Hoe nu verder met het interview?

frenk2Het journalistieke vraaggesprek wordt van alle kanten belaagd. Gesprek met Frénk van der Linden, maker van honderden interviews voor o.a. NPS radio en televisie, Nieuwe Revu en NRC Handelsblad, winnaar van Prijs voor de Dagbladjournalistiek.

Frénk, volgens de Amerikaanse perscritici Howard Kurtz en Jay Rosen heeft de komst van het internet de machtsrelatie tussen interviewde en geinterviewde veranderd. Geïnterviewden grijpen via eigen sites, weblogs en email interviews de kans op volledige controle over hun woorden. Mee eens?

Het rechtstreekse verkeer tussen de consument of de kiezer aan de ene kant en de machthebbers aan de andere kant wordt in de VS inderdaad intensiever. Tegelijkertijd zie je daar dat geïnterviewden meer en meer grip proberen te krijgen op de tekst van vraaggesprekken. Als je nu Condoleezza Rice interviewt, laat het State Department de eigen recorders meelopen en wenst men de tekst van het interview voor publikatie niet meer te zien. Men zegt: “Dat is geheel en al jouw verantwoordelijkheid maar houd er rekening mee dat we de integrale tekst op onze eigen website zetten. De consument kan dan checken of jouw samenvatting van het gesprek een beetje spoort met wat er werkelijk is gewisseld.”

Is dat wel zo’n verkeerde ontwikkeling?

Ik zit er niet zo vreselijk mee als mensen mij willen controleren. Het verstevigt mijn eigen aandrift om zo goed mogelijk samen te vatten wat tijdens het gesprek aan de orde is gekomen. Ik ben zelf al een nauwkeurige zeiksnor.

Merk jij dat het bestaan van websites, weblogs en email de positie van interviews nu al aantast?

Slechts marginaal, maar het zit eraan te komen. Gerrit Zalm schreef na het aftreden van Annette Nijs in zijn weblog met zoveel woorden over mij dat ik onbetrouwbaar was. Terwijl zijzelf in het openbaar het tegendeel had verklaard — ondanks het feit dat ons interview haar een staatssecretariaat had gekost. Ik schreef Zalm terug dat ik het in een radioprogramma met hem wilde uitvechten, maar hij antwoordde niet eens. Ondertussen had hij de schade wel aangebracht: het grote publiek gelooft eerder het woord van een minister dan het woord van een persmuskiet.

Vorig jaar zei de toenmalige PvdA voorzitter Michiel van Hulten in een interview met jou en Pieter Webeling dat de autorisatie van interviews wat hem betreft helemaal achterwege moet blijven, dat de weergave uitsluitend de verantwoordelijkheid van de journalist is.

Ja, hij zei: “Ik heb het recht om het niet te lezen.” Waarop ik heb hem gemaild heb dat ik het recht had om het hem toe te sturen. Nadat hij de tekst ontvangen had, mailde hij terug: leuk interview. Punt. Hij reageerde dus toch op de tekst.
Kijk, ik wil niet dat geïnterviewden achteraf kunnen zeggen: dat staat er wel maar ik heb het niet gezegd. Ik wil dat ze zich committeren aan de weergave.

Het is toch niet verkeerd als het complete interview als tekst-, audio- of videofile op het web voor het publiek toegankelijk is?

We naderen dat punt. Ik zie sommige voorlichters tijdens interviews nu al de eigen recorder meenemen.

Maar waarom zouden journalisten dat niet ook zelf doen?

Het bezit van de bandopnames is belangrijk. Toen Hilbrand Nawijn als minister in een interview met ons (Frénk en zijn collega Webeling) zei dat hij voorstander van de doodstraf was en de tekstuele weergave daarvan fiatteerde, en wij daar vervolgens een persbericht over uitgaven, verklaarde hij de avond daarop in NOVA dat hij dat niet gezegd had.

Ik heb hem toen ’s nachts direct gebeld en gezegd: “Ik geef u acht uur de tijd om een persbericht uit te geven waarin staat dat u dat wèl heeft gezegd. Zo niet, dan ziet u mij morgenavond bij NOVA en draai ik het bandje af. Dan zullen we horen of u het wel of niet heeft gezegd.” Enfin, die persverklaring kwam er.

Toch voorzie ik problemen bij het publiceren van bandopnames. De complicatie zit ‘em erin dat je bij de omzetting van gesproken naar geschreven interview van driedimensionaal naar tweedimensionaal gaat; je moet van toon, bewoording en blik naar papier en inkt. Als ik letterlijk zou uittikken wat jij en ik nu tegen elkaar zeggen is dat voor een willekeurige voorbijganger volstrekte abracadabra. Pas als ik de zinnen fatsoeneer en coherent op papier zet, wordt het begrijpelijk. Soms voeg ik bij het uittikken van een interview ook een woord toe dat niet gezegd is maar wel bedoeld werd, en vraag ik de geïnterviewde bij de autorisatie om een akkoord.
Hoe ga je dat soort ingrepen uitleggen aan een groot publiek? Bij publicatie van de registratie krijg je geheid discussies of dat ene woordje er nu wel of niet in had gemogen.

Bij televisie is het eenvoudiger. Bij het interviewprogramma dat ik in oktober voor de NCRV ga maken duurt de uitzending 25 minuten maar plaatsen we de volledige 45 minuten van de opname op de website.

Dat is wat anders dan Jort Kelder zegt: “Eigenlijk zou je alleen live interviews op radio of tv moeten geven. De rest is manipulatie”…

Ik hou van Jorts rebellistische toontje — never a dull moment — maar dit lijkt me licht gechargeerd. Mensen kopen kranten om in elf minuten door een geschreven samenvatting van de wereldgebeurtenissen in de afgelopen 24 uur te zappen. Die ‘indikking’ blijft nodig. Of is Jort bereid elke dag 728 uur voor een buis of een radio te gaan zitten om alle onversneden vraaggesprekken over de mondiale woelingen te bekijken en beluisteren? Maar hoe overdreven het woord ‘manipulatie’ ook is: ik snap dat Jort het gebruikt. Je hoeft maar één interview met jezelf te lezen om te denken dat de journalistiek een slordig, onzorgvuldig vak is. Maar misschien ga jij bewijzen dat ik het mis heb.

Terug naar de veranderende machtsverhouding. Hoe ingrijpend is die?

De geïnterviewde heeft zich sinds begin jaren tachtig in twee stappen geëmancipeerd. Toen ik mijn eerste interview met een premier, Dries van Agt, maakte, zat ik nog alleen met hem in het Catshuis. Niet alleen met de benen op tafel maar ook met een fles witte wijn. Geen voorlichter te bekennen, geen strenge regie, geen eis dat we maar een uur konden praten. We begonnen gewoon te bekvechten en keken waar het schip strandde. Ik heb de tekst met hem zelf aan de telefoon afgehandeld.

Dat was de beginsituatie. Medio jaren tachtig ontstaan dan de mediatrainingen, komen de voorlichters in het spel, soms zelfs meerdere bij één interview, een van het ministerie, een van de partij, een mental coach… Dan gaan er ook grenzen gesteld worden aan de lengte. Kay van de Linde heeft weleens tegen mij gezegd: “Politici met wie ik werk laten zich niet langer dan een uur interviewen. Na een uur raken ze vaak de controle kwijt, breekt een goede interviewer door hun houding heen.”

Onderdeel van die professionalisering is ook dat Balkenende wel naar RTL Boulevard gaat maar ondanks expliciete beloften geen interview aan Nieuwe Revu of andere doorvragende media afstaat. Zijn voorlichter/spin doctor Jack de Vries zei tegen me: “Inderdaad, jullie blad heeft een grote jonge doelgroep, en inderdaad, dat interview is jullie beloofd, maar Frénk, hij gaat het niet doen, het is namelijk niet in zijn belang.”

Kortom, de meeste potentiële geïnterviewden maken nu een koele risico-analyse…

Klopt, en dat gebeurt over de hele linie: voetballers, popsterren… En dan komen we terug bij die internet-onwikkeling. Eind jaren negentig is de finale stap in hun emancipatie gezet: ze kunnen nu zelf hun meningen distribueren.
Begrijp me goed, ik vind dat geen ongezonde ontwikkeling. Zo lang de geinterviewden — politici en grote ondernemers voorop — maar wél bereid blijven publiek verantwoording af te leggen.

Vallen interviews van Balkenende met Katja Schuurman van Lijst Nul in de categorie publieke verantwoording?

Nou, als optredens in dat soort programma’s gepaard gaan met uitsluiting van serieuze, diepgravende media, betreur ik dat. En dat is wat je steeds meer ziet: het een komt in de plaats van het ander. Minstens vijftien ministers en staatssecretarissen hebben ons de afgelopen jaar een interview geweigerd. Van staatssecretaris Melanie Schulz hoorde ik destijds dat na de kwestie met Annette Nijs (de staassecretaris die moest aftreden na een interview met Nieuwe Revu) in het kabinet min of meer is afgesproken geen interviews meer aan NR te geven. Niet dat ze vonden dat we ons werk met Nijs niet correct gedaan hadden, maar ze wilden het gewoon niet meer. En dat is tijdens die kabinetsperiode ook zo gebleven, op een uitzondering als Brinkhorst na.

Verdwijnt het vechtinterview?

Dat nog niet, ik hoor nog scherpe vragen uit de monden komen van mensen als Tijs van den Brink en Matthijs van Nieuwkerk, bij de laatste met die charmante verpakking eromheen. Maar de frequentie van het vechtinterview neemt wel af, in frequentie en scherpte. De ironie wil dat een oud-politicus, Paul Rosenmöller, op dit moment op de televisie de diepst gravende vragensteller is.

Over het weigeren van publieke verantwoording gesproken, Geert Wilders roept van alles maar geeft vrijwel geen interviews.

Sterker, als Joep Dohmen in NRC Handelsblad verontrustende dingen blootlegt in de Partij voor de Vrijheid wenst Wilders daar niet eens commentaar op te geven. Hij richt zich liever over de hoofden van de redactie met een ingezonden brief tot het publiek.

Moeten we concluderen dat het journalistieke interview op de terugtocht is?

De tv moet meer geld in research voor interviews gaan steken. Televisiecollega’s zullen nu wel boos worden, maar er wordt daar bij gebrek aan geld meestal niet goed genoeg geïnterviewd – het huiswerk is niet goed gedaan. Er gaat wel een ton naar een nieuw decor, maar waar is de ton voor die ene researcher die uitzoekt hoe Nederland betrokken is geraakt bij de Irak oorlog? Ik kan je verzekeren: als je twee researchers twee maanden op Balkenende zet, krijg je wèl een spannend interview. Het hoeft niet elke week, maar mag het twee keer per jaar?

Toch lijkt me dat journalisten zelf ook verder moeten emanciperen. Machthebbers laten bij hun afweging “wel of geen interview” het publieke belang hooguit secundair meetellen. Dan voel ik meer voor de keuze van Michael Moore, die zegt: “De machtigen in Amerika verdommen het om mijn vragen te beantwoorden? Ook goed, ik doe grondige research, maak mijn verhaal, zal ze de gelegenheid geven om iets terug te zeggen maar als ze niet willen? Ik breng het gewoon!”

Dat lijkt me een prima attitude. Het betekent wel dat de maker niet alleen gedreven is maar ook genoeg op de girorekening moet hebben staan – Moore heeft tenslotte eerst goed verdiend met andere dingen voor hij dit kon doen. En dat hij risico’s moet kunnen nemen: de research kan ook niets opleveren.

Waarom is geen omroep bereid structureel twee procent van zijn begroting voor zulke researchprojecten te reserveren? En laat dat dan eens voor één keer niet de VPRO zijn… Fons van Westerloo van RTL roept al jaren dat hij een journalistiek hart heeft, hij blijft maar zeggen dat er houtsnijdende programma’s “in ontwikkeling” zijn. Nou, over drie jaar is het er nog niet. Terwijl hij mensen als Rick Nieman en Frits Wester in huis heeft die dolgraag een eigen journalistiek programma willen maken.

Daarnaast zal het toch ook moeten komen van mensen die zo gepassioneerd zijn dat ze zeggen: weet je, ik ga het gewoon maken! Ik zie te weinig jonge journalisten die bij wijze van spreken met het schuim op de bek zeggen: opzij, ik haal de waarheid boven tafel.

12 reacties

  1. Theo schreef op 21 augustus 2007 om 14:20

    Frenk van der Linden zit boordevol (linkse) vooroordelen en (linkse) vooringenomenheid en dat is in elke interview te merken. Zeer ergerlijk en niet getuigend van goede journalistiek.
    Ik heb hem ooit in een interview met een TROS voorzitter gehoord. Walgelijk, dat pedante, arrogante toontje van de zogenaamde intellectueel die het volkse ver achter zich heeft gelaten. De reden dat hij een graag geziene journalist is komt omdat hij, net als Fransisco van Jole, zo perfect past in het monotone wereldje van de eigengereide, linkse journalist die zijn vak gebruikt om het publiek zijn mening op te dringen.

  2. Lia schreef op 21 augustus 2007 om 19:17

    Hou toch op zeg, dit is toch volkomen achterhaald. Die bewijsdrang is voorbehouden aan de enkeling uit de jaren zeventig toen journalistiek nog een kwestie was van de één in de hoek drukken om de ander eruit te halen. De journalist van nu is al veel verder joh, die weet allang dat ruimte geven aan de één niet betekent dat je een ander geen ruimte hoeft te geven. Als je echt dé waarheid wilt, dan moet je je studenten leren hoe ze een sfeer van vertrouwelijkheid kunnen scheppen waarin de geinterviewde zich veilig genoeg voelt om zichzelf uit te durven spreken. En dat moet geen schijnvertrouwelijkheid zijn en ook geen schijnveiligheid want daar prikken we vandaag de dag met z’n allen compromisloos doorheen. En dus is nodig dat je als interviewer je gesprekspartner kent maar vooral dat de interviewer zichzelf kent, en daar mankeert het in deze tijd nogal eens aan. Een leuke taak dus, voor de docenten, die niet langer topdown moeten “vormen” maar moeten beseffen dat een mens wel veranderen wil maar niet veranderd wil worden.

  3. Theo van Stegeren schreef op 21 augustus 2007 om 21:24

    @ Lia Aan de ene kant moet de geinterviewde de interviewer qua vakmanschap en integriteit kunnen vertrouwen, zeker. Maar veiligheid, veiligheid… we hebben het hier niet over therapeutische relaties. We hebben het over situaties waarin mensen met macht verleid en, indien nodig, met zachte hand gedwongen moeten worden verantwoording af te leggen. Naarmate machthebbers zulke situaties meer gaan ontlopen en hun eigen gecontroleerde kanalen kiezen – let ook eens op de geringe interviewbereidheid van George Bush – heeft de omringende democratie een probleem. Dat geldt zeker in een land als Nederland waar, zoals Joris Luyendijk jl zondagavond terecht in Zomergasten opmerkte – geen cultuur van verantwoording afleggen via andere kanalen als biografieën en autobiografieën bestaat.

  4. Lia schreef op 21 augustus 2007 om 22:47

    Theo, je hebt natuurlijk gelijk. Alleen, als je mensen als Bush of een Cees van der Hoeven (waar ìs die man?) niet meekrijgt, moet je kijken hoe je ze wel mee kunt krijgen. En als dat de enige manier is om ze wel tot zelfinkeer te laten komen, dan moet je het misschien wél hebben over de journalist die gebruik maakt van therapeutische technieken. Als je zo hoog de boom in bent geklommen, is het immers misschien wel heel eng om weer af te dalen. Waarom zou je ze daar dan niet bij helpen?

    Waar het om gaat is dat zo’n man zich ooit eens door iemand (die kennelijk belangrijk voor hem was) niet serieus genomen heeft gevoeld. In plaats van dat hij dat (wat kennelijk wel een probleem voor hem was) oplost, omringt hij zich met derden die hem naar zijn idee wel serieus nemen. Zo’n man weet kennelijk niet dat het er niet omgaat dat derden hem serieus nemen, maar dat hij zichzelf en zijn gevoel serieus nemen moet. Als hij dat nou moeilijk vindt, dan kun je hem daar toch bij helpen? Maar misschien moet ik de vraag anders stellen: als iets veel ergers (nader te definieren en specificeren) voorkomen kan worden, heiligt het doel dan de middelen?

  5. Vrije Wiek schreef op 21 augustus 2007 om 23:02

    De reden waarom geinterviewden hun heil bij eigen control en publicatie zoeken is deels te verklaren uit de angst die zij hebben om verantwoording af te moeten leggen. Maar zeker ook is het te verklaren uit het feit dat zij weinig vertrouwen hebben in (zogenaamd) integere journalisten die beweren uitsluitend te handelen vanuit inhoud en onbevangenheid. Er is een vertrouwensbreuk waarin de zogenaamde kwaliteitsjournalistiek een groot aandeel heeft.

    P.S. Van Lia zie ik veel protesten,maar heel weinig argumenten. Theo doet alsof andere Theo niet bestaat en heeft het bijvoorbeeld helemaal niet over de kritiek op Luyendijk (en NRC) die op deze website is geuit. Heel jammer!

  6. Lia schreef op 21 augustus 2007 om 23:08

    Ik bedoel maar Theo, Bush is ook maar gewoon een uit de klei getrokken pummel die door z’n moeder naar buiten is gepoept. Hij kan daar zelf wel anders over denken, maar dat betekent niet dat wij dat ook hoeven te doen. En dat geldt eveneens voor de Nederlanders waar jij aan refereert; zij vegen hun bips ook gewoon met popla schoon. Wat ik veel erger vindt, is dat iedereen maar schijnt te vergeten dat machthebbers hun macht ook alleen maar ontlenen aan de mensen die het hen geven. “Het gaat om de mensen die hem mogelijk hebben gemaakt” (Henning Mankell in Labyrint), volgens mij is het dat wat je je studenten moet leren.

  7. Lia schreef op 21 augustus 2007 om 23:28

    Ik kan het je verzekeren, je moet ze afpellen, Totdat alleen de kern overblijft. Daar wordt iedereen gelukkiger van. Zijzelf ook, geloof me. Het kost alleen zao ontzettend veel tijd. En daar heeft Frenk dan weer gelijk: De tv (maar niet alleen de tv) “moet meer geld in research voor interviews gaan steken.”
    Groet!

  8. Gerard Smit schreef op 22 augustus 2007 om 10:10

    Interview laat mooi zien hoe strijd om openbaarheid verandert door nieuwe middelen. De volgende slag wordt gewonnen door degenen die de meest zinvolle betekenis aan de feiten weten te geven. Journalisten kunnen dat doen door zich niet te fixeren op wat de politicus zegt, maar te kijken hoe hij of zij zijn doelen denkt te bereiken. De belangrijkste vraag moet steeds zijn: wat is het beleid, waarom, en hoe realiseer je je doelen? Laat de minister dan z’n eigen bandje maar meelopen. Kunnen we allemaal horen hoe hij zich verantwoordt.

  9. Lia schreef op 22 augustus 2007 om 10:33

    @Gerard; In aanvulling op je reactie refereer ik dan graag nog aan wat Joris Luyendijk op zijn nrc-log schrijft:

    “Er viel me als onderwerp van beeldvorming nog iets op. Een interview voor een blad of krant duurt meestal zeker anderhalf uur, terwijl het artikel zelf hooguit het equivalent van twintig minuten bevat. Een journalist selecteert dus, en op basis waarvan gebeurt dat nu eigenlijk?”

    “Maar je hebt het toch gezegd?
    - Inderdaad, maar in een andere context, en woorden ontlenen hun betekenis aan de context.”

    En om de context te (her)kennen, verbanden te kunnen leggen, is het nodig dat journalisten / interviewers buiten de (eigen) kaders kunnen denken, én de bereidheid hebben om buiten die kaders te willen denken. Dáár moeten de studies en scholen voor journalistiek aandacht voor hebben. Niks de waarheid het hoogste doel voor de journalistiek. Belangenloos zijn, dát is het hoogste doel. De waarheid is slechts het resultaat daarvan!

  10. Lia schreef op 24 augustus 2007 om 13:50

    @Vrije Wiek: Dank je voor je reactie. De reden waarom geinterviewden hun heil bij eigen control en publicatie zoeken is, schrijf jij hierboven, deels te verklaren uit de angst die ze hebben om verantwoording af te leggen. “Maar zeker ook is het te verklaren uit het feit dat zij weinig vertrouwen hebben in (zogenaamd) integere journalisten die beweren uitsluitend te handelen vanuit inhoud en onbevangenheid.” En dan: “Er is een vertrouwensbreuk waarin de zogenaamde kwaliteitsjournalistiek een groot aandeel heeft.”

    Angst om verantwoording af te leggen en te weinig vertrouwen hebben zijn echter niet los van elkaar staand, maar juist oorzaak en gevolg. Angst om verantwoording af te leggen ontstaat door te weinig vertrouwen. En dus moet je zorgen dat dat vertrouwen wordt hersteld. Je ziet van mij veel protesten schrijf je (waar?). Kom jij eens met een voorstel dan, hoe jij die vertrouwensbreuk zou willen herstellen.

    Mocht je er niet uitkomen dan weet ik er nog wel één: geef iemand dat terug van zichzelf wat hij kwijtgeraakt is.

  11. renzo schreef op 31 augustus 2007 om 12:34

    over interviewen zegt Joke van gemerde op crimezone.nl het volgende:

    “Het eerste jaar was een tropenjaar. Het schrijven voor tijdschriften is echt keihard werken, vooral als je nog weinig ervaring hebt. Ik vraag me nu wel eens af waar ik toen het lef en de energie vandaan haalde.” Al snel komt ze zelf met de verklaring: “Ik word een beetje verliefd op iedereen die ik interview. Dat maakt het zo enorm leuk om te doen. En als je werkelijk geïnteresseerd bent in mensen, krijg je de meest interessante en indrukwekkende verhalen te horen.”

    Curieus, maar interessant. herkenbaar? ik ben wel geinteresseerd in de geinterviewde, maar niet verliefd

  12. Joke van Gemerde schreef op 28 augustus 2010 om 23:10

    Het citaat komt uit een interview met mij. En zal je net zien, de schrijver heeft mijn woorden enigszins veranderd. Ik had hem verteld dat ik enorm nieuwsgierig ben naar de mensen die ik interview. Hoofs verliefd, is de term die ik gebruikte. Nou ja, dit voorbeeld geeft al aan hoe zorgvuldig je als journalist moet zijn wanneer je een stuk schrijft over een ander. Nuance is alles.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>