Een haat-liefde-verhouding met internet

Er is de afgelopen jaren een behoorlijke bandbreedte geweest in de discussie over journalistiek en nieuwe media, maar één ding is onomstreden: de opmars van het internet heeft grote impact op de werkdag van een journalist. Of het nu gaat om het zoeken, fabriceren of publiceren van verhalen, de nieuwe media spelen daarin een sleutelrol. Maar besef is uiteraard slechts het begin. Want hoe nu verder? Op welke manier hebben de nieuwe media gevolgen voor de manier waarop de Nederlandse journalist dagelijks zijn of haar werk doet? Maakt internet ons werk eigenlijk betrouwbaarder, gemakkelijker of sneller?

De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en de Radboud Universiteit besloten – gefinancierd door het Stimuleringsfonds voor de Pers – die vragen eens onomwonden voor te leggen aan tweeduizend Nederlandse journalisten. Bij de proefpersonen viel een uitgebreide vragenlijst in de brievenbus en velen hebben aan de vraag van de wetenschap gehoor gegeven. Zij meldden de onderzoekers in detail hoe hun journalistieke taak de afgelopen jaren is veranderd in 2002 en in 2006.

Niet meer maar wel diverser
De vergelijking (PDF) tussen deze twee jaren leidt tot een verrassende conclusie: het adoptieproces van internet was, gekeken naar tijdsbesteding, in de Nederlandse journalistiek reeds in 2002 voltooid. Journalisten zijn het internet de afgelopen vijf jaar niet méér gaan gebruiken, maar wel diverser. Nog steeds maakt meer dan 90% van de journalisten gebruik van standaardfunctionaliteiten als e-mail en zoekmachines, maar daar zijn de laatste jaren met name knipseldiensten, e-zines, en – wat aarzelender – weblogs en RSS bijgekomen: 85% van hen is geabonneerd op een nieuwsbrief en voor driekwart is een weblog inmiddels een bekend fenomeen.

Ambivalente houding
De algemene lijn is duidelijk: de journalist gebruikt ‘het net’ enthousiast voor alle momenten van een journalistiek verhaal, van het opdoen van inspiratie en het benaderen van de bronnen, tot het checken van de feiten. Toch is er alle reden om van een ambivalente houding te spreken. Want als je journalisten vraagt welke sites ze geloofwaardig vinden, dan scoren die allemaal nog steeds bovengemiddeld, nieuwssites en sites van overheidsorganisaties voorop. Daarentegen is de voorzichtigheid van de journalist ten opzichte van de informatie van het net sterk gegroeid: 38% vindt dat die informatie te onbetrouwbaar is om direct te gebruiken. Ter vergelijking, slechts 19% was vier jaar geleden die mening toegedaan. Bovendien is meer dan eenderde van de respondenten van mening dat het enthousiaste internetgebruik de journalistiek oppervlakkiger heeft gemaakt, tegenover eenzesde in 2002. Dat is een serieuze kanttekening.

Die dubbelheid, die je als een afname van de naïviteit kan bestempelen, is misschien wel de kern van het gehele onderzoek. Journalisten hebben een haat-liefde verhouding met het internet: het zorgt voor problemen, maar we kunnen tegelijkertijd niet meer zonder. De scepsis ten opzichte van het net is via ongebreideld enthousiasme omgeslagen naar een genuanceerd verhaal.

Optimistisch
Deze kwantitatieve analyse van de Radboud Universiteit (PDF 2002 / PDF 2006) werd kleur gegeven met een uitgebreide kwalitatieve benadering. Het onderzoek kent uitgebreide artikelen over techniek, mediaconvergentie, digitaal onderwijs en censuur, evenals acht uitgebreide interviews met ‘decisionmakers’ binnen de Nederlandse journalistiek. Opvallend is de optimistische toon die daaruit spreekt: van Joop Daalmeijer (Wereldomroep) tot Pieter Kok (Volkskrant), allemaal stellen ze zich in op een toekomst waarin internet nog belangrijker voor de journalistiek is. Zoals Roeland Stekelenburg, Hoofd Nieuwe Media van de NOS opmerkt: “Internet biedt allerlei nieuwe kansen. Nu moeten we bijvoorbeeld nog het verslag van een Kamerdebat aan het eind van de middag afbreken omdat de normale programmering weer doorgaat, maar het is natuurlijk ook mogelijk om de kijkers door te verwijzen naar internet waar de uitzending gewoon doorgaat. Je ziet dat die omslag in denken nu plaatsvindt.”

Internetjournalist gewone collega
Niet alleen is de digitale hersenkwab van de hele Nederlandse journalistiek getest, door een aantal enquêtes en kleine onderzoeken is ook de internetjournalist in het vizier gekomen. Die blijkt behoorlijk veel op een ‘gewone’ collega te lijken: aan de computer geklonken, goed opgeleid en een aardig salaris en vergelijkbare ethische opvattingen over het beroep. Zelfs een hang naar een internetjournalistieke CAO en een redactiestatuut is de webjournalist niet vreemd. De grote groep, want bij zelfs een kleine telling – op de internetredacties van een aantal ‘traditionele media’ – blijkt het om ongeveer vijfhonderd fulltime banen te gaan. Voor wie een dagelijkse blik op de mediavacatures van Villa Media werpt, kan dat overigens geen verrassing zijn.

Te gewoon voor bijscholing
Het is iedereen duidelijk: internet is geen exotisch medium meer, maar zeer diep doorgedrongen in de dagelijkse beslommeringen van de Nederlandse journalist. Als hulpmiddel en als publicatiemedium is het niet meer weg te denken. Het is dan ook niet vreemd dat ‘het net’ inmiddels een geïntegreerd onderdeel is van de journalistieke opleidingen. Maar voor zo’n belangrijk onderdeel van de professie is de werkende journalist bijzonder slecht bijgeschaafd (RU 2006): de meerderheid is niet bij herhaling door de werkgever geschoold in internetresearch, bronnenevaluatie, informatietechnologie of multimediale vaardigheden. Internet lijkt bijna te gewoon. Dat zo’n omissie gevolgen moet hebben voor de innovatie in de sector, laat zich raden.

De witte vlekken
Het onderzoek ‘Journalistiek en Internet’ is tamelijk uniek in zijn soort. Niet eerder was er systematische aandacht voor een kijkje achter de digitale schermen van de journalist. Maar het brengt ook aan het licht wat we nog niet weten: wie is eigenlijk die ‘Nieuwe Mediajournalist’, waar zit die en wat vindt die? Hoe groot is de journalistieke online only sector? En waarom lijkt het met de opleidingen van de journalist niet helemaal goed te gaan? Het lijkt wijs de vele veranderingen in de werkwijze van de journalist van dichtbij te blijven volgen. Over vijf jaar het herhaalonderzoek ‘Journalistiek en Internet’?

Onderzoek “Journalistiek en Internet”
Alle content is te lezen op: www.internetjournalist.nl/onderzoek/
(zie ook een kleine multimediale weergave)
Projectleider: Erik van Heeswijk
Onderzoekers Radboud Universiteit: Maurice Vergeer, Liesbeth Hermans en Alexander Pleijter
Samenvatting: Henk van Ess

nvj

3 reacties

  1. “Bij de proefpersonen viel een uitgebreide vragenlijst in de brievenbus en velen hebben aan de vraag van de wetenschap gehoor gegeven.”
    En wat als je geen brievenbus meer hebt?
    Volgens mij zou je een heel ander resultaat krijgen als je dit onderzoek op facebook zou uitvoeren.

  2. Lia schreef op 28 september 2007 om 19:59

    Natuurlijk is onze verhouding met internet er één van haat en één van liefde. De vraag is of we ons er niet in moeten positioneren:

    Internet afgesloten bij inwoners Myanmar
    YANGON – Het generaalsregime in Myanmar heeft vrijdag de toegang tot internet voor het publiek afgesneden, vermoedelijk om te voorkomen dat nog meer video’s, foto’s en informatie over het neerslaan van de opstand de buitenwereld bereikt.

    Internetcafés zijn gesloten en de helpdesk van de belangrijkste provider is niet meer te bereiken.

    Veel nieuws over de opstand tegen de militaire junta is de afgelopen dagen door burgerjournalisten naar buiten gebracht. Ze gebruikten websites zoals Facebook of verborgen nieuwsberichten in e-mailwenskaarten.

    Nieuwsorganisaties van de oppositie gebruikten eveneens internet om hun verhalen en foto’s het land uit te krijgen. Volgens een functionaris bij de Myanmar Post en Telecom werkt internet niet “omdat een kabel onder water is beschadigd”.
    (bron: nu.nl)

    Hulde gaat overigens naar de Wereldomroep, die in Birma op de korte golf gaat uitzenden in een poging haar publiek toch te kunnen blijven bereiken ( http://www.radionetherlands.nl/currentaffairs/shout070929 ). Dat is journalistiek zoals journalistiek ooit werd bedoeld. Wat wij hier verder in ons land doen, zal daar nimmer meer aan kunnen tippen.

  3. Pingback: VPRO_Kenniscentrum » Blog Archive » Digitaal heeft een nieuw hoofd: Erik van Heeswijk

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>