Onderzoek: Turkse pers onvrij, maar anders dan gedacht

OnderzoekTurkije is de afgelopen maand veel in het nieuws geweest vanwege de vervroegde parlementsverkiezingen, die grotendeels draaide om de scheiding tussen geloof en staat. Eerder dit jaar kwam het land onder meer regelmatig in het nieuws vanwege de eventuele toetreding tot de EU, de discussies rondom de Armeense genocide en de moord op journalist Hrant Dink. Het gaat er vaak over hoe democratisch Turkije, dat een brug zou moeten vormen tussen Europa en het Midden-Oosten, nu eigenlijk is. Een goed functionerende pers is een van de voorwaarden van een democratie. Hoe staan het medialandschap en de journalistiek in Turkije er precies voor?

In het laatste nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Global Media and Communication probeert Christian Christensen van de Zweedse Karlstad University antwoord te geven op deze vraag (het artikel is niet vrij beschikbaar; klik hier voor de abstract). Christensen bespreekt in zijn artikel de mediaontwikkelingen in Turkije van de laatste paar decennia tegen hun politiekhistorische achtergrond en vult dit aan met recente data en feiten. Het beeld dat zo ontstaat is nogal somber; er lijkt in Turkije totaal geen sprake te zijn van een vrije pers.

Opvallend genoeg is het volgens Christensen echter niet de Turkse staat die de grootste belemmering voor de persvrijheid vormt. Voor 1980, het jaar dat Turkije officieel een democratie werd, was dit wel zo. In de jaren ’80 vond er echter een hyper-vercommercialisering plaats, waarbij de overheid de controle van de media volledig vrijgaf aan de markt. Veel kranten en televisiezenders werden overgenomen door enkele grote magnaten. Deze magnaten, die veelal niet eens uit de mediawereld afkomstig waren, bekommerden zich niet om persvrijheid maar vooral om geld en macht.

Sindsdien lijken de rollen te zijn omgedraaid: in plaats van dat de overheid de media dicteerde, gebruiken de mediamagnaten nu hun grote invloed op de media om de politiek te dicteren. Redacties staan volgens Christensen onder sterke druk van de eigenaren van mediabedrijven om een bepaalde koers te varen. De belangrijkste magnaat is Aydin Dogan, hoofd van de Dogan Holding Media Group. Hij bezit de grootste kranten en enkele van de voornaamste televisiezenders van Turkije; in 2004 besloegen zijn advertentie-inkomsten 60% van de totale krantenadvertentiemarkt en 29% van de totale televisieadvertentiemarkt. In 2002 moesten zowel een minister als een parlementslid gedwongen aftreden nadat zij het gewaagd hadden kritiek te uiten op Dogan. De laatste, Nazli Ilicak, had gezegd dat Dogan zijn grote macht in de media gebruikt om politici te dwingen hem commerciële gunsten te verlenen; waarop Dogans kranten een offensief tegen haar openden.

De grote mediabedrijven gebruiken verschillende machtsmiddelen om redacties onder de duim te houden. De belangrijkste daarvan is dat zij journalisten verbieden lid te worden van een vakbond. In de jaren ’80 waren veel journalisten hier nog bij aangesloten; tegenwoordig is slechts 5% van de Turkse journalisten lid van de vakbond en zijn bij de grotere kranten en televisiezenders helemaal geen vakbondsleden te vinden. De tactiek die mediamagnaten volgden om dit voor elkaar te krijgen was om na het overkopen van een krant of zender stomweg tegen alle werknemers te zeggen dat zij hun lidmaatschap van de vakbond op moesten zeggen, of dat zij de volgende dag zouden worden ontslagen. Waarbij daad bij woord werd gevoegd. Een andere truc die veel mediabedrijven gebruiken is dat zij het gros van de voor hen werkzame journalisten geen status als ‘redacteur’ maar als ‘regulier personeel’ geven, waardoor zij wettelijk minder rechten hebben. Ook worden veel journalisten, tegen stagiairsalaris, ingehuurd als tijdelijk personeel. Zie voor meer informatie over machtsmisbruik door Turkse mediamagnaten ook dit rapport van de IFJ.

Ondertussen blijft ook de Turkse wetgeving het journalisten in dit land moeilijk maken. Zo staat op het beledigen van een politicus of iemand die aan de overheid gelieerd is een minimum gevangenisstraf van een jaar. Iemand die misstanden openbaart, in plaats van de autoriteiten hierover in te lichten, staat ook gevangenisstraf te wachten. En op het naar buiten brengen van ‘gevoelige’ informatie staat een straf van vijf tot tien jaar cel. Geen wetgeving die kritische onderzoeksjournalistiek stimuleert.

Eén reactie

  1. Interessant Nadine! Een ander nadeel van dominantie door mediamagnaten is dat vrijwel alle advertentiestromen volledig intern worden gehouden. (dus rechtstreeks van de iegen bedrijven de eigen krant in). Zonder een ‘vrije advertentiemarkt’ is het als nieuw Turks medium zeer moeilijk om poot aan de grond te krijgen.

    Zie voor meer Turkse mediabeschouwingen http://www.bianet.org, een onafhankelijke Turkse website (met een Engels gedeelte) die zich (mede) richt op de rechten van de journalist.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>