Deze eerste zin is gratis. Nou vooruit, deze tweede ook. Een weet je wat? Ik ben de beroerdste niet, je mag er nog een voor niks hebben. Hier, pak aan.
Waarom? Het antwoord is heel banaal, omdat je anders niet verder leest. Als bij de woorden Lees verder een prijskaartje zou staan, klikte niemand door. Behalve misschien als er een naakte dame bij zou staan.
Dat is internet. Sterker nog, het is de bron van het succes van internet. Toen het netwerk begin jaren negentig doorbrak in de wereld van de particuliere gebruikers, was dat omdat het gratis was. En dat was anders dan we nu denken vreemd. CompuServe bijvoorbeeld vroeg geld voor afzonderlijke diensten. CompuServe? Precies, dat ooit grootste netwerk voor particulieren werd praktisch weggevaagd door internet.
Gratis zijn, werd een eerste overlevingsvoorwaarde in het digitale tijdperk. Je moet alles gratis weggeven, predikte internetgoeroe Kevin Kelly in zijn Ten New Rules for the New Economy (1998), een van de standaardwerken van de dot-com hype. Als je product geld kost om te maken doe dan toch alsof het gratis. Het boek is een bestseller waar Kelly goud mee verdiende. Lees het hier. Gratis natuurlijk.
Mythes
We zijn inmiddels tien jaar verder en nu wordt de vraag opgeroepen of het eigenlijk wel zo’n goed idee is dat alles gratis. Nee, het is rampzalig. Cultuur is niet gratis en kan dat ook niet zijn. Dat is in het kort wat Andrew Keen betoogt in zijn veelbesproken boek The Cult of The Amateur, How Today’s Internet Is Killing Our Culture. De belangrijkste kritiek van deze voormalige internetondernemer is dat internet economische waarde aan cultuurgoed onttrekt. Niet omdat er minder interesse voor is maar omdat de gratiscultuur alleen kan bestaan dankzij massale roofbouw en diefstal.
Een vriendin die ik laatst een film aanraadde met de woorden ‘die zal al wel in de videotheek liggen’ lachte me recht in mijn gezicht uit. Huren? Zonde van het geld. Ze haalde hem wel even binnen met Bittorrent. Gratis.
Zo gaat het met alles. Even leek de verkoop van muziek via iTunes en dergelijke aan te slaan maar volgens de laatste onderzoeken keren gebruikers weer terug naar de illegaliteit. De geringe pakkans is de meest gehoorde verklaring voor die recidive.
De gratiscultuur is omgeven met mythes. Illegaal downloaden zou tot een stijging van de cd-verkoop leiden werd er eerst beweerd. Het tegendeel blijkt het geval, logisch. Microbetalingen zouden de oplossing bieden, was een ander sprookje. Maar nee, een euro voor een nummer vinden gebruikers van de gratis-wereld teveel. Een vriend van mij koopt nooit een muziek want ‘ik ga naar concerten, zo betaal ik voor muziek’ zegt hij. Dat model werd immers verkondigd door mensen als John Perry Barlow, nog een internetgoeroe uit de jaren negentig en zelf muziekmaker. Ik moest er aan denken toen de zanger van de Australische band Architecture in Helsinki recent een concert in Paradiso afsloot met de woorden ‘We hebben een nieuwe cd gemaakt. Als jullie ‘m niet downloaden maar kopen dan kunnen we nog een keer terugkomen.’ Het klonk bijna als bedelen.
Uitzonderingen
Helaas, bedelen helpt niet. De conservatieve commentator Andrew Sullivan, iemand die twee jaar terug nog als toonbeeld van het succes van weblogs werd opgevoerd, bedelde bij zijn lezers. Hij haalde geld op, tienduizenden dollars aan giften. Maar zelfs dat bleek onaantrekkelijk. Niet alleen omdat het onvoldoende was om de schoorsteen als vanouds te laten roken maar misschien ook omdat zijn lezers vervolgens protesteerden als hij verlof nam. Ze hadden hem toch immers betaald. Sullivan bracht zijn weblog uiteindelijk eerst onder bij uitgever Time en werkt sinds begin dit jaar onder de vlag van het literaire tijdschrift The Atlantic.
Valt er eigenlijk wel geld te verdienen met weblogs? Ja, zei het Amerikaanse tijdschrift Business Week vorige maand en portretteerde een reeks succesvolle webloggers die zelf vertelden hoeveel ze omzetten. Sommigen wel een miljoen dollar per jaar, anderen aanzienlijk minder. Die laatsten bleven volgens schattingen of eigen opgave steken op een paar duizend dollar per maand. Klopt dat? De enige die openlijk bekende nog steeds verlies te lijden was Michelle Malkin, een populaire rechtse journaliste en commentator. Haar weblog staat op de 15e plaats in de toonaangevende top 100 populairste weblogs, samengesteld door het gezaghebbende Technorati. Net als alle door Business Week geïnterviewden hoog in de top 100 staan. Dat maakt ineens duidelijk dat er op een paar uitzonderingen na niet zo veel te verdienen valt met weblogs. Te weinig om er zelf content mee te maken. Die wordt dus uit de oude media bij elkaar gesprokkeld of door gebruikers aangeleverd.
Keen heeft meer gelijk dan wenselijk is. En internet verdient beter.
Pingback: Ymerce » Gratis betaalt en onze cultuur is niet dood