The Cult of the Amateur: ouders, pas op je kroost
Geen watje, die Andrew Keen. Gelet op de commotie nog vóór het verschijnen van The cult of the amateur, een boek waarin onze beschaving het aflegt tegen internet en Web 2.0, leek Keen een geducht netcriticus. Je zag hem overal. Meteen na de lancering van zijn boek, begin juni, werd hij per vliegtuig en limousine van het ene optreden naar de volgende tv-show gebracht. Met zijn morele appèl – “redt onze cultuur!” – was Keen zijn eigen hype geworden.
Keen is een in Berkeley woonachtige Brit die tevergeefs trachtte in Silicon Valley een online muziekbedrijf op te richten. Hij was een gelovige van de dotcomeconomie totdat hem de schellen van de ogen vielen tijdens een weekendje op het Californische landgoed van uitgever Tim O’Reilly. Samen met tweehonderd andere mediaspecialisten mocht hij hardop nadenken over wat toen “Web 2.0″ ging heten, het nieuwe internet.
Maar Keen deed niet mee.
Hij keek rond en zag dat het niet deugde.
Domheid
Wat werd verkocht als de democratisering van informatie, ontdekte Keen, is de dictatuur van de domheid. De aanhangers van het nieuwe web beweren dat amateurs samen meer weten dan die ene expert. Maar nu ze hun eigen blogs en YouTube-filmpjes maken, moet goede smaak wijken voor onbenul. Leggen feiten het af tegen leugens. Niemand die het checkt. Langzaam verwordt, aldus Keen, onze cultuur tot een kakofonie.
De literaire agent die in een eerste onbeholpen aanzet van The cult of the amateur een potentiële bestseller ontdekte, zag het scherp. De timing klopte. De Web 2.0-hype was toe aan een stevige relativering. Maar de agent begreep vooral dat de oude media snakten naar Keen. Het was hun wereld die aan het wankelen was, maar zo slecht ter been waren ze nog niet of ze konden van een geraffineerd opgeleukt pamflet nog wel een hit maken.
De gevestigde orde, belaagd door amateur-journalisten en anonieme reaguurders en in de steek gelaten door een publiek dat liever naar RTL Boulevard kijkt dan naar Netwerk, had in Andrew Keen zijn verlosser gevonden. Een welopgevoede Brit die hardop zei dat de cultuur naar de verdommenis gaat als we de kennis en de smaak en het oordeel van experts verruilen voor de wisdom of crowds, voor de cultus van de amateur.
Spiegelpaleis
Keens feiten deugen. Veel onzin, vuiligheid en bedrog gedijt op internet als nergens anders. Sinds elke ziel met een laptop er zijn hart kan luchten, is het net een narcistisch spiegelpaleis geworden waarin je elke aberratie kwijt kunt. Sinds Google alles over iedereen bijhoudt en we maar moeten geloven dat die aardige jongens niets kwaads in de zin hebben, wordt onze privacy bedreigd. Nu alle “content” digitaal wordt nagemaakt, en gratis via internet wordt rondgepompt, gaat de bestaanszekerheid van schrijvers, muzikanten, journalisten, filmmakers en uitgevers naar de vaantjes.
Keen waarschuwt dat onze “cultural standards en moral values” worden bedreigd (bij ons bekend als “normen en waarden”). De instituties die waakten over die normen, de media van een spraakmakende elite, worden overlopen door een horde vuilbekkende non-valeurs. Trollen en querulanten nemen de macht over in de media, het net wordt overspoeld door een tsunami van buurvrouwenporno en webcampederasten, terwijl Google er met de cookies en de buit vandoor gaat.
Bloggers – nog steeds volgens Keen – worden nimmer aangesproken op hun flauwekul, ze gaan niet de gevangenis in omdat ze geen bronnen willen prijsgeven, niemand roept ze ter verantwoording. “Amateur-journalistiek,” zegt Keen, “trivialiseert en corrumpeert het serieuze debat. Het is de degeneratie van de democratie tot een bewind van de meute en de geruchtenmolen.” En: “De YouTubification van de politiek bedreigt de burgerlijke cultuur. Het infantiliseert het politieke bedrijf, legt het publieke debat het zwijgen op…”
Amateur
Het is waar: kranten verdwijnen en porno rukt op. Maar om nou te zeggen dat dat allemaal geschiedt uit naam van de amateur, is natuurlijk flauwekul. Jongeren halen hun informatie van internet. Ze lezen geen kranten, noch luisteren ze naar de radio. Maar als je daar Web 2.0 de schuld van geeft, suggereer je dat de evangelisten van social software, lieden als O’Reilly, de ontlezing sinds de jaren vijftig op hun geweten hebben. En, kwalijker, dat dit proces omkeerbaar zou zijn als je de amateur het zwijgen oplegt.
Je kunt die amateur niet alles in de schoenen schuiven. Porno en spam en internetfraude zijn het domein van professionals. Web 2.0 – dat wil zeggen: de meme van online samenwerking – heeft handige sites opgeleverd zonder welke een schat aan informatie niet zo toegankelijk zou zijn als nu. Wie Wikipedia gebruikt voor wat de encyclopedie waard is, een vertrekpunt en niet het laatste woord, kan er veel aan hebben.
Keen is naar eigen zeggen technofoob noch conservatief, maar vindt dat we de beschaving moeten redden uit de klauwen van de amateur. Hij staat pal voor het auteursrecht, en stelt de kennis van de expert boven de wisdom of crowds. Hij denkt dat videoplatforms als Joost meer toekomst hebben dan YouTube omdat ze onderscheid maken tussen producenten en consumenten. Hij vindt dat ouders hun kroost beter in de gaten moeten houden (”zet die pc in de woonkamer”) en dat de overheid strenger moet optreden tegen online gokken en piraterij.
Zoals Keen alle kwaad vanaf de schepping toeschrijft aan de cultus van de amateur, zo blijkt hij uiteindelijke een naïeve, elitaire moralist die het niet kan verkroppen dat zijn favoriete platenzaak moest sluiten. Hij heeft lef, maar overschreeuwt zichzelf en loopt met een grote boog om de echte vraagstukken heen: wat moeten media met een net dat niet meer weggaat, met burgers die niet meer zullen zwijgen, en journalisten die maar moeizaam wennen aan het idee dat ze het niet meer alleen voor het zeggen hebben?










24 reacties:
24 juni, 2007
Het is weer dezelfde riedel van Henk Blanken. Hoewel hij het niet helemaal eens is met Andrew Keen, de schrijver van het boek, trekt Blanken weer ouderwets van leer: ‘Wij zijn goed en zij zijn slecht.’
‘The Cult of the Amateur: ouders, pas op je kroost.
Een boek waarin onze (die van Blanken, AvdV) beschaving het aflegt tegen internet en Web 2.0.
Wat werd verkocht als de democratisering van informatie, ontdekte Keen, is de dictatuur van de domheid.
Maar nu ze hun eigen blogs en YouTube-filmpjes maken, moet goede smaak wijken voor onbenul.
Leggen feiten het af tegen leugens. Niemand die het checkt.
Langzaam verwordt, aldus Keen, onze cultuur tot een kakofonie.
De gevestigde orde, belaagd door amateur-journalisten en anonieme reaguurders (…).
Een welopgevoede Brit (Keen. AvdV) die hardop zei dat de cultuur naar de verdommenis gaat als we de kennis en de smaak en het oordeel van experts (lees: Blanken. AvdV) verruilen voor de wisdom of crowds, voor de cultus van de amateur.
Keens feiten deugen. Veel onzin, vuiligheid en bedrog gedijt op internet als nergens anders. Sinds elke ziel met een laptop er zijn hart kan luchten, is het net een narcistisch spiegelpaleis geworden waarin je elke aberratie kwijt kunt.
Nu alle “content” digitaal wordt nagemaakt, en gratis via internet wordt rondgepompt, gaat de bestaanszekerheid van schrijvers, muzikanten, journalisten, filmmakers en uitgevers naar de vaantjes.
Keen waarschuwt dat onze “cultural standards en moral values” worden bedreigd (bij ons bekend als “normen en waarden”). De instituties die waakten over die normen, de media van een spraakmakende elite, worden overlopen door een horde vuilbekkende non-valeurs.
Trollen en querulanten nemen de macht over in de media (dit is toch eerder Blanken dan Keen, AvdV), het net wordt overspoeld door een tsunami van buurvrouwenporno en webcampederasten, terwijl Google er met de cookies en de buit vandoor gaat.
Bloggers – nog steeds volgens Keen – worden nimmer aangesproken op hun flauwekul, ze gaan niet de gevangenis in omdat ze geen bronnen willen prijsgeven, niemand roept ze ter verantwoording.
“Amateur-journalistiek”, zegt Keen, “trivialiseert en corrumpeert het serieuze debat. Het is de degeneratie van de democratie tot een bewind van de meute en de geruchtenmolen.”
En: “De YouTubification van de politiek bedreigt de burgerlijke cultuur. Het infantiliseert het politieke bedrijf, legt het publieke debat het zwijgen op…”
Het is waar: kranten verdwijnen en porno rukt op.’
24 juni, 2007
Boek inmiddels besteld maar heb er inmiddels al zoveel over gelezen en gezien dat ik steeds meer geloof dat Keen zijn mislukte internetavontuur probeert te verdringen. Jammer, een kritisch geluid op de huidige web 2.0-beweging is zeker welkom. Maar dan wel graag goed onderbouwd.
24 juni, 2007
Keen handelt uit angst. Bekijk ook wat video’s van de man. Angst versus uitdagingen. Niets is perfect, het Journaal niet, niets. Kwaliteit heeft in principe niets te maken met feit of je er je geld mee verdient.
Je kunt aan alle amateurs niet dezelfde eisen stellen. Maar dat doe je ook niet als mensen in de kroeg over bv politiek praten. Toch zijn sommige amateurs net zo kundig als professionals en het internet toont dat aan.
Het draait om het eindresultaat, niet om het stickertje professional of amateur. Maar dat wisten we toch allang Henk?
25 juni, 2007
Blanken zou zijn pijlen eens moeten richten op het beschavingspeil van de traditionele journalistiek.
Wat heeft BNN met beschaving te maken?
De voorleesmoeders van het Journaal die zich journalist wanen.
Het journaal dat jeugdjournaal is.
Fedinand Franssen die kleutertje-luister speelt.
Het bedroevende niveau van de Nederlandse sportjournalistiek met beunhazen als Smeets, Snoeks, Maalderink en Van Gelder.
Al die leuterprogramma’s rond god met die eindeloze naaikransjes van Jacobina Geel, Andries Knevel e.a.
Wat vindt god daarvan, Blanken?
De pseudo-informatie van ziekenhuisprogramma’s met operaties in beeld.
Al die interviewers die Ischa Meijer nadoen.
Matthijs van Nieuwkerk, die zijn mening en tempo dicteert aan zijn gasten.
Hafid Bouazza (mijn ster) die het hoofdredactionele commentaar van de links-populistische Volkskrant aan de kaak moet stellen. De krant vindt dat Ehsan Jami zich niet moet spiegelen aan Ayaan Hirsi Ali (?!).
Er is een mer à boire voor Blanken. Waarom vist hij dan telkens in dezelfde vijver?
25 juni, 2007
@ “Albert”
Je kan Keen wel willen omarmen maar de ironie van het constante gebruik van een pseudoniem – om heel stoer lekker stoute dingen te roepen – is dat je precies doet wat Keen zo terecht veracht. Jij mag je bij deze de leider van je eigen amateuristische cultus noemen. Gefeliciteerd!
25 juni, 2007
Lawrence Lessig start ‘The Keen Reader’: ‘… and I invite everyone to help construct the The Keen Reader — listing and demonstrating the errors in his book, so others can see quite clearly just how brilliant a self-parody this book is.’
http://wiki.lessig.org/index.php?title=TheKeenReader
25 juni, 2007
Wie is Van der Vliet, PH.D.? Dat moet een pseudoniem zijn.
Ik ben Albert van der Vliet, maar mijn adres en telefoonnummer geef ik zeker aan jou niet. Verder ben ik journalist, universitair geschoold. Zeker geen amateur, maar ben blij niet tot welke journalistenkliek dan ook te behoren. Met een Blanken wil ik helemaal niets te maken hebben. Zijn niveau is me zeker te laag.
25 juni, 2007
Ik ben het met Marco eens, gefundeerde kritiek en zelfreflectie op het hele fenomeen web2.0 is zeker welkom maar in het boek van Keen zul je het niet vinden jammer genoeg. Zijn feiten kloppen niet, de anecdotische onderbouwing is slecht gekozen. Verder kan je over de polemische opzet denken wat je wilt, het is niet mijn stijl, maar ik vind het irritant en een ondermijning van de boodschap als er voortdurend bij de mensen die Keen bekritiseert weinig vleiende en niet ter zake doende omschrijvingen worden gegeven. Keen snijdt een aantal interessante punten aan (anonieme reacties op blogs en artikelen, vermenging van advertenties/PR met nieuws en informatie en de vraag hoe je uit de longtail van amateur content de waardevolle parels haalt (een onderwerp dat ook Chris Anderson in zijn Long Tail aanhaalt – én oplost)) maar Keen slaagt er absoluut niet in om ook maar enigszins te duiden waarom deze bovenstaande punten specifiek op het web2.0 betrekking hebben óf hoe ze opgelost kunnen worden. Helemaal de mist in gaat het boek als gefundeerd stuk omdat het nergens helder beschrijft wat Keen zelf precies verstaat onder web 2.0 en wanneer hij in de laatste hoofdstukken gewoon het hele internet maar aanvalt.
Ik heb het met plezier gelezen maar ben teleurgesteld in de weinige diepgang, de weinige kennis die Keen op het gebied van web2.0 heeft en in de simpelweg foutieve info en voorbeelden die hij geeft. Dat deze man die zichzelf vanzelfsprekend wel als expert zal betitelen, zelf ook een blog bijhoudt en podcasts maakt komt dan natuurlijk alleen nog maar potsierlijk over.
25 juni, 2007
Van der Vliet Phd, zou dat niet de nieuwe pseudo van Werner de Graaf kunnen zijn? ‘t Is zomaar een idee hoor, ik vind het wel bij hem passen ;->>
26 juni, 2007
@Lia
Zo’n reactie van VdV Ph.D. vind ik kenmerkend voor de huidige journalistiek. Niet wat iemand zegt is belangrijk, maar wie het zegt. Ik heb geen zin om mee te doen aan die journalistenziekte. Het gaat mij om argumenten.
Groenhuijsen en Blanken krijgen hier ruim baan, niet omdat ze iets interessants te vertellen hebben, maar omdat ze naam hebben gemaakt binnen de journalistiek. Die omweg schijn je bewandeld te moeten hebben om voor vol aangezien te worden. Status en geld verdiene…
26 juni, 2007
PS
Lees de column van Annelies Huygen in Trouw van vandaag. Zij heeft kritiek op het bizarre radionieuws. Zulk soort kritiek op de media verneem je zelden, zeker niet hier.
26 juni, 2007
Argumenteren, scherpe vragen stellen, retoriek doorzien -iedereen verlangt ernaar, maar het blijft moeilijk. Creer een plek waar het gebeurt – blog, krant, tv, doeterniettoe – en je hebt kwaliteit. Daar is wel discipline voor nodig en dus controle. Laat je die controle los, mag iedereen meedoen, dan is de kwaliteit ver te zoeken.
Wat de kwaliteit hier betreft het volgende.
Wat Blanken Keen terecht verwijt is dat hij 1 oorzaak aanwijst voor veel van problemen. Dat deugt nooit, maar heeft vaak succes. Zie Hitler met zijn joden. Op de man spelen (”Blanken komt weer met hetzelfde”,”Keen reageert uit angst”)is ook geen argumenteren, maar wel een favoriete bezigheid op blogs. De vragen die Blanken stelt zijn lastig, maar zinvol. En het kost veel tijd, onderzoek, nadenken om daar een zinnig antwoord op te geven.
26 juni, 2007
Is het Andrew Keen die telkens spreekt van ‘trollen en querulanten’? Wie rekent zichzelf voortdurend tot ‘de beschaafde wereld’ als journalist? Keen of Blanken?
26 juni, 2007
“Schweigen ist ein Argument, das kaum zu widerlegen ist.”
Kakelen zonder kop is dat, vrees ik, ook. Met dank aan internet.
26 juni, 2007
ben zo blij dat Werner weer terug is ;->>
26 juni, 2007
@Lia
Is Werner de Graaf nou een pseudoniem van Henk Blanken?
27 juni, 2007
Albert, het is toch helemaal geen item wie die Werner is. Dat wordt pas interessant op het moment dat hij constructief meedenken wil, kan en durft.
27 juni, 2007
Inderdaad: Werner is altijd off-topic bezig en speelt de man, niet de bal.
27 juni, 2007
Maar ja, dat doen wij hier nu ook. Wat mij vooral intrigeert: ik zat ooit op een school of media en ipv het op de bal (de inhoud) te spelen, speelden ze het ook daar op de man. Ik heb twee jaar lang geprobeerd om daarover in gesprek te komen, om het toch op de inhoud te laten komen, (je creeert je eigen situatie, had ik daarvoor ooit al eens geleerd), maar dat bleek, en dat klinkt bizar maar het is werkelijk waar- godsonmogelijk. Toen ik, omdat ik me in de inhoud verdiepen wilde maar daar geen openingen voor werden geboden, vervolgens na drie jaar en met hele goede cijfers, maar met de opleiding stopte, werd er -en daar sta je dan met je 37 jaren aan levenservaring en twee jaar over de wereld gereisd- gegild dat het wel leek alsof ik “heel beschermd opgevoed ben”.
Ging ik naar die school omdat ik graag sterker wilde worden in het d.m.v. het op mijn eigen manier uitoefenen van het journalistieke vak, bieden van ruimte aan mensen, leerde ik dat het kennelijk beter is om mensen afhankelijk van je te laten zijn. Het is de schokkendste ervaring geweest die ik ooit heb meegemaakt. Groet,
27 juni, 2007
@Lia
Ik heb een idee wat je bedoelt. Het is denk ik het mankement van de huidige journalist. Het gaat meer om lobbyen, netwerken, mensen kennen, dan om de inhoud van de journalistieke onderwerpen.
Het grootste probleem vind ik op dit moment de kapsones van de journalist. De mannetjesmakerij, de mannetjes die zichzelf maken, de Bram Schilhammetjes.
De journalist die zichzelf opblaast en wel eventjes in het journaal vertelt wat de mensen van een bepaald onderwerp moeten denken. Veronderstellen dat de kijker zelf te lui is om na te denken. Ervan uitgaan dat de kijker helemaal geen behoefte heeft aan de mening van een deskundige. Schilham is goed genoeg.
Groenhuijsen is zo vaak met zijn kop op de buis geweest dat hij op grond daarvan alleen al een autoriteit is, ongeacht wat hij te vertellen heeft. The medium is the message.
Ik ken ook geen beroepsgroep die zo slecht tegen kritiek kan als juist de journalisten.
Hans Laroes vindt een burgerjournalist een mens(je) met een cameraatje.
Ik hoop dat ik je niet misversta, Lia.
27 juni, 2007
Albert, ik vond het ‘don’t kill the messenger over the message’ altijd een aardige uitdrukking. Media vergroten uit, niet alleen de boodschappen maar ook de boodschappers worden in je huiskamer tien keer groter dan ze in werkelijkheid zijn. Dat moet je dus wel kunnen relativeren. Tegelijkertijd zeg ik daarbij: dat moeten ook zij kunnen relativeren. En daar mankeert het wel eens wat aan.
Ik vind overigens dat Henk in het stuk hierboven (met: Hij (…) loopt met een grote boog om de echte vraagstukken heen: wat moeten media met een net dat niet meer weggaat, met burgers die niet meer zullen zwijgen, en journalisten die maar moeizaam wennen aan het idee dat ze het niet meer alleen voor het zeggen hebben?)
wel een punt raakt hoor, al speelt hij het ook op de man. Jammer.
27 juni, 2007
@Lia
Maar waarom blijft Blanken schrijven over zijn spookbeelden, trollen en querulanten, alsof alle amateur-journalisten en burgerjournalisten tuig van de richel en schorem zijn en hijzelf, Blanke Henkie, torent daar hoog bovenuit als toonbeeld van beschaving. Val jij daar niet over? Over telkens diezelfde riedel van bange Blanken.
27 juni, 2007
Albert, ik weet het niet. Ik weet eigenlijk niet of dat wat jij schrijft, wel zo door Henk wordt ervaren. Eerlijk gezegd denk ik van niet. Ik denk dat er ergens een verschil in denkmethodieken zit die te maken heeft met de idee als onafhankelijke derde te functioneren.
Ik bedoel, als je jezelf als onafhankelijke derde ziet, is dat ook het perspectief van waaruit je schrijft. Maar de vraag is of anderen dat ook zo ervaren, of zij jou wel als onafhankelijke derde zien. Ik denk dat dit een belangrijk punt van aandacht voor de journalistiek is. Zij heeft door de inmiddels talloze mogelijkheden om aan informatie te komen, haar rol als enige informatieverschaffer verloren, is daardoor betrokkene geworden. Dat de journalistiek dat nog steeds niet openlijk heeft erkend, dat ze daar nog steeds niet als beroepsveld in het algemeen mee naar buiten is getreden, er om welke reden dan ook kennelijk moeite mee heeft, misschien ook voor zichzelf, toe te geven dat ze dolende is, maakt dat ze haar autoriteit nog meer verliest dan ze door de toegenomen mogelijkheden van informatievoorzieningen al deed. De steeds groter wordende minachting van het publiek voor de journalistiek komt daar vandaan. Mensen, organisaties, bedrijven zijn nog slechts in zeer beperkte mate gevoelig voor beinvloeding. De verzuiling, op het gebied dat angst voor het onbekende veroorzaakte, is passé, mensen kiezen hun eigen pad toch wel, er zijn genoeg mogelijkheden om je stem te laten horen. In ons land ligt daar geen taak meer voor de journalistiek. Dus moet ze haar taken herdefinieren. Ik denk dat Henk, amongst others, daar mee bezig is, maar ook dat binnen het vakgebied niemand nog weet hoe het wél zou kunnen of moeten.
Eerlijk gezegd, ik neem even een stukje over van een eerdere reactie van mij op een stuk van Henk, denk ik dat de lezer feiten blijft willen, of beter gezegd: dat de lezer wil dat helder is wiens feiten het zijn, en dat de lezer de achtergrond wil van wat er in zijn omgeving gebeurt. Punt is, en dat schijnt de journalistiek volledig te missen: de lezers’ omgeving is veranderd. Die bestaat niet meer uit landelijk en regionaal maar uit de wereld en lokaal. Dat het AD met haar regionale katernen mislukt, is hier een goed voorbeeld van.
Ik denk dat de krant inspelen moet op het principe dat iedereen zijn eigen waarheid heeft, dat een verhaal nooit ‘af’ is, dat geschiedenis een groeiend document is. Misschien door gebruik van van wat Henk epische verhalen noemt, maar wat naar mijn idee al terugkomt in het literaire non-fictie achtige. Ik weet, om iets journalistiek te publiceren, en om een krant iedere dag te vullen, moet een verhaal op zeker moment tot een eind komen. Daar komen de ‘korte’ stukken vandaan. Maar de epische geschichte/literaire non-fictie over hoe ziet “die nieuwe omgeving” er eigenlijk uit, welke onderlinge afhankelijkheidsverbanden bestaan er nu, moeten niet mogen ontbreken.
Maar dat doet het wel, en precies dat is het manco van de journalistiek van nu, waar commerciele belangen om niet uit de markt te worden gedrukt, een (te) belangrijke rol spelen.
Achtergronden, analyses, verdieping en begrijpen van die “nieuwe omgeving” zijn door de journalistiek en zeker ook door regionale kranten, te lang ondergewaardeerd. Ik ben ervan overtuigd dat je als journalist/redactie ergens naar toe moet werken, maar nog meer dat je voordat je aan het uitwerken van een onderwerp begint, helder hebt wat het punt is dat je wilt maken, en dat goede journalistiek begint bij zelfkennis van de journalist, en bij zijn moed om zichzelf in de spiegel aan te durven kijken. Voor de journalistiek betekent dat dat ze keuzes maken moet. In onderwerpen en thema’s. En daar moet ze ook de lezer voor kennen.
Henk geeft (http://www.henkblanken.nl/?p=397#comment-21320) dan aan dat hij zich kan voorstellen ‘dat dagbladen wat meer op opinietijdschriften gaan lijken, wat weer niet wil zeggen dat ze de feiten niet meer hoeven te brengen, laat staan feiten en meningen onduidelijk door elkaar moeten gaan gooien.’
Of dat een goed nieuw kader voor een krant is, weet ik niet. Eerlijk gezegd denk ik dat het beter is als eerst de discussie over wat in de huidige tijd nog feiten en meningen zijn, wordt gevoerd. Ik denk namelijk dat dé feiten niet meer bestaan, en dat de marketeers, spindoctors en communicators daar al heel lang achter zijn.
vriendelijke groet,
Lia
6 februari, 2008
[...] Een artikel over zijn boek vindt je hier. Op het web vindt je ook een van zijn toespraken waarin hij zijn boek bespreekt… « Het fotografisch genoegen [...]