“Dat is mijn werk niet!”

Tegenwoordig lijken de grenzen te vervagen van wie, wat, waar en wanneer doet bij het maken van radio en tv-items. Zelfmontage, Camjo, Self-support en de daardoor vrijkomende technische specialisten bieden veel mogelijkheden voor het moderne mediabedrijf. Hoe je het ook wendt of keert, de branche wordt technology-driven en dat heeft effect op de medewerkers.

Vroeger
Vroeger was het overzichtelijk: apparaten waren voor technici. De technische handelingen die verslaggevers moesten verrichten waren beperkt tot het vasthouden van de microfoon. In eerste instantie gingen technici zelfs nog mee op ‘reportage’ om de opnameknop van de recorder aan te zetten, te zorgen dat het metertje niet in het rood sloeg en er genoeg band op de Nagra lag. Later deden verslaggevers dit zelf. Eenmaal terug in de studio werd het item gemonteerd door de technicus op aanwijzingen van de verslaggever.

In de presentatieruimte zat de presentator, afgeschermd door een dikke glasplaat met de technische ruimte, waar de technicus en de regisseur verantwoordelijk waren voor hun deel van de uitzending. Nu is deze werkwijze achterhaald en hoort het kunnen omgaan met audio en videoapparatuur en het werken met PC’s tot de basiscompetentie van een verslaggever.

De ontwikkeling in de beeld- en geluidtechnieken laten een interessant fenomeen zien: enerzijds wordt de techniek dusdanig complex dat de gemiddelde studiotechnicus geen kennis meer heeft van de binnenkant van de blackbox, anderzijds wordt de bediening steeds eenvoudiger waardoor ook de niet-technicus ermee kan omgaan. Dat geeft soms een aardig spanningsveld.

Crossmediaal
Internet heeft het multimediale consumeren met zich meegebracht. Mensen willen geïnformeerd worden en vinden de vorm: beeld, geluid, tekst, daarbij ondergeschikt. Daardoor ontstaan crossmediale kanalen op het internet zoals Nu.nl en www.l1.nl, maar ook via de mobiele telefoon zoals bijvoorbeeld het mobiele kanaal van RTV Oost. Dat heeft uiteraard ook effect op de organisatie van de redactievloer.

Bij een modern mediabedrijf werken verslaggevers crossmediaal in geïntegreerde redacties. Informatie wordt het liefst op zo veel mogelijk platforms gepubliceerd, al dan niet in een aangepaste versie, qua vorm en inhoud. Een van de grote zorgen daarbij is de technische kwaliteit omdat de aandacht te veel naar de inhoud gaat en te weinig naar de techniek en de vorm. Dat is ook logisch, de verslaggever is niet opgeleid voor technische taken. Uiteraard zijn er uitzonderingen: getalenteerde verslaggevers die enthousiast aan de slag gaan en goede resultaten boeken.

Camjo en zelfmontage
Zelfmontage van geluid was tot voor kort al aardig ingevoerd bij de gemiddelde omroep, nu komt daar ook beeld bij. Camjo’s, dat zijn verslaggevers die zelf het camerawerk doen en vaak ook nog monteren, zijn al aardig ingeburgerd bij menig TV-station. De regionale omroepen gaan het aantal camerajournalisten zelfs uitbreiden en hebben daartoe onlangs een Camjo-academie opgericht. ROOS, het overkoepelende orgaan van de regionale omroepen, wil zo de intrede van camjo’s bij de regionale omroepen stimuleren. De omroepen zetten in op regionaal nieuws, dicht bij de consument en uitbreiding van het aantal publicatiekanalen. Deze combinatie vraagt om de inzet van camjo’s. Snelle nieuwsjournalisten zonder overhead die gemakkelijk kunnen opereren in elke situatie. Sommige omroepen kiezen voor een combinatie van camjo en eigen cameramensen waarbij de montage meestal wel door de verslaggever gedaan wordt met als argument dat het bronmateriaal in ieder geval goed is, mocht de montage verpest worden.

Een veelgehoorde opmerking over de inzet van camjo’s is dat de verslaggever op locatie te veel tijd kwijt is aan de techniek ten koste van de inhoud. Als je met verslaggevers praat, dan zijn ze niet per definitie tegen de nieuwe manier van werken.

Sommigen zeggen liever zelf te monteren al dan niet op de eigen werkplek omdat dat het product ten goede komt: “als er een rij wachtende verslaggevers voor de editruimte staat doe je niet zo snel een knip over”, aldus Bern Opdenacker, verslaggever van L1 Radio-TV.
Nu nemen ze de tijd, als de deadline het toelaat, om meer aandacht te besteden aan de montage van de items. En toch is de productiviteit omhoog gegaan. Werd er vroeger één TV item gemaakt, tegenwoordig wordt een onderwerp in verschillende vormen gemaakt, veelal een TV-item, een radiovariant, een bericht, al dan niet met audioquote, een internetbericht en een teletekstbericht.

Rouwig?
Moet de techniek rouwig zijn vanwege deze ontwikkelingen?
Ik vind van niet. Het tienduizendste nieuwsitempje in elkaar zetten of twee CD’s zorgvuldig achter elkaar starten kan toch niet het ultieme beroepsmoment van de technicus zijn? Met de komst van zelfmontage, nu ook bij TV, ontstaan audio- en videospecialisten. Dat zijn mensen die ingezet worden op buitenklussen, de phone-in komen doen tijdens een radiouitzending, of geluid bij beeld kunnen afwerken. Mensen die worden ingezet, daar waar hun specifieke competentie gevraagd wordt. Ondanks de eerdere grote scepsis bij de technici moeten velen nu toegeven dat deze verandering een verrijking van het beroep blijkt dat ook veel gevarieerder geworden is.

Hoewel er natuurlijk wel hier en daar aan FTE-ruimte is ingeboet, zullen stations vaak proberen om op het huidige FTE-niveau meer werk te verrichten, zoals grote locatieklussen. Dat zie je vaker bij automatiseringsprocessen, vaak wordt gezegd dat het een enorme bezuiniging gaat opleveren, maar tot nu toe blijkt dat vooral de productiviteit omhoog gaat dankzij de inzet van de computer. Veel regionale omroepen zouden nooit 24 uur per dag radioprogramma’s kunnen uitzenden als de PC de uitzendtaken ’s-nachts niet zou overnemen.

Behoudend
Helaas moet ik constateren dat het gemiddelde mediabedrijf tamelijk behoudend is en de medewerkers niet uitblinken in het accepteren van nieuwe methoden om het werkproces te verbeteren of efficiënter te laten verlopen. Het is op zijn zachtst gezegd een moeizaam proces. Dat komt ook vaak omdat technische afdelingen te lichtzinnig met de introductie van nieuwe technieken omgaan. De redactionele afdeling wordt ineens overstelpt met nieuwigheden terwijl fasegewijze invoering en een uitvoeriger introductie de acceptatie zou versnellen. Ook schort het wel eens aan gerichte communicatie omdat de introductie door de technische afdelingen gezien wordt als een kleinigheid en vooral technisch benaderd wordt. Ook is het bijzonder lastig om omroepmedewerkers van de huidige werkwijzen af te krijgen zonder commitment van de redactionele leiding. Als er domweg geen druk van bovenaf wordt gegegeven, zal de omslag nooit honderd procent slagen en de redactieleden vooral proberen om de oude werkwijzen zo veel mogelijk te handhaven.

Bij L1, mijn werkgever, vindt de integratie al een tijdje plaats en lijkt het langzaam bergopwaarts te gaan. Dat komt voornamelijk door een aantal enthousiaste verslaggevers en een goede begeleiding van techniek en redactionele leiding. Niettemin heb ik wel eens jonge verslaggevers horen zeggen dat ze een typische TV-verslaggever zijn en ‘niets hebben met radio’. Dat lijkt toch erg vreemd, zeker uit de mond van jonge, pas afgestudeerde verslaggevers.

Opleidingen
Hoe zit het eigenlijk met die opleidingen? Tot voor kort was er een studierichting Televisie, Radio en Print. De journalistieke opleidingen kiezen nu voorzichtig voor een crossmediale benadering. Zo is Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg begonnen met een nieuw intern mediabedrijf waar studenten klaargestoomd worden voor de crossmediale buitenwereld.
In dit mediabedrijf zit een centrale nieuwsdienst, de internetredactie, de tv-redactie, de radioredactie, de krant en tijdschriftredactie. Alle studenten rouleren om de twee weken waardoor ze na twaalf weken alle disciplines hebben doorlopen. Clement Tonnaer van Fontys Hogeschool Journalistiek: “We zijn in Tilburg niet over een nacht ijs gegaan. Al jaren voeren we oriënterende gesprekken met diverse media. Daaruit bleek dat er behoefte is aan goede vakmensen die excelleren op hun vakgebied maar die oog hebben voor de nieuwe realiteiten binnen veel redacties waar steeds vaker crossmediaal wordt samengewerkt”.
Kijk voor de resultaten op www.nieuwsbedrijf.nl.

Er is nog veel werk te doen voordat zelfmontage en camjo’s volledig geaccepteerd zijn. Het is geen keuze meer maar bittere noodzaak om de ontwikkelingen in de mediawereld bij te kunnen benen. Een onomkeerbaar proces waarbij rekening gehouden moet worden met, in het begin, verslechterende kwaliteit. Dat is slechts een kwestie van tijd. Een goede begeleiding en voortdurende kwaliteitscontrole kunnen de schade beperken en zorgen voor nieuwe kansen waardoor uiteindelijk het totaalproduct er alleen maar beter van kan worden.

limburg

Verslaggever Bern Opdenacker neemt een voice over voor radio op.… op de camera.

Dit artikel verscheen eerder, in iets gewijzigde vorm, in AV&Entertainment.

6 reacties

  1. Ik vind het alleen jammer dat de studie Crossmedia Concepting aan de Saxion hogeschool in Enschede hier niet genoemd wordt. Deze studie is medio 2006 begonnen als Crossmediale Journalistiek. De toevoeging journalistiek mocht echter niet gebruikt worden omdat de “andere” HBO-journalistiekopleidingen in Nederland het er niet mee eens waren.

    Na het doorlopen van enkele juridische procedures mag dit nu weer wel. In mijn ogen (maar ik ben zelf student aan deze opleiding) gerechtigheid en een mooie overwinning. Bovenstaande artikel bewijst dat mijn opleiding op de goede weg is. Overigens hebben de andere opleidingen nu ook het licht. Tilburg begint met ook met een dergelijke opleiding. En nog mooier: decanen op Windesheim sturen de studenten door naar Enschede, met de toevoeging dat ze dan in ieder geval wel werk vinden na hun studie!

  2. Dennis schreef op 27 juli 2007 om 10:07

    In de technology-driven journalistiek ontstaat wel een generatiekloof. Veel ervaren journalisten hebben een ‘schoenmaker blijft bij uw leest’ instelling. Daarnaast accepteren ze niet dat de kwaliteit te lijden heeft onder de drang te experimenteren met andere media. Het is jammer dat deze mensen het voor het zeggen hebben op veel redacties, waardoor de ontwikkelingen stagneren.

    Overigens draait er op de School voor Journalistiek in Utrecht ook al een tijdje zo’n crossmediaal leerbedrijf. Te zien op: http://www.schoolvoorjournalistiek.com/campusblog

  3. Het verbaast me verschillende malen op dit forum dat de journalisten, die op zich vooraan staan – en willen staan – bij nieuwe ontwikkelingen, uiterst terughoudend zijn als het gaat om nieuwe technieken, toepassingen en publicatievormen. Je zou juist verwachten dat zij minstens de nieuwe mogelijkheden, waaronder video, podcasts en multi-mediaconcepten zouden willen uitproberen om de mogelijkheden hiervan in kaart te brengen. In plaats daarvan kruipen ze nogal eens in hun schulp: het traditionele werk verandert, het takenpakket wordt uitgedund… ik denk dat het beter is om juist positief tegen over de nieuwe mogelijkheden te staan en hiermee te experimenteren. Inderdaad, budgetten zullen niet altijd toelaten dat er volop wordt gewerkt en ik vergeet ook niet dat er iets als tijdsdruk is. De negatieve en defensieve houding die ik regelmatig proef zie ik als een van de factoren die de media (kranten/dagbladen en omroep met name) in de toekomst wel eens fataal zou kunnen zijn. De tijd verandert, de wereld verandert. De media kunnen niet dezelfde positie houden als pakweg twintig jaar geleden.

  4. Frans schreef op 2 augustus 2007 om 22:35

    Als freelance cameraman en editor van de oude stempel heb ik regelmatig het ‘genoegen’ gehad om dergelijk materiaal te mogen beoordelen en of te bewerken. Mijn conclusie, uitzonderingen daargelaten: over het algemeen is de kwaliteit maar matig. Dat wordt door de meeste camjo’s ook onderschreven. Veelal hoor ik de klacht dat men zich eigenlijk liever op de inhoud als op de techniek zou willen concentreren. Een ander punt van kritiek, de voorbereidende tijd die een verslaggever normaal heeft terwijl zijn crew de apparatuur in stelling brengt, gaat verloren. Dit geeft de journalist minder gelegenheid zich met zijn gesprekspartner vertrouwd te maken, mogelijke vragen voor te bereiden en last but not least te proberen toch nog die ene controversiële uitspraak al vooraf te ontlokken. Kortom het gaat gewoon ten koste van de diepte.
    Ik praat hier uitdrukkelijk niet over het soort reportage ‘ome Henk zag een koe in de wei staan’ maar meer politicus, directeur enz. wordt aan de tand gevoeld.
    Ik ben niet tegen het principe, begrijp me niet verkeerd, ik zie gewoon de nadelen. Spijtig genoeg laten (jonge) journalisten zich maar al te vaak voor dit karretje spannen terwijl zij eigenlijk degene zouden moeten zijn die dit als directe aanval op hun vak moeten beschouwen. Maar de bekende dooddoener ‘hebben we geen tijd/budget voor’ buigt in dit geval recht wat eigenlijk krom is.
    Het eindresultaat zien we bijna dagelijks in meer van dezelfde oppervlakkige rommel die binnen 5 minuten al weer vergeten is en die ook nauwelijks onder het motto journalistiek te brengen is. Zolang echter dit soort vaak voyeuristisch volksvermaak als zoete koek wordt gevreten maak ik me geen illusies. Het Credo in Rome was destijds al ‘geef het volk brood en spelen’ en zo is het eigenlijk nog steeds.

  5. Mooi stuk Lucas, dank voor de blik in de keuken. Vanzelfsprekend ook hulde voor de aanpak van Tilburg (nou nog van die 12 weken 3 jaar maken…); da’s lef hebben en het zal zeker niet zonder slag of stoot zijn gegaan. Daar neigen de opmerkingen in dit stuk ook naar, en wijst op iets waar Henk (Blanken) en ik ook telkens achter kwamen: nieuwe media is ter redactie vooral een culturele kwestie.

    Bij Journalistiek en Nieuwe Media in Leiden proberen dus weliswaar multimediale journalistiek in het curriculum te verweven, maar willen we ons toch niet gek laten maken door de technologie. Tenslotte is de journalistiek niet “technology-driven”, maar eerder “content-driven” of liever nog (in het huidige tijdsgewricht): “community-driven”.

    Nog iets: ik vraag me af of de crossmediale trend samengaat met toenemend projectmatig/freelance journalistiek werk?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>