Is Arnon Grunberg een burgerjournalist? Of Paul Rosenmöller en Linda de Mol? En hoe zit het met Bouke en zijn collega-bloggers van Hallo Emmen? Het antwoord op deze vragen zegt veel over uw denkbeelden over journalistiek.
De burgerjournalist is net zo’n fenomeen als de allochtoon, de hangjongere of de middenstander. Een vaag omschreven groep. Noem het een concept. En dat is in heel veel smaken verkrijgbaar. Wie daarin onderscheid kan maken, en de ideologische basis ervan kent, weet waar hij staat.Daarom een determinatietabel voor het herkennen en vangen van de burgerjournalist.
1. De revolutionaire burgerjournalist
Deze burgerjournalist belichaamt de strijd om het medialandschap, waarin hij de ondergang van de traditionele media zal inluiden. Dit concept is gevat in onderwerpings-, bevrijdings- en verdringingsmetaforen. Survival of the fittest. De revolutionaire burgerjournalist is de burger die de media niet meer nodig heeft, omdat ze de mediaproductie zelf wel afkan. Sterker: hij heeft zich ervan afgekeerd, wegens betutteling, vereenzelviging van journalistiek met de macht, en gebrek aan inspraak.
Het opmerkelijke is dat meestal niet de bloggende burgers zelf deze revolutie uitroepen, dit geluid is vaker te horen bij degenen die deze ontwikkeling doortrekken naar de toekomst. Bijvoorbeeld in de woorden van Mark Deuze en Henk Blanken: de media zijn dood, alleen weten ze het nog niet.
Ideologie: democratisering van de media
Pluspunten: een beeldende strijdmetafoor is goed om de ogen te openen, en vanuit stellingen de discussie te prikkelen.
Minpunten: het kleinschalige heden en de grootse toekomst lopen naadloos in elkaar over. Er bestaat een risico dat de toekomst revolutionair anders is dan nu wordt voorspeld.
2. De formele burgerjournalist
Bij deze variant valt de scheidslijn zo ongeveer samen met de functieomschrijving in een arbeidscontract plus CAO bij een groot mediaconcern. Een genoten opleiding op journalistiek gebied kan een aanbeveling zijn. Of iets in de trant van ‘journalistiek is de hoofdbron van inkomsten’. Het is een negatieve definitie, dus wie niet aan die criteria voldoet, is burgerjournalist.
Ideologie: afbakening van het journalistieke domein
Pluspunten: Voor wie streng is in de leer en zich beroept op controleerbare criteria, staat hiermee heel stevig.
Minpunten: Er zijn nogal wat gerespecteerde uitzonderingen in het medialandschap – geen opleiding, vaag freelanceverband, journalistieke schnabbels – die velen toch liever wel journalist zouden noemen. Zie Grunberg en Rosenmöller. En wie de deur voor uitzonderingen op een kier zet, heeft een levensgroot probleem om met droge ogen de bloggers van Hallo Emmen de toegang te weigeren.
3. De ‘alle mensen’ burgerjournalist
Deze burgerjournalist is operationeel gedefinieerd: je bent journalist als je je als zodanig gedraagt. De voorstanders van deze invulling wijzen er fijntjes op dat er geen beroepseisen of diplomagebod bestaan.
Iedereen is journalist, klinkt het dan plagerig in reactie op degenen die een formele scheidslijn tussen journalisten en burgerjournalisten trekken. Doe je je werk goed, dan is er voor iedereen die dat wil plek in het medialandschap en mag je jezelf journalist noemen. Belangrijk vraagstuk daarbij is wat journalistiek eigenlijk is, en wat niet.
Ideologie: gelijke kansen, gelijke toegang
Pluspunten: Ieder persoon of media-uiting kan op z’n merites worden beoordeeld.
Minpunten: Zonder duidelijke definitie van journalistiek werk verschuift het probleem. Want is een gemiddelde blog in de achtertuin van de Volkskrant journalistiek? De bekende lakmoesproef met ‘eigen nieuws’ helpt daarbij nauwelijks. Want op die manier bezien valt een flink deel van de inhoud van de reguliere media – columns, commentaren – buiten de categorie journalistiek.
De burgerjournalist: iedereen kent hem, maar niemand kan ‘m echt vastpinnen. De meest houdbare conclusie is voorlopig dat de burgerjournalist eigenlijk niet bestaat, totdat iemand ‘m verzint. En vervolgens geldt: omschrijf uw burgerjournalist en ik zeg wie u bent.
9 reacties