Een nieuwe rel raasde door onze Lage Landen, ex-moslim Ehsan Jami werd in elkaar geslagen door, naar het zich laat aanzien, drie nog wel praktiserende aanhangers van de islam. Van haat vervulde lieden die door hun geloof de twijfel voorbij zijn. Met wie in een democratie niemand zal kunnen samenwerken omdat hun onverzoenlijke, radicale houding dat nu eenmaal onmogelijk maakt. Ehsan Jami wil een comité voor ex-moslims oprichten en ook alle bedreigingen die hij na ‘het incident’ ontving doen nog het meest denken aan de ‘Kroniek van een aangekondigde dood’.
Jami is niet alleen lid van de PvdA, hij is tevens raadslid voor die partij in de gemeente Leidschendam-Voorburg. De reactie van de bazen van zijn partij, lauw en onverschillig, bevestigde opnieuw het cliché dat je met zulke vrienden geen vijanden nodig hebt. Vooral de aanvankelijke oogverblindende afwezigheid van partijleider Bos was opmerkelijk. En toen hij zich dan eindelijk met de discussie bemoeide bleef de suggestie hangen dat zo’n jongen het toch een beetje aan zichzelf te danken had. De kern van de zaak, gewetensvrijheid in godsdienstzaken, vrijheid van meningsuiting en geweld dat binnen een democratie levensgevaarlijk is, liet hij onbesproken.
Absolute publiekstrekker bij deze rel was Geert Wilders, die met een in mest gedoopt pennetje een brief aan de Volkskrant schreef. Uitlatingen van een getourmenteerde geest die de meest stompzinnige argumenten bedenkt om het eigen vermeende belang na te jagen. ‘Mein Kampf, genoeg is genoeg, ophouden met correct gedraai, fascistisch, zieke ideologie, islamitische invasie, ziekelijk streven, laffe lieden, Nederarabië als provincie van Eurabië.’ Enfin, verwarde kreten genoeg om zelfs de meest bij Wilders betrokkenen een huivering te ontlokken. Speciaal zijn kreet dat er geen gematigde islam bestaat zou een gedegen repliek verdienen als het allemaal niet zo’n onzin was wat in zijn geest opborrelde. Bovendien heeft een discussie met hem geen zin omdat hij toch niet reageert. Hij is de man die een gebouw in brand steekt om vervolgens op veilige afstand te genieten van de fel oplaaiende vlammen.
Een paar dagen na zijn brief werden allen die de media professioneel bedienen plotseling geconfronteerd met een volwassen journalistiek dilemma. Op dat moment liet NRC/Handelsblad weten dat zij als eerste de brief van Wilders had ontvangen. Maar de krant had hem niet geplaatst omdat de toonzetting ‘onbehouwen’ en de onderbouwing ‘gebrekkig’ werd bevonden. In zijn verdere verklaring vroeg plaatsvervangend hoofdredacteur Sjoerd de Jong zich bezorgd af hoeveel aandacht een politicus verdient die er nu juist op uit is die aandacht te trekken? Wilders, zo schreef hij, provoceert en berichtgeving versterkt die provocatie. “Onze krant staat voor kwaliteit, maatgeving en goede smaak. We moeten weliswaar informeren maar dienen we ook het spel van Wilders mee te spelen? Nee, dat doen we niet, onze opiniepagina is geen propagandamuur. Wat Wilders naar voren bracht was geen interessante analyse, gaf geen rekenschap van constitutionele complicaties en de vergelijking met Mein Kampf was matig uitgewerkt. Wat wij vragen is een marginaal kwaliteitsstempel en een beredeneerde en waardevolle bijdrage aan de maatschappelijke discussie. Deze bijdrage kon de toets der kritiek niet doorstaan.”
Tot zover Sjoerd de Jong, een beetje hovaardig, een beetje doctorandussenjournalistiek, maar toch een goede analyse. Voor wie nu echter mocht denken dat hij het hierbij zou laten volgde een verrassing. Plotseling, midden in zijn verhaal, maakt hij een intellectuele reuzendraai. ‘Het is natuurlijk wel nieuws’, zo betoogde hij. ‘Hier is sprake van een woeste aanval op de kern van een religie van een miljoen Nederlanders door een volksvertegenwoordiger en leider van een partij met negen zetels.’ Welaan, dat kunnen we wel met hem eens zijn, zeker als hij ook nog zegt: ‘Het was een rechtstreekse aanval op de grondwettelijke vrijheid van godsdienst en drukpers’.
Nu wordt het wel steeds onduidelijker waarom de NRC die brief van Wilders eigenlijk niet plaatste. En wat helemaal verbazingwekkend mag worden genoemd is het feit dat die krant vervolgens de politiek nog een schrobbering geeft ook. ‘De lauwe reactie van sommige politici dat het voorstel van Wilders geen aandacht verdient geeft te denken.’ Geeft te denken? Nee, wat te denken geeft is dat NRC/Handelsblad eerst nieuws negeert om vervolgens politici te verwijten dat ze zo ongeveer hetzelfde standpunt innemen als de krant. ‘Maar’, zo schrijft De Jong, ‘we hebben, denk ik, wel degelijk aan onze informatieplicht voldaan. We hebben het nieuws gevolgd en twee van onze Haagse redacteuren hebben een prima achtergrondstuk geschreven.’
Nu zou een oplettende lezer zich natuurlijk kunnen afvragen waarom alle reacties op de ‘onbehouwen’ brief die niet de moeite waard waren om te plaatsen, eigenlijk wel de moeite waard zijn? Zo ben je tegen een pyromaan maar beleef je wel heel veel plezier aan het hoog oplaaiende vuur. Alles bijeen zou de lezer zich nog wel eens behoorlijk gepakt kunnen voelen. Waarom mocht hij die brief eigenlijk niet lezen? Zoals de krant zelf schreef: die man is volksvertegenwoordiger en bezet negen zetels in de Tweede Kamer. En, zou ik er aan toe willen voegen: volgens peilingen van Maurice de Hond zouden dat er zeventien of achttien zijn als er nu verkiezingen werden gehouden.
Hoeveel aandacht verdient een politicus die erop uit is aandacht te trekken, vroeg Sjoerd de Jong zich af. Het antwoord dient te luiden, veel aandacht als deze parlementariër iets verstandigs te melden heeft en nog veel meer aandacht als zijn bijdrage onbehouwen, provocerend en stompzinnig is. Volwassen lezers hebben het recht om te weten wat hun te wachten staat. Nieuws is nieuws als het om een man met negen of meer zetels gaat, ook als is het kwaliteitsstempel marginaal en de vergelijking met Mein Kampf niet goed uitgewerkt.
12 reacties