Naar aanleiding van het artikel van Kees Driehuis dat we gisteren plaatsten, stuurden Hans Wansink en Sara Berkeljon van de Volkskrant ons de volgende reactie.
De Raad voor de Journalistiek heeft een klacht van Zembla tegen ons boek De Orkaan Ayaan gegrond verklaard. Naar aanleiding daarvan heeft Zembla op 24 april in een persbericht geëist dat ons boek uit de handel gehaald moest worden, dat er in de Volkskrant een rectificatie moest worden opgenomen en dat in een herdruk de tekst van het boek zou moeten worden aangepast. In een later stadium heeft Zembla geëist dat in ons boek een inlegvel met correcties moest worden opgenomen.
Wij blijven voor honderd procent achter onze tekst staan. De gewraakte uitspraken van de Zembla-redacteuren zijn gebaseerd op vier onafhankelijk van elkaar tot stand gekomen getuigenverklaringen (hier de link naar het betreffende hoofdstuk en ons verweer bij de Raad voor de Journalistiek)
Bij een herdruk van ons boek zullen wij de tekst up to date maken. In dat kader zullen we melding maken van de klacht van Zembla en de uitspraak van de Raad, zonder dat wij iets zullen afdoen aan de oorspronkelijke tekst.
De Raad voor de Journalistiek diskwalificeert onze getuigen zonder enige argumentatie met betrekking tot hun waarheidsgetrouwheid. De drie gewraakte uitspraken zeggen iets over de intentie van de programmamakers, maar zijn op zichzelf geen beschuldigingen, zoals de Raad meent. Tijdens de zitting bleek overigens dat Driehuis en Van Dongen zich niet konden herinneren wat zij dan wél gezegd zouden hebben. Dit sterkt ons in onze opvatting dat onze reconstructie van de gang van zaken rond De heilige Ayaan correct is.
De uitspraak van de Raad verabsoluteert wederhoor als de toetssteen bij uitstek voor journalistieke kwaliteit. De Raad wekt daarmee de indruk dat journalistieke producties (in de ruimste zin van het woord, dus ook non-fictie en geschiedschrijving als De orkaan Ayaan) die zonder wederhoor tot stand zijn gekomen, per definitie ondeugdelijk zijn. Wij menen dat het aan de journalist zelf is te beoordelen in welke gevallen wederhoor zinvol en noodzakelijk is. Het opnemen van een ontkenning maakt het voor de lezer moeilijker zelf te beoordelen wat waar of aannemelijk is. Omgekeerd wekt de Raad ten onrechte de suggestie dat journalistiek werk waarbij wel wederhoor plaatsvond zonder meer de toets der kritiek kan doorstaan.
De Raad doet journalistieke producties als de onze ernstig tekort wanneer zij die slechts marginaal en procedureel toetst op criteria als wederhoor. Bovendien betekent deze handelwijze een ontoelaatbare beperking van de bewegingsvrijheid van journalisten en andere schrijvers van non fictie. Zoals H. J. Schoo schrijft: ‘Onderzoeksjournalistiek is gebaat bij maximale vrijheid en serieuze journalistieke mores, niet bij beknottende mechanische regels.’
Lees ook de reactie van de Raad voor de Journalistiek
62 reacties