Wanneer er gewichtige zaken als censuur en vrijheid van meningsuiting spelen, hoop je natuurlijk dat de aanleiding genoeg niveau heeft om er met overgave over te discussiëren. Dat lijkt mij in de nu spelende kwestie binnen de Socialistische Partij met zekerheid niet het geval.
Ik heb het artikel dat vorige week tot de schorsing van hoofdredacteur Elma Verhey leidde aandachtig doorgelezen en zou het als eindexamenwerkstuk van een journalistenopleiding niet accepteren. En dat niet vanwege de slordige taal- en spellingsfouten.
Het stuk, geschreven door het jeugdige partijlid Marijn Schrijver, houdt het midden tussen een sfeerverslag en een achtergrondverhaal. Het begint te beschrijven wat er op een verhitte partij-avond in Zwolle gebeurt maar krijgt allengs – en daar ligt het probleem – de pretentie van een achtergrondverhaal dat het verloop van de Yildirim-affaire reconstrueert. In die – chaotisch neergezette – reconstructie is de partijleiding de grote afwezige. Ik heb het even geteld: van de tien mensen die er aan het woord komen, openen er negen in meer of minder sterke mate de aanval op de partij terwijl één mevrouw wat tegenspel biedt. Verder zwerven er twee zinnetjes-tussen-aanhalingstekens rond die mogelijk het standpunt van de landelijke partijleiding vertegenwoordigen maar van onduidelijke herkomst zijn.
Uit niets blijkt – en de SP bevestigt dit desgevraagd – dat de auteur het partijbestuur om een reactie heeft gevraagd.
Het was duidelijk niet zo’n goed idee deze explosieve kwestie in handen te leggen van een auteur die, als kandidaat op de lokale lijst, deel uitmaakt van het Zwolse SP-wereldje dat hij beschrijft en aan het woord laat.
In handen van andere auteur
Verhey, die niet voor commentaar bereikbaar is, heeft in NOVA gezegd dat ze met het stuk wilde laten zien dat er veel onrust binnen de partij is en dat SP-bestuurder Van Heijningen de eerste was die het voor publikatie te lezen kreeg om erop te reageren. Maar repareer je een gammel stuk met een weerwoordje dat per kerende post binnen moet zijn?
Nee, als ik Verhey was, had ik de publikatie van het stuk niet doorgedrukt maar juist tegengehouden en er in het volgende nummer een evenwichtiger versie van afgedrukt. Of beter nog: het onderwerp alsnog in handen van een andere auteur gelegd. Dat zou tenminste een interessante lakmoesproef van de discussiebereidheid van de SP-bestuurders hebben opgeleverd. Van Heijningen zegt me desgevraagd dat een nieuw stuk over de kwestie zijn “favoriete optie” was maar dat hem die mogelijkheid niet is geboden: “Het was een slikken-of-stikken scenario”.
Enfin, hoe het in dat uur U precies gelopen is, blijft onduidelijk. Verhey zegt in NRC Handelsblad dat Van Heijningen meteen al van het hele artikel af wilde.
Geen schriftelijke afspraken?
Een andere vraag is of het artikel, bedoeld voor publicatie in een naar 50.000 leden verzonden partijblad, het partijbestuur een juridische legitimatie biedt om de hoofdredacteur op non-actief te stellen. Als het om de rechtspositie gaat, hangt veel af van de schriftelijke afspraken die partijbestuur en hoofdredacteur met elkaar hebben gemaakt. Dat wil zeggen, voorzover die schriftelijke afspraken er zijn…
Toen NRC Handelsblad vorige week bij Verhey informeerde of de statuten van het partijblad helder zijn over de redactionele onafhankelijkheid, antwoordde ze: “Ik denk van niet. Maar dat is niet relevant, omdat ik bij mijn aantreden mondeling van Marijnissen en Van Heijningen garanties heb gekregen over mijn journalistieke onafhankelijkheid. Anders had ik die baan ook nooit geaccepteerd.”
Mondelinge afspraken omtrent zo’n bij voorbaat netelige positie? Ik wens de advocaten die zich nu over de kwestie buigen sterkte. Wat mij betreft revancheren hoofdredactie en partij zich in het volgende nummer met een journalistieke reconstructie van de kwestie-Yildirim die klinkt als een klok.
N.B. De auteur heeft geen banden met welke politieke partij dan ook
19 reacties