatie over mensen die onder de noemer ‘anarchistische actie’ kwamen protesteren. Ik heb hun verschillende ideologieën met hen besproken in gesprekken en in interviews. Sommigen zijn contacten van mij. De woordvoerder van de openbaar aanklager zei in de San Francisco Chronicle dat ze mij potentiële getuigen van die twee incidenten wilden laten identificeren. Mensen die anoniem willen blijven.
Ik heb alle reden om te geloven dat het een anarcho-’terroristen’-heksenjacht was. Ik denk dat de FBI bij dit onderzoek was betrokken om inlichtingen over dissidenten, met name anarchisten, te verzamelen. Ik stel het me zo voor als ik inderdaad had getuigd: ze zouden bij iedere persoon de video hebben gepauzeerd en gevraagd of ik diegene kende en of ik met die persoon contact zou kunnen opnemen. Dan zouden al die mensen hebben moeten verschijnen voor een kamer van inbeschuldigingsstelling.
Waren er momenten waarop je geneigd was dat te doen?
Nee. Dan hadden er vijftien of twintig mensen in de gevangenis gezeten in plaats van één.
Sta jij aan de kant van die mensen?
De media geven geen compleet beeld van deze mensen en van hun opvattingen en ik wilde die naar buiten brengen. De tactieken die zij gebruikten waren waarschijnlijk niet productief, maar ik heb dezelfde filosofie als sommige van hen. Ik ben niet voor kapitaal of een hiërarchische overheid.
Twee verslaggevers van de San Francisco Chronicle, die hun bronnen voor artikelen over dopinggebruik door baseball-spelers niet wilden onthullen, werden ook aangeklaagd. Waarom ben jij in de gevangenis beland en zij niet?
Misschien was de rechter niet in een goede bui – ik had niet dezelfde rechter als die verslaggevers – of kreeg ik niet evenveel professioneel respect. Wat meespeelde is dat ik een blogger ben en daardoor een makkelijke prooi. Als je op zoek bent naar een prooi, dan ga je niet achter de New York Times aan. Die heeft een leger advocaten en is historisch een gerespecteerde organisatie. Judith Miller belandde pas in de gevangenis nadat een hogere rechtbank een uitspraak deed.
Zij was al vrij toen jij werd opgesloten. Heb je contact gehad met haar?
Ik heb haar een paar keer gebeld en we hebben elkaar enkele malen geschreven toen ik vastzat. Het waren geen diepzinnige gesprekken, het was meer van: je breekt bijna mijn record. We gaven elkaar steun.
Jouw zaak werpt de vraag op of bloggers wel journalisten zijn en dezelfde rechten verdienen.
Ik vind dat helemaal niet de vraag. Als deze zaak in Californië had gespeeld, zou ik zijn beschermd. Onder een wet voor journalisten in deze staat geldt een blog als een ‘periodieke publicatie’. Dat de bulk van mijn werk niet wordt betaald, is niet relevant.
In een zaak die Apple aanspande omdat geheime informatie naar websites was gelekt, bepaalde de rechter ook dat bloggers als journalisten moeten worden beschouwd. Het is niet de taak van de overheid om te beslissen wie wel en niet een journalist is.
Waar jouw zaak volgens jou werkelijk om draait, is dat journalisten niet alleen bescherming moeten krijgen op staatsniveau – veel staten kennen een speciale beschermingswet voor journalisten – maar ook op federaal niveau.
Ik onderging een metamorfose toen tientallen journalisten me over mijn zaak interviewden. Journalisten zijn het werkvolk in de nieuws-industrie. Zij verkondigen niet zozeer hun eigen mening als die van het establishment. Ik vecht voor alle journalisten, niet voor hun werkgevers. Door journalisten te beschermen wil ik het recht van het volk beschermen om geïnformeerd te worden.
Zie je het ook als een kans om die rechten voor bloggers te verkrijgen?
Het is minder een kwestie van die rechten verkrijgen dan te verzekeren dat bloggers dezelfde rechten als journalisten behouden.
Hoe was je leven in de gevangenis?
Behoorlijk saai, je begint aan een soort winterslaap. Ik was doodsbang toen ze me de handboeien aandeden, maar dat verdween toen ik aankwam. Het was een licht beveiligde gevangenis. Ik bracht het grootste deel van de dag door met de andere gedetineerden: bankovervallers, witte-boordencriminelen, drugsdealers, illegale immigranten. Ik kaartte veel, schreef brieven, hield een dagboek bij en heb vijftig boeken gelezen. Je acclimatiseert, het wordt je thuis.
Met je detentie heb je je opgeworpen voor de rechten van zowel nieuwe als conventionele media. Vind je dat de laatste zich solidair met je hebben getoond?
Ja, ik heb wel het idee dat er meer solidariteit is ontstaan. De kranten hebben veel aandacht aan mijn zaak besteed. De nationale TV-stations niet. Dat was te verwachten. De media staan momenteel onder grote druk en een van hun overlevingstactieken is afstand bewaren tot de onafhankelijke media.
Toen je in maart een journalistieke prijs kreeg, vroeg je je af of de conventionele media en de nieuwe media ’strijdende klassen’ zouden blijven of ‘in solidariteit zouden samenwerken’. Wat verwacht je?
Ik denk dat de nieuwe media zeker bereid zijn samen te werken met het establishment. De vraag is of het establishment bereid is financieel met hen te delen of dat het geld wil verdienen aan hen. Je ziet nu dat, als ze samenwerken, medewerkers van nieuwe media veel minder betaald krijgen in bepaalde omstandigheden dan conventionele journalisten.










3 reacties:
3 mei, 2007
Klasse, dit interview. Vooral omdat het laat zien hoe intrigerend die vraag blijft: wanneer ben je journalist? En de verwarrende paradox die het antwoord oplevert: soms heb je meer en zinniger dingen te melden als je je niets aantrekt van de traditonele journalistieke codes. Maar tegelijkertijd levert het veel op als je meedoet aan de institutionalisering van de journalistiek, omdat dat je jurisiche bescherming oplevert die ten goede komt aan het publiek.
Het dilemma: als je wilt dat de wet je beschermt, moet je je dan aan erkende professionele regels houden?
3 mei, 2007
[...] Wat doet u op de Dag van de Persvrijheid? Op Sargasso lezen dat de Russische journaliste Anna Politkovskaya postuum de World Press Freedom Prize toegekend heeft gekregen? Het interview met videoblogger Josh Wolf doornemen, die 226 dagen in de gevangenis zat omdat hij opnamen van een anti-G8-demonstratie niet aan de FBI wilde overhandigen? In gedachte het hartgrondig eens zijn met het pleidooi dat bronbescherming van journalisten wettelijk geregeld moet worden? [...]
30 mei, 2007
[...] Op De Nieuwe Reporter lees ik dat het vandaag 3 mei Dag van de Persvrijheid is. Ik had geen flauw idee, blijkbaar word er niet zoveel aadnacht aan besteed als dat men zou willen. Sterker nog, deze Press Freedom Day bestaat als sinds 1993 onder de vleugels van Press Now. [...]