Slechter is toch beter

Ik draai nooit meer een cd, mijn kloeke stereo-installatie in de huiskamer is vervangen door een boombox waar de iPod in staat. Het opvallende is dat de geluidskwaliteit van die combinatie aanzienlijk onderdoet voor die van de ouderwetse stereo maar om de een of andere reden vind ik dat niet erg. En dat is eigenlijk vreemd. Ging de overgang van vinyl naar cd nog gepaard met fundamentele discussies en gekrakeel in de media over kwaliteit – terwijl het verschil alleen voor audiofielen waarneembaar was -, de overstap van cd-audio naar mp3 verliep vrijwel geruisloos en zonder gemor. Ondanks een duidelijk hoorbare teruggang in geluidskwaliteit. Ineens leek die niet meer relevant.

Dat is geen uitzondering want de terugval in kwaliteit treedt de laatste tien jaar over vrijwel de gehele media-linie op. Digitale foto’s bijvoorbeeld kunnen in technische volmaaktheid niet tippen aan ouderwetse rolletjes. De kwaliteit van het lcd-scherm dat sinds enige tijd de beeldbuis in de huiskamer vervangt is ook minder dan ik gewend was. En de landkaart op mijn TomTom kan in gedetailleerdheid niet in de buurt komen van een papieren wegenkaart.

De gesprekskwaliteit van mobiele telefoons is aanzienlijk minder dan die van gewone telefoons en de verbindingen zijn instabiel. Nogal wat mobiele telefoongesprekken eindigen daarom zoals gewone telefoontjes beginnen: “Hallo? Hallo?” Het lijken wel 19e eeuwse verbindingen.

Digitaal kwaliteitsverlies
Dat lijkt een detail maar vergis je niet. De techniek heeft een enorme invloed op de inhoud. Op de manier waarop journalisten hun verhaal vertellen bijvoorbeeld. Voor de oorsprong van het klassieke kop-staart verhaal, in de journalistiek nog steeds de populairste vertelvorm, ken ik twee verklaringen. De eerste is dat opmakers van kranten de verhalen vroeger makkelijk moesten kunnen inkorten. Ze zetten er letterlijk de schaar in en dus moesten alle feiten in volgorde van belangrijkheid gegeven worden zodat je zo min mogelijk verliest door het van onderaf aan af te knippen.

De andere versie is dat verslaggevers tot deze verteltechniek werden gedwongen door de opkomst van telecommunicatie. De instabiele verbindingen vereisten dat het belangrijkste nieuws als eerste werd doorgegeven.

Welke van de twee het ook is, in beide gevallen is de techniek dwingend voor hoe en wat er vertelt wordt. Technologie is niet alleen een middel, het bepaalt ook de inhoud.

Als je er verder over nadenkt zul je alleen nog maar meer voorbeelden tegenkomen van digitaal kwaliteitsverlies. De inhoud van e-mails is kwalitatief gezien aanzienlijk minder dan die van brieven. Om nog maar te zwijgen van sms. De Wikipedia kan zich weliswaar meten met de Britannica maar is toch nog niet zoals de editie van de papieren encyclopedie waar topfiguren als Sigmund Freud, Albert Einstein, Marie Curie en Leon Trotski zelf bijdragen aan leverden.

Gemak
De vraag is natuurlijk: geldt dat ook voor de journalistiek? Ja. De populairste nieuwssite in Nederland is nu.nl en hoe je het ook wendt of keert, die doet in kwaliteit onder voor bijvoorbeeld het NOS Journaal en zelfs voor De Telegraaf. Die krant is journalistiek weliswaar niet bepaald zuiver maar hij wordt wel met veel vakmanschap gemaakt.

Hoe kan dat? Omdat er een verschil is tussen makers en gebruikers. De meeste makers stellen eisen aan kwaliteit, de meeste gebruikers veel minder. Ook dat vertaalt zich terug in mediaverhoudingen: Onder journalisten wordt – zoals op deze site – hevig gediscussieerd over kwaliteit, inhoud en benadering zoals het inzetten van burgers, het verifieerbaar maken van bronnen, het opnemen van kritiek. De consument daarentegen heeft de keuze al gemaakt, die gaat gewoon naar nu.nl. Daar kom je de verbeterpunten waarover door journalisten gepassioneerd gediscussieerd wordt, amper tegen. De populariteit van nu.nl gaat maar om een ding: gemak. Daar blinkt de site in uit.

Tot gemak reken ik gemakshalve alles wat het gebruik bevordert: beschikbaarheid, snelheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid. Tegen die factoren kan kwaliteit niet op. Tenminste niet in het vrije spel der machten.

Hollywood
Er is natuurlijk een uitzondering op deze regel. Er is een consumentenproduct dat zich aan de wet op verminderende kwaliteit onttrekt: de dvd. Die is kwalitatief superieur aan zijn voorganger de video. Dat komt omdat de makersindustrie – lees Hollywood – hoge eisen bleef stellen en zowel industrie als consumenten de keuze opdrong. Ze gaven de vrije machten geen kans. Al zijn de alternatieven er natuurlijk wel. Divx, het populaire formaat voor illegale filmkopieen, is het consumentenantwoord op de dvd. Inderdaad, vooralsnog kwalitatief ook minder maar wel handiger.

De journalistiek is geen Hollywood. Er zijn geen overheersende machten die technologische ontwikkelingen kunnen tegenhouden of consumenten kunnen dwingen. Dat betekent dat de hele discussie over de toekomst van de journalistiek eigenlijk maar over een aspect hoeft te gaan: gemak. En hoe je daar het beste van maakt.

12 reacties

  1. Duns schreef op 18 juni 2007 om 16:20

    Als Francisco de MP3 met boombox verkiest boven zijn oude geluidsinstallatie, heeft die blijkbaar qualiteiten die belangrijker zijn dan het zuivere geluid.

    Gebruikersgemak, beschikbaarheid, minder ruimtebeslag et cetera.

    Dus is Fransisco er toch op vooruit gegaan. Hij werd immers niet ‘at gunpoint’ gedwingen om zijn oude installatie aan de straat te zetten

  2. DVD is niet zonder meer een beter alternatief dan video. De single layer DVD kan nauwelijks alle informatie bevatten; mpeg2-video en audio in de hoogste kwaliteit (surround). Het digitale beeld heeft beperkingen, sommige rechte lijnen worden rafelig en de audio klinkt soms watering (mp3 compressie). Qua beeld vind ik video soms wat zachter en qua audio ook warmer. DVD is met name verzonnen vanwege copy control mogelijkheden, maar dit is mislukt. Hollywood staat niet te juigen nu DivX er is, maar kwalitatief hoeft het niet onder te doen voor DVD/mpeg2.

    Maar goeds, da’s techniek. Ik lees veel blogs die kwalitatief beter zijn dan veel kranten en tijdschriften. Ik vind vrijwel alle kranten vrij oppervlakkig, men gaat nauwelijks echt de diepte in. Waarschijnlijk omdat ze de massa moeten bereiken, maar het voordeel van internet is juist dat je met vakmensen kunt communiceren. En die zijn er genoeg. Bijvoorbeeld dit blog, De Nieuwe Reporter.

  3. Prikkelende gedachte. Ik vraag me twee dingen af in dit verband. Is gemak niet vooral een kwestie van kunnen kiezen? Waar, wanneer, tegen welke voorwaarden en hoe ik media gebruik. Het is dus niet zomaar gemak, het is vooral gemak ten opzichte van de mediamaker. Kennelijk is de consument bereid veel op te geven in ruil voor de sensatie dat hij het voor het zeggen heeft. Tweede gedachte: is dit niet vooral een generatiekwestie? Ik vermoed dat jongeren, iedereen onder de 40, meer waarde hecht aan die sensatie dan de rest, dan het deel voor wie massamedia de norm is en personalisatie vooral lastig is om in te stellen.

  4. @Henk: volgens mij onderschat je dan jongeren. Want die zijn wel heel erg kritisch. Niet allemaal natuurlijk.

    Kritisch zijn komt al eeuwen voor en is niet afhankelijk van technologie of media. Tenminste dat denk ik. Hier geldt: men neemt wat men krijgt, maar dat wil niet zeggen dat men iets anders zou kiezen als het werd aangeboden.

  5. Arno van 't Hoog schreef op 19 juni 2007 om 09:45

    Mooi punt: gemak als belangrijkste eis van de gebruiker.

    Alleen vermoed ik dat gemak een gewone kwaliteitseis is. Nu.nl gebruikt het medium optimaal, en dat wordt gewaardeerd. Er is kortom geen tegenstelling tussen gemak en kwaliteit, hooguit hebben journalisten veel oog voor productiekwaliteit (wederhoor, etc) en minder voor gebruikerswaardering. Toegankelijkheid en overzichtelijkheid plaatsen tegenover kwaliteit is als je er wat langer over nadenkt een kruimelige stelling.

    Neemt niet weg dat gemak veel meer leidend zou moeten zijn, de kwaliteit hoeft daar niet onder te lijden. Wat de chefkok in de keuken aan kwaliteitseisen (warenwet, hygiene, bereiding) hanteert hoeft de klant in het restaurant niet te hinderen, en hij hoeft er zelfs niet over mee te praten, tenzij het eten naar kaarsvet smaakt en diarree veroorzaakt. Die gepassioneerde discussies op DNR

  6. Arno van 't Hoog schreef op 19 juni 2007 om 09:47

    ….staan dus niet haaks op de mediaconsumptie op nu. nl.

  7. Als Sigmund Freud en Leon Trotski symbolen voor kwaliteit zijn, geef mij dan maar gemak. Het is trouwens wel eens onderzocht hoe mensen vervormde muziek waardeerden, en vooral popmuziek bleek beter te klinken als de technische kwaliteit minder was. (Laat de redactie van Is dat eigenlijk wel zo? dat maar eens opzoeken.)

    Wat de journalistiek betreft: hoe groter het gebruiksgemak, hoe meer verschillende bronnen een lezer kan gebruiken. Dat is de grote vooruitgang van het internet. Het kop-staartverhaal hoort volgens mij ook bij gebruiksgemak: de lezer moet direct kunnen zien waar het artikel over gaat. Vandaar dat het nog steeds populair is.

  8. rapanui schreef op 19 juni 2007 om 17:56

    Sommige muziek kan beter tegen kwaliteitsverlies dan andere. Voor popmuziek is het kwaliteitsverlies vaak niet funest, maar voor een cellosuite van Bach of een étude van Chopin helaas vaak toch wel. Het is hetzelfde probleem als vroeger met slechte pickupnaalden: daarmee kon je wèl Queen draaien, maar geen Schubert. Vandaar dat iedereen destijds zo blij was met CD’s.

  9. Pingback: High Quality « BladBlog

  10. Zoals zo vaak weet Francisco te scoren met een op het eerste gezicht slimme observatie, welke na goed doordenken toch nogal plat blijft. Zoals evenzeer zo vaak blijft Van Jole steken in een massamediale argumentatie: “de meeste mensen”…

    ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat gemak een belangrijke peiler is van het succes van tal van nieuwe media (YouTube, Google, etc). ook klopt het dat technologie voor een wezenlijk deel inhoud bepaalt.

    aan de andere kant worden er wel degelijk technologische toepassingen ontwikkeld – zowel commercieel als via de weg van de open source – die kwalitatief hoogstaand zijn. zo zijn er journalisten die in hun eentje met een mobiele telefoon en laptop vol open source software betere reportages maken dan een 5-koppig camerateam van de BBC. en omgekeerd.

    wat zegt dat? dat de complexiteit van het medialandschap alsmaar toeneemt. dat er geen standaard, of algemeen geldende wetmatigheid, is die deze realiteit recht aan doet. dat er, als je wilt en er in investeert (tijd, energie, creativiteit, geld), heel veel mogelijk is met internet en andere min of meer nieuwe media.

    maar dat het inderdaad makkelijk is om vast te stellen dat het meestal drie keer niks is, er meestal weinig terecht komt van online participatie, en dat muziek op een mp3-speler meestal minder goed klinkt dan van CD of platenspeler. dan is het ook gemakkelijk om als jonge/nieuwe journalisten maar niets nieuws met al die shitty technologie te gaan doen – want dat is ook makkelijk.

    dan hoef je er meteen niet meer (goed) over na (en door) te denken.

    als we het houden bij “vroeger was alles beter” redeneringen en vernieuwingen of vernieuwers steevast negeren of afwijzen dan kunnen we met z’n allen, zoals Godfried Bomans het ooit schreef over het concertleven te Soest, gewoon lekker doorsoezen.

  11. arjan van der knaap schreef op 23 juni 2007 om 18:37

    Ik ben erg gesteld op kwaliteit, vooral als het om journalistiek gaat. Maar wat een vage vergelijking van hardware en een een selectie van ontwikkelingen met journalistiek met kwaliteit te maken heeft, wordt mij niet duidelijk. Het is een melancholieke beschouwing van iemand die zijn eigen consumptgedrag als referentie van de rest wereld gebruikt. Het is al gezegd: het staat Van Jole nog steeds vrij om betere audiobronnen te gebruiken, maar hij neemt zélf genoegen met minder.

    Hij probeert Nu.nl weg te zetten als een beroerd nieuwsmedium, maar het is op een aantal fronten toch beduidend beter dan Teletekst of het radionieuws. Meer berichtgeving, meer achtergrond en vaak ook beeld. Ja, het is allemaal wat makkelijker gemaakt dan de producties van Van Joles broodheren, maar voor een belangrijk deel van de bevolking is het een oceaan van kwaliteit.

    Wat Van Jole waarschiijnlijk probeert, is het beperkte bereik van zijn broodheren te verdedigen. De Volkskrant bereikt maar een uiterst smal deel van de bevolking. Radio 1 wordt in vergelijking met de nieuwstations van andere Europese landen slecht beluisterd. Ik denk dat Van Jole probeert te zeggen dat het niettemin toch erg goed is wat de Vara en de Volkskrant presteren. Dat is ongetwijfeld waar voor de – slinkende – doelgroep. Maar wie de middelbare school heeft doorlopen, weet dat kwaliteit een relatief begrip is.

    Kwaliteit is de mate waarin je weet te beantwoorden wat je doelgroep van je verwacht [http://nl.wikipedia.org/wiki/Kwaliteit_(eigenschap)]. Als ik Van Jole een beetje heb leren kennen, bedoelt Van Jole dat juist niet. Hij vindt het prachtig om bij een elitair clubje te horen en verdedigt de beperkingen daarvan met verve. Maar ik ben wel benieuwd hoe Van Jole wil rechtvaardigen dat er volgens een meerderheid van de bevolking helemaal geen kwaliteitsmedia bestaan.

    Die hoogwaardige DVD’s waar hij zo enthousiast over is, bereiken ook de huishoudens die de broodheren van Van Jole niet bereiken. Sterker nog, ze worden door een belangrijk deel van die huishoudens niet eens serieus genomen of betrouwbaar gevonden. De kwaliteit van de Volkskrant of de Vara is volgens sommigen misschien dik in orde, maar het is wel jammer dat ‘de journalistiek’ miljoenen anderen helemaal geen kwaliteit kan bieden.

  12. Pingback: IDG Blog » Blog Archive » Francisco van Jole heeft gelijk

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>