Meer Participatie = Minder Aktie?

Op De Nieuwe Reporter stellen we het regelmatig vast: de deelname van amateurs, welwillende observeerders en kritische stuurlui aan de beroepsjournalistiek neemt stelselmatig toe. Of we dat nu ‘burgerjournalistiek’ of ‘user-generated content’ noemen, zulke voorbeelden van “convergence culture” in de journalistiek lijken niet meer weg te denken uit de toekomstvisies dan wel beleidsmaatregelen van de (inter-) nationale nieuwsmedia.

Op DNR berichtten we al over prachtplannen als Unieuws, Skoeps, de Volkskrantblog, Haaksbergen (Twentsche Courant Tubantia), enzovoorts. Nederland staat daarbij niet op zichzelf – het is een wereldwijde trend (zie bijvoorbeeld recente initiatieven van Amerikaanse TV-stations).

Het is duidelijk dat we – iedereen met een internetaansluiting en de kennis om met computers en het Web om te gaan – in toenemende mate meedoen en meepraten in de publieke sfeer. Inderdaad: het einde van de beroepsjournalistieke monopolie, de zelfbenoemde “experts” en vooral politieke en maatschappelijke instanties lijkt ingeluid door de rappe ontwikkelingen online.

Wat me hierbij dwars zit, is dat het er sterk op lijkt dat al deze deelname correleert met een gestage afname aan aktie: daadwerkelijk (en vooral ook: samen) iets doen aan alle onzin, rotzooi, ellende en onrechtvaardigheid in de wereld. Wie gaat er nog straat (laat staan de barricades) op voor haar/zijn idealen? Wie richt er nog een partij of organisatie op, of sluit zich daarbij aan als aktief lid? Wie probeert veranderingen aktief mee vorm te geven? In hoeverre is alle debat en kritiek online – of deze nu van links, rechts of het midden komt – een uitdrukking van (of beter nog: aanleiding tot) beleden offline activiteit?

Zijn we door alle participatie (online) weliswaar mondiger als consumenten, maar daarmee juist tandeloos als burgers?

Reacties – vooral ook als ik het helemaal mis heb – graag hier of per email…

29 reacties

  1. Laten we het even praktisch houden: zelf schrijf je over veel onderwerpen, maar welke actie anders dan de pen ter hand te nemen onderneem jezelf? En was dat vroeger anders? Zo ja, hoe komt dat? En is het erg? En is er wel een oorzakelijk verband?

  2. Lia schreef op 10 juni 2007 om 20:37

    Leuk onderwerp. Inspirerend ook.

    Ik had een jaar of twee terug een interview over ideologie met Paul Lucardi van het Centrum Nederlandse Politieke Partijen. Ik citeer er een stukje uit: “Over het einde van de ideologie: ‘Ik hou niet zo van die term einde van de ideologie. Je kunt wel zeggen dat er een eind is gekomen aan heftige ideologische tegenstellingen, maar aan ideologie an sich is helemaal nog geen eind gekomen. Globaal heb je drie ideologieën gehad die elk heel verschillende opvattingen hadden over wat de mens precies is en hoe de maatschappij in elkaar zou moet zitten. Vanaf de negentiende eeuw tot ergens eind twintigste eeuw is er tussen die verschillende grote ideologieën, socialisme, liberalisme en de derde zou je conservatisme kunnen noemen, een conflict geweest. Aan het einde van de twintigste eeuw is die strijd duidelijk geëindigd met een overwinning voor het liberalisme. (…) Je kunt zeggen dat we allemaal liberaal geworden zijn. Sommigen zijn heel links liberaal, anderen meer rechts liberaal en daartussen zitten nog allerlei varianten (…). Op die manier heb je een discussie die nog wel ideologisch is maar die zich afspeelt binnen dat globale liberale raamwerk. En dus inderdaad niet meer zoveel over principes gaat of over alternatieven maar meer over hoe er binnen het systeem nog eens wat veranderd kan worden.’”
    (nb. gebruik citaat met bronvermelding)

    Henk Blanken schreef laatst op DNR het stuk ‘Rek de grenzen van de journalistiek op’ (http://www.denieuwereporter.nl/?p=934#more-934), en toen vroeg ik ook al, waar liggen die grenzen nu dan, en dan bedoel ik inhoudelijk gezien? Ik vind het huidige journalistieke beroepsveld lijken op een knokpartij tussen vakgenoten die elkaar ervan proberen te overtuigen dat de werkelijkheid zoals zij die zien én die ze als uitgangspunt nemen voor hun werk (iedere journalist doet zijn werk vanuit zijn of haar eigen belevingswereld) de juiste is.

    Natuurlijk kun je zeggen, mensen hebben verschillende percepties en wij (als in: journalisten) brengen die verschillende percepties. Maar ga eens na wat dat over de gevestigde journalistiek zegt: zij wil belangen aan en in het licht brengen, maar wat ze niet wil is al in het verhaal zelf die belangen in evenwicht brengen. Journalistiek nu wil de geschiedenis beschrijven van vandaag maar beseft niet dat ze zelf de geschiedenis schrijft. Wat ik steeds probeerde te doen is nagaan of iedereens belangen in gegeven situaties gelijke zwaar meewegen. Mocht dat niet het geval zijn en iemands belang meer of minder zwaar meewegen als dat van een ander, dan is het nog steeds, vind ik, de taak van de journalistiek ertoe bij te dragen die belangen in evenwicht te brengen.

    Alleen, als burgers (alsof journalisten geen burgers zijn..) mondiger worden, er steeds meer mogelijkheden zijn je stem te laten horen, en men door eigen ontwikkeling en/of technologische infrastructuren steeds makkelijker de weg kan en weet te vinden om eigen belangen te behartigen, kan journalistiek wel eens overbodig worden. Of het kan van karakter veranderen en steeds meer uitdraaien op het maken van stevige documentaires en verhalen (literaire non-fictie) etc. en op het vanuit andere perspectieven benaderen van historische gebeurtenissen.

  3. Theo Dersjant schreef op 10 juni 2007 om 21:07

    Mark,

    Met de opkomst van internet nam ook het broeikaseffect toe. Werd Feyenoord nooit meer kampioen. Namen de topsalarissen in het bedrijfsleven vulgair snel toe. Kregen we er vier gratis dagbladen bij. En een hele reeks regionale minder. En zo nog wel wat verschijnselen.

    En de vraag is steeds: is er een verband? In de bovenstaande gevallen zou ik zeggen: waarschijnlijk niet. In jouw geval: misschien. Maar was de maatschappelijke individualisering al niet gaande voordat internet z’n intrede deed? En kon internet niet juist ook onder burgers zo’n succes worden omdat het naadloos aansluit bij die individualisering? Wat was er eerder: de kip (individualisering) of het ei (internet).

    Is de bereidheid in actie te komen een GEVOLG van de internettijd of hebben ze een gezamelijke oorzaak? Of is er helemaal geen verband of slechts een zijdelingse relatie?

    Ik denk dat de materie buitengewoon complex is, waarbij er waarschijnlijk enkele zelfstandige factoren zullen zijn, maar evenzeer wederzijdse versterking. Ga d’r maar aan staan dat eens in kaart te brengen.

    Suggestie: niet overal in de wereld is er sprake van een even grote internetdekking. Als je suggestie juist zou zijn, zouden landen met een lage internetpenetratie meer sociale cohesie (laten we het zo maar even noemen) moeten hebben. Als dat zo is, kun je hooguit een uitspraak doen over de samenhang. En natuurlijk nog niet over oorzaak en gevolg.

  4. Edwin schreef op 10 juni 2007 om 21:09

    Hoi Mark,

    Ik ben het met je eens dat het digitale tijdperk tot andere manifestaties van ongenoegen heeft geleid maar je moet niet vergeten dat de acties IRL, waar we nog wèl getuige van zijn vaak via de huidige communicatiekanalen worden georganiseerd.

    Een recent voorbeeld is het protest tegen de G8. Aan de kiem daarvan liggen al jaren de bewegingen rond Klein’s No Logo en Reclaim The streets etc.: http://www.nologo.org/newsite/contact.php

    In het boek van Benkler (http://tinyurl.com/39rtex) worden talloze andere voorbeelden aangehaald en ook Gilmor doet dat in we the media (http://www.authorama.com/we-the-media-1.html)

    Rheingold licht de nieuwe mogelijkheden nog het best toe in ‘Smart Mobs’ (zie http://www.openp2p.com/pub/a/p2p/2003/03/13/howard.html)
    :
    “The result is a third computing revolution, after the PC and the Net, in which individuals once again have the power to put themselves together in collectives of their own choosing. Witness, he says, the way the Seattle WTO protests were organized, and how the anti-Estrada movement in the Philippines was coordinated by cell phone; how web sites were being updated from the streets by Net-connected phone.”

    Redelijk sprekende voorbeelden….

  5. @Erwin: mijn aktie: ik leidt jonge mensen op die hopelijk kritischer en zelfstandig creatiever de media in gaan dan zij, die ik in mijn schrijfselen bekritiseer. ik geef daarnaast elke student journalistiek die me mailt of belt alle tijd, en ga zoveel mogelijk de dialoog aan met mensen uit de praktijk (journalisten, videogame ontwikkelaars, reclamemensen, etc).

    overigens zie ik mijn bijdragen aan blogs zoals deze en publiceren met niet-academische collega’s zoals met Henk Blanken ook als “aktie”, aangezien dit zaken zijn welke op de universiteit niet worden gewaardeerd en welke niet worden verwacht van wetenschappers (het beoordelings- en promotiesysteem is uitsluitend gebaseerd op wetenschappelijke artikelen en boeken).

    @Lia: wat me dwars zit aan die opmerking van Lucardi, is de problematische notie dat het liberalisme “gewonnen” heeft. niet alleen lijkt dat nogal vreemd – net alsof de geschiedenis nu voorbij is – maar het suggereert ook dat we maar moeten accepteren dat alles onderhevig is en blijft aan het marktmechanisme.

    en dat laatste is nu precies mijn zorg: worden we inderdaad steeds betere consumenten (inderdaad, rechts of links, maakt niet uit), en staan we als burger nergens meer voor – behalve onszelf?

    in het ergste geval is activisme online daarmee futiel, want ingegeven door het eigenbelang van de consument en niet door de onvoorwaardelijke betrokkenheid van de producent, gemodereerd door de “disconnection on demand” hardware en software van internet.

  6. @Theo: ik denk dat je mijn vraag iets te simpel voorstelt. deelname aan de samenleving is een kernbegrip in het denken over democratie, sociale cohesie, gemeenschap enzovoorts. in de moderne tijd is de deelname van burgers aan de samenleving gemodereerd door instanties en instituten:

    - deelname als arbeider: via het bedrijfsleven
    - deelname als burger: via de politieke partij
    - deelname als journalist: via de krant of het radio/televisiejournaal

    wat we nu zien, is dat we als werker (LinkedIn), burger (Facebook) en journalist (Blogger) weliswaar steeds gemakkelijker en individueler deel kunnen nemen – maar dat al die deelname bijdraagt aan – of een uitdrukking is van – onze desinteresse en machteloosheid wat betreft de traditionele vormen van maatschappelijke betrokkenheid.

    dus: geen oorzaak of gevolg, maar – zoals met alles wat nieuwe media en internet betreft – versneller en aanjager.

  7. @Edwin: denk voor die referenties – maar (ik druk nog even door) ik vraag me bij het sterk utopische werk van mensen als Yochai Benkler en Howard Rheingold af wat nu precies de praktische effectiviteit van hun tamelijk op zichzelf staande voorbeelden is.

    Mooi hoor al die via Indymedia e.d. georganiseerde protesten bij de G8 of WTO, maar de wereldwijde vervuiling en reddeloze internationale migratie gaan gewoon door. Miljoenen mensen blogden tegen de invasie van Irak, maar daar wordt geen kogel minder door verschoten.

    Sterker nog, ik ben bang dat dit soort voorbeelden juist mijn probleem aanscherpen: de relatief welopgeleide en redelijk rijke middenklasse – zij die veruit het meest online aanwezig en aktief zijn – is volstrekt ontwapend door haar engagement online en disengagement offline.

  8. Lia schreef op 10 juni 2007 om 23:11

    Mark,

    even in vervolg op je reactie (‘wat me dwars zit aan die opmerking van Lucardi, is de problematische notie dat het liberalisme “gewonnen” heeft. niet alleen lijkt dat nogal vreemd – net alsof de geschiedenis nu voorbij is – maar het suggereert ook dat we maar moeten accepteren dat alles onderhevig is en blijft aan het marktmechanisme’): Lucardi gaf aan dat vanaf de 19e tot pakweg eind 20e eeuw drie grote ideologieën in conflict geweest zijn en dat die strijd aan het einde van de 20e eeuw is geëindigd met een overwinning voor het liberalisme. Dat houdt voor mij niet automatisch in dat hij daarmee zegt wat jij suggereert nl. ‘dat we maar moeten accepteren dat alles onderhevig is en blijft aan het marktmechanisme’. Hij heeft dat niet zo benoemd, en ik denk zelf ook niet perse dat dit zo is. Wat vandaag is, is morgen geschiedenis.

    Plus op je ‘dat laatste is nu precies mijn zorg: worden we inderdaad steeds betere consumenten (inderdaad, rechts of links, maakt niet uit), en staan we als burger nergens meer voor – behalve onszelf?’ heb ik het idee dat dit geschiedenis-wise gezien wel meevalt, omdat elke beweging enerzijds een beweging anderzijds met zich meebrengt; globalisering roept een versterkte lokalisering op (heineken vs terschellinger cranberriebier; ik neem er maar weer eens één haha), en een nieuwe verzuiling treedt natuurlijk in, zoals alle subculturen die er momenteel zijn.

    Naar mijn idee zal de discussie zich over niet al te lange tijd volledig toespitsen op het recht vorm te kunnen geven aan je eigen leven. Dit is breder dan vorm mogen geven aan je eigen leven, want het includeert (de mogelijkheid van) ontwikkeling. Je ziet in Zuid- en Midden Amerika de discussie die kant al op gaan; waar op steeds grotere schaal strijd aangegaan wordt tegen het bedompte denken van het katholicisme (zelfbeschikkingsrecht voor vrouwen) en je ziet er een tegenbeweging opkomen tegen het expansionistisch denken van grote bedrijven op wereldschaal. Je leest er weinig over en ik ben bang dat dat iets zegt over journalistiek in ons land – die is idd ‘vermarkt’ en de scholen verzuimen daar discussies over los te maken.

    Precies dit (als burgers mondiger worden, er steeds meer mogelijkheden zijn je stem te laten horen, en men door eigen ontwikkeling en/of technologische infrastructuren steeds makkelijker de weg kan en weet te vinden om eigen belangen te behartigen, kan journalistiek wel eens overbodig worden. Of het kan van karakter veranderen en steeds meer uitdraaien op het maken van stevige documentaires en verhalen (literaire non-fictie) etc. en op het vanuit andere perspectieven benaderen van historische gebeurtenissen…). is trouwens wat ik tegen heb op het, om het maar zo te noemen, euvel civiele journalistiek, dat straks of misschien zelfs nu al als master op de VU wordt gegeven. Niet omdat het de journalistiek overbodig maken kan, maar wel omdat het volkomen visieloos is en alleen maar nóg een vorm is om mensen een stem te geven en verhoudingen in en uit balans te brengen. Alsof wij in deze mediacratie nog meer vormen moeten hebben om mensen hun stem te laten horen. In landen waar van persvrijheid geen sprake is, en waar onderdrukking de regel is, daar hebben we journalistieke nodig om mensen een stem te geven. Hier zouden de scholen op de inhoud in moeten gaan, zodat journalisten in spé leren dat in landen waar onderdrukking regel is, mensen een stem moeten mogen laten horen.

  9. Edwin schreef op 11 juni 2007 om 00:10

    @ Mark:

    Ik zou de referenties niet als ‘sterk utopisch’ willen bestempelen maar dat is een heel andere discussie en gebonden aan persoonlijk opvattingen.

    Ik denk dat je de huidige tijd niet goed kunt vergelijken met de jaren zestig of perioden daarvoor.
    Hoe groot was toen de betrokkenheid en hoe lagen toen de machtsverhoudingen? Zijn het niet altijd de onderlagen geweest die het vuile werk moeten opknappen?
    Of zoals de band System of a Down het dan mooi brengt: ‘Why do they always send the poor?’

    Het is wel zo dat de nieuwe media hebben geleid tot een overdosis aan informatie en indrukken en dat we, meer nog dan de generaties voor ons, de mogelijkheid hebben om onszelf te informeren over de misstanden in de samenleving, en het wangedrag van de mensheid. Maar vertel me eens dan wat ik meer kan doen dan mezelf verbazen over het feit dat het Pentagon bijvoorbeeld 2300 miljard dollar heeft zoekgemaakt voor 2001 (http://zbdigitaal.blogspot.com/2007/06/begroting-inlichtingendiensten-per.html)
    en dat vervolgens verder vertellen via mijn blog?
    Ik zou niet weten wie ik moet bellen hierover.

    En dit soort verhalen kun je de hele dag door lezen. Ze zijn van een omvang die niet meer te bevatten is voor gewone stervelingen en het is het soort informatie waar men in vroeger tijden niet over kon beschikken.

    Het maakt murw. Daar heb je gelijk in. Maar ik betwijfel of het ooit echt anders is geweest.

    Ik ben maar een dilettant maar daag je toch uit om met een sluitend voorbeeld te komen….

  10. Oobio schreef op 11 juni 2007 om 01:40

    DNR begint steeds meer vruchten af te werpen! Goede post en interessante dicussie!

    De vraagstelling is:

    “Zijn we door alle participatie (online) weliswaar mondiger als consumenten, maar daarmee juist tandeloos als burgers?”

    Ik denk van niet. Wel denk ik dat we in het midden van een process zitten waarbij de burger inderdaad steeds vaker mee wil praten aan de voor hem of haar relevante onderwerpen. De techniek heeft dit mogelijk gemaakt.

    Maar de techniek maakt steeds meer mogelijk. Daar waar miljoenen nu op het werk of thuis achter de PC vandaan ‘reaguren’, is de logische volgende stap de mobiliteit van de techniek zelf.

    Er werd al 1 voorbeeld gegeven:

    “the anti-Estrada movement in the Philippines was coordinated by cell phone; how web sites were being updated from the streets by Net-connected phone”

    en Mark Deuze reageerde hierop als volgt:

    “Miljoenen mensen blogden tegen de invasie van Irak, maar daar wordt geen kogel minder door verschoten”

    Hier ben ik het niet mee eens. De gevestigde orde wordt namelijk steeds gevoeliger voor de publieke opinie.

    Zonder bloggers hadden we enkel ‘embedded journalists’ maar dankzij bloggers (bv. Bagdad Burning) kunnen we nu ook authentieke verslagen van ooggetuigen lezen.

    Zorgwekkende ontwikkelingen als terrorisme worden aangehaald om de controle op de burger te versterken.

    Nu reeds wordt al het betaalverkeer, internetverkeer, telefoonverkeer bewaard en opgeslagen.

    Straks komen daar met de massale introductie van GPS systemen en RFID tags ook fysieke bewegingen van mens en producten bij. Bovendien worden op grote schaal overal beveiligingscamera’s geplaatst waardoor het ‘Big Brother is watching you’ gevoel onder de burgers steeds verder toeneemt.

    Echter, met de komst van bv. cameratelefoons, zou men kunnen zeggen: ‘Little brother is looking back’.

    Het laatste bastion van (beperkte)privacy voor de burger is de mogelijkheid om anoniem aan publieke discussies deel te kunnen nemen, nu nog grotendeels vanuit de veilige thuisomgeving, maar steeds vaker mobiel.

    Ik zie dit als een positieve ontwikkeling, waar men op DNR dit soms, zo heb ik de indruk, als negatief ervaart.

    Er wordt echter tegenwoordig wel meer geschreven dan ooit, men is meer bij de politiek betrokken, maatschappelijke discussies worden breeduit uitgemeten en besproken, zelfs meer open dan ooit, immer geholpen door de (betrekkelijke) bescherming van een pseudoniem of nickname. Met al het goede en het slechte wat de mens weet uit te kramen, kan dit soms behoorlijk confronterend zijn.

    Vroeger werden deze meningen uitsluitend in eigen kring uitgeproken, nu zijn deze transparant en voor iedereen tot in lengte van dagen na te lezen.

    Bepaald een vernieuwing van publieke communicatiedynamieken.

    Alle negativiteit voortkomende uit deze mogelijkheden ten spijt, het kan als bewezen worden beschouwd dat (betrekkelijke)anonimiteit meer openheid tot gevolg heeft. Bovendien kan de overheid in geval van strafbare feiten tot opsporing besluiten over te gaan (zo anoniem is het internet immers niet).

    Dat dit gevolgen heeft voor de rol van de journalist staat buiten kijf. De journalist dient objectief te zijn, en zal er misschien moeite mee hebben zijn of haar eigen mening weer te geven dan wel een duidelijk persoonlijk standpunt in te nemen. Toch kan de journalist hier soms niet omheen, hij/zij is immers ook, naast journalist, een burger met een mening.

    Daarom is het volgens mij tijd om een taboe aan te snijden: Hoeveel journalisten, bekendheden, betrokkenen etc, nemen zelf deel aan het publieke debat door gebruik te maken van een pseudoniem?

    Hoeveel nemen nu actief deel aan maatschappelijke discussies op het net door gebruikmaking van een pseudoniem? – Ik denk dat het er meer zijn dan je denkt.

    Dit heeft een grotere transparantie van het publieke debat tot gevolg.

    Bij deelname aan de aan populariteit winnende virtuele werelden is het aannemen van een pseudoniem overigens zelfs een eerste vereiste.

    Daardoor zal, zo meen ik, online participatie vele feiten en gezichtspunten aan het licht blijven brengen die tot voor kort onbelicht bleven. Daardoor dus steeds meer informatie, maar ook juist steeds meer behoefte aan betrouwbare duiding.

    De rol van journalist als boodschapper is nu juist belangrijker dan ooit; de journalist zal echter wel meer van zichzelf moeten prijsgeven en, gelijk een blogger, ook authentieke content moeten produceren, waarin de gemiddelde online lezer zichzelf kan herkennen.

    Gelukkig zie je nu al dat vele journalisten er ook zelf een persoonlijke blog op na houden.

    Immers, wanneer men andermans standpunten verkondigt dan wordt dit herkend en doorgaans niet in dank afgenomen; men leest immers meer en vaker online en raakt gewoon aan het consumeren van het authentieke geschreven woord.

    Overigens heb ik gemerkt dat ik op dit forum door sommigen misschien als halve trol wordt gezien doordat ik zelf van een pseudoniem gebruik maak zoals op internet gebruikelijk is.

    Speciaal voor deze club zal ik mij daarom bij deze bekend maken, hopende dat dit bijdraagt aan een positieve verdere ontwikkeling van DNR, wat ik overigens een uitstekend initiatief vindt.

    Met vriendelijke groet,

    Tim Gorree
    Concept Owner, Avatar Concepts
    CIO Office, Business Infrastructure
    Nokia Corporation

  11. Edwin schreef op 11 juni 2007 om 08:43

    Nog een aanvulling uit de feeds van vandaag, over online activism en Avaaz.org: http://tinyurl.com/2keg8m

    Zijn petities, online verzameld, minder waardevol dan petities die op straat worden ondertekend?

    Een citaat:

    The connection to the growing participatory culture made possible by the web is instantly apparent, and the philosophy of the community is one of global individuals empowered by connecting online.

    Among the campaigns currently being run by Avaaz are:

    * A petition to have the notorious Guantanamo prison closed once and for all

    * A petition to rid Zimbabwe of Mugabe, by means of increasing trade sanctions

    * A petition to ensure that the ministers at the G8 summit commit to the poverty relief in Africa they have thus far reneged on

    And the list doesn’t stop there.

    Avaaz is focusing on global issues, and on the ability for web surfers to make a real difference simply by making their voices heard in sufficient numbers. The message is simple: with minimal effort on the part of individuals, crowds can make impressive changes in the political landscape.

  12. Arno van 't Hoog schreef op 11 juni 2007 om 09:18

    @Mark
    “wat we nu zien, is dat we als werker (LinkedIn), burger (Facebook) en journalist (Blogger) weliswaar steeds gemakkelijker en individueler deel kunnen nemen – maar dat al die deelname bijdraagt aan – of een uitdrukking is van – onze desinteresse en machteloosheid wat betreft de traditionele vormen van maatschappelijke betrokkenheid.”

    Het is een open deur, maar ik trap ‘m toch in: wat een schrijnend gebrek aan empirie, en definitie. Je entameert een leuke discussie, met een prikkelende stelling, die, als je het gevoel deelt niet eens meer onderzocht en bewezen hoeft te worden.

    Ik ben het vanuit mijn eigen beperkte wereldje (Leiden) ook helemaal niet met je eens. Ik zie juist dat internet sneller leidt tot participatie, steun, en mobilisatie. Neem acties tegen bedrijventerreinen hier in de buurt, tegen trams door de binnenstad, tegen junkopvang in de wijk.

    Er is daarbij, zoals altijd, een kleine voorhoede van vijf mensen, die actie begint, gaat procederen, bouwt ondertussen een website, vraag om steunbetuigingen. De steun voor en zichtbaarheid en toegankelijkheid van dat soort initiatieven is veel groter dan vroeger, juist door internet.

    Ik mis kortom in je stelling een geloofwaardig idee over participatie. Ik meen toch echt dat participatie (politiek, actie, vrijwilligerswerk) altijd heeft gewerkt volgens het principe van 0,05 procent voorhoede, 5,0 procent actieve sympathisanten, 95 procent volgers op afstand.

  13. Hieronder een aantal opmerkingen n.a.v. de verschillende waardevolle reacties op mijn probleemstelling… met oprechte excuses voor de lengte!

    @Lia: “Naar mijn idee zal de discussie zich over niet al te lange tijd volledig toespitsen op het recht vorm te kunnen geven aan je eigen leven. Dit is breder dan vorm mogen geven aan je eigen leven, want het includeert (de mogelijkheid van) ontwikkeling.” een mooie, hoopvolle opmerking – en het lijkt er sterk op dat we al enige tijd midden in die discussie zitten.

    Onderzoek (Ronald Inglehart) wijst bijv uit dat de indeling van landen waarin individualistische en zelf-expressieve waarden en normen het hoogst worden gewaardeerd, parallel loopt aan de landen met de hoogste internetpenetratie, bloggebruik en andere vormen van “participatory media culture” (met bovenaan Scandinavie, Duitsland, Amerika, Engeland, Frankrijk). Overigens laten zulke cijfers ook zien dat, inderdaad, met de stijging van algemene socio-economische status en de toenemende waardering van individualistische waarden en normen de burgers in dit soort landen zich steeds kritischer uitlaten over de heersende elite.

    Kritiek (maar zonder aktie, als in: demonstraties of structurele zelforganisatie) is daarmee een uiting van luxe welke voortkomt uit het afnemen van existentiele gevaren.

    Als Lia schrijft: “Precies dit (als burgers mondiger worden, er steeds meer mogelijkheden zijn je stem te laten horen, en men door eigen ontwikkeling en/of technologische infrastructuren steeds makkelijker de weg kan en weet te vinden om eigen belangen te behartigen, kan journalistiek wel eens overbodig worden” is het wezenlijk daarbij op te merken dat de deelname online niet representatief is! Verre dan dit – onderzoek van bijv het World Internet Project laat stelselmatig zien dat de digitale kloof willekeurig noch toevallig is – deze is structureel. Dezelfde mensen die online niet mee kunnen (of willen) doen, zijn het meest slachtoffer van de ellende van “negatieve globalisering”, en hebben dus in feite de minste mogelijkheden om iets aan hun omstandigheden te doen.

    @Edwin schrijft: “En dit soort verhalen kun je de hele dag door lezen. Ze zijn van een omvang die niet meer te bevatten is voor gewone stervelingen en het is het soort informatie waar men in vroeger tijden niet over kon beschikken. Het maakt murw. Daar heb je gelijk in. Maar ik betwijfel of het ooit echt anders is geweest.”

    Hoewel ongelijkheid en exploitatie van alle tijden is, zeker, zijn er wel degelijk verschillen. Vooral op het gebied van de negatieve globalisering – wereldwijde ontworteling, kapitaalvlucht, gebrek aan rekenschap houdende multinationale organisaties, etc – is het inderdaad zo dat we weliswaar meer weten (als voornaamste profiteurs van de globalisering!), maar tegelijkertijd daar steeds minder aan kunnen (en daardoor misschien wel: willen) doen.

    Zoals Arno en Lia opperen, is er een daarmee verband houdende verscherpte lokalisering, gelegitimeerd door de tenenkrommend passieve slogan ‘think global act local’; deze opvatting maakt ons juist totaal impotent, want globale problemen zijn NOOIT op te lossen met lokaal ingrijpen. Daar waar het wereldwijde netwerk van internet dus in theorie daadwerkelijk een alternatief zou kunnen zijn (en waar de journalistiek veel beter haarbest zou kunnen doen ons met het wereldwijde in contact te brengen), lijkt het vooral bij te dragen tot – of misschien wel een expressie te zijn van – met kleine groepjes in kleine gemeenschappen van min of meer dezelfde soort mensen onder elkaar door te emmeren…

    @Oobio stelt vast dat: “De gevestigde orde wordt namelijk steeds gevoeliger voor de publieke opinie.” Precies – maar dat is een marktgestuurde gevoeligheid! De burger is hier een consument: als er maar genoeg mensen klagen zal de verkoper het item aanpassen of beter nog: een nieuwe versie maken waar je extra voor moet betalen. De verkozen elite is er juist per definitie om “gevoelig” te zijn – is het daar niet ooit om begonnen, die democratie?

    @Arno: ziet een schrijnend gebrek aan empirie in mijn stelling. Dat moge zijn, maar ik heb in deze post al ietwat meer gegevens gebruikt. Alle data en onderzoek dat ik ken (Robert Putnam, Pippa Norris, Ronald Inglehart) en de theorievorming daaromtrent (Ulrich Beck, Zygmunt Bauman, Anthony Giddens en de helaas deze week verscheiden Richard Rorty) wijst een wereld uit waar steeds meer mensen onder steeds meer mensonterende omstandigheden proberen te overleven, balancerend op de rand van de afgrond (van armoede, gedwongen ontworteling, rechtenloosheid, politieke en culturele uitsluiting), terwijl wij met z’n allen lekker daarover chatten, bloggen en podcasten – dus we weten er inderdaad allemaal van (“We Wisten Het Niet” kan nooit meer een verdediging zijn!) maar we doen er niets aan – of, erger nog, we kunnen er niets aan doen want er zijn geen instanties/ gremia die intellectuele aktie kunnen vertalen in effectieve aktie.

  14. Lia schreef op 11 juni 2007 om 22:38

    Mark, twee dingen nog nav je discours: als ik schrijf dat de discussie zich toe zal spitsen op het recht vorm te kunnen geven aan je eigen leven, en dat het vorm kunnen geven ontwikkeling includeert, dan bedoel ik daarmee niet zozeer een ontwikkeling van een meer kritische houding ten opzichte van de heersende elite (ik geloof niet zo in een elite; iedereen kan zich namelijk gewoon tot de elite rekenen), maar veel meer de ontwikkeling van een veel kritischer houding ten opzichte van de heersende normen. Een voorbeeld: de NS heeft stiltecoupés in haar treinen gemaakt. Even afgezien van het feit of het werkt of niet, hebben ze omdat de stiltecoupé een uitzondering is, daarmee lawaai tot de norm verheven. Ze hadden ook bepaalde coupés tot lawaaicoupé kunnen maken, dan was stilte de norm geweest.
    Gelijk daarmee kom ik op het tweede punt, namelijk

    Kritiek is daarmee niet zoals jij schrijft ‘een uiting van luxe welke voortkomt uit het afnemen van existentiele gevaren’ maar een simpel nadenken over hoe je in de maatschappij wilt staan. Dat geldt voor iedereen, boeren, burgers, bedrijven, organisaties, overheid, buitenlui, en gelijk daarmee kom ik op mijn tweede punt, namelijk de belachelijke en door niemand begrepen slogan ‘think global act local’, die dan zomaar ineens vertaald kan worden met het nog onnozelere maar wel door veel meer mensen begrepen ‘verbeter de wereld begin bij jezelf’. Groet, Lia

  15. Arno van 't Hoog schreef op 12 juni 2007 om 09:46

    @ Mark:
    Ik bedoel empirie in je betoog, als illustratie van je argumenten en uitgangspunten, een lijst auteurs overtuigt niet. Als ik ze niet allemaal ken, moet ik ze dan gaan lezen? Het is flauw om bij zo’n boude stelling zo weinig fundamenten te willen tonen.

    ‘we doen er niets aan – of, erger nog, we kunnen er niets aan doen want er zijn geen instanties/ gremia die intellectuele aktie kunnen vertalen in effectieve aktie.’

    Wie zijn ‘we’? Is participatie / actie minder dan pakweg 20 jaar geleden? Wat heeft internet daaraan veranderd? Als het antwoord ‘niets’ is, wat zegt dat dan? Waren de oude gremia effectiever in het vertalen tot actie?

    Je vindt duidelijk dat democratische / maatschappelijke mechanismen om tegen onrecht in actie te komen niet goed werken. Je koppelt daar internet aan, en vervolgens doe je heel teleurgesteld. En daar blijft het bij.

  16. @Steeph: inderdaad, jouw sentiment op Sargasso (en dat van al die reacties daar!), dat is een variant van het probleem dat ik denk te zien.

    Internet (en de digitale cultuur in het algemeen) biedt slechts de illusie van maatschappelijke deelname.

    @Arno schrijft: “Je vindt duidelijk dat democratische / maatschappelijke mechanismen om tegen onrecht in actie te komen niet goed werken. Je koppelt daar internet aan, en vervolgens doe je heel teleurgesteld. En daar blijft het bij.”

    Nee, daar blijft het niet bij – ik vraag om reacties (en krijg heel veel boeiende comments), reageer daar weer op, bied verwijzigingen naar relevant auteurs voor zij die meer/door willen lezen, we voeren met elkaar een gerede discussie over een wezenlijk maatschappelijk probleem (ons vermogen om al dan niet aktief mede vorm te kunnen geven aan de wereld waarin we leven en de rol die nieuwe media zoals internet daarbij spelen).

    Dat alles lijkt me toch zinvol, relevant, interessant. In ieder geval is dat wel het minste wat we uit een online “discussieplatform” moeten halen…

    En over empirie gesproken: als jij vanuit je ervaring in Leiden met succesvol protest tegen bijvoorbeeld een tramlijn stelt dat aktie heus wel werkt, zet ik daar tegenover dat een dergelijke “hyperlokalisering” van internetgebruik en aktiebereidheid gezien kan worden als een expressie van onze machteloosheid om enigszins engagement te vertalen in aktie op globaal niveau.

    zoals Bauman opmerkt: de kwaliteit van een beschaving is te meten door te kijken hoe de samenleving met haar armste of zwakste bewoners om gaat. en die samenleving (of: beschaving) is vandaag: de wereld.

    Ik denk – maar ik hoor nog steeds bijzonder graag tegenargumenten want ik hoop dat ik het mis heb! – dat internet de ultieme triomf en uitdrukking is van de individualisering, dat de sociale verbanden die we online opbouwen weliswaar niet betekenisloos zijn, maar wel vluchtig en tijdelijk zijn, en dat we nieuwe manieren/structuren moeten vinden of bedenken om de inspirerende online participatie van allemaal met elkaar (in eigenbelang) verbonden individuen te kunnen vertalen in maatschappelijke daadkracht (aktie, dus).

    Bij dit alles kan de journalistiek een rol spelen – maar deze is in haar orientatie op “de natie” eveneens tandeloos, want een landelijke regering betekent tegenwoordig steeds minder (qua macht – die is lokaal en multinationaal/supraregionaal te vinden).

  17. Arno van 't Hoog schreef op 12 juni 2007 om 13:39

    @ Mark: Discussie is zinvol als je samen weet wat de anders als vertrekpunt heeft. En terzake tegenargumenten komen pas op een inzichtelijk, goed beargumenteerd standpunt. Vandaar mijn vraag om een toelichting. Je komt dan met meer sweeping statements, en daar vraag ik niet om.

    Ik verlang geen raketformules, maar de grondslag van de visie achter je korte bijdrage.

    1.Is participatie / actie minder dan pakweg 20 jaar geleden?

    2. Wat heeft de komst van internet daaraan veranderd?

    3. Als het antwoord ‘niets’ is, wat zegt dat dan?

    4. Waren de oude gremia effectiever in het vertalen van engagement tot actie?

  18. @Arno:
    1.Is participatie / actie minder dan pakweg 20 jaar geleden?

    In een serie studies (va. medio jaren negentig) in Amerika en daarbuiten stelde Robert Putnam inderdaad vast dat het sociale kapitaal (deelname/lidmaatschap aan publieke instellingen en andere vormen van georganiseerde sociale betrokkenheid) in de (westerse) samenleving sterk aan het verbrokkelen is. tegelijkertijd blijkt uit ander onderzoek dat de westerse mens zich wel steeds kritischer en/of sceptischer opstelt t.o.v. elke vorm van (institutionele) autoriteit en expertise.

    dus mijn antwoord, gebaseerd op de wetenschap die ik ken, is: ja.

    2. Wat heeft de komst van internet daaraan veranderd?

    het heeft voor een wezenlijk deel onze kritische houding een pleisterlpaats geboden en tegelijkertijd onze neiging om niet te willen opkomen voor de gemeenschappelijke zaak gesublimeerd – dwz: we klikken op een online petitie of posten op een blog, lekker individueel (de “pyama-clad army”), maar mede daardoor volstrekt ineffectief.

    3. Als het antwoord ‘niets’ is, wat zegt dat dan?

    zie 1 en 2

    4. Waren de oude gremia effectiever in het vertalen van engagement tot actie?

    ja – denk bijv aan vakbonden met brede steun en daadwerkelijke invloed op arbeidsverhoudingen (en mn arbeidsbescherming), politieke partijen met hoge graad van lidmaatschap, landelijke nieuwsmedia met hoge dekkingspercentages, etc.

    wat hierbij vooral saillant is, dat de problemen van nu geen lokale of nationale oorsprong kennen – en dus ook niet op dat niveau effectief bestreden kunnen worden. de huidige sociale problematiek is effectief een globale problematiek, en wordt nagenoeg exclusief bepaald door interinationale/supraregionale organisaties (oliekartels, handelspacts, multinationals, e.d.). nu zijn die organisaties niet per definitie “fout” – maar wat ze allemaal gemeenschappelijk hebben: grenzeloosheid, geen enkel gremium waaraan ze rekenschap moeten afleggen (behalve aandeelhouders – meestal andere multinationale organisaties zoals hedge/private equity fondsen), 100% marktgebaseerde besluitvorming, ondoorzichtigheid van bedrijfsvoering, enz.

    nu hebben we internet – een eveneens grenzeloos, wereldwijd platform. en onze deelname aan/via dit medium groeit nog steeds. maar zetten we het wel in/kunnen we het inzetten voor maatschappelijk/collectief nut, of is het echt alleen “disconnection on demand” hyperindividuele Spielerei?

    recent onderzoek van UvA-collega Tamara Witschge wijst bijvoorbeeld uit dat alle hoop of digitale democratische dialoog ten spijt, daar in de praktijk weinig van terecht komt. blijkbaar nemen de meeste mensen vooral deel aan discussies om de eigen positie bevestigd te zien – niet om samen een stap verder te komen.

    herkenbaar? of sla ik de plank mis?

  19. Lia schreef op 12 juni 2007 om 15:16

    Mark, je kunt individualisering en de vlucht die dat genomen heeft na de komst van internet niet slechts toeschrijven aan die komst van internet – veel meer van invloed zijn geweest de enorme hoeveelheid aan maatschappelijke instituties; als je als burger invloed uit wilde oefenen was je genoodzaakt zitting te nemen in een dergelijke groep. Dat heeft gemaakt dat het deel van de bevolking dat dat niet wilde danwel niet de kennis had dat je op die manier invloed uitoefenen kon, afgehaakt is; zij vinden in internet slechts een mogelijkheid om buiten de maatschappelijke organisaties om, hun invloed uit te oefenen. Natuurlijk heeft internet z’n weerslag op sociale verbanden, maar het levert ook een bijdrage aan het ontstaan van nieuwe sociale verbanden, die echt niet persé vluchtig hoeven zijn. Zo kocht een collega een woning in een nieuw te bouwen wijkje, en is er door de bewoners van dat nog te bouwen wijkje een hyvesgroep aangemaakt; volop communicatie en sociale verbanden over nog te bouwen keukens, aan te leggen tuinen en buurtbbq’s! Lia

  20. Lia schreef op 12 juni 2007 om 15:45

    Op dit logboek DNR vroeg ik me eerder af
    waar het met dit logboek voor het debat over de toekomst van de Nederlandse journalistiek heen moet. Ik vroeg me af of het eigenlijk ergens heen moet, met dit logboek voor het debat over de toekomst van de Nederlandse journalistiek. (http://www.denieuwereporter.nl/?p=930). Ik mis structuur, vind dat er vooral meningen tegenoverelkaar worden gezet en er veel gespuid wordt maar niet gecommuniceerd. Het leek me dat wij (als in: journalisten) er veel van houden om onze overtuigingen rond te strooien maar er niet van houden om van gedachten te wisselen laat staan dat we van anderen willen leren. Openstaan voor andere belevingswerelden leek me een noodzakelijke eigenschap voor journalisten, maar het leek wel alsof juist deze beroepsgroep helemaal niet zo erg voor andere belevingswerelden openstaat doch slechts vanuit haar eigen overtuiging bericht. Er wordt veel gereageerd op een topic, maar de mensen die reageren gaan, uitzonderingen daargelaten, zelden met elkaar in ‘gesprek’. Precies dit is de sterkte van internet, en ook haar zwakte. Alles is te vinden, over alles valt te debatteren, maar structuur ontbreekt, die moet je zelf aanbrengen. Als je het met een zekere mate van discipline gebruikt, is het een bron van informatie waar we veel van kunnen leren, als je het ongedisciplineerd gebruikt, komt er niets anders meer uit je handen. Maar actie hoeft er niet persé uit voort te komen.

  21. Arno van 't Hoog schreef op 12 juni 2007 om 15:55

    @ Mark:
    Herkenbaar – en overtuigend!

  22. Steeph schreef op 12 juni 2007 om 17:46

    Aanvullend op de vraag van Arno:
    1.Is participatie / actie minder dan pakweg 20 jaar geleden?

    Heel specifiek is dit af te lezen uit het afnemende ledental van politieke partijen in Nederland bijvoorbeeld (in 2006 steeg het overigens weer even, maar dat was dan ook een dubbel verkiezingsjaar):
    http://www.rug.nl/dnpp/informatie/persber/index

    Vaak wordt daarbij dan aangegeven dat er dan wel weer meer mensen lid/donateur zijn van allerlei belangenorganisaties als greenpeace of natuurmonumenten.
    Maar uit ervaring weet ik dat er een wereld van verschil ligt tussen iets op afstand steunen en actief aan bijvoorbeeld een politieke partij deel te nemen. En juist dat laatste neemt af. Kortstondig zetten mensen zich nog wel in voor een bepaald onderwerp. Maar jarenlang werken aan een onderwerp om het veranderd te krijgen, is iets wat moeilijk in deze tijd op te brengen is.
    Volgens mij speelt hier trouwens ook platweg de verandering in vrije-tijdsbeleving mee.
    En Internet maakt de drempel tijdelijk wel lager, maar helpt nauwelijks bij het verkrijgen van structureel engagement. Sterker nog. Online mee doen in een discussie leidt zelden tot de vraag van een voorzitter of je dan ook volgende week meehelpt bij een protestactie voor de deur van bedrijf X. En als het al zo is, is het online makkelijker te negeren dan in real life.

  23. Eef schreef op 15 juni 2007 om 04:15

    Beetje laat met mijn bijdrage, maar ik las het artikel niet eerder. Ik denk dat blogs de mogelijkheid hebben groepen te verenigingen en daarmee bijdragen aan offline acties. Een voorbeeld is het studentenweblog: http://www.soggen.nl. Zij schrijven korte berichten voor universitaire studenten. Niets hoogdravends en ik heb geen hogere doelen kunnen ontdekken. Maar ze gaven wel veel aandacht aan bijvoorbeeld de verkiezingen voor de medezeggenschapsraden en de opkomstpercentages zijn bijna overal gestegen. Ik zeg niet dat dit alleen door zo’n blog komt maar het draagt er zeker iets aan bij. Er ontstaan discussies over onderwerpen als een niqaab dragen bij tentamens, het toelaten van een pedofiele student, verloedering van het academisch klimaat, het stereotyperen van studentenverenigingen in de media of de rechten van een kamerhuurder. Discussies die zich vast offline voortzetten, wat misschien uiteindelijk weer leidt tot offline acties. Natuurlijk staat juist deze site vol met onzinnige, nergens aan bijdragende artikelen, maar dat trekt weer mensen die ook bij kunnen dragen aan de discussies. Wanneer meerdere eensgezinde groepen elkaar online treffen vergroot dit in mijn optiek de mogelijkheid tot het laten horen van het geluid van die groep. En daarvoor hoef je tegenwoordig niet perse meer het Maagdenhuis te bezetten.

  24. Lia schreef op 19 juni 2007 om 23:09

    Mark, heb jij hier iets aan gehad? Ben benieuwd tot welke if any conclusies je bent gekomen. Laat je dat eens horen?
    groet,

  25. @Lia: dank voor je followup (en dat op mijn verjaardag!). ik ben voor een lopend project op zoek naar concrete voorbeelden waarbij online participatie, offline aktie en journalistieke verantwoordelijkheid samen komen. want hoewel de theorievorming wat betreft nieuwe media steeds nadrukkelijker suggereert dat onze begrijpelijke neiging om het leven online te contrasteren met datzelfde leven offline, daar in de praktijk nauwelijks bewijzen voor zijn – e.e.a. loopt veel meer in elkaar over dan we soms denken.

    Voorbeelden: veel journalistieke activiteiten online zijn in feite voortzettingen van offline genres/formats, spelen met identiteit online (avatars, nicknames, genderbending, etc) valt enorm mee en sluit aan bij offline identiteitsdiscussies (plastische chirurgie, dieet en de sportschool, enz).

    dus wat betekent dit voor deze thread: dat het gestaag afnemen van offline aktie (wat Putnam sociaal kapitaal noemt) zich inderdaad voortzet/laat vertalen naar online participatie (die een weinig effectief en vooral passief karakter heeft), of dat de toenemende (echter tijdelijke, onvoorspelbare, individuele) deelname aan niet-institutionele vormen van maatschappelijke betrokkenheid op internet zich nog moet ontwikkelen, dat we daar nog aan moeten wennen?

    Je schreef zelf eerder over de noodzaak, zelf structuur aan te brengen aan de weelde van informatie die je online aantreft (dat zou een mooie journalistieke taak zijn, maar helaas…). ik ben dus nog op zoek naar een structuur voor het denken over participatie en aktie.

    maar misschien klinkt dit al veel te academisch. voorbeelden dus! iemand?

  26. Lia schreef op 22 juni 2007 om 10:54

    Mark, nog van harte. Heb je er wat aan als ik zeg dat ik het niet alleen had over het aanbrengen van structuur in de enorme hoeveelheden informatie die beschikbaar is, maar ook over:

    (in het westen:) de mogelijkheid/(wat in vele andere landen nog moet worden:) het recht vorm te kunnen geven aan je eigen leven;

    dat de “actie” die er nog is, zich toespitst op dat recht/die mogelijkheid vorm te geven aan het eigen leven (geen betuwelijn in mijn achtertuin/geen bomenkap voor Awacs in Schinveld), maar

    dat actievoeren om vorm te geven aan het eigen
    leven eigenlijk niet meer nodig was omdat er de mogelijkheid was zitting te nemen in allerlei maatschappelijke instituties,

    wat vervolgens vanwege de formalisering van deze instituties en dus verlies van slagkracht wel bijdroeg aan het gevoel géén invloed meer te hebben.

    Als ik dan ook nog zeg dat het vorm aan het eigen leven kunnen geven ontwikkeling includeert, dan zou een taak voor de journalistiek kunnen zijn om eens te onderzoeken wat de topics (waarden) van hedendaags Nederland zijn (daarmee iedereen includerend, dan wordt eindelijk ook de non-discussie over wie hier wel/niet zou horen eens beeindigd: ‘hij/zij is ook een inwoner van onze stad’), die topics te beschrijven, en daar discussie over los te maken. Bij die discussie voelt iedereen zich betrokken want hij gaat iedereen aan, en dan heb je
    A. Structuur in het debat,
    B. Je komt je journalistieke verantwoordelijkheid na
    C. Biedt openingen, kans op ontwikkeling, de mogelijkheid om vorm aan het eigen leven te geven
    D. Participatie
    E. Actie

    Er zijn vast wel sponsors (uit het verhaal van Bart (http://www.denieuwereporter.nl/?p=1035#more-1035) te vinden die hier aan mee willen doen.
    En last but not least: je hebt voor dit onderzoek wel journalisten nodig die weten dat, i.t.t. wat sommige docenten op een school of media haar studenten probeert bij te brengen, onafhankelijkheid niet is “als derde persoon in de ivoren toren zitten en altijd een toeschouwer zijn”, maar dat onafhankelijkheid alleen in relatie tot anderen bestaat, en dus dichtbij kunnen/durven komen, kwetsbaar durven zijn, en weten dat zoeken geen twijfelen is doch zelfs beter dan weten.
    groet,
    Lia

  27. Pingback: De nieuwe reporter » Blog Archive » Blogs leunen sterk op traditionele media

  28. Pingback: Participeren « Politiek

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>