De privatisering van partijkranten

Column no. 2 van Anneke van Ammelrooy.

Toen ik onlangs een korte studie maakte van partijmedia in de wereld, ontdekte ik tot mijn verrassing dat er toch nog heel wat dagbladen zijn die door politieke partijen worden uitgegeven. Irak is ‘s een keer geen hekkesluiter. En wat is er eigenlijk tegen op partijkranten? De naoorlogse Nederlander is er ook mondig mee geworden: de Waarheid (CPN), Het Vrije Volk (PvdA), het Brabants Dagblad (KVP).

Iedereen die de geschiedenis van de media een beetje kent, weet dat partijkranten alleen maar verkocht en geprivatiseerd werden – althans in Nederland – om nog meer lezers te trekken – voor dezelfde boodschappen. Want ook al zijn bij de Volkskrant de tijden voorbij dat Pieter Broertjes de voorpagina schreeuwerig mocht openen met een ondramatische koerswending van de vakbonden, het blijft toch een sociaal-democratisch dagblad. NRC-Handelsblad is een krant gebleven voor weldenkende liberale oud-kolonialen (ik bedoel mensen met een bepaald zwak voor buitenlands nieuws), De Telegraaf bleef populistisch en het Brabants Dagblad een roomskatholiek-oecumenisch forum.

In Irak heb je helaas geen kopers voor partijkranten, dus is het weer eens onmogelijk het westers voorbeeld na te volgen. BBC-correspondent John Simpson was de eerste en de laatste die, in 2003, het aanbod kreeg om enkele Koerdische kranten op te kopen. Zo had hij kunnen profiteren van hun rijke verzetsverleden en grote naamsbekendheid, maar Simpson en zijn vrienden gaven de voorkeur aan training en scholing voor de Koerden – wat dus niet bleek te werken. Eén krant is nu gezonken tot een verkochte oplage van 300 per dag. En dat terwijl het overgrote deel van de redactie van die krant geen partijlid is, de krant de lezer bijna niets kost en een openhartige klachten-over-de-regering-rubriek heeft.

En nu heeft de partij in kwestie, de KDP, bij ons op de deur geklopt voor advies. Wat moet je adviseren als verkoop geen optie is? Partijloze kranten in andere landen weten inmiddels wel hoe het werkt: enorme oplageverhogingen zijn bijvoorbeeld te bereiken in Colombia en Bangla Desh door serieuze onderzoeksjournalistiek en in andere landen door speciale kranten voor jongeren. Wij zijn een tijdje lid geweest van de International Newspaper Marketing Association en je staat versteld van de vindingrijkheid.

Ik weet niet wat er mis is met de inhoud van verscheidene dagbladen en tijdschriften van de KDP, met hun distributie, met hun personeel en met de lezers. Dat zou ik eerst wel eens willen weten. Als de distributie gesaboteerd wordt door KDP-afvalligen, kun je verbeteren wat je wilt, maar niemand zal het te zien krijgen. In het verleden werd onze krant ook wel eens massaal opgekocht, om in Bagdad in de Tigris gekieperd te worden, als censuurmaatregel.

Goed, stel de KDP-media blijven een ondoorzichtige wereld. Ik weet alleen dat er afschuwelijk lage oplagecijfers zijn. Aangezien Baghdad elke keer maanden te laat is met het overmaken van geld voor de Koerdische semi-autonome regering, is er wellicht nu een historisch moment aangebroken: de verliezen van de partijmedia zijn niet meer op te brengen noch te rechtvaardigen. Dit moment mogen we niet missen.

De mensen hebben toch media nodig, van partijen of van anderen, en het kan toch niet zo zijn dat er straks alleen nog geluisterd wordt naar de door Amerika betaalde Koerdische radiozender Noa. Wat moet je dan adviseren? De partij is bezig met de oprichting van een onafhankelijke school voor journalistiek. Dat lijkt me een duur idee in tijden van geldtekorten.

Ik ben gevraagd lezingen aan het voltallige personeel van twee bladen te geven. Daar maak ik meteen discussies van natuurlijk en het centrale thema zal zijn: succes. Wanneer is een krant of tijdschrift een succes – voor jullie, waarde deelnemers? Naast alle bekende journalistieke en commerciële maatstaven zal ik van die maatstaven spreken die de aanwezige journalisten tot op het bot gaan: plezier in het werk hebben, respect en gezag genieten, kansen voor persoonlijke ontwikkeling, reizen, vrijheid van onderwerpkeuze, goede salarissen. Zo zien wij toch ook een succesvol medium?

Ergens moet ik toch een gevoelige snaar weten te raken?

Van de meer dan vierhonderd bij het Koerdische ministerie van Cultuur geregistreerde dagbladen en tijdschriften zijn er slechts enkele financieel een succes te noemen. Het ministerie zelf publiceert zo’n twintig bladen waaraan de minister geen enkele waarde hecht maar hij is ook niet bij machte om hen te sluiten.

Kortom: de partij is eigenlijk een gevangene van redacties die alleen nog om hun maandelijkse salaris en pensioen malen. Wie daaraan komt, krijgt te maken met wraakacties type geruchten over de seksuele geaardheid van de president of zijn kinderen. Ik geloof dat ik dus alleen met een beroep op het egoïsme van de redacteuren kan helpen om de oplage van de bladen omhoog te brengen. Normaal doe ik een beroep op nobele doelen maar dat heeft geen zin hier.

Eén van mijn meest gewaardeerde lessen ging al eerder over soorten reisreportages: het bezoek aan oude slagvelden, terugkeer naar je geboortegrond, vergelijkende verhalen over volken of plekken die veel gemeen hebben met Koerdistan, een voor Koerden bijzondere manier van reizen (per kano, fiets), interviews met ver weg wonende landgenoten, meereizen met een politicus, bezoek aan graf of woonplaats van X, oude treinsporen volgen die vroeger met Irak verbonden waren, plekken uit de Koran, etcetera!

Maar daarvoor moet wel eerst die oplage omhoog. En daar zijn methoden voor.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>