Hooge hoed journalistiek

Komende zaterdagmiddag houden De Rode Hoed, het Burgerinitiatief Openheid over Irak, de Stichting Buitenparlementair Onderzoek Irak en het Forum voor Democratische Ontwikkeling (12.30 De Rode Hoed, zie ook de agenda, er zijn nog enkele kaarten) een debatbijeenkomst over Irak-verslaggeving in de Nederlandse pers. Op verzoek van de organisatie schreef Arnold Karskens onderstaande column over de Nederlandse oorlogsjournalistiek.

Nog net geen tranen in het gezicht van Wilfried Bossier toen de Vlaamse freelancer in Bagdad enkele dagen voor het uitbreken van de oorlog op 20 maart 2003 werd teruggeroepen door zijn werkgever NRC Handelsblad. Wel rode oogjes. Maar dat was van de Johnnie Walker-whisky waarmee hij zijn verdriet wegdronk. In het fameuze Rasheed hotel met uitzicht op de laatste dagen van het Rijk van Saddam Hoessein spraken we over een journalistieke coïtus interruptus: vóór het verhaal het land uit. Terugtrekken in tijden van oorlog past in het Nederlands mediabeleid, vertelde ik hem. Machthebbers willen geen ooggetuigen op de plek waar hun bommen vallen. En Nederlandse hoofdredacteuren zijn erg gehoorzaam.

Volgevreten pershondje
Dus opnieuw werd in de Irak-oorlog het beeld bevestigd van een volgevreten, lui en vooral volgzaam Hollands pershondje. Het beestje toonde weinig moed om een tegendraadse mening te verkondigen en om ter plaatse feiten en opinies te vergaren. Maar zit wel vol vooroordelen; we hebben immers het best getrainde wijsvingertje ter wereld. Een NOS-verslaggever noemde de Irakezen zelfs herhaaldelijk ‘kutlappen’. Dat mocht, hij kreeg er zelfs een prijs voor. Het doodschieten door Nederlandse militairen van burgers in de provincie al Muthanna daarentegen werd door de meeste kranten en journaals jarenlang zorgvuldig uit de kolommen geweerd. Want zo zijn we niet. Alleen Amerikanen begaan oorlogsmisdaden in Irak.

Van beterschap lijkt geen sprake. In de volgende oorlog, Afghanistan, laten onze fikkies zich embedded achter een hek drijven terwijl veertig kilometer verder bij de Slag om Chora Nederland zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden. En wat lezen we in de Volkskrant over de inwoners van het platgebombardeerde dorp Qala-e-Ragh?(tussen de 70 en 83 doden door Nederlandse beschietingen op 16 juni 2007) Dat ze niet boos zijn: ‘Als het nog een keer gebeurt, kunnen we het weer repareren’. Ach ja, waarom de commercieel aantrekkelijke ‘wartours’ op het spel zetten voor een futiliteit? Of denken we dat voor gratis all in niets in natura wordt terugverlangd? (Zo niet, betaal er in het vervolg dan voor.)

‘Hooge hoed journalisten’ noemde Jean–Louis Pisuisse ten tijde van de Eerste Wereldoorlog de persmuskieten die van verweg een oorlog versloegen. Dat is bijna honderd jaar geleden. Maar nog steeds, op het moment dat ooggetuigen van het wereldnieuws nodig zijn, in Irak en of nu Afghanistan, leunen de Nederlandse media achterover, in commissie. Met tranen in de ogen van zelfgenoegzaamheid. Niet van frustratie.

www.arnoldkarskens.com


2 reacties:

Wij hopen dat de beste man Pisuisse het destijds over ‘hoogehoedjournalisten’ of eventueel ‘hooge-hoedjournalisten’ heeft gehad, aangezien ook in het begin van de vorige eeuw in Nederland samenstellingen aaneen werden geschreven. In 2007 in elk geval: de titel behoort dan ook ‘Hoogehoedjournalistiek’ te zijn.

arnold karskens
19 oktober, 2007

Voordat je zoiets roept, sla De Telegraaf van 15 augustus 1914 erop na ajb. En verschuil je niet achter de vorm maar kom met inhoud.


Laat een reactie achter »