Van betaald naar gratis – van weerbaar naar weerloos?

Het boek The Greatest Story Ever Sold – aardig DNR-boek van de Maand, zou ik zeggen – inventariseert de manieren waarop de Amerikaanse regering het nieuws en de publieke opinie de afgelopen jaren manipuleerde.

IJzingwekkende literatuur, vooral als je er de gevolgen voor de levens van miljoenen mensen bij op het netvlies roept.

Cruciaal is het citaat van een assistent van President Bush (vermoedelijk Karl Rove), die lacht om journalisten en hun ”reality-based community” en de vloer aanveegt met de “oordeelkundige bestudering van de waarneembare realiteit” waarmee de pers groot is geworden. Nee, zo werkt de wereld volgens hem allang niet meer.
“Wanneer wij machthebbers handelen”, legt hij uit, “maken we onze eigen realiteit. En terwijl jullie die realiteit nog zitten te bestuderen – op oordeelkundige wijze, zo je wilt – handelen we opnieuw, creëren we nieuwe realiteiten, die jullie ook weer kunnen bestuderen (…) Wij zijn de actoren in de geschiedenis, en het enige wat jullie, journalisten, kunnen doen is bestuderen wat wij doen.”

Ik moest hieraan denken toen ik gisteren in NRC Handelsblad een staatje tegenkwam met de omvang van de redacties van onze vier gratis kranten.

Metro: 25
Sp!ts: 35
De Pers: 50
DAG: 45

Onwillekeurig vraag je je af hoe weerbaar deze kleine en overwegend onervaren clubjes zijn tegenover het publicitaire geweld dat zelfs omvangrijke, gelouterde redacties niet steeds weerstaan. Anders gezegd: van welke (gemanipuleerde) realiteit doen zij eigenlijk verslag?

Afnemend weerwerk
Een Amerikaanse studie gaf twee jaar geleden geen opbeurend beeld van de prestaties van gratis kranten. “De kwaliteit van de verslaggeving blijft ver achter bij die van de betaalde kranten”, luidde de conclusie. “De gratis kranten zetten hun veelal onervaren en onderbetaalde verslaggevers onder druk om zoveel mogelijk korte artikelen te produceren; artikelen die tekort schieten op het gebied van context, adequate bronnen en initiatief.” (even terzijde: wie gaat zulk vergelijkend onderzoek naar de prestaties van gratis versus betaalde kranten in Nederland op zich nemen, of is/wordt dat al gedaan?).

Naarmate gratis kranten ons perslandschap meer gaan domineren kan het weerwerk tegen persberichten, media events, oneigenlijke politieke druk, commerciële gunsten, liegende ministers, voorlichters of CEO’s, desinformatiecampagnes, hypes en proefballonnetjes verder afnemen. Om maar niet te spreken van vroeg of laat opduikende recessies waarin advertentieomzetten kelderen en vooral gratis kranten het allerlaatste vet van de redactionele botten moeten schrapen. Dan zal de “waarneembare realiteit” waarmee veel machthebbers toch al zo weinig op hebben, nog verder uit het zicht van redacteuren en hun lezers verdwijnen.

De ene gratis formule hoeft de andere niet te zijn
Gelukkig geldt er een belangrijke relativering. Zoals The Greatest Story Ever Sold en de Nederlandse studies Schuivende grenzen en Een selectieve blik (waarover later deze week meer) aantonen, zijn ook grote en betaalde kranten regelmatig gevoelig voor de manipulaties van macht en geld – kennelijk hangt de weerbaarheid van kranten niet alleen van aantallen redacteuren en ervaringsjaren af. Minstens zo belangrijk zijn de aard en scherpte van de journalistieke opdracht waarmee journalisten op pad worden gestuurd. Heeft hun krant een eigen missie, een eigen “programma” en moraal die ze spinproof maakt? En blijven eigenaar, uitgever en hoofdredactie daar ook in moeilijke tijden onverkort achter staan?

Het eigenwijze, op analyse en context gerichte karakter van De Pers bewijst in mijn ogen dat de ene gratis formule de andere niet hoeft te zijn, dat er experimenteerruimte is. Wat dat betreft ben ik benieuwd of Sp!ts en Metro nog gaan bewegen en op welke plek in het weerbaarheidsspectrum de nieuwe DAG belandt.

10 reacties

  1. Er is geen enkel oorzakelijk verband tussen de omvang van een redactie en de mate waarin weerstand wordt geboden aan spindoctors die trachten de waarheid te verdoezelen. Ik mag het zeggen, want heb zowel ervaring meet een 200plus-redactie als met een 40min-club. In beide omgevingen heb je – helaas – voorbeelden van hoe het niet moet, maar gelukkig veel meer die het tegendeel bewijzen.
    Wel is er een verband tussen de omvang van een redactie en het aantal onderwerpen dat serieus aangepakt kan worden. Bij een krant als Sp!ts (wees gerust, Theo, we blijven bewegen hoor) betekent dat elke dag een scherp oog voor wat wel en niet gedaan kan worden. Enkele criteria daarbij: belang voor de doelgroep, gesprek-van-de-dag-gehalte, onderscheidend vermogen. Bovendien zullen we niet gauw mankracht inzetten op een item waarvan we weten dat het ook door de persbureaus wordt gecoverd.
    De ene dag levert dat een beter resultaat op dan de andere, maar het streven naar ´spinproofness´ is daarbij wel een leidraad. En ja, soms betekent dat dat we, net als andere kranten overigens, de keuze moeten maken om een kansrijk onderwerp te laten liggen. Gewoon omdat we in de tijd die we nodig zouden hebben om de waarheid in dat specifieke onderwerp volledig boven water te krijgen, drie of vier andere prachtige verhalen kunnen maken. Kwestie van efficiënt en lezersgericht denken dus.

  2. Theo van Stegeren schreef op 10 mei 2007 om 12:51

    Beste Bart,
    Wat mij interesseert: hebben jullie interne richtlijnen mbt die “spinproofness”? Uit je reactie krijg ik die indruk, maar je slotzin over “kwestie van efficiënt en lezersgericht” denken brengt me weer aan het twijfelen. Die zin suggereert dat efficiency en lezersgerichtheid de maat aller dingen zijn.

    Jan Dijkgraaf, de toenmalige hoofdredacteur van Metro Nederland, zei ooit in HP/De Tijd: ‘Metro is welbeschouwd geen krant, maar een product. De snelle hap, instant kicks, dat is wat de lezer wil.’

    Nu zal ik Dijkgraafs Metro niet op één lijn plaatsen met jouw Sp!its, maar wat me opviel in het stuk over “kwaliteit” dat je in december 2006 voor De Nieuwe Reporter (zie link hieronder) schreef, was dat ook jij je volledig beroept op datgene wat “de lezer” wil.

    “Kwaliteit”, schreef je, `is een in extremis samengesteld en in hoge mate subjectief begrip. (…) Het is met name voor vakbroeders hartstikke aardig om te blijven discussiëren over kwaliteit van media, maar we moeten niet de illusie hebben daarmee ook maar een centimeter dichter bij de definiëring ervan te komen. Zeker is dat iedere gebruiker zijn persoonlijke kwaliteit wel bepaalt. Hij stelt, als nieuwsconsument, constant zijn eigen, steeds wisselende, pakket samen.”

    Mij spreekt dat standpunt niet aan. Zoals ik mijn kinderen niet naar een school of universiteit zou sturen waar (de kwaliteit van) het onderwijs volledig wordt samengesteld op basis van wat “de scholier’ of “de student” wil, zo verwacht ik ook van mijn krant een duidelijke eigen visie op kwaliteit. Een visie die, anticiperend op de machten die de krant dag aan dag voor hun karretje willen spannen, duidelijke criteria bevat over aantallen bronnen, porties eigen initiatief en research, en dosering van kritische distantie.

    http://www.denieuwereporter.nl/?p=709

  3. Theo,
    Als efficiency de maat aller dingen zou zijn, dan maakten we, met redactie van hoogstens tien man, een ANP-krant. Als lezersgerichtheid het absolute ijkpunt zou zijn, dan zouden we dagelijks 16 miljoen verschillende kranten moeten produceren.
    Die twee grootheden zijn dus nogal strijdig met elkaar. Iedere krant probeert er zijn eigen evenwicht in te vinden.

    Nee, wij hebben geen aparte interne richtlijn tegen spindoctors. Het gedrag dat hun invloed moet minimaliseren, valt wat mij betreft binnen de normale journalistieke do´s & don´ts.
    En die kwaliteit, ja, daar denken we inderdaad verschillend over. Tenminste waar het aankomt op een exacte definiëring van het begrip. We weten allemaal dat er aan alle kanten getrokken wordt aan een journalist, maar uiteindelijk maakt de journalist in kwestie samen met zijn eindredacteur een belangenafweging. Algemeen geldende journalistieke principes (al dan niet op schrift gesteld in interne richtlijnen) vormen daarbij de basis, maar de praktijk van alle dag speelt eveneens een rol. Dat dat niet alleen bij ons gebeurt én dat de spelregels altijd weer multi-interpretabel zijn, blijkt wel uit de recente discussie tussen Thom Meens en Pieter Broertjes naar aanleiding van het interview met Mabel. De Volkskrant staat – terecht – bekend als kwaliteitskrant, maar toch kan er blijkbaar zeer verschillend gedacht worden over de invulling van dat begrip, in dit geval nota bene door twee mensen die geacht worden zich voor de volle 100% voor het behoud van die kwaliteit in te zetten.
    Journalistiek is geen wiskunde; de dagelijkse prestaties van een redactie bepalen de gepercipieerde kwaliteit van een site, programma of krant (als geestelijk én commercieel product). In die zin blijkt de “eigen visie op kwaliteit” elke dag weer. Of niet natuurlijk, dat mag het publiek fijn zelf bepalen.

  4. Spur-ned schreef op 11 mei 2007 om 19:21

    Geen van de gratis kranten kan beweren in de luxe te verkeren die de betaalde / traditionele kranten oudsher genoten, ook de Pers niet. De gratis kranten kunnen wel in een (belangrijk) deel van de nieuwsvoorziening voorzien, namelijk het minder arbeidsintensieve deel. Misschien moeten de traditionele kranten stoppen met het willen zijn wat ze ooit waren en zich meer focussen op de dingen die zij wel kunnen zijn en de nieuwe kranten niet. De nieuwsconsument (wanneer hij/zij die behoefte voelt) is er al lang aan gewend zijn nieuws uit verschillende media te halen. Kunnen ze de ANP-tjes uit de gratis kranten halen en de verdieping uit de traditionelere kranten. Zullen de laatste wel minder moeten doorbereken aan de klant en meer aan adverteerders.

  5. Bas de Vries schreef op 11 mei 2007 om 22:02

    Het kernpunt van Theo van Stegeren blijft, ook in de reacties van Bart, mijns inziens overeind. En dat is dat gratis kranten minder middelen hebben om de macht (lees: mensen als Karl Rove) kritisch te volgen. Zonder al te dramatisch te willen doen en zonder de grotere betaalde kranten heilig te verklaren: dat brengt inderdaad een zeker risico met zich mee.

  6. Spinproofness heeft m.i. inderdaad weinig te maken met de omvang van een redactie, noch met de ervaring van de betrokken redacteur, noch met het bestaan van enige formele richtlijn. Dit zal er allemaal wel een beetje mee te maken hebben, maar waar het vooral om draait – of zou moeten draaien – is het cultiveren van eigenwijs, zelfstandig denkend, kritisch en reflectief talent.

    Dan nu de hamvraag: “de omvang van de redacties van onze vier gratis kranten: Metro: 25, Sp!ts: 35, De Pers: 50, DAG: 45″. Da’s prachtig, maar hoeveel van deze journalisten hebben daadwerkelijk een VASTE aanstelling, compleet met relevante regelingen (vakantie, bonus, pensioen, ontslaggaranties) en een voltijdse (!) aanstelling? Ik schat, op basis van recente internationale cijfers, minder dan een-derde. Hoeveel van deze werknemers is aangesloten bij een vakbond? Hoeveel van deze hardwerkende mensen is stagiair, werkt in het kader van een ervaringsplaats, freelancer of anderszins onbeschermd in arbeidsrechtelijke zin? In hoeverre wordt er daadwerkelijk geinvesteerd in loopbaanbegeleiding, talentontwikkeling en bijscholing van al deze professionals?

    Juist. En wie moet nou de macht controleren?

  7. @ Bas: geen speld tussen te krijgen.

    @ Mark: als een degelijke controle van de macht afhankelijk zou zijn van het percentage mensen met een vaste, voltijdse aanstelling (vergeef me dat ik je nu wel heel kort door de bocht parafraseer), dan hoeven we ons niet zo veel zorgen te maken. De redactie van Sp!ts bestaat momenteel uit 36 voltijdsbanen, ingevuld door 37 mensen. Allemaal met een normaal contract, inclusief toeters en bellen zoals door jou genoemd. Daar bovenop hebben we altijd een aantal stagiairs en natuurlijk de nodige freelancers die min of meer geregeld wat voor ons doen. Ik ga er van uit dat ook de andere gratis kranten geen situatie kennen zoals jij ‘m vanuit de internationale cijfers beschrijft.

    Bezien vanuit vakbondsperspectief doen we het dus – gelukkig – niet zo slecht.

    Ik vrees echter dat gezonde arbeidsvoorwaarden op zich geen enkele garantie bieden op een degelijke controle van de macht. Die is veeleer afhankelijk van jouw andere criterium: de aanwezigheid van “eigenwijs, zelfstandig denkend, kritisch en reflectief talent”.

  8. @Bart: dit is goed nieuws, en dank voor de uitleg. vanzelfsprekend is voor mij een voltijds contract geen uitsluitende voorwaarde, maar het is een mogelijke graadmeter van de mate, waarin een journalistieke werkgever bereid is daadwerkelijk te investeren in (potentieel) journalistiek talent.

    Zonder om mijn collega’s bij alle (MA & HBO) beroepsopleidingen onheus te willen bejegenen, vraag ik me echt af of we met z’n nog wel echt talent opleiden en cultiveren. Nu we met de MA Journalistiek en Nieuwe Media te Leiden door het accrediteringscircus gaan, valt het me op dat we op geen enkele manier afgerekend worden op durf, lef, visie, kritische grondhouding, individualiteit, unieke benadering, etc. Nee, we moeten door steeds meer betuttelende flutringen springen (“hoeveel van uw praktijkdocenten hebben een PhD?”; “waar zijn uw vergadernotulen van de afgelopen 3 jaar?”).

    Het onderwijssysteem wordt gedwongen (door ambtenaren en andere regel “nerds”) steeds verder te standaardiseren en bureaucratiseren – alles zaken die het opleiden, begeleiden en vooral “kietelen” van jeugdig toptalent in de weg staan.

    Ik ben er van overtuigd dat op alle opleidingen hetzelfde aan de hand is als bij ons in Leiden: aan de ene kant hebben we daar een fantastische staf van docenten en begeleiders, die tegen magere betaling met passie en plezier samenwerken (!) met veelal geinspireerde en talentvolle jongens en meisjes, aan de andere kant hebben we de regelsnobs en de ambtelijken die het diezelfde staf onmogelijk maakt om ECHT plezier te hebben in hun werk en dat van hun studenten.

    Het wordt HOOG tijd voor privatisering van de beroepsopleidingen. Ik roep op tot het starten van een onafhankelijke BA/MA/PhD “School of Media Production” in Nederland met financiering van de EU (omdat we Engelstalige MA/PhD’s onderwijzen), het bedrijfsleven (Endemol, Telegraaf, PCM, RTL, etc), instellingen (Miramedia, Bedrijfsfonds voor de Pers), en NWO (als steun voor toegepast wetenschappelijk onderzoek).

    Het uitgangspunt van deze school moet dan zijn: het begeleiden en cultiveren van UNIEK talent, of het nu om filmmakers, reclamecreatieven, videogame ontwikkelaars dan wel journalisten gaat.

    Of is dit slechts een dagdroom?

  9. Mooi plan! Als je nog een gastdocent nodig hebt, mag je me bellen.

  10. Misschien eens informeren bij Metro hoe veel redactieleden ze daar wél hebben en dan constateren dat NRC informatie uit de oude doos (2003) opdist?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>