Nieuw promotie-onderzoek wijst uit: ook op internet geen open debat

onderzoekVeel groepen in onze samenleving hebben het idee dat ze door de ‘oude’ media – kranten, radio en televisie – niet gehoord worden (zie b.v. dit artikel, deze blogpost of dit rapport). Er vindt dus geen open debat plaats; terwijl een open debat, waarin iedereen zijn of haar mening kan geven en hierover met anderen kan discussiëren, een van de grondvoorwaarden is van een goed functionerende democratie. Sinds de opkomst van internet is vaak geroepen dat dit medium, door het zeer open en toegankelijke karakter, dé plek is waar zo’n debat wel plaats kan vinden. Maar werkt het in praktijk ook echt zo?

Op 22 mei promoveerde communicatiewetenschapster Tamara Witschge aan de Universiteit van Amsterdam op dit onderwerp. Ik interviewde haar voor het blad Folia; hieronder een samenvatting van de belangrijkste punten van Witschges proefschrift en dit interview. Het volledige interview is na te lezen in Folia 31, die vanaf woensdag 30 mei op diverse locaties in Amsterdam verkrijgbaar is en als pdf beschikbaar komt op www.folia.nl.

Het onderwerp ‘debatten op internet’ is erg breed. Witschge besloot daarom haar onderzoek toe te spitsen op internetfora, aangezien dit plekken zijn die bedoeld zijn als open discussieplatform. Ook koos ze een enkel, politiek beladen discussieonderwerp: immigrantenproblematiek. Hierna selecteerde ze verschillende fora, waarbij ze keek naar hoeveel mensen er hier over het gekozen onderwerp praatten en waarbij ze rekening hield met diversiteit: ze koos zowel ‘linkse’ als ‘rechtse’ fora en fora specifiek gericht op allochtonen. Fora die in de selectie terecht kwamen waren onder meer het bekende fok.nl en maghrebonline.nl. Witschge analyseerde onder meer de discussies op deze fora en achterhaalde via enquêtes welk soort mensen aan deze discussies meedeed, wat hun motieven waren en wat zij van de discussie vonden.

De conclusie: ook op internetfora vindt, bij een politiek beladen onderwerp als immigrantenproblematiek, geen open discussie plaats.

Uit Witschges onderzoek blijkt dat de door haar bekeken discussies worden gedomineerd door een heel selecte groep: jonge, hoger opgeleide, autochtone mannen. Ook de discussies op de ‘allochtonenfora’. Witschge merkte dat zodra de discussie op deze fora over een politiek beladen onderwerp ging, deze volledig werd overgenomen door de genoemde groep, waardoor de discussies op maroc.nl in feite hetzelfde waren als op fok.nl. Opvallend genoeg bleek uit haar vragenlijsten dat de autochtone jongeren zelf aangaven op de allochtonenfora te komen omdat ze een ‘tegengeluid’ wilden horen. De intentie om alternatieve geluiden te horen en een echt debat aan te gaan was er dus wel; maar in praktijk werden diezelfde alternatieve geluiden ‘weggedrukt’, bijvoorbeeld door ze te negeren of door mensen op de persoon aan te vallen in plaats van op iemands argumenten in te gaan.

Volgens Witschge ligt het feit dat zelfs op internetfora de mening van de meerderheid regeert en een open discussie nauwelijks plaatsvindt, aan de aard van de mens: ‘Het is stomweg moeilijk om aan mensen die tot een andere groep behoren dan jij dezelfde rechten te verlenen en echt voor hen open te staan. Daar kan het internet niets aan veranderen. Toch heeft het internet wel veel potentie. Het biedt meer dan de offline samenleving de mogelijkheid om verschillende mensen met elkaar in contact te brengen.’

Ook geeft de onderzoekster een aantal tips, omgangsnormen zo je wilt, waardoor de discussies op internetfora echte debatten zouden kunnen worden in plaats van dat er vooral meningen worden gespuid en op de persoon wordt gespeeld:
- groet mensen als je op hen reageert
- laat duidelijk merken dat je iemands reactie hebt gelezen en in overweging hebt genomen
- breng persoonlijke verhalen en ervaringen aan in je reactie, waardoor je het onderwerp uit het abstracte haalt en mensen je minder snel aan zullen vallen.

Het volledige proefschrift van Tamara Witschge, getiteld ‘(In)difference online’, zal binnenkort in papieren vorm beschikbaar komen bij de universiteitsbibliotheek van de UvA.

8 reacties

  1. In mijn ogen is dit een waardevol onderzoek, omdat het terecht 1 van de utopieen rond het internet in twijfel trekt.

    Wel vind ik de keuze om dergelijk fora hiervoor te onderzoeken een zwak onderdeel. Dit zijn immers ‘gesloten’ systemen onder moderatie. Eigenlijk stond daardoor van tevoren al vast dat een ‘open’ debat hier onmogelijk was.

    Als je het internet als een geheel bekijkt, zijn er wel degelijk meer mogelijkheden om een ‘open’ debat te voeren. In de toegankelijke mogelijkheden die het internet aan individueen biedt, om hun inbreng te publiceren en verspreiden (denk o.a. aan mail, websites en blogs).

    De beperking van het debat zit hem in dit geval overigens weer in de censuur die providers en zoekmachines toepassen.

  2. De onderzoekster beschrijft in haar proefschrift ook de rol van moderators, en in hoeverre moderaten al beperkingen oplegt aan het debat. Ik heb dit alleen hier niet beschreven. Haar voornaamste conclusies op dit vlak: enerzijds zijn moderators juist nodig om het debat in goede banen te leiden; doordat zij te grove en racistische opmerkingen enz. verwijderen voorkomen zij dat een ‘discussie’ in scheldpartijen verzandt. Anderzijds zijn de regels op een forum soms erg arbitrair; hoe bepaal je bijvoorbeeld of iets ‘on topic’ is? Volgens Witschge hebben hierdoor vooral nieuwskomers op forums het soms moeilijk, maar kan de gevorderde forumgebruiker die de regels kent wel degelijk alles zeggen wat hij of zij wil.

    Overigens worden andersoortige websites, blogs e.d. ook gemoderate. De een wat meer dan de ander; maar dat is bij formus ook zo. En email biedt geen open / publiek discussieplatform, aangezien dit meestal slechts tussen twee of enkele personen plaatsvindt. Hoewel ik het met je eens ben dat moderators al gelijk beperkingen leggen op de openheid, denk ik dus toch dat Witschge door forums te nemen het juiste onderzoeksobject heeft gekozen.

    groetjes, Nadine

  3. Duidelijk. Alleen bedoel ik nog net iets anders met mijn opmerking over blogs en – breder getrokken – individuele mogelijkheden om te publiceren op het internet.

    Natuurlijk bieden ook blogs de mogelijkheid tot moderatie. Maar het ‘unieke’ aan het internet is wel dat iedereen met een ‘mening’ zelf een blog, website, massamail, internetprofiel etc. kan opstarten om deze te verkondigen. Tot dusver lijkt mij dit erg ‘open’.

    De beperkingen liggen volgens mij veel meer op het niveau waarop deze publicaties vervolgens aan censuur onderhevig zijn doordat zoekmachines en overheden hun macht uitoefenen om deze publicaties te verbergen. Ook speelt het bereik van deze publicaties natuurlijk een rol. Maar de ruimte is er wel degelijk.

  4. Ik snap je punt, geloof ik. Maar ik denk dat er een verschil zit tussen wat jij bedoelt als je het hebt over ‘openheid’, en wat er in dit onderzoek bedoeld werd. Ik denk dat jij het vooral hebt over de mogelijkheid tot vrijheid van meninguiting; terwijl Witschge het heeft over de mogelijkheid tot een open publiek debat. Dit gaat een stapje verder dan alleen vrije meninguiting, het draait ook om het interactieve, om je mening gehoord te krijgen en er vervolgens met anderen over te discussieren. Ik denk dat internet als platform voor vrijheid van meningsuiting redelijk open is; maar als platform voor een echt publiek debat, gezien de conclusies uit dit onderzoek, minder.

    Het kan, zoals de onderzoekster ook tegen me zei, heel goed dat er op sommige minder zichtbare plekken op internet wel open gediscussieerd wordt tussen een beperkte groep mensen; maar zodra deze plek bekender oftewel meer publiek wordt en als het bovendien over een beladen onderwerp zoals immigratieproblematiek gaat, loopt de discussie spaak. Waarmee dus het ‘publieke’ uit het open publieke debat (als grondvoorwaarde voor een goed functionerende democratie) ontbreekt. En waardoor de polarisatie & de vooroordelen in onze samenleving met betrekking tot dit onderwerp zullen blijven bestaan.

  5. Sonja schreef op 28 mei 2007 om 11:39

    Ik moet glimlachen bij de gesuggereerde mijns inziens naieve ‘gedragsregels’ van de schrijfster. Als er iets is waar je voorzichtig mee moet zijn op het internet is het wel het schrijven van persoonlijke ervaringen. Zorg in ieder geval dat ze zo anoniem mogelijk blijven.

    Mijn ervaring in ‘debatten’ op het internet is dat er een disproportioneel hoog aantal, tja hoe zal ik het noemen, geestelijk gemankeerden zich mengen in discussies. Mensen die waarschijnlijk irl niet in staat zijn om een normaal sociaal leven te leiden, of misschien wel nooit verder komen dan de voordeur – voor wie sociale omgangsregels niet tot de standaard uitrusting behoren. Inspraak is goed, vrijheid van meningsuiting is goed, maar ga er vooral niet van uit dat de vrijheid die het internet biedt op dit vlak, ook ‘vrije’ resultaten oplevert. Iedere gek met een gebrek en een internetverbinding levert megalomane resultaten.

    De enige echte ‘debatten’ die ik voer zijn in de vriendenkring – je kunt de mensen in de ogen kijken, er hoeft geen (al dan niet geveinsde) smiley bij.

    En neem nu bijvoorbeeld een politiek weblog als dat van Marijnissen. Échte inhoudelijke vragen of kritiek worden daar subiet verwijderd, al dan niet gevolgd door een IP ban, door een specialistenteam van 5 mensen. De rest zijn meningen van halleluja-SPers en (extreem-)rechtsen met racistische praat en opsommingen met ‘Mao, Stalin en Pol-Pot’. Die zijn wél toegestaan, aangezien de laatste categorie een makkelijke prooi vormt voor de halleluja-SPers, en zodoende de glorie van de SP en haar standpunten alleen maar versterken. Dat is geen moderatie meer, maar ordinaire beeldvorming, al dan niet geholpen met censuur.

    Ik denk dat de grootste vergissing is dat, in wezen, het echte debat niet meer bestaat. En daar waar een poging wordt gedaan, resulteert dat meestal in (nog meer) polarisatie. Vergeet daarbij niet te bedenken dat dat ook precies de bedoeling kan zijn van sommige ‘debatten’. En de voorbeelden die de burger krijgt van hoe politici debatteren draagt daar alleen maar aan bij. In wezen is een figuur als Geert Wilders daar het meest eerlijk in: ik mag zeggen wat ik wil, en als je het er niet mee eens bent, ben je een landverrader, een dhimmie, een communist, een anti-semiet, of een moslim.

    Het debat, een uitwisseling van meningen, kan ook niet bestaan zolang Nederlandse journalisten schrijven wat hen wordt opgedragen. De media blijven de enige bron waaruit burgers een mening kunnen vormen, tenzij die burgers zelf deel uitmaken van het nieuws. En de missie van journalisten in de grote media is meer gericht op het ronselen van zo veel mogelijk abonnees en kopers – het moet boeien. Dan blijkt de waarheid, of echte informatie door de (meestal in het buitenland gekochte) berichtgeving in een context te zetten, ondergeschikt. Nieuwsberichten worden meer en meer verklaringen van missionarissen die een bepaald wereldbeeld presenteren waar machthebbers op dat moment belang bij hebben. Het belang van de lezer, afgezien van zijn bereidwilligheid om in de media te investeren, is ‘null and void’.

    Zodoende wordt het voor de burger zeer moeilijk een eigen (echte) mening te vormen, en is dat een feit wanneer de burger de weg naar alternatieve berichtgeving niet kent. En wanneer er geen meningen gevormd kunnen worden, kunnen er geen debatten plaatsvinden – dit is mijn idee van de ontwikkeling.

    ‘Het debat’ is niet het probleem, maar het ontbreken ervan. En internet draagt daar aan bij. Immers, de burger kan razendsnel nog veel meer disinformatie en andere sprookjes consumeren als dan hij al deed. En dat draagt bij aan polarisatie en niet aan debat. En zeker niet aan ‘de democratie’.

  6. Bert schreef op 9 juni 2007 om 13:37

    Een beetje late reactie maar ik moet dit toch even kwijt.
    De censuur op maroc.nl en op het forum van Islamcity is onverdraagbaar. Op dit laatste forum schaamt men zich zelfs niet om links te verwijderen.
    Wellicht zijn er nog meer van deze Islamitische fora die op deze wijze handelen maar daar heb ik geen ervaring mee. Op de door mij genoemde fora ben ik met het motief dat ik leugens zou verkondigen in de ban gedaan. Als je vraagt welke leugens dan: geen antwoord. En neem voorts maar van mij aan dat ik altijd nette bewoordingen gebruik. Voor het overige heeft Witschge volkomen gelijk, er wordt weinig of niet op de argumenten ingegaan. Daar is weinig aan te doen vrees ik maar als men censuur toepast is een dialoog helemaal onmogelijk, met vriendelijke groet,

  7. FüR schreef op 16 oktober 2007 om 23:41

    Nog later dan Bert.
    De kritiek van Maarten Brinkerink is begrijpelijk. Nadine Böke neemt het op voor de onderzoekster. Ook dit is begrijpelijk, omdat zij gekozen heeft om te schrijven over het betreffende onderwerp. Sonja spant de kroon op het niveau van begrijpen. Sonja en Bert slagen erin om de essentie van het onderliggende te raken. Waar het gehele onderzoek in essentie omgaat is niet zozeer de openheid van het debat, alswel het naar elkaar toedrijven van gelijkgezinde individuen op temijn. Deze laatste waarheid hoeft niet per definitie te geschieden vanwege het internet (mediale opvolgers van het internet zullen dit echter zéker bewerkstelligen). Trouwens Sonja, u bent een held op het moment dat u uw essentie besluit met de woorden ‘null and void’.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>