Is er nog plaats voor hbo’ers in de ‘serieuze’ journalistiek?

Docente Jeannette Klusman nam vorige week na bijna 23 jaar afscheid van de Tilburgse journalistenschool. Haar afscheid stond – op haar eigen verzoek – in het teken van de vraag of de ‘serieuze’ journalistiek nog wel zit te wachten op hbo’ers. Bijgaand een – bewerkte – versie van haar afscheidstoespraak.

Wat versta ik onder serieuze journalistiek? Daaronder versta ik alle journalistiek die mij evenwichtig informeert en wel in de eerste plaats mij als staatsburger en daarnaast ook nog eens als individu. Oftewel: wat ik in de media lees, hoor en zie heb ik nodig om mij een mening te kunnen vormen over het land waarin ik leef.

Je zou misschien denken dat iemand die een discussie entameert over de hbo-journalist in de serieuze journalistiek, zich er al bij voorbaat bij neer heeft gelegd dat die serieuze hbo-journalist helemaal niet meer bestaat. Dat is een vergissing. Ik ben niet van mening dat de door mij gewenste serieuze journalistiek alleen maar bedreven kan worden door academici. Integendeel! Academici zijn vaak kampioenen op de vierkante millimeter die zich het liefst temidden van hun vakbroeders- en zusters verliezen in voor buitenstaanders onbegrijpelijke bijzaken.

Shit-fuck-en-kut-Nederlands
Wat wil ik dan wel? Ik wil geïnformeerd worden door journalisten die vanzelfsprekend in lopende zinnen spreken en schrijven, die een onderscheid maken tussen hun huis-tuin-en-keuken-taal – preciezer: een shit-fuck-en kut-Nederlands – en een algemener idioom, verstaanbaar voor velen. Die de traditionele en de hedendaagse knepen van het vak – de journalistieke technieken – in hun vingers hebben en bovendien een ruime algemene ontwikkeling hebben. Die – anders dan menig student – uit de voeten kunnen met namen en begrippen als sociaal-democratie, politionele acties, procureur-generaal, neurotransmitters, sulfiet, Kemal Atatürk, Günter Grass en entartete Kunst.

Dit lijkt mij voldoende basis voor een beginnende hbo-afgestudeerde journalist.
Is die basis er? Ik heb er een hard hoofd in. Met de huidige arbeidsmarkt, waar de universitair geschoolden gevraagd zijn, waar werkgevers het voor het kiezen hebben – er zijn ruim 1000 werkzoekende journalisten! – zou ik denken: werk aan de winkel voor de journalistenscholen!

Financiering
Wat zou ik anders willen zien aan de scholen voor journalistiek?
Ik zou minder studenten willen zien. De massa’s die nu instromen leveren bronnen van inkomsten, bronnen waarop de scholen aangewezen zijn en daar zit ‘m meteen de kneep. Het financieringssysteem van het Hoger Onderwijs is pervers.

Hogescholen en universiteiten worden financieel gechanteerd veel studenten te ronselen en die met gezwinde spoed door de studie heen te loodsen. Een student die na één jaar de opleiding verlaat, levert geen schadepost op, de latere afhaker en de vertraagde student wel. De propedeuse dient dus als barrière, waar op zich weinig tegen is bij glasheldere en openbaar gemaakte criteria. Criteria die niet bijgesteld worden om bepaalde aantallen studenten binnen te houden.

Wie zou ik binnen willen houden?
Het moet bij de studenten gaan om willen, kunnen en kennen.

Het is toch te dwaas dat een hbo-instelling voor journalistiek met een gedragscode moet gaan werken om studenten ertoe te bewegen lessen te volgen en opdrachten te maken! Waarom is het ons nooit gelukt onze studenten te bewegen de krant te lezen? Naar mijn schatting volgt nog geen derde van hen het nieuws uit serieuze bron zoals je dagelijks je tanden poetst. Wie nooit van Jan Pronk heeft gehoord (historisch voorbeeld) hoort op een journalistenschool niet thuis, heel simpel.
Tot zover het willen.

Kunnen. Hiervoor is er een kleine schare journalisten en taalbeheersers in de journalistieke opleidingshuizen. Volgens mij willen die docenten graag aan het werk met studenten. Als die studenten nou eens lezen, schrijven, luisteren, spreken en nog eens en nog eens en nog eens. Een ambacht leer je toch door te oefenen? Oefenen is in mijn ogen iets anders dan punten scoren voor een toets. Met studenten oefenen is ook iets anders dan met een correctiemodel in de hand kijken wat je wel en wat je niet mag laten passeren voor een competentie.

Kennen Wat is er tegen dat de aankomende journalist de wereld waarover hij gaat berichten een beetje kent? Hij of zij moet de bronnen weten te vinden, hun betrouwbaarheid kunnen beoordelen, maar er moet ook van alles in dat journalistenhoofd zitten. Eufemistisch uitgedrukt is het opmerkelijk dat ik als docente Duits menigmaal het verschil tussen betalingsbalans en begrotingstekort heb uitgelegd en zowel Keynes als grondstoffenprijzen mocht toelichten.

Nederland worstelt met de historische canon, Kamerleden weten niets van ons land als republiek. De koloniale tijd was iets meer dan een multi-culti-festival met een tikje winstbejag van Balkenendes VOC! Waarom zou niet juist een journalistenschool mensen afleveren die wel weten hoe de zompige Rijndelta veranderde in één van de rijkste, dichtstbevolkte en meest geseculariseerde plekken ter wereld?

Als ik de aanschaf van een nieuwe fiets of juist een SUV overweeg, hebben journalisten mij gestuurd met hun reportages over eindige energiebronnen, atoomafval en smeltende ijskappen. Dan wil ik wel dat die verhalen kloppen en dat ze niet zijn gebaseerd op het voorlichtingsmateriaal van energiebazen, overheidsinstanties en belangengroepen. En ik wil dat de afgestudeerden deze verhalen kunnen vertellen.

Filterfunctie
We hebben het over de serieuze journalistiek en ik ben bewust voorbijgegaan aan alles wat haar serieus bedreigt: de ontlezing, de commercialisering, het hedonisme, de woekerende markt en gazomaardoor.

De hele mediamarkt staat op z’n kop, het wereldwijde web maakt dat je zelf uit alle hoeken en gaten informatie kunt vergaren. Dat neemt niet weg dat burgers én overheden geïnformeerd moeten blijven worden door geïnformeerde journalisten. Sterker nog, de journalistieke filterfunctie wordt alleen maar belangrijker!

Willen we dat die journalisten ook van de hbo-scholen komen, dan vergt dat een samenhangend programma dat véél van studenten eist. Dat vergt ook veel werk aan de basis van docenten en studenten: geen correctie-vriendelijke opdrachten, geen docent-onafhankelijk onderwijs, geen papieren aansturing. Dat vraagt om volle lokalen waar het gonst van werklust. Productie is mooi, productie die op een stevig fundament staat, is nog mooier. Zeker, studenten moeten in redacties werken, maar niet alle leren is learning by doing. Er is ook nog zoiets als de vingers in de oren en absorberen maar.

Studenten leren van en met elkaar en docenten zorgen er voor dat studenten het maximale uit zichzelf kunnen halen. Aldus luidt één van de leerstelligheden van het nieuwe leren. Als taak van de docent lijkt mij dit bepaald magertjes, bovendien kan het maximale van sommige studenten helaas minimaal blijken te zijn.

Ik houd het liever op: Meer core business voor student én docent, oefenen en vergaren, kunnen en kennen. Minder prestige-projecten voor enkelingen, minder universiteitje spelen op het hbo, minder aan de weg timmeren. Wel de wereld in en alsjeblieft heel goed voorbereid.

Laat studenten in hun eigen woonomgeving en in steeds wijdere omtrek aan de slag gaan – goed voorbereid. Laat hen de brandhaarden in de wereld bijhouden, zodat ze daarover kunnen berichten als de vlam in de pan slaat, voor oude en nieuwe media en met micro en camera in de hand. Desnoods alles tegelijk.

Bekostiging
In discussies over het onderwijs wordt vaak verwezen naar Den Haag. De bezuinigingen! Het bekostigingsstelsel! Allemaal waar, maar laten we een paar zaken uit elkaar houden: de docent aan de zijlijn met zijn digitale instructies en z’n correctie-vriendelijke opdrachten is weliswaar goedkoper dan de leraar die alle dagen les geeft en toetsen afneemt. Maar hoe zit het met de overheadkosten van alle bedenkers, planners, vergaderaars, digitaliseerders, portfolio-bewaarders, assesseerders, cijferadministrateurs, begeleiders, coaches, tutoren, instructeurs, onderwijskundigen, coördinatoren, projectleiders, snoepreizigers, managers, toetsdeskundigen, randvoorwaardelijken en enthousiasmeerders? Volgens mij moet hierover op alle scholen voor journalistiek open gediscussieerd moet worden:

Hebben de afgestudeerden ambachtelijk en inhoudelijk het gewenste niveau? Gaan de scholen een kant op die zij op willen?

Zo ja, dan is er niets aan de knikker.
Zo nee, dan moet, lijkt mij, het volgende onderzocht worden:
• Omarmen de scholen de bestaande onderwijssystemen of zijn die gewenst of zelfs opgelegd door Colleges van Bestuur?
• Welke rol speelt de HBO-Raad hierin?
• Wie bepaalt het onderwijsprogramma?
• Speelt (vermeende) kostenbesparing een rol bij de wenselijkheid van bestaande systemen?
• Is er een neutrale instantie die kosten en overheadkosten kan berekenen?
• Hoe doorzichtig is de werkwijze van visitatie- en accreditatiecommissies?

Ik geef toe, het is geen jolige materie en sexy is ze al helemaal niet. De minister van onderwijs in zijn streven de voortgaande seksualisering van de samenleving af te remmen, kan de discussie met een gerust hart toejuichen. De kwestie van de visitatie en accreditatie lijkt me gefundenes Fressen voor onderzoeksjournalisten. Een meer dan geschikt onderwerp nu het parlementair onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen begonnen is!

Toegift
Als toegift nog wat ungewollte Komik. Hier mijn citaten-top-3 uit 23 jaar als docente Duits:

1. “Ik heb een Duitser geïnterviewd, hij was heel aardig.”
2. (Over de film Shoa van Lanzmann): Ja, dat is zo’n programma waarbij je even kaas in de keuken kunt gaan snijden (hem hoor ik nog regelmatig op de radio).
3. Als ik een studente iets uitleg over de RAF: “Meneer x die zei al dat u contacten achter de Muur had.”

13 reacties

  1. Kirsten schreef op 15 oktober 2007 om 01:55

    Wie heeft deze tekst geschreven, vol met rare taalfouten? En wat is Shoa. Ik ken wel de film Shoah.

  2. Hans Roodenburg schreef op 15 oktober 2007 om 15:41

    Laten we eens beginnen om in de journalistieke opleidingen te selecteren op motivatie. Wie is ambitieus en vindt journalistiek een roeping? Wie het voor de status doet, kan beter een andere studie beginnen!
    Verplicht ze ook vier kranten per dag te lezen, ook zaken waarin zij niet geinteresseerd zijn. De schrijvende journalistiek is trouwens de basis van alles. Als je niet kunt formuleren in schrift, kun je ook niet op radio en tv presenteren.
    Ik zal wel weer door een van de pingpongers als ouwe lul worden bestempeld, maar ik heb de harde praktijk geleerd door te beginnen als volontair eindjaren ’60. Journalist ben je ook niet alleen tijdens je werkuren, maar 24 uur per dag!

  3. Helaas speelt in Utrecht precies hetzelfde. Ik denk dat het een goed idee is om minder mensen toe te laten of een strengere voorselectie te doen. Verder denk ik dat er veel kan veranderen aan het onderwijssysteem. Ook ik vermoed dat er te veel bepaald wordt door het College van Bestuur en de directie.

    Daarmee bedoel ik dat er veel ideeën van docenten – die vaak goed en vernieuwend zijn voor het onderwijs – snel onder de tafel worden geschoven. In Utrecht gaat dat van lessen freelance journalistiek (alhoewel directeur Han Smits beloofde dat het vak terug gaat komen) tot mogelijke samenwerking met commerciële bedrijven.

    Tegen dat laatste is natuurlijk genoeg in te brengen. Maar geen slecht idee als het op journalistiek verantwoorde wijze gaat en zeker geen slecht idee als door die samenwerking bijvoorbeeld extra en nieuwer materiaal ter beschikking komt. Zo kampt de SvJ met een chronisch cameratekort en zijn er ook structureel te weinig montageruimtes.

    Verder is er helaas ook een tekort aan geëngageerde studenten. Dit ligt deels aan de studenten zelf maar tegenwoordig ook aan de nieuwe redactie indeling die het mogelijk maakt dat je kiest voor de redactie binnenland maar je als puntje bij paaltje komt terecht kan komen bij een redactie die binnenland heet maar eigenlijk de inhoud heeft van de redactie die vorig jaar intercultureel heette. Op deze manier jaag je ook de gemotiveerde studenten weg.

    Het lijkt mij goed dat dit soort dingen eindelijk eens gezegd worden en het lijkt mij de taak van docenten en directies om hier samen wat aan te doen.

    Loek Essers
    Vierdejaars Journalistiek aan de SvJ in Utrecht

    Dan nog iets voor de citaten misschien:
    Ik spreek überhaupt maar één woord Duits.

  4. Lia schreef op 15 oktober 2007 om 19:35

    Als het de bedoeling is om studenten te gaan selecteren op motivatie, zoals waar Hans hierboven voor pleit, dan moet er nog wel het één en ander gebeuren. Voor studenten die journalist willen worden, gaan er -al dan niet gestimuleerd door de school- namelijk wel meer dan een paar vragen aan vooraf. To name but a few: Waarom bedrijf ik journalistiek? Wat is mijn uitgangspunt bij een interview. Waarom vertel ik iemands verhaal? Gaat het kalt um het verhaal, wil ik dat er verantwoording afgelegd wordt (Theo van Stegeren op DNR: “We hebben het over situaties waarin mensen met macht verleid en, indien nodig, met zachte hand gedwongen moeten worden verantwoording af te leggen.” http://www.denieuwereporter.nl/?p=1107#more-1107), verkeer ík in de positie om iemand verantwoording af te mogen laten leggen, gaat het om de waarheid (docent onderzoeksjournalistiek in reader: “altijd en overal is het de plicht van de journalist om de waarheid te dienen”) en wiens waarheid is dat dan, of wil ik met de interviewee ontdekken waarheen of -toe zijn gedachtengang en/of dadendrang leidt.

    Bovendien een voorbeeld: Eén School of Media legt de focus op civiele journalistiek. En kookt op die manier voor dat civiele journalistiek de toekomst zou (moeten) hebben. Als opleiding moet/wil je die keus (voor die beperking) misschien maken, toch zou je je studenten ook kunnen stimuleren een eigen visie op het vak te ontwikkelen. Is er immers niet meer dan slechts een keuze uit twee? Mij liet het in het besef achter dat visie, noch aankomende journalisten ruimte geven een eigen visie op het vak te ontwikkelen, geen prioriteit op deze “school of media” heeft.

    Of er nog plaats voor hbo-ers is in de serieuze journalistiek, is een vraag die te laat, maar beter laat dan nooit, wordt gesteld: Hoeveel journalistieke opleidingen zijn er en hoeveel studenten leiden zij op? Hoeveel komen er in de ‘serieuze’ journalistiek terecht, hoeveel in de commerciele en wat valt eigenlijk onder wat? Is het raar om te denken dat hbo-scholen hun studenten willen helpen een plek binnen het vakgebied te vinden? En hebben zij (daarom) binnen het journalistieke onderwijs de grenzen van wat journalistiek is, verruimd? Zijn de grenzen van wat journalistiek is, verruimd? Wordt er op de scholen wel voldoende nagedacht, is er voldoende ruimte om vragen te mogen stellen, kent de student zichzelf genoeg om te kunnen reflecteren, kent de docent zichzelf genoeg om niet te projecteren?

  5. Irina Mak schreef op 16 oktober 2007 om 11:50

    Mijn indruk is dat er nog veel vraag is naar afgestudeerden HBO journalistiek, ik zie het vaak in vacatures staan.
    Ik heb zelf vrij vlot een baan als radioredacteur gevonden na mijn afstuderen aan de School voor Journalistiek in Utrecht.
    Onderwerpn aandragen, gasten produceren, sheets en draaiboeken maken en volop meedraaien op een redactie, zijn zaken die je op die opleiding, vooral ook tijdens de twee stages, goed onder de knie krijgt.
    Ik maak me echter geen illusies wat betreft je kansen bij de “serieuze” schrijvende pers. Ik denk aan HP De Tijd, Elsevier, de grote PCM kranten etc. Daar lijkt het mij (helaas) nodig om óf een heleboel ervaring te hebben en/of een master/opleiding economie, geschiedenis, politicologie achter de rug te hebben.

  6. Ronald schreef op 17 oktober 2007 om 11:35

    Ik mis in dit verhaal het aspect van de masteropleidingen journalistiek, die inmiddels in Amsterdam (2), Rotterdam en Groningen worden gevolgd en met succes veel academisch geschoolde journalisten afleveren. In een krimpende arbeidsmarkt kunnen kranten zich de luxe veroorloven de allerbesten te nemen. Het niveau van de masteropleidingen is zeer hoog en krikt het algemene niveau van de journalistiek in hoge mate op. Zo zitten bij NRC Handelsblad inmiddels een stuk of vijf a zes pas afgestudeerde journalisten van de masteropleiding aan de UvA.

    Het niveau van de HBO-opleidingen hoeft niet omhoog, het selecteert zichzelf. Ik vrees dat de studenten daar zich toch moeten gaan richten op banen in het tweede segment.

  7. Het verbaast me dat er erg veel studiegenoten in mijn omgeving zijn die ‘niet per se’ de journalistiek in willen. Animo voor ‘de serieuze journalistiek’ neemt helaas af; gisteren scoorden klasgenoten drieën en vieren voor hun nieuwstoets. Ze lezen geen énkele krant en kijken niet eens het ochtendjournaal. Vaak als ik vraag welke krant ze lezen, krijg ik als antwoord: “Mwah, Spits of Metro is wel genoeg.”
    Veel studenten willen naar een sport-, muziek- of modeblad. Échte journalistiek interesseert hen niet. Onlangs sprak ik tijdens De Nacht Van De Journalistiek een redacteur van HP/De Tijd. Hij was de eerste in drie jaar die stage had gelopen bij het blad. De éérste. In drie jaar. Ik put hoop uit die verhalen. Want hij was meteen na zijn afstuderen aangenomen bij HP.
    Journalistiek als opleiding is naar mijn idee te veel een afvoerputje geworden voor mensen die niet weten wat ze willen. “Ohja, journalistiek lijkt me ‘ook wel leuk’.”
    Een soort selectie aan de poort lijkt me geen overbodige luxe. Selectie op enthousiasme en engagement. En natuurlijk op enig schrijftalent.

    Koen Verhelst
    derdejaars journalistiek CHE Ede

  8. Annewil Neervens schreef op 19 oktober 2007 om 10:32

    Dit artikel illustreert precies het pijnpunt voor veel studenten die de opleiding journalistiek doen of willen volgen: is er op de arbeidsmarkt nog wel vraag naar hbo-journalisten? Terecht dus dat Jeanette Klusman dit zich afvraagt. Dat maakt het vervolgens extra zuur dat Klusman hier niet tot nauwelijks op terugkomt in de tekst. Waarom is die vraag naar academi er en waarom zijn zij nu beter? De rest van haar pleidooi gaat over het niveau (of het gebrek daaraan) van hbo-studenten journalistiek.

    Waar het haar eigenlijk om gaat is de vraag waarom studenten journalistiek niet gemotiveerd genoeg zijn. En hoe komt het toch dat ze zowel inhoudelijk als ambachtelijk niet op het gewenste niveau zijn?
    Ten eerste is het niet zo dat academici-journalisten, of WO’ers per definitie, wel gemotiveerd zijn en daarom een betere journalist maken. Ten tweede moet hierbij vooral ook grondig gekeken worden naar het geboden onderwijs, dat naar mijn mening vaak te wensen overlaat. Daarnaast zou een strengere selectie aan de poort (door bijvoorbeeld alleen nog maar mensen te te laten die door de selectietoets komen) inderdaad niet misstaan.

    Journalistiek blijft een ‘doe-vak’. Dat is niet te leren door er elke dag over te lezen op de Universiteit. Ik pleit overigens wel voor een universitaire verdieping na de opleiding journalistiek. Een specialisatie kan alleen maar een pluspunt zijn.

    En wat betreft een filterfunctie: er zijn 1000 werkzoekende journalisten, alleen de goede en gemotiveerde journalist zal daadwerkelijk een baan vinden.

    Annewil Neervens
    Afgestudeerd journalist (SvJ), student Media en cultuur (UvA)

  9. Annewil Neervens schreef op 19 oktober 2007 om 14:25

    En Jeanette Klusman moet natuurlijk Jeannette Klusman zijn.

  10. Pingback: De nieuwe reporter » Blog Archive » Wat wil de student journalistiek?

  11. Ik stuitte op dit artikel na het lezen van een artikel/interview van J. Klusman met Nobelprijswinnares Herta Müller in de Volkskrant van 24 april 2010. Een zeer gedegen verhaal. Het herinnerde mij aan Jeanette K. toen wij nog collega’s waren aan de AvdJ in Tilburg. Ik concludeer uit haar bovenstaande betoog, dat er sinds mijn vertrek in 1991, weinig aan de opleiding veranderde. Nee, laat ik het beter formuleren. De opleiding is ongetwijfeld veranderd, maar aan het niveau en de leergierigheid van studenten ontbreekt nog steeds het een en ander.

  12. Lloyd Tol schreef op 10 mei 2010 om 11:37

    De vraag van Janette Klusman is een terechte vraag. Ik denk dat het naast het nieveau ook te maken heeft met de versnippering en de vluchtigheid van het nieuws. Het is kort snel en mist vaak diepgang. Hiervoor zijn meerdere redenen aan te voeren. Scoringsdrift voert de boventoon waardoor in toenemende mate de mening van de journalist voorop staat in plaats van de feitelijke boodschap.
    Janette Klusman was mijn docente Duits op de PA in Amsterdam. Ik herinner mij haar gedrevenheid en recht-doorzee commentaar. Ik ben nu zelf docent(maatschappijleer) en ervaar vaak het gebrek aan diepgang en een overdaad aan oppervlakkigheid.
    Ik kwam van haar een artikel tegen over de val van de muur in de Volkskrant. Een heel goed artikel. Onlangs las ik het boek ”de importbruid” van Hulya Cigdem dat ik mede heb gebruikt als bron ter voorbereiding over het zelfde onderwerp. In het naschrift kwam ik de naam van Klusman tegen en ook de schrijfster had het over de ongezouten mening van Klusman. Of dit heeft bijgedragen tot het goede resultaat kan ik niet beoordelen maar het boek is prima. Om het niveau omhoog te krijgen en ook te behouden zou de ”zesjes cultuur” vaarwel gezegd moeten worden. De middelmaat overheerst en stimuleert niet tot beter. Er valt nog genoeg te verbeteren.

  13. De Persvoorlichter schreef op 11 mei 2010 om 10:10

    Met de inleiding slaat mw. Klusman de spijker op zijn kop. De journalistiek stelt zichzelf steeds vaker de vraag of er plek is voor vakmensen in de journalistiek. Dat er dergelijk vragen worden gesteld vind ik terecht, maar een concreet antwoord op die vraag heb ik na het lezen van al die artikelen en het volgen van debatten nog niet. Veranderingen in het onderwijs zijn ook beperkt.
    De vluchtigheid van het nieuws, nieuwe media, bloggers en burgerjournalisten zijn zogenoemde bedreigingen. Ik denk echter dat de grootste bedreiging voor het bestaansrecht van de vakjournalist (jonge hbo’ers, waar ik er zelf een van ben) de media zelf zijn. Ga je mee in kwaliteit van flutkrantjes of concentreer je je op het verspreiden informatie, wellicht een dag/paar uur later, maar wel met een andere invalshoek en meer diepgang.
    Als de media antwoord hebben op die vraag dan kunnen journalisten hun werk goed doen en hebben vakjournalisten een plaats in de journalistiek. Zo niet dan kun je teren op een aantal persagentschappen en dtp’ers.
    Maandag 10 mei vond er een debat plaatsover Nieuwe media, nieuwe pers in Den Haag. Ook hier stond een dergelijke vraag centraal en ook hier was er geen sluitend antwoord, maar ik zeg dat media naar hun eigen werkwijze moeten kijken in plaats van de nieuwe journalist te beschuldigen.
    Het willen, kunnen en kennen zijn duidelijk manieren waarin een journalist zich kan onderscheiden, maar beste mevrouw Klusman in reactie op de filterfunctie(“Ik houd het liever op: Meer core business voor student én docent, oefenen en vergaren, …., voor oude en nieuwe media en met micro en camera in de hand. Desnoods alles tegelijk.”) dat is heel idealistisch, maar het redactie beleid bepaalt uiteindelijk de werkwijze, ook al ben je nog zo goed in onderzoeksjournalistiek.
    De opleiding journalistiek is slechts een korte inleiding op het werk dat een journalist staat te wachten. Dus geef een student een degelijke basis, waarin vooral hij of zij kan laten zien dat het blijven stellen van vragen een bewuste keuze is en geef ze een netwerk waarmee hij of zij een goede basis heeft op de arbeidsmarkt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>