Redactie en commercie: weg met de Chinese muur

Platte reclame in de redactiekolommen, dat pikt geen enkele krantenlezer. Een stukje over winstprognoses bij Heineken waarin in iedere tweede zin wordt vermeld hoe lekker dat bier toch is, is volstrekt ongeloofwaardig. Maar een slimme vermenging van commercie en redactie kan, zonder dat de lezer daar slechter van wordt, zelfs in dagbladen heel goed werken.

Een onderzoek waarop Eva van Reijmersdal vandaag in Amsterdam promoveert, toont het aan: de meeste consumenten blijken het helemaal niet erg te vinden wanneer reclame met redactionele inhoud wordt vermengd in een tijdschriftenartikel of op televisie. Hoe redactioneler het item, des te minder erg men zulke vermenging zelfs vindt. De dagbladsector heeft ze niet onderzocht, maar ook daar zijn zaken aan het schuiven. De vraag is of dat erg is.

Vroeger heette het sluikreclame, nu heeft Van Reijmersdal het over brand placement of non-spot . Natuurlijk heb ik, als hoofdredacteur van een gratis krant, de schijn tegen met de vaststelling dat de schade van zo´n advertentievorm wel eens erg mee kan vallen. Want bij ons lopen commercie en redactie – als we de standaardreflexen mogen volgen – toch al doelloos door elkaar heen.

Vergeef me dat ik die reflexen voor dit moment even rigoureus terzijde schuif.

Chinese muur
De traditionele, in de jaren zeventig ontstane communis opinio onder vakbroeders is helder: advertenties en redactionele informatie kunnen weliswaar in één en hetzelfde medium staan, maar zowel bij de totstandkoming ervan als in de uiteindelijke presentatie moet er een strikte scheiding tussen beide werelden blijven. Een Chinese muur, waarin geen raam of deur te vinden is, houdt redactie en commercie uit elkaar. Zo is het veilig, zo is het goed.

Beetje bij beetje is dat wereldbeeld in gruzelementen gevallen. Voorheen ondenkbaar geachte advertentievormen (driehoeken, vrijstaande figuren) kwamen ook nog eens terecht op plekken die altijd heilig waren voor de redactie (boven de vouw, op rechterpagina´s, om de voorpagina heen). Tegelijk vond er meer en meer overleg plaats tussen vertegenwoordigers van redactie en commercie. Eerst alleen op het niveau van hoofdredactie en commercieel directeur, later ook door de specifiek verantwoordelijken aan beide kanten.

En nu is er dan non-spot: géén scheiding meer, maar een volledige vermenging. En niet meer beperkt tot de media waar we van weten dat de commercie er de dienst uitmaakt (tv, internet, publiekstijdschriften), maar zelfs in het hart van de klassieke journalistiek: de krant. De tweede fase in het proces is blijkbaar begonnen.

Fundamenteel
Eerst een geruststelling: er blijft altijd wel plaats voor onafhankelijke, door niets of niemand beïnvloede journalistiek. Zoals het fundamentele onderzoek ook nooit helemaal zal verdwijnen uit de wetenschap. Maar de hoofdstroom in informatieland staat inmiddels volop open voor mengvormen van commercie en redactie. Niet in alles wat er op de betrokken podia gebeurt (een aanslag in Gaza blijft voorlopig gewoon een aanslag in Gaza, wat Philips en Shell daar ook van vinden), maar wel elke dag en op diverse plekken. En echt niet alleen bij media die het zo moeilijk hebben dat de hoofdredacteur, uit angst voor verlies van werkgelegenheid, toestemt in alles wat de advertentieverkopers van hem vragen.

Neem Sp!ts bijvoorbeeld, toch echt niet een krant die een probleem heeft met het vinden van adverteerders. Desondanks vinden we het van belang om na te denken over nieuwe manieren om commerciële partijen aan ons te binden. Natuurlijk gebeurt dat volop multimediaal, maar ook puur in de krant – en altijd in nauwe samenspraak tussen commercie en (hoofd)redactie.

Want dat moet wel gezegd worden: non-spot-achtige advertentievormen werken alleen als deze voortkomen uit open ingestelde creatieve teams die bestaan uit mensen van sales, marketing en redactie, incidenteel aangevuld met de adverteerder zelf. Alleen in zo´n gezamenlijkheid kun je tot originele, werkbare en voor de lezer geloofwaardige advertentievormen komen. Alleen dán lukt het ook om intern het noodzakelijke draagvlak te krijgen, hetgeen onontbeerlijk is in zo´n proces.

Recentelijk heeft dat geleid tot bijvoorbeeld een door ABN Amro betaalde zesdelige serie over allerlei ´groene´ ontwikkelingen: windenergie, recycling, watergebruik, zonnekracht, etc. Nuttige, onafhankelijk geproduceerde actuele verhalen over onderwerpen die onze lezers aanspreken. Het nut voor ABN Amro is dat er aandacht is voor een belangrijk thema in een nieuwe campagne (over ecologisch beleggen) en dat onderaan elk artikel een verwijzing staat naar de website www.ecojacht.nl, waarop ABN Amro alvast iets kan uitleggen over ecologisch beleggen.

Keuzevrijheid
Wie nu zegt dat Sp!ts nooit een zesdelige serie zou hebben gemaakt over ecologische trends als ABN Amro er niet was geweest, heeft heeft in theorie gelijk. Maar de realiteit gebiedt te zeggen dat daarmee de kous natuurlijk niet af is. Want het onderwerp is goed, de artikelen deugen en de uitwerking is nergens dubieus. Het is, kortom, een serie waarvan ik graag had gezien dat een van mijn redacteuren er spontaan mee op de proppen was gekomen. Dat dat niet gebeurd is, is overigens geen onkunde. Nee, het heeft vooral te maken met een proces dat zo oud is als de journalistiek zelf. De (nooit volledig objectiveerbare) keuzevrijheid van de individuele journalist of zijn baas zorgt ervoor dat deze om allerlei redenen elke dag slechts een of twee van de duizenden verhaalopties tot een afgerond artikel kan verwerken. Zijn die andere 998 opties daarmee per definitie van minder belang? Nee, niet per se. En is de 1001ste optie, toevallig afkomstig van bijvoorbeeld een grote bank, daarmee al helemaal waardeloos? Nee, dat zou – in theorie – best wel eens het allerbeste onderwerp kunnen zijn.

Alleen, common sense ter redactie wil dat elk idee van een commerciële partij bij voorbaat verdacht is. De reflex is begrijpelijk, vanuit het verleden ook verklaarbaar en kan ons soms zelfs behoeden voor ongewenste inmenging. Maar de verabsolutering ervan zorgt voor een verstarring waar geen enkele lezer mee gediend is. Wees gerust, ook op de redactie van een gratis krant vinden stevige discussies plaats over dit onderwerp. Want ABN Amro is zeker niet de enige partij die op deze manier probeert “binnen te dringen”. Integendeel, de voorbeelden stapelen zich op.

Ook op andere dan commerciële terreinen gebeurt dat trouwens; veel langer al zelfs en helaas voor de lezer veel meer in het geniep. Denk daarbij aan politici, sportbestuurders of maatschappelijke groeperingen. Ze palmen individuele redacteuren in, dreigen met drooglegging of houden de krant een worst voor. En bepalen daarmee de agenda van de krant. Zo oud als de krantenbusiness zelf en vele malen kwalijker (want verborgener) dan waar we het hier over hebben. Maar dat terzijde.

Angst
Terug naar de commerciële inmenging. De argumenten ertegen kan ik inmiddels dromen: glijdende schaal, einde zoek, grenzen stellen, etc. etc. Ze komen uit een goed hart, maar worden vooral ook ingegeven door angst voor het onbekende. Het is dan ook zaak volop en in alle openheid te blijven praten over dit fenomeen. Op de eigen redactie, maar ook daarbuiten. Inderdaad moeten er af en toe duidelijke grenzen gesteld worden aan advertentieverkopers die hun targets wel heel makkelijk willen binnenhengelen. Maar tevens zal duidelijk moeten zijn dat steevast nee zeggen voor een redactie geen optie meer is. En vooral zullen we moeten blijven aantonen dat onder aan de streep het enige belang is je lezers een mooi en lezenswaardig product te bieden. Ontstaan uit eigen journalistieke kracht en een open houding tegenover goede ideeën van een (al dan niet commerciële) derde. Zonder hoereergedrag, maar ook zonder de naar hypocrisie neigende reflexen van weleer.

Hopelijk breidt Eva van Reymersdal haar onderzoek nog uit naar de dagbladsector. Ik heb het vermoeden dat de uitkomsten niet zo gek veel anders zullen zijn.

8 reacties

  1. Goed dat je je uitgebreide deelname aan de discussie hierover op Adfoblog in een eigen blogje hebt gevat.
    Zie: http://blog.adformatie.nl/index.php/site/entries/redactie-mixen-met-reclame-who-cares/

    Punt is: mensen die het hardst klagen over het behoud van onafhankelijke, niet-gesponsorde journalistiek hebben vaak zelf niet door dat de damesglossies al sinds jaar en dag hun beautyrubriekjes weggeven aan adverterende partijen. Ooit gelezen dat u de lipgloss van L’Oreal vooral links moet laten liggen? Net zo goed als betaalde persreizen naar het buitenland: die leveren doorgaans lyrische verhaaltjes op over de locaties die de sponsor voor je uitkiest.

    Met Brouwers vraag ik mij af of dit altijd erg is. Helaas zijn er media die op dit vlak de verkeerde keuzes maken en gewoon de lappenpop van de commercie zijn. Daar prikken veel lezers doorheen en die bladen zullen vaak marginaal blijven. Doe je het genuanceerder, dan kun je er mee wegkomen, zoals Spits. Toch is ook de tijdgeest veranderd: nieuwe generaties accepteren dat alles gesponsord wordt. Zij bepalen zelf wel of de boodschap nog ‘kan’. Vroeger was sluikreclame een vies woord, tegenwoordig jubelen we over de zegeningen van branded content. In dat licht is het logisch dat de grenzen verschuiven.

  2. Joost schreef op 21 juni 2007 om 10:55

    Ik vraag me nu af: is die tekst van die zesdelige serie nou geschreven door een redacteur van Spits? Het stuk komt namelijk over als redactionele inhoud. Als deze tekst kant en klaar is aangeleverd door ABN Amro, is dat denk ik een kwalijke zaak, want uit niets blijkt dat het een commerciële boodschap is.

    Bovendien wordt de link “Ecojacht.nl”, onderaan de tekst, gepresenteerd als was het een informatieve link van één of andere milieuorganisatie. De link leidt echter naar een overduidelijk commerciële en absoluut níet informatieve site.

    Het had netter geweest als hier een advertorial van was gemaakt. Maar goed, misschien denk ik wel een beetje te “ouderwets”, en is het tegenwoordig normaal om commerciële inhoud tussen de redactionele content te plaatsen.

  3. Arno van 't Hoog schreef op 21 juni 2007 om 11:09

    Al dit soort keuzes vallen of staan bij transparantie: wat is het beleid van een blad, en zijn ze daar duidelijk over. Het is geen kwestie van wel of niet, maar van wel of niet inzichtelijk maken wat je nastreeft en hoe. En dat kan zelfs per katern verschillen.

    Dus transparant over je motieven, de commerciele inbreng, en duidelijke labels die laten zien wat redactioneel is , en wat sponsored en wat mixed.

    Dus is de persreis / autotestrit betaald, zet het er even onder. Kost maar twintig tekens. Als het een sponsored item is ook. Ik krijg weleens het gevoel dat dat idee van vergaande openheid her en der koude rillingen bezorgt. Dat soort reflexen zouden wel eens een signaal kunnen wezen dat men, met de woorden van Brouwers, hypocriet is of aan het hoereren.

  4. Bart, ik ben het met je eens dat het journalisten goed zou doen als ze pragmatischer en genuanceerder nadenken over de belangrijke rol die de markt en de commercie in hun werk spelen. Dat niet doen of nukkig afwijzen maakt je in feite tot slaaf van de markt (want je bent machteloos er iets aan te doen of te veranderen).

    Aan de andere kant is er toch een wezenlijk issue: hoe “nobel” de markt of commercie zich ook kan of wil opstellen, ze heeft absoluut geen behoefte aan kritiek. Je mag heus wel hoor-wederhoor toepassen in een gesponsord verhaal, maar je mag de sponsor zelf nooit in een kritisch daglicht stellen.

    Aan de andere kant: waarom zouden INGO’s (international non-governmental organizations) of non-profit instellingen niet kunnen betalen voor kritische onderzoeksjournalistiek? Waarom bij commercie alleen maar denken aan ABNAMRO of Shell, en niet aan PayPal-donaties, de giftcultuur van internet, of anderszins publieke organisaties?

    zou de Spits bijvoorbeeld niet een keihard, diepgravend en multimediaal pakket aan verhalen kunnen maken over een bepaald cruciaal thema en voor het vrijmaken van journalisten daarvoor zelf aktief op zoek gaan naar sponsoring van een dergelijke organisatie?

    oftewel: onderzoeksjournalistiek on demand?

  5. @Joost: de auteur van de serie is een zelfstandig gevestigde freelance-journalist. Hij is geselecteerd vanwege zijn specifieke kennis over het onderwerp. Hij heeft eerder voor andere kranten over dit onderwerp geschreven en is vooraf door ons geïnstrueerd over onze specifieke wensen. Zonder tussenkomst van ABN Amro.
    Over de aard van de site ecojacht.nl heb je gelijk; ik vind dat echter niet storend in dit verband, en al zeker geen aanleiding om het woord ´advertorial´ boven het artikel te zetten. Bovendien: wat is de waarde, zonder verdere uitleg, van dat ene woord?

  6. Lia schreef op 21 juni 2007 om 16:16

    Mark, onderzoeksjournalistiek on demand wordt wel wat lastig met al die verschillende belangen. Kom er maar eens achter waarom iemand iets onderzocht wil hebben.
    Als je echt onafhankelijke onderzoeksjournalistiek on demand wilt, of beter gezegd onderzoeksjournalistiek on demand onafhankelijk houden wilt, zul je toch echt eerst tot een gezamenlijk overkoepelend global belang moeten komen. En wat moet dat dan zijn. Ik weet er wel een paar hoor, waar in mijn ogen niemand het ooit mee oneens zou kunnen zijn: ieder kind een rechtvaardig bestaan, armoe, honger, geweld, misbruik de wereld uit (met al onze kennis wordt dat nu toch wel eens tijd, of niet dan!), ieder mens de mogelijkheid om zelf vorm te kunnen geven aan zijn of haar eigen leven, save the environment. Maar daar moet dan wel iedereen dus mens, dier, organisaties, bedrijven zich in kunnen vinden. Want bedrijven en organisaties hebben ook belangen. Organisatiebelangen, bedrijfsbelangen, waarvan je dan kunt zeggen, ook daar nemen we de mens als belangrijkste factor, maar direct of indirect en negatief en positief, hebben die organistie- en bedrijfsbelangen ook belang voor de mens. Dus waar leg je de lat? En wie bepaalt die lat?

    Waar ik naar toe wil is dat de grenzen van de journalistiek, waar je matey Henk Blanken het eerder over had (http://www.denieuwereporter.nl/?p=934) worden opgerekt, en dan vooral de inhoudelijke grenzen. Over vormen kunnen we het later nog hebben, of misschien hebben we het daar al lang over gehad. In de huidige journalistiek loopt inhoud mijlenver achter op vorm (met dank aan de scholen!). Ik wil dat de journalistiek, de journalistieke beroepscultuur, in plaats van dat belachelijke, dat arrogantie-om-arrogantie-het-hoofd-te-bieden-hanen-gedrag, dat dmv je stukken bevechten van je overtuiging, dat tegenoverelkaar zetten van meningen, eindelijk eens keihard zegt dat verschillende belangen hebben, kàn. Dat het hebben van verschillende belangen de werkelijkheid is, en dat het geen doodzonde is om een belang te hebben. Die erkenning zou kunnen betekenen dat niet alleen de journalistiek ophoudt met ingewikkeld doen, maar dat iedereen ophoudt met ingewikkeld doen, en dat daardoor iedereen eindelijk eens zijn belangen openlijk bespreekt. Want alléén dan, en alléén dan kunnen we evenwichtige compromissen sluiten, waarbij dan steeds dat ene global, overkoepelende belang iedereens uitgangspunt moeten zijn. So, waar laat ons dat?

    Only after the last tree
    has been cut down
    Only after the last river
    has been poisoned
    Only after the last fish
    has been caught
    We’ll find out
    that money cannot be eaten
    En ik vraag het nog eens: waar laat ons dat? Moet “de macht” de wereld uit? Macht is geen item: iedereen kan tot de elite behoren, als je je maar zo gedraagt als hen. Het is niet “de macht” die de wereld uitmoet, het is de angst die de wereld uitmoet. Dus leer de mensen dat ruimte geven aan de één, niet betekent dat een ander geen ruimte krijgt!

  7. Mark, het lijkt me wel een experimentje waard. Ik weet alleen niet of Sp!ts hier het meest aangewezen platform voor is.

  8. Pingback: Weblog Qjm.be » Blog Archive » Microsoft blogstorm in een glas water

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>