Over ethiek, codes en andere codes

Internet is een medium met eigen normen en waarden – ik heb dat vaker beweerd. Anonimiteit en identiteit zijn niet helemaal wat je dacht dat ze waren in de gewone wereld. Stelen wordt op het net soms eerder gebillijkt. Opinies lijken heiliger dan feiten. Misschien is het allemaal minder een verrijking voor de samenleving dan sommige utopisten dachten, maar we zullen het ermee moeten doen, for better or worse.

De journalistiek moet hier iets mee, ook dat heb ik vaker gezegd. De beroepsgroep kan zich niet afzijdig houden. Als we ons verkrampt vasthouden aan de oude, vertrouwde ethische beginselen zonder open te staan voor vernieuwing, lopen we het risico het respect van lezers te verliezen, daarna die lezers zelf en tenslotte onze reden van bestaan. Waarmee niet gezegd is dat we alle eigenaardigheden van het net kritiekloos moeten omarmen.

Gelukkig begint de journalistiek zich te bevrijden van die kramp. In de Verenigde Staten wordt volop gedebatteerd over een richtlijn voor online journalistiek. The Guardian en andere media experimenteren met open fora, misschien wel het heetste hangijzer. En in Nederland wordt hardop de vraag gesteld of er een journalistieke richtlijn moet komen die meer dan de twaalf jaar oude code van het Genootschap van Hoofdredacteuren rekening houdt met internet.

Het is een lastig debat. Hoewel ze er niet dagelijks over praten bij de soepautomaat, ligt de ethiek van het vak voor veel journalisten even gevoelig als het celibaat voor een priester, het beroepsgeheim voor meester Moscowicz en de eed van Hippocrates voor artsen. Je stelt zo’n code niet lichtvaardig ter discussie; je weet maar nooit wat je ervoor terugkrijgt. En wie een overtuiging loslaat waaraan hij zich jarenlang vasthield, wordt ook met terugwerkende kracht aan het twijfelen gebracht: had je dat dogma niet al eerder moeten laten varen?

Meer dan één code

De opkomst van internet dwingt de journalistiek niettemin tot reflectie op de eigen ethiek. Maar als we op zoek gaan naar een nieuwe, gemoderniseerde beroepscode, ontdekken we dat er al lang meer bestaat dan één code. Dat die codes niet allemaal hetzelfde doel hebben en niet alle voor hetzelfde publiek zijn geschreven. Dat maakt de dingen complexer en tegelijkertijd overzichtelijker.

Om te beginnen is er, zoals Arno van ‘t Hoog schreef, een groot verschil tussen een code die primair algemene idealen onder woorden wil brengen (zoals de Code van Bordeaux) en de interne richtlijn van een krant. Die laatste kan op de eerste gebaseerd zijn, maar is veel specifieker, praktischer en pragmatischer. Een interne richtlijn zal bovendien vaak sancties bevatten op overtreding.

Een tweede onderscheid heeft te maken met de doelgroep. Waar het Genootschap van Hoofdredacteuren in 1995 met zijn code vooral de eigen beroepsgroep op de korrel had, richt de leidraad van de Raad voor de Journalistiek zich toch in de eerste plaats op mediaconsumenten, en dan vooral degenen die zich tekort gedaan en misheus behandeld voelen door de media. Ook dat zet de toon.

Als internet de journalistiek dwingt tot herijking van de beroepscode – wat we nu onderzoeken; er staat niets vast – dan zou dat heel wel kunnen leiden tot een derde onderscheid. Naast codes voor offline of algemeen gebruik, zou er een code kunnen bestaan die helemaal geënt is op internet. Uiteraard zullen er pijnlijke verschillen bestaan tussen beide codes – het gaat er juist om die conflicten en tegenstrijdigheden te benoemen.

De ethische matrix

Ik kan me een matrix voorstellen waarin de drie hierboven genoemde uitgangspunten (doel, publiek, platform) samenkomen in acht – 2(3) – (*) secties of hoofdstukken. Die zullen elkaar overlappen. Idealen zullen verwijzen naar praktische consequenties, de facto normen zullen vertaald worden in gedragsregels. Maar de verschillen die onderin de matrix ontstaan, daar waar alledaagse beslissingen moeten worden genomen, zullen even belangrijk zijn als de overeenkomsten, de vanzelfsprekende, door niemand betwiste fundamenten onder de journalistiek (”eerbied voor de waarheid”).

Nee, ik verwacht niet dat het grote publiek veel aan die matrix zal hebben. Daar is het denkraam ook niet voor bedoeld. Ik stel niet meer of minder voor dan een grondplan onder het denken over een journalistieke ethiek. Wie denkt dat het anders kan, moet dat vooral zeggen.

(*) Toevoeging van de eindredactie: In een eerste versie van dit stuk was sprake van 23, waar 2(3) was bedoeld. Het betreft hier een technisch malheur: WordPress ondersteunt geen superscript, waardoor kwadratering in een tekstfile niet mogelijk is. Om die reden is ervoor gekozen dit in een latere versie te wijzigen in 2(3). De eerste reacties onder dit stuk zijn van voor die aanpassing.

12 reacties

  1. “Ik kan me een matrix voorstellen waarin de drie hierboven genoemde uitgangspunten (doel, publiek, platform) samenkomen in acht (23) secties of hoofdstukken.”
    Acht (23) secties?

  2. Douwe schreef op 9 juni 2007 om 17:21

    “De ethische matrix

    Ik kan me een matrix voorstellen waarin de drie hierboven genoemde uitgangspunten (doel, publiek, platform) samenkomen in acht (23) secties of hoofdstukken. Die zullen elkaar overlappen. Idealen zullen verwijzen naar praktische consequenties, de facto normen zullen vertaald worden in gedragsregels. Maar de verschillen die onderin de matrix ontstaan, daar waar alledaagse beslissingen moeten worden genomen, zullen even belangrijk zijn als de overeenkomsten, de vanzelfsprekende, door niemand betwiste fundamenten onder de journalistiek (”eerbied voor de waarheid”).”

    Hier raakte ik de draad van het, overigens verder goed te volgen, betoog kwijt…
    Hoezo 8? Hoezo (23)? Hoezo een Matrix? Waar zal wat wat overlappen? etc. etc.

  3. Die 3 was superscript, maar dat snapt de stylesheet van DNR niet, of ik snap die stylesheet niet. Ik bedoelde twee tot de macht drie.

  4. Arno van 't Hoog schreef op 10 juni 2007 om 22:26

    Je redenatie volg ik prima: je zult moeten differentieren

    Ik weet niet of je altijd naar type publiek zou moeten uitsplitsen. 1 tekst om aan iedereen uitleg te geven (intern en extern) en verantwoording op af te leggen, en toetssteen bij geschillen, dat lijkt me de ideale situatie.
    (dat kan natuurlijk alleen bij gedetailleerde richtlijnen van individuele media, niet bij Code van Bordeaux achtige teksten.

    Voor een online code is veel te zeggen; er kunnen zaken geregeld worden als:
    pseudonimiteit, anonieme beschuldingen, (verplichte?) interactie (als lezers kritisch reageren op een stuk, ga je dan in debat (en wanneer is dat afgerond?, wanneer ga je een tekst aanpassen?), potretrecht van mensen op geuploade (film)beelden, etc. Verantwoording voor reaguurbijdragen.

    Ik denk dat je heel ver kan komen door met sprekende voorbeelden te laten zien waar de offline codes online tekort schieten.

  5. Sonja schreef op 15 juni 2007 om 23:20

    Je kunt wel heel interessant allerlei filosofisch-wetenschappelijke opties voorstellen en daar lustig op los debatteren, misschien wel jarenlang, maar zou het niet handiger zijn om de krachten te bundelen en te richten op ‘slechts’ onafhankelijke verslaggeving?

    Ik zeg dat, omdat wanneer er een ongetwijfeld goed doordachte nieuwe code zou komen, niemand zich daar iets van aan zal trekken. De uitgever zal zeggen f*ck ethiek, we moeten verdienen. Je kunt jarenlang ethische vragen stellen aan kranten en je krijgt jarenlang geen antwoord. Dat is de realiteit. Sinds wanneer wordt er onder de mensen die er direct mee te maken hebben een serieuze discussie gehouden over ethiek? Wat ik in de kranten lees is dat de mainstream, online of op papier, na 9/11 overduidelijk zichzelf medeschuldig hebben gemaakt aan de ellende die we nu in de wereld hebben. En, zo lijkt het, hoe groter het geweld, hoe venijniger de oorlogspropaganda en hoe enger de tunnelvisie.

    Zo lazen we gisteren groot nieuws van De Hoop Scheffer dat het met Afghanistan “immens” goed gaat, en vandaag is zoals gewoonlijk Den Haag weer “geschokt” en spreekt van een “laffe aanslag”. Zels een Balkenende die er nog eens aan toevoegt: des te meer reden om daar te blijven. En dat wordt dan gepresenteerd als ‘nieuws’? Is dat nieuws? En breek me de bek niet open over de Gaza-verslaggeving, het is schaamteloze hitserij. The manufacture of consent heet dat.

    Wanneer springt er eens iemand op de bres voor onafhankelijke verslaggeving en dwingt journalisten en correspondenten tot het simpelweg uitoefenen van hun vak, zodat het publiek wordt geïnformeerd?

  6. Een aparte online-code lijkt me een logische ontwikkeling. Maar moet dat dan meteen in verplichtingen worden gevat, zoals Arno suggereert? Die schrijft meteen: “(verplichte?) interactie (als lezers kritisch reageren op een stuk, ga je dan in debat (en wanneer is dat afgerond?, wanneer ga je een tekst aanpassen?)”.

    Pleazzze! Natuurlijk is interactie belangrijk, maar ik kom nog te veel journalisten tegen die hun stukkies online pleuren en vervolgens de hele discussie eronder nooit ofte nimmer lezen. Dat soort mensen verplichten om te gaan reageren gaat niet werken. En dan nog: dit soort dingen horen niet in codes. Ieder bepaalt zelf of hij/zij reageert, en hoe. En hoe lang. En wanneer er een ban wordt gegeven. Zulke zaken kun je heel globaal in regeltjes vatten, maar laten we van zo’n code alsjeblieft geen procedureel onwerkbaar gedrocht maken…

  7. @Jeroen: eens!

  8. Arno van 't Hoog schreef op 18 juni 2007 om 09:34

    @ Jeroen: Suggesties en vraagtekens opvatten als Stalinistisch dictaat. Doe niet zo mal.

  9. @Arno: Het was gewoon een algemene waarschuwing.
    Je andere stuk stelt me gerust. ;)

  10. Pingback: Lucaswashier » Blog Archive » Code van Bordeaux

  11. John schreef op 4 maart 2009 om 12:12

    Ik vind de voorpagina van de Telegraaf te ver gaan.
    De vermoorde man zichtbaar en de kop:De dikke is dood….

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>