Wat is een goede meetmethode voor internet-traffic?

Nielsen/NetRatings in de VS maakte deze week (10 juli) bekend een andere methode te gaan hanteren voor het meten van traffic op websites. Het begrip ‘pageviews’ gaat eruit om in het vervolg de tijd te meten die op een website wordt doorgebracht. Een pageview (filmpje) op YouTube kan een bezoeker immers minutenlang aan zijn computer gekluisterd houden, terwijl een simpel bezoek aan een portal een paar seconden kan duren. Voor adverteerders, en daar draait het natuurlijk allemaal om, is het eerste bezoek veel waardevoller. Terwijl beide bezoekers slechts 1 pageview genereren.

De nieuwe meetmethode van Nielsen/NetRatings zorgde er meteen voor dat Google zakte (van de eerste naar de vijfde plaats) op de lijst van bestbezochte websites. Doorgaans blijft een bezoeker immers niet langer dan een paar seconden op de zoeksite hangen. In andere woorden: een Google-bezoek is niet erg hoogwaardig in de ogen van adverteerders.

Robert Niles schetst op Online Journalism Review de nadelen van de oude meetmethoden. Maar ook de problemen die de nieuwe eenheid met zich meebrengt. Want welke methode op dit moment ook gebruikt wordt, het is duidelijk dat ze geen van alle echt laten zien wat adverteerders willen weten: hoe vaak, hoe intensief is mijn uiting bekeken en tot welk resultaat leidde dat?

In die zin blijft adverteren op internet toch nog een beetje alsof je met een blinddoek om ronddoolt in een donkere kamer.

De oude pageviews (Niles wijst ook nog eens op het verschil tussen ‘hits’ en pageviews) zeiden natuurlijk maar weinig over het echte gebruik van een webpagina. Want te denken dat wie een webpagina opensloeg die pagina ook werkelijk (deels) las, is natuurlijk een naieve gedachte. Laat staan kennis nam van de advertenties op die pagina.

Wat dat betreft gedraagt internet zich niet heel veel anders dan printmedia. Ook daar is bekend dat het kopen van een krant geen garantie is dat-ie ook helemaal wordt gelezen. Dat het openslaan van een spread niet garandeert dat artikelen zelfs maar worden gezien. En dat wie aan een stuk begint, het ook uitleest. Sterker: bij print beginnen we erachter te komen dat artikelen eigenlijk maar zelden helemaal worden uitgelezen.

Terug naar het internet. Webpagina’s met AJAX-technologie, laten zelfs meerdere pagina’s achtereen zien, zonder dat de URL wijzigt. Hier begint het begrip ‘pageview’ dus al diffuus te worden.

Kwaliteit van de bezoeker
Een nieuwe meetmethode dus. Maar is het meten van de tijd die iemand op een website blijft zinvol, vraagt Niles zich af? Wat als iemand een half uur op een website actief blijft, maar geen oog slaat op de producten waarvoor geadverteerd wordt? Heeft deze maat dan enige zin?
Daar komt nog bij dat het adverteerders helemaal niet direct gaat om aantallen bezoekers of hoeveelheden tijd die op een website worden doorgebracht. Het gaat eerder om de kwaliteit van die bezoeker. Een adverteerder van dure auto’s heeft er helemaal niets aan als een website wellicht massaal bezocht wordt, als alle bezoekers ook lang op die site blijven hangen, maar allemaal onder de 16 jaar blijken te zijn.

En dus lijkt zich ook op internet de ontwikkeling in te zetten die ook in print, radio en televisie te zien is geweest. Het gaat om een kwalitatieve doelgroep. Die moet vervolgens zo lang mogelijk op een internetpagina blijven om de kans te vergroten dat de bezoeker kennis neemt van de boodschap.

En om weer de vergelijking met print te maken: het kan voor een redactie wellicht boeiend zijn te weten dat een gemiddelde lezer twintig minuten met een tijdschrift ‘bezig’ is. Voor een adverteerder zegt dat natuurlijk helemaal niets. Misschien gingen achttien van die twintig minuten wel naar de Sudoko op de voorlaatste pagina!

Unieke bezoekers
In zijn artikel haalt Robert Niles Chris Jennewein aan van The San Diego Union-Tribune. Die stelt: “Local online penetration (% of local-market adults) and total unique users are the best statistics for us.” Ofwel: het gaat om doelgroepen en percentages van die doelgroepen (penetratie). Wie in een middelgrote stad een nering drijft, wil per slot weten hoeveel (marktaandeel) van die inwoners kennis namen van die waanzinnige aanbieding waarvoor in het plaatselijke krantje werd geadverteerd.

Niles stelt voor dat journalisten in artikelen over webbezoek de termen ‘hits’ en ‘pageviews’ in het vervolg vermijden. Daarvoor in de plaats zouden ze alleen nog het aantal unieke bezoekers per dag, week of maand moeten vermelden.

Journalisten blijven intussen met het probleem zitten dat alle meetmethoden, hits, pageviews en tijd, weinig zeggen over de manier waarop een bezoeker omgaat met de inhoud van een webpagina. En adverteerders moeten het eveneens doen met nogal nietszeggende data. In die zin is internet nog wel wat stappen verwijderd van de volwassenheid.

8 reacties

  1. Edwin schreef op 15 juli 2007 om 12:24

    Ik bekijk zelf een groot deel van mijn favoriete sites en blogs in Netvibes. Ik klik vaker niet door dan wel, terwijl ik relatief veel tijd uittrek voor alle verschillende universa, feeds en widgets. Dat wordt bij mijn weten helemaal nergens gemeten en de persoonlijke startpagina’s hebben inmiddels miljoenen gebruikers.

    Daarmee kun je statistieken eigenlijk niet meer serieus nemen, vind ik.

    Erwin Blom van de VPRO had daar een interessante mening over. http://tinyurl.com/28csua

  2. Het is natuurlijk ook vreemd dat meetmethoden op internet de offline wereld volgen. In die zin maak je een terechte vergelijking met print media. Maar waar je in print media mensen niet instant kunt aanzetten tot actie kan dat op een website wel. Kwalitatief publiek en op actie gerecht adverteren is online wel heel meetbaar: er wordt een aankoop gedaan, een brochure aangevraagd, e.d. Google heeft daartoe onlangs het zogenaamde Cost-Per-Action model ingevoerd voor adverteerders. Als adverteerder bepaal je voor welke actie van een bezoeker je betaalt. Dat begint al meer te lijken op echt interactief adverteren. En… het is zeer meetbaar.

  3. Ach ja. Pageviews zijn een even manipuleerbare eenheid als oplagecijfers. De enige reden dat we ontevreden zijn met de gegevens die we hebben is dat ze zoveel nauwkeuriger lijken dan de gegevens die bij print een rol speelt. We zijn gewoon nog niet gewend aan de specifieke zekerheden en onzekerheden die bij online media een rol spelen, maar uiteindelijk weet je eerder meer dan minder dan bij kranten e.d.

  4. Erik van Heeswijk schreef op 15 juli 2007 om 13:07

    Wat ik juist vaak tegenkom is dat adverteerders klagen over het gebrek aan duidelijkheid van online adverteren. Maar ondertussen hebben ze natuurlijk 100 keer zoveel gegevens als adverteren op televisie, om over radio en billboards nog maar te zwijgen.

    Sterker nog: ik denk dat internet lijdt onder de duidelijkheid die daar mogelijk is, dat smaakt naar meer. Adverteerders zien eindelijk wat het effect van een (niet al te goed geplande) advertentie is. En velen worden daar niet al te vrolijk van.

    Adverteren is in mijn optiek een lange termijn visie hebben en er aanwezig blijven. Dat doe je een beetje op gevoel, en met een zeer gezond relativisme voor de cijfertjes. En dat lijken onze vrienden van de commercie nog wel eens te vergeten.

    Dat neemt uiteraard niet weg dat een pageview altijd al een waardeloos gegeven is geweest, ik ben al jaren geleden gestopt een conclusie aan pageviews te verbinden. In mijn optiek tellen maar twee dingen aan sitebezoek: hoeveel unieke bezoekers (per dag) en wat het herhaal bezoek is (lengte is leuk, maar ook niet heel erg verhelderend). Dat geeft echt een idee hoeveel ‘klanten je aan je bindt’. En daar gaat het de adverteerder uiteindelijk toch om?

  5. Theo Dersjant schreef op 15 juli 2007 om 15:52

    @ Arno,

    Vergeet de bonnetjes in printmedia niet. Instant actie! Uitknippen en opsturen. Of inleveren bij de boekhandel voor een korting!

  6. Wat ik me afvraag: hoe meet je hoelang iemand op een site zit? Op het moment dat ik dit typ heb ik 8 browservensters openstaan. De klok telt bij alle 8 sites door, terwijl ik *nu* natuurlijk alleen een reactie aan het typen ben bij DNR.

    Ik ben het met Erik eens: de belangrijkste gegevens die je als site kunt verzamelen zijn ‘unieke bezoekers’ (hoewel, daar valt natuurlijk ook het eea op af te dingen) en het aantal ‘bezoeken’.

  7. Theo Dersjant schreef op 17 juli 2007 om 10:55

    @ Maarten:
    Goede opmerking. Ik heb Nielsen NetRatings in de VS benaderd met deze vraag. Zij speelden de vraag weer door naar Nielsen NetRatings International. Daarvan ontving ik het volgende antwoord:
    “In simple terms the “time” element is measured using our panel meter, a sophisticated piece of software installed on the desktop of our panel members enabling us to capture users behaviour at the desktop level.”

    Zie ook een interview bij CNN met onderzoeker Alex Burmaster van Nielsen NetRatings, waarin dezelfe vraag aan de orde komt: http://nl.youtube.com/watch?v=O5vFkpUavdc

    Om je de waarheid te zeggen is het mij nog steeds niet duidelijk hoe die software registreert of je even niet werkt en een boterham eet, terwijl je een webpagina voor hebt staan. Ik zal de onderzoeker uitnodigen dat eens uit te leggen voor DNR.

  8. Theo Dersjant schreef op 17 juli 2007 om 17:38

    @ Maarten (2),

    Alexander Burmaster, onderzoeker bij Nielsen NetRatings in Engeland, laat per e-mail weten:

    Our desktop meter is the only one that can accurately tell which
    application/tab is actually in focus/being used.

    e.g. if you have six browser tabs open and are writing an email, only
    the email application will be credited with time spent. It’s the same if
    you are using one of the six browser tabs – only the one you are using
    is credited with time not the other five.

    Obviously there is no technology that can tell what you are physically
    doing whilst having a piece of media open (e.g. I might have the TV on
    but how does it know if I’m even in the room) so our desktop meter
    automatically stops counting time if there is more than 30 minutes of
    inactivity. E.g. you don’t click on anything / move to another
    application etc.”

    Dat laatste is veelbetekenend. Nielsen NetRatings meet dus alleen de tijd dat een webpagina (als ‘voorste’) open staat, met een maximum van een halfuur als er geen activiteit (scrollen) plaatsvindt. Wat er in dat halfuur gebeurt, meet de software van Nielsen niet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>