Verschraling? Verrijking!!
Het is geen gebruik in de westerse democratie en al helemaal niet in de journalistiek, om per decreet een discussie af te kappen. Maar als het mogelijk was zou ik voorstellen onmiddellijk op te houden over de ‘verschraling van de pers’, hier en daar nog sterker uitgedrukt als ‘debilisering’. Niet alleen omdat er mijns inziens van verschraling helemaal geen sprake is, maar meer nog omdat je anno 2007 eerder van het tegendeel kunt spreken. En het vasthouden aan de sombere klank van ‘verschraling’ een stompzinnige ontkenning is van ontelbare nieuwe wegen en mogelijkheden die in de media voor het grijpen liggen en de afgelopen jaren deels al gegrepen zijn.
Dergelijke klachten zeggen meer over de horizon, het mediagebruik en de apocalyptische stemming waarin vertegenwoordigers van journalistenvakbonden, geestelijkheid en de linkse kerk opgesloten zitten, dan over de realiteit in de media.
Waar komt dan toch die hardnekkige lobby van de ‘verschraling’ vandaan? Mijn stelling is dat die lobby de laatste ademstoot vormt van de generatie persvertegenwoordigers die nog in de tijd leefden dat hun krant, radiostation of tv-kanaal ‘aan de knoppen’ zat, ofwel: bepaalde, of althans mede bepaalde, wat er in de maatschappij ’speelde’. En inderdaad, die functie van de pers (of moet je zeggen: dat effect?) is grotendeels verdwenen. Des te beter, zou ik zeggen.
Jonge mediaconsumenten maken nu zelf wel uit wat hen raakt of boeit. En welke informatie ze nodig achten of leuk vinden. Ze laten zich geen probleem, discussie of taboe meer opdringen dat het hunne niet is. Wat is daar mis mee?
Ik zie in de recente ontwikkelingen alleen maar winst.
1. De pers kan zich steeds lastiger beroepen op speciale rechten of een mysterieus aura en krijgt alleen aandacht op het moment dat ze zulks met inhoud of presentatie bij een grote of kleine groep individuen afdwingt. Maar op die zeldzamere contactmomenten neemt de kwaliteit alleen maar toe!
2. De digitale revolutie heeft tot een explosie aan online én offline media geleid. Er valt voor de ingezetenen van onze democratie daardoor meer te kiezen dan ooit als het gaat om informatie en amusement. Prima toch?
3. De scheiding tussen informatieverstrekkers en informatieconsumenten is aan het vervagen. Dat levert enerzijds – toegegeven – meer verwarring op, maar noopt anderzijds tot voortdurende waakzaamheid over wie nu eigenlijk wat beweert, op welke gronden precies en waarom. Dit laatste voldoet voor een heel eind aan het droombeeld van de ‘kritische burger’, zoals dat twee á drie decennia geleden nog als utopisch gold. Of hebben we ineens geen zin meer in lastige, chagrijnige, kritische burgers?
Vaandeldrager
Bovenop deze winstpunten moet je vaststellen dat er een veel realistischer kijk gegroeid is op de maatschappelijke rol van de pers. Ooit werden ‘wij’ (de vrije journalistiek) als lakmoesproef dan wel vaandeldrager van de democratie gezien (of beter: verheerlijkt), maar inmiddels zijn ‘wij’ ontmaskerd als een min of meer gewone branche met beginnelingen, middelmatigen, sterren, missers, klassiekers en succesverhalen, net als elders.
Zelfs bij een onomstreden icoon als BBC-journalist, anchorman en politiek interviewer Jeremy Paxman blijkt uit zijn laatste lezing dat hij de pers nog altijd een stichtende rol toebedeelt en laat hij de mogelijkheid dat mensen dat tegenwoordig steeds meer onderling regelen (dat stichten, bedoel ik) opvallend onbesproken. Ach ja, het is ook niet makkelijk om vrijwillig afstand te doen van je heldenstatus.
Wereldbeeld
En ik ben nog niet klaar met juichen. Want dankzij die meer realistische kijk op de commerciële gevoeligheid en de opportunistische natuur van de media beperken steeds meer consumenten zich tot een functioneel gebruik ervan, ofwel: het opzuigen van de laatste feiten, het stillen van hun nieuwshonger. Niet meer, niet minder. Voor duiding wijkt men steeds meer uit naar zelfgekozen of gecreëerde geloven, gemeenschappen, denkrichtingen en artistieke praktijken, die ieder voor zich een sluitend dan wel inspirerend wereldbeeld in de aanbieding hebben.
Ook deze ontwikkeling lijkt me gezond. Want waarom zou je geloof hechten aan de mening van journalisten of commentatoren die een vaak verborgen binding hebben met verenigingen, lobby’s, partijen of bedrijven? Dat zij in al die hoekjes van de verschillende kranten steeds minder daadwerkelijke invloed uitoefenen op de publieke opinie, is mijns inziens eveneens toe te juichen. Martin Bril is met zijn diverterende columns de moderne columnist bij uitstek: ironisch tot in het merg, nooit betweterig.
Om even bij mezelf te blijven, als voorbeeld: dankzij internet kan ik dagelijks mijn merkwaardige clubliefde voor Inter Milaan botvieren via inter.it en intermilan.tk. Heb ik een ‘tweede start’ als dichter gemaakt, mede dankzij een interview met Arjen Duinker op vpro.nl en de site decontrabas.com. En maak ik sinds 2000 samen met een vriend de recensiesite gwrrf.nl, die, pakweg, vierduizend abonnees op de hoogte houdt van nieuwe literatuur, films, sites en nieuwe media. Een arrogante kwal die deze zaken een ‘verschraling’ van mijn eigen of andermans leven zou willen noemen!
Nostalgie
Ach, ik begrijp het gezeur over ‘verschraling’ natuurlijk wel, maar al te goed zelfs. Het is de verraderlijke nostalgie naar een wereld van waarin journalisten en politici (en dominees?), als broeders van de ’spraakmakende gemeente’, zich gezamenlijk opgenomen wisten in het centrum van de macht en samen het aantal smaken bepaalden dat het klootjesvolk mocht consumeren, hetgeen als ‘pluriformiteit van de pers’ aan de buitenwereld werd verkocht. Nu is de situatie omgekeerd: de consument bepaalt van onderop grotendeels welke persorganen overleven. Een harde waarheid, met een tsunami aan hinderlijke doch eenvoudig te negeren pulp als gevolg.
Echter, zolang prachtige nieuwe initiatieven als nrc.next, YouTube, Quest, Linda, Hard Gras en talloze, overzichtelijke en snel te bedienen nieuwssites commercieel levensvatbaar blijken, geldt ook hier: welke gek haalt het in z’n harses om over ‘verschraling’ te praten en ziet niet dat de ‘nieuwe’ media de ‘oude’ media juist in creativiteit verder opjutten? Hosanna!
Juist voor de ontwikkeling dat de media zich als geheel verder ‘verbreden’ en politici en journalisten, mede als gevolg daarvan, onderling steeds minder ruimte hebben één-tweetjes op te zetten en het denken van mensen te beheersen. Waar de pers vroeger, op autonome wijze, een spiegel meende voor te moeten houden aan lezers, kijkers, geportretteerden en geïnterviewden is ze nu definitief en op alle niveaus ‘vervlochten’ geraakt met de dagelijkse gang van zaken in de maatschappij en daarmee zelf permanent onderwerp van spiegeling geworden. Des te beter!
Concluderend: net als sommige scribenten in de Volkskrant per decreet de ontkenning van het klimaatprobleem willen verbieden, stel ik – met een ironische knipoog – voor om het woord ‘verschraling’ in het debat over nieuwe mediaontwikkelingen definitief uit de discussie te verbannen.
Daarnaast kunnen we onze aandacht veel beter richten op het ontwikkelen van inspirerende toepassingen en formats voor nieuwe media, dan op het in stand houden van zieltogende media via amechtig kreunende subsidiestromen. Een visie die Laurens Lammers onlangs op DNR met een interessante oproep ondersteunde.










12 reacties:
9 september, 2007
Grotendeels mee eens. Bijna onbesproken blijft echter wel de rol van de civic journalism/burgerjournalistiek. Dat baant zich zonder mores en sancties een weg in de nieuwe media. Een verruwende verrijking van het medialandschap of een verschralend vakmanschap dat zich vaak bezighoudt met publicaties zonder hoor en wederhoor, zonder check of dubbel check? Hans van W. wat is uw mening hierover?
9 september, 2007
… dat de nieuwe media ook distribuant zijn van allerhande porno en die tot in alle uithoeken van de samenleving verspreidt, wordt even niet vermeld. Of staat deze meneer daar ook bij te juichen?
9 september, 2007
Een boeiend stuk Hans. In een vervolgstuk zou ik je gedachten wel eens willen lezen over kwaliteit. Vrijwel iedereen is in staat om te publiceren op verschillende fora met groot bereik zonder grote investeringen. Dat was twintig dertig jaar wel anders. Of we dat verschijnsel nou citizen journalism of wat dan ook noemen zal me worst zijn. Vast staat dat het makkelijker is geworden om je stem te laten horen, dat informatienetwerken snel gemaakt zijn en dat er tegelijkertijd veel rotzooi tot je komt die vroeger minder snel zijn weg vond toen er nog drukpersen betaald moesten worden, dure radio en televisiezenders gebouwd enz. voor de boodschap de wereld inging. De afnemende kapitaalintensiviteit van moderne journalistiek heeft misschien mede tot gevolg dat de kwaliteit minder belangrijk hoeft te worden gevonden. Daar zou dus de verschraling mogelijk kunnen optreden, niet in de kwantiteit maar in de kwaliteit. En ook: betrouwbaarheid. Is dat tij te keren, vraag ik U, doctor, of zie ik spoken?
9 september, 2007
Een interessante stellingname, Hans.
Natuurlijk kan de actieve nieuwsconsument nog steeds het kaf van het koren scheiden en dus gewoon alle pulp negeren.
Natuurlijk kunnen de échte toppers in de journalistiek ook nog steeds hun ideeen kwijt aan (trouwe) lezers.
Toch vraag ik me af of de door jou geschetste en toegejuichte situatie in de media ‘vanzelf’ leidt tot bewust en zinvol consumentisme.
Als nieuwsconsument en betrekkelijke leek op het gebied van het journalistieke vak worstel ik me tegenwoordig door heel wat publicaties heen op zoek naar die ene interessante visie, dat ene opvallende artikel over een verder (vrij snel in alle media) uitgekauwd onderwerp.
Nieuwsfeiten op zich zijn inderdaad razendsnel op alle mogelijke manieren binnen te halen, maar voordat je het weet kom je als nieuwsconsument niet verder dan het ’scannen’ van 20 keer dezelfde berichten.
En dan te bedenken dat de nieuwe generatie steeds minder (graag) leest en ook steeds minder rust neemt voor het maken van werkelijke keuzes in het woud van informatievoorziening.
Wat zal er allemaal aan kwaliteitsjournalistiek zijn verdwenen als de nieuwe generatie het voor het zeggen krijgt? En aan welke eisen zal een journalist dan nog moeten voldoen?
Kortom: spannende ontwikkelingen.
9 september, 2007
Verfrissend geluid, Hans – en het is vast geweldig om jou als docent journalistiek te hebben! Het lijkt me, dat we deze visie nadrukkelijk naast (en niet: in de plaats van) wat meer skeptische of zorgelijke analyses moeten zien.
Dat de professionele journalistiek over het algemeen een wat meer ’sensationeel’ (lees: persoonlijker, intiemer, levensstijl-gericht, feminien) karakter heeft dan vroeger is onomstreden. Wat daar precies de gevolgen van zijn, ligt veel meer aan waar je eigen voorkeuren liggen.
Waar ik me meer zorgen over maak, is dat veel van de voorbeelden die je noemt niet door professionele nieuwsbedrijven worden uitgezet. Die paar nieuwe initiatieven waarbij journalistieke vernieuwing plaats vindt, doen dat over het algemeen met een staf van tijdelijke, ongecontracteerde en volstrekt niet begeleide medewerkers (met andere woorden: ik wacht nog steeds op nieuws uit de beroepsgroep over nieuwsbedrijven die daadwerkelijk investeren in hun nieuw/jong talent – in plaats van alleen maar geld te gooien in de richting van Content Management Systemen en andere technologische poespas).
Ik word enthousiast van je betoog en ben het hartstochtelijk met je eens dat dit de houding is, waarmee je voor een klas studenten journalistiek moet staan. Maar daarmee is nog niet alles rozengeur en manenschijn… vooral niet op het gebied van het journalistieke werk – en laat dat nou net de wereld zijn waarvoor je die student opleidt.
10 september, 2007
[...] Maar kijk een eens naar deze bijdrage op De Nieuwe Reporter, op dit moment Nederlands beste
10 september, 2007
Ik vind je voorbeelden van de twee Inter Milan sites, die in feite pr-sites van de club en de fans zijn, interessant omdat ze voor een grotere ontwikkeling staan.
Als enthousiast gebruiker van de sites van de NBA en de Major League Baseball weet ik uit ervaring dat de meeste Amerikaanse kranten en omroepen daaraan weinig toevoegen. Helaas zegt dat ook iets over de reguliere sportjournalistiek: die heeft zich zo volledig uitgeleverd aan clubs, sponsors, spelersmanagers en bonden (denk aan de verziekte situaties rond de Tour de France en het blad Voetbal International) dat het voor de consument niet meer uitmaakt of hij zich door “onafhankelijke” journalisten of door de sportclubs, sponsors en fans laat informeren. Het zij zo, als we maar niet vergeten dat we voor de minder positieve kanten van het sportleven (fouten, doping, corruptie etc.) andere bronnen nodig hebben en houden.
Mijn vrees is dat datgene wat zich in de sportjournalistiek voltrekt – de journalistiek die zich laat overvleugelen door de pr-wereld – ook op andere gebieden gaat gebeuren, of al aan het gebeuren is. Wat dacht je van de ontwikkelingen in de reisjournalistiek (door en door gesponsord) en in de financiële journalistiek (het Enron-drama was mede te wijten aan het feit dat journalisten zich lieten leiden door belanghebbende analisten en pr-mensen)? Zelfs de politieke verslaggeving is vaak al door het pr-virus besmet: mede dankzij het enorme pr-budget van de Amerikaanse regering toen het om het werven van steun voor de aanval op Irak ging, namen de Amerikaanse, Britse en Nederlandse media de leugenachtige boodschap dat Saddam Hussein massavernietigingswapens bezat en banden met Al Queda onderhield, bijna klakkeloos over.
Daarom: ik deel je enthousiasme over nieuwe initiatieven. Sterker, het is er zelfs tijd voor. Maar ik hoop dat er voldoende tussen zitten die de power en guts hebben om eigenstandige en kritische research te doen – wat dat betreft overtuigt je rijtje voorbeelden, op dat van nrc.next na, nog niet helemaal. Misschien moeten we daarvoor ook gedeeltelijk in de hoek van de user generated content sites kijken: individuele kritische reizigers komen op een site als Tripadvisor precies met die informatie die de reisjournalistiek inmiddels vergeet te melden.
10 september, 2007
Dank voor de reacties tot dusver! Ziehier de meerwaarde van DNR: over instituten en clubjes heen proberen zaken ‘in gang te zetten’. Ideeën te bundelen, te benoemen. Ik ben me, mede door de reacties, nóg meer bewust van het feit dat mijn betoog voornamelijk het karakter heeft van een verlate afrekening met mensen die mijns inziens (te) lang invloed hebben gehad op de media, niet zozeer die van een concrete aanzet tot het (verder) verrijken van de media. Aan de andere kant: is dat laatste wel nodig? En niet veel te pretentieus? Kunnen jongeren dat niet heel goed zelf (al of niet onder ‘onze’ begeleiding?). To be continued…
10 september, 2007
Wie bepaalt het nieuws? Meestal de leverancier ervan. Zo bepaalt de kok wat er op het menu komt en de restaurantbezoeker bepaalt wat hij of zij van dit menu bestelt. En als er veelvuldig wordt gevraagd naar een gerecht dat niet op het menu voorkomt dan kan de kok beslissen om de menulijst aan te passen. Webloggers zijn veeleisende gasten. Ze zijn door de bank genomen tevreden over de samenstelling van het menu, maar ze koken liever zelf. Dat maakt ze –naast hun frequente restaurantbezoek- goed doorvoede nieuwsconsumenten. Ze willen nog wel eens vergeten dat de traditionele nieuwsmedia nog steeds grotendeels het menu bepalen.
Ik zou me kunnen voorstellen dat een kritische observator een verschraling van het nieuwsaanbod waarneemt, hij zou deze verschraling ook een gebrek aan verdieping kunnen noemen, of een rammelende nieuwsgaring (inderdaad, de kwaliteit!). En daar kan ik me wel in vinden.
Ik vind het interessant om via een weblog de sfeer van een onderwijsvernieuwer binnen te treden, de bewegingswereld van de deskundige te ervaren, de roeping van de beginnend ondernemer te vernemen. Maar in een degelijk journalistiek product zie ik graag ook een tegenwerping. Een journalist zou in staat moeten zijn een bres te slaan in een (coherent ogende) set van overtuigingen. Ik verwacht een onafhankelijke opstelling (is zo’n opstelling niet inherent aan het journalistiek métier?), zo mogelijk een weerlegging van dat wat de bron verspreidt.
Als het de tradionele pers aan tijd, energie, en noodzaak ontbreekt om te achterhalen, om door te vragen, dan kan ik me voorstellen dat dit leidt tot een verschraling van het aanbod.
10 september, 2007
Goed stuk, zij het dat ik van mening ben dat van persverschraling, i.t.t op landelijk of internationaal gebied, op regionaal vlak wel degelijk sprake is. Graag zou ik zien dat er ook in (Groot-)Rotterdam prachtige nieuwe, innovatieve initiatieven ontstaan die (commercieel) haalbaar zijn. Maar goed, hier ligt een taak voor mezelf en misschien ook voor jou Hans of ons samen, weggelegd.
11 september, 2007
Erg vervelend inderdaad voor journalistien met een te groot ego, dat de kant van de ontvanger belangrijker is geworden dan die van de aanbieder. Inderdaad verschraling voor hun opgebouwde status, dat sowieso. Maar voor de verder onbelangrijke wereld niet. Volgens mij
11 september, 2007
We zijn rijker geworden inderdaad aan hoeveelheid informatie, in pagina’s en bites of hoe het heet, maar het is wel allemaal het zelfde!
En wat opvalt het gaat steeds meer nergens over! Enkel nog kop-in-het-zand journalistiek komt er door.