Voor het geval u het nog niet wist: de journalistiek vormt een serieuze bedreiging voor de democratie. Nu denkt u misschien: gut, in de mediakritiek is tegenwoordig alles geoorloofd. Roept u maar! Toch is dit meer dan een hersenscheet. Het is namelijk een van de stevigste standpunten uit het advies van de commissie Dommering.
De commissie deed twee jaar lang onderzoek naar ‘betere bescherming van burgers tegen schade door mediapublicaties’. Henk Blanken fileerde dat advies al eerder, vanwege de blindheid van de commissie voor de nieuwe media en het onbegrip voor de vrijheid van het journalistieke beroep.
De commissie laat in haar analyse overtuigend zien dat klachtenprocedures bij de Raad voor de Journalistiek efficiënter kunnen, net als het bij de rechter verhalen van schade bij onrechtmatige publicaties. De oplossing daarvoor in de vorm van een ombudsman is wel weer twijfelachtig, net als het vastleggen van beroepscodes en de titel journalist.
In dat opzicht is er een verontrustend gebrek aan weerwoord en discussie over dit advies in het veld. Helemaal nu de NVJ en de Raad voor de Journalistiek al met uitvoering van het advies lijken te zijn begonnen. En Ronald Plasterk vindt een ombudsman ook al zo’n reuzengoed idee.
Parafraseren
De analyse van de commissie begint met het opsommen van een half dozijn rapporten en twee initiatieven. Dat ‘grote aantal’, geeft volgens de acht juristen aan ‘dat er iets aan de hand is’. Er is iets aan de hand, en het neemt toe. Wat precies, dat lijkt een mooie onderzoeksvraag. Maar de commissie laat het bij het met grote instemming parafraseren van Maurits Barendrecht, hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg: ‘(…) een ongebreidelde pers leidt in zijn ogen tot een beperking van de uitingsvrijheid van politici en bestuurders, die hun uitspraken keer op keer foutief geciteerd of in een verkeerde context in de media terugvinden. Dan is er in zijn ogen niet alleen sprake van individuele slachtoffers maar wordt de democratie als geheel bedreigd.’
De toon is daarmee na twintig regels al gezet. De media als bedreiging voor de democratie. Na het tot leven toveren van deze draak, is het duidelijk dat er een ridder in vol ornaat moet worden gevonden. Die queeste komt dus vanzelf bij een ombudsman. De commissie is namelijk niet van zins een toelichting te geven op de aard en omvang van het probleem van ‘schade door mediapublicaties’. Het karakter van de schade is wel duidelijk: reputatieschade, schending van privacy, ontbreken van weerwoord. Maar hoe is dat verdeeld, wat zijn de aantallen en welke staan in verband met de bedreiging van de democratie? Er volgen geen casussen, geen voorbeelden, geen analyses. Liever spreekt de commissie over abstracte ‘mediaslachtoffers’ van ‘onrechtmatige publicaties’. Om vervolgens vol overgave wetsteksten en jurisprudentie uit te pluizen.
Aantallen
Pas terloops komt de lezer na zes pagina’s iets meer te weten; en de cijfers doen je niet steil achterover slaan. ‘Wel geven aantallen een indicatie: het aantal gepubliceerde uitspraken van de rechter schommelt in de periode 1993-2004 rond een gemiddelde van 30 per jaar, terwijl het aantal behandelde klachten bij de Raad in deze periode van 20 naar 100 per jaar oploopt. Dat betekent dus dat er in de periode dat de media explosief zijn gegroeid (en naar men mag aannemen het aantal onrechtmatige publicaties) een afnemende animo is om naar de rechter te gaan.’
De toename van het aantal klachten wordt op pagina 11 door de RvdJ secretaris verklaard. ‘Volgens secretaris Koene houdt de toename van het aantal klachten en contacten met benadeelden verband met de ruimere bekendheid van de Raad via onder meer de website en het televisieprogramma ‘De leugen regeert’ waarin vrijwel wekelijks de Raad aan de orde is.’
Het is dat deze fantasmagorie zo bedaard wordt gebracht, maar er staat echt dat ‘men mag aannemen’ dat het aantal onrechtmatige publicaties explosief is gestegen. Waar blijkt dat dan uit? De commissie vindt duidelijk dat onrechtmatige publicaties een vast percentage vormen: vergroot de media-output en je krijgt evenredig meer ellende. Het omgekeerde zou evengoed het geval kunnen zijn: het aantal media-uitingen is explosief gestegen, maar het aantal klachten is verhoudingsgewijs afgenomen. En de toename van het aantal klachten is uit andere ontwikkelingen – naamsbekendheid van de Raad – te verklaren. Hoe dan ook: die constatering van de commissie blijft net als de bedreiging van de democratie als een 24 karaats vooroordeel de lucht te hangen.
Het rapport Dommering heeft veel trekken van een slecht journalistiek artikel: ongefundeerde verdachtmakingen, onvoldoende transparantie over gegevens en aannames en blijk van vooringenomenheid. De kwaal die de journalistiek wordt verweten, tiert blijkbaar ook onder juristen. Roept u maar!
4 reacties