Literaire kritiek op het web: laveren tussen kwaliteit en geld

Literaire kritiek op het internet is een verrijking voor de Nederlandse cultuur en een mooie aanvulling op het marginale aanbod van recensies in de Nederlandse dagbladen. Met deze stelling waren alle deelnemers aan de discussieavond over literaire kritiek op het internet het gisteravond in het Amsterdamse literaire centrum Perdu volkomen eens. Maar de vraag hoe online recensieaanbieders hun onafhankelijkheid dienen te bewaren en op welke manier die websites hun kwaliteit in de gaten moeten houden, bleek voor Martijn Boven (8WEEKLY), Merel Roze (weblogger), Nadja Cohen (boeken.vpro.nl), Daan Stoffelsen (eindredacteur Recensieweb) en gespreksleidster Elsbeth Etty (recensent NRC Handelsblad) een stuk moeilijker te beantwoorden. Het was voor de debaters laveren tussen enerzijds objectiviteit en kwaliteit en aan de andere kant geld verdienen. Een lastig dilemma.

Onafhankelijkheid
“Recensieweb is een hobby”, legt Daan Stoffelsen uit. “Maar wel een waar duizend euro in is gestoken. In het begin kozen wij voor de makkelijke weg. We sloten een partnership met bol.com. Maar zij betalen pas voor het eerst uit als je 25 euro hebt verdiend. Dat schiet niet echt op. Het is een gek dilemma. We willen aan onze bezoekers duidelijk maken dat we een beetje geld nodig hebben om ons hoofd boven water te houden, maar verder willen we echt onafhankelijk zijn.”
Inmiddels ontvangt Recensieweb subsidie van het Prins Bernard Cultuurfonds en het VSB fonds. “Maar nog altijd leggen we geld bij”, aldus Stoffelsen.
Martijn Boven van concurrent 8WEEKLY begrijpt in welke tweespalt zijn collega zit. Hij heeft er zelf ook mee te maken. Boven: “De gevestigde media, de Volkskrant, NRC Handelsblad, generen natuurlijk geld uit advertenties en abonnementen. Voor ons is dat een probleem.” Daarom is Boven op zoek naar nieuwe wegen om geld in het laatje te krijgen. “Nevenactiviteiten bijvoorbeeld. Net als de Volkskrant doet met Cinema.nl.”
“En als je nu de bezoekers vraagt om tien cent per recensie te betalen. Is dat geen oplossing?”, draagt Merel Roze, schrijfster van het boek Fantastica, aan. Cohen: “Dan zou ik de recensie niet meer lezen.” “Ik denk als je echt geïnteresseerd bent in een boek, dat je voor een goede recensie wel wilt betalen”, probeert Roze nog.

Kwaliteit
Wat is een goede recensie? Kortom, hoe voorkomen recensiesites dat zij ongewild een podium vormen voor mensen die hun frustraties botvieren op bepaalde schrijvers. Stoffelsen (‘Ik ben de enige die Kluun positief gerecenseerd heeft.’): “Als iemand voor Recensieweb wil schrijven vragen we diegene altijd om een proefrecensie in te leveren. We letten er dan op dat de tekst een goed beeld geeft van het boek en een beargumenteerd oordeel. Natuurlijk is het makkelijk om de flaptekst over te schrijven, het gaat bij ons om de argumenten.”
Boven: “Een goede recensent beoordeelt het boek naar de pretenties die het heeft. Je moet een boek van Kluun bijvoorbeeld niet gaan lezen met de verwachting een hoogstaand literair werk onder ogen te krijgen.” Cohen: “Het heeft naar mijn mening toch met smaak van de eindredacteur te maken welke recensent mag blijven schrijven voor jullie sites en wie er ‘nee’ op het rekest krijgt.” Volgens Stoffelsen is dat absoluut niet zo. “Bij ons op de site staan genoeg positieve recensies van boeken waar ik niets mee heb. Neem Arnon Grunberg.”

Een ander gevaar dat de kwaliteit van recensiesites in het geding kan brengen, volgens Roze, is de bezoeker vrij te laten reageren op recensies. “Mijn boek is in het begin op internet vreselijk afgekraakt. Iemand zei op allerlei boekensites en forums, waar een recensie van mij boek te vinden was, dat Fantastica ‘verschrikkelijk slecht’ was. Op een gegeven moment kreeg ik van die persoon een mailtje met het verzoek om een exemplaar van het boek. Hij wilde het graag lezen. Tja, wat moet je dan.” Roze is wel voorstander van het toekennen van sterren of punten aan een recensie.
“Maar als je vrij kunt reageren op recensies, wakker je toch een discussie over literatuur aan”, werpt Etty tegen. “Wat willen we nog meer?” Cohen: “Maar dan is er een sterke redactie nodig die onzin eruit filtert. Anders krijg je taferelen die Merel heeft meegemaakt.”

Stoffelsen vult aan: “Filteren is inderdaad belangrijk. Omdat het veel tijd en energie kost, kent Recensieweb alleen een sterrensysteem.” “En geld”, vult Cohen cynisch aan.
Boven stelt zichzelf de vraag of het publiek wel zit te wachten op interactiviteit. “Uit een eigen onderzoek blijkt dat dat niet het geval is. Mensen hebben daar het geduld niet voor. Het blijft vaak bij drie woorden.”

Toegevoegde waarde
Ondanks de dilemma’s waarvoor de recensiesites zichzelf gesteld zien, vinden de debaters literaire kritiek op het internet een ‘mooie aanvulling’ op recensies in kranten. Etty: “Ik zie het absoluut niet als bedreiging voor de gevestigde media. Als journalist moet je selecteren. Het mooie van internet is dat de journalistieke selectie wegvalt. Ieder boek kan gerecenseerd worden.”
Stoffelsen: “Het is niet zo dat wij hebben gepoogd met de oprichting van Recensieweb lezers van de Volkskrant en NRC Handelsblad af te pakken. Maar veel boeken die wij wél bespreken, komen in de kranten wegens ruimtegebrek niet aan bod. Dat is de toegevoegde waarde van online recensies.”


5 reacties:

Ramon
25 mei, 2007

Noot aan auteur: het is weblogger ipv webblogger.

Bert Brussen
25 mei, 2007

” Mijn boek is in het begin op internet vreselijk afgekraakt. Iemand zei op allerlei boekensites en forums, waar een recensie van mij boek te vinden was, dat Fantastica ‘verschrikkelijk slecht’ was.”

Nou Merel Roze, misschien helpt het om een GOED boek te schrijven? Dat voorkomt in de de toekomst dat je alleen positief gerecenseerd wordt door je inteeltvrienden en vriendinnen, zoals Marie Jose Klaver (die in bijna elk
NRC-weblogartikel van haar hand wel weer de mogelijkheid ziet Merel Roze te noemen en op een voetstuk te plaatsen). Over onafhankelijkheid gesproken.

Wat dat betreft spreekt de aanwezigheid van Merel Roze in zo’n panel wel boekdelen. Van de overige deelnemers kun je nog zeggen dat ze iets wezenlijks bijdragen aan de literatuurkritiek. Van Merel Roze kun je hooguit zeggen dat ze een blog heeft dat naar hedendaagse maatstaven nauwelijks bezocht wordt (en waar geen kritiek geduld wordt, wat het wel erg makkelijk maakt jezelf een succes te noemen) en een boek heeft geschreven dat bijna unaniem is afgekraakt (nog erger dan Kluun, en dat moet toch wat zeggen). Zelfs in de Telegraaf is de puberpoezie en Jip en Janneke retoriek van Roze’s Fantastisca aan stukken gescheurd. Zowaar een unicum: De Telegraaf die een boekrecensie schrijft.

Maar zoals we inmiddels gewend zijn is Merel Roze, dankzij haar vreselijk correcte en poeslieve Viva-stukjes op het internet al jaren de knuffelschrijfster van de correcte NRC-brigade. Ik neem tenminste aan dat er geen levende ziel bestaat die de stukjes van Roze op de achterpagina van het NRC ooit ECHT goed vond. Zo wel, dan is het triest met de gemiddelde NRC-lezer gesteld.
En dan toch nog, als algemeen uitgekotst debutant, gaan lopen zeuren dat mensen je boek afkraken. Kluun mag trots op je zijn. Misschien moet je, in navolging van de grote meester Kluun de batterijtjesoplader, je werk “literatuur” noemen?

Overigens: “Ik ben de enige die Kluun positief gerecenseerd heeft”, moeten we dat zien als humor of als aanbeveling voor die website? Als het laatste het geval is kunnen we nog lang wachten voordat die webrecensies ook echt iets wezenlijks gaan bijdragen.

Geef ik nu het woord aan Werner de Graaf, Kluunspecialist van het Nederlandse internet.

Martijn de Waal
25 mei, 2007

eh Bert, Merels punt was niet het feit dat er negatieve recensies verschenen, maar dat die werden geschreven door iemand die het boek nog niet gelezen had.

IJsbrand vd Berg
25 mei, 2007

Het is niet net om eigen publicaties online in commentaren elders te promoten, ik weet het. Toch neem ik die vrijheid om twee redenen hier.

1] Mijn boeklog is behalve een persoonlijke weerslag van wat ik lees regelmatig ook een reactie op wat de boekenbijlagen van de massamedia bieden.
http://boeklog.info

2] Aansluitend daarop is éen van de ontwikkelingen die ik daarbij volg die van de boekenmarkt. En dan valt meteen op dat de boekenbijlagen hier niet verder kijken dan wat traditionele uitgevers hen op traditionele wijze aanbieden.
zie ook: http://eamelje.net/2007/05/21/niet-iedereen-is-een-criticus/

Henry Otten
29 mei, 2007

Persoonlijk vind ik dat de recensie cultuur in cyberspace een volwassen en inspirerende ontwikkeling doormaakt met recensieweb, 8weekly en – de niet eerder genoemde literatuuraire voorop. Het wordt hoog tijd dat de arrogantie van de kranten (ook de regionale bladen) de kop wordt ingedrukt!


Laat een reactie achter »