Wanneer mag je naam boven een artikel staan? Het lijkt erop dat kranten deze journalistieke ‘ijdeltuiterij’ nauwelijks beperken. Volgens mijn journalistieke normen merk ik dat vooral bij populariteitskranten (AD, De Telegraaf, Metro, Sp!ts en voor zover ik ze incidenteel heb te pakken gekregen sommige regionale dagbladen) er géén beleid is waaraan een stuk moet voldoen om de naam van de verslaggever/redacteur erboven te zetten. Er zijn verslaggevers die kennelijk boven elk door hen gemaakt ‘stukkie’ de eigen naam koppelen zonder zich af te vragen of zij wel iets meer zijn dan ‘een doorgeefluik’. Het toppunt kwam ik bij het AD tegen waar een redacteur alleen zijn eigen naam zette boven een ankeilend berichtje voor een grote reportage van een collega verderop in de krant.
Bij de zogenoemde dieper gravende kranten (NRC Handelsblad, de Volkskrant, Trouw en De Pers) lijkt men wél de oude stelregel te hanteren dat als een artikel enige toegevoegde (eigen) waarde heeft de naam van de schrijver boven of onder het artikel gerechtvaardigd is.
In deze kwestie is eigenlijk het sop de kool niet waard. Echter, ik heb in de begintijd (eind jaren ’60) van mijn journalistieke carrière geleerd dat je in kranten – die toen nog zeer gezaghebbend waren! – bepaald niet zomaar je naam boven je schrijfsel mocht zetten. Soms moest je je zelfs beperken tot initialen. Daarover bestonden strenge algemene afspraken waaraan een ieder zich hield en waarop eindredacteuren als laatst verantwoordelijken letten voordat de krant moest worden gedrukt.
Meer dan een nieuwsbericht
Eigenlijk was de stelregel heel simpel. Als je als journalist iets meer betekende dan een eenvoudig ‘doorgeefluik’ van informatie dan mocht je je naam boven het stuk zetten. Nader gespecificeerd kwam dat erop neer dat als je eigen werk leverde dat meer was dan een nieuwsbericht de maker mocht worden vermeld. Het betekende ook geenszins dat de hoofdredacteur hiervoor niet meer de verantwoordelijkheid had. Hij bleef dat, ook als je blunderde.
In de praktijk betekende het dat boven of onder interviews, analyses, opiniebijdragen, achtergrondverhalen en sommige exclusieve berichten de naam van de verslaggever/redacteur kwam te staan. Bijvoorbeeld: Van onze verslaggever HENK HUPPELDEPUP. Later werd dat vaak ‘door Henk Huppeldepup’ en tegenwoordig soms alleen de naam.
Daar is niks mis mee. Want dan weet de lezer wie verantwoordelijk is voor het stuk en dan wordt duidelijk of het een eigen redacteur van de krant is of een externe deskundige. Het maakt het allemaal zo helder als wat wie verantwoordelijk is voor de inhoud van het stuk. Ook gemakkelijk als een betrokkene het stuk misplaatst vindt en de zaak wil voorleggen aan de Raad voor de Journalistiek.
Mini-onderzoek
Echter door de popularisering van de dagbladjournalistiek – onder invloed van internet en sommige programma’s op tv – lijkt ieder stuk wel een dermate grote prestatie te zijn dat dit de naam van de verslaggever/redacteur zou rechtvaardigen!
Daarom heb ik in week 39 (24-30 september) een mini-onderzoek gedaan bij twee nogal uiteenlopende kranten die ik elke dag in de brievenbus krijg: het AD in de ochtend en NRC Handelsblad in de avond. De andere kranten die ik slechts incidenteel heb ingezien hou ik even buiten beschouwing.
Het verschil tussen het ‘populaire’ AD en de ‘kwaliteitskrant’ NRC Handelsblad is erg groot. Volgens mijn nogal vrij soepele meetlat stond in die week bij het AD vijfentwintig keer ten onrechte de naam (soms zelfs twee namen!) van verslaggevers boven een stuk. Bij NRC Handelsblad naar mijn normen slechts één keer ten onrechte en dat betrof een berichtje van 200 woorden van een (eigen) correspondent in het buitenland.
Ik weet ook wel dat buitenlandse correspondenten, zeker in de nieuwssfeer, vaak stukken leveren aan de hand van wat de belangrijke media in Washington, Londen, Peking, Tokio of ’whatever’ brengen. Gelegaliseerd ‘jatwerk’ met een eigen duiding dus! Dat doet me denken aan een kleine anekdote uit mijn tijd als economieredacteur bij Het Vrije Volk, beginjaren ’70. Topcorrespondent Louis Velleman belde op uit Londen met de mededeling ‘ik hoor hier op de BBC dat…’.
Onder indruk van zijn werkwijze (vaak belde hij ook de steno op en gooide er wat kreten uit die de meiden netjes optikten) maakte ik het bericht en zette daar – zoals bij dit soort coryfeeën gebruikelijk was – netjes boven ‘Van onze correspondent LOUIS VELLEMAN’. De dure topverslaggevers in het buitenland hadden dat voorrecht!
Geen exclusiviteit
Nu terug naar mijn onderzoekje naar naamsvermelding bij het AD (alleen het landelijke katern; niet de regionale bijlagen en sport). In de vijfentwintig door mij betrapte volstrekt onterechte naamsvermeldingen bij het AD was er geen enkele vorm van exclusiviteit te bespeuren. Sterker nog, de berichtgeving stond de dag ervoor al op Teletekst, was terug te vinden op het ANP-net of was afgeleid van een persbericht. Soms waren hele zinsneden hetzelfde!
Toppunt was de ankeiler met slechts de naam van een redacteur die enkele Tweede Kamerleden een reactie had gevraagd op het opstappen van een lesbisch raadslid in Wageningen waarover verderop in het AD een heel aardige reportage stond van een andere collega. Zij werd boven de ankeiler helemaal niet genoemd.
Maar zelfs los van deze ‘naamsinflatie’, wat heeft het voor zin om je naam boven een nieuwsbericht van hooguit 200 woorden te zetten dat geen enkele exclusiviteit kent? In dit geval mag je al blij zijn als journalist dat je een kwalitatieve versie van ‘doorgeef-informatie’ hebt gemaakt. De tijden zullen wel veranderd zijn, maar ik maakte vroeger dat soort berichtjes aan de lopende band na een enkel (verificatie-) telefoontje in hooguit een uur op een ouderwetse Remington-typemachine!
Het is natuurlijk niet netjes van me, maar ik vraag me bij God af waarom soms zelfs de namen van twee verslaggevers daarboven moeten worden vermeld. Zijn ze daarmee de hele dag bezig geweest? Als dat zo is, dan vrees ik dat ik mijn oude negatieve kreet bij reorganisaties uit de kast moet halen: ‘een betere krant maken met een kleinere redactie…’ Ik hoor de NVJ al brommen!
Iets eigens
Om te voorkomen dat dit stuk alleen maar een karikatuur wordt, kan ik mij in naamsvermelding (terechte ijdeltuiterij!) vinden als ‘iets eigens’ wordt gemaakt, zoals primeurs, interviews, analyses, recensies en andere stukken met relevante toegevoegde waarde.
Bij sommige kranten, zoals het door mij onderzochte AD, wordt hiermee niet zorgvuldig omgegaan. Anderzijds, wat betreft NRC Handelsblad, is in de uitgebreide commentaren (Lux et Libertas) sprake van onterechte anonimiteit. Men wil toch niet zeggen dat het commentaar de mening van de hele redactie vertegenwoordigt? Het is een heel kleine moeite om de naam van de schrijver(s) erbij te zetten, al is het maar als initialen aan het eind! Vroeger schreef de hoofdredacteur het ‘onaantastbare’ commentaar.
11 reacties