Docente Jeannette Klusman nam vorige week na bijna 23 jaar afscheid van de Tilburgse journalistenschool. Haar afscheid stond – op haar eigen verzoek – in het teken van de vraag of de ‘serieuze’ journalistiek nog wel zit te wachten op hbo’ers. Bijgaand een – bewerkte – versie van haar afscheidstoespraak.
Wat versta ik onder serieuze journalistiek? Daaronder versta ik alle journalistiek die mij evenwichtig informeert en wel in de eerste plaats mij als staatsburger en daarnaast ook nog eens als individu. Oftewel: wat ik in de media lees, hoor en zie heb ik nodig om mij een mening te kunnen vormen over het land waarin ik leef.
Je zou misschien denken dat iemand die een discussie entameert over de hbo-journalist in de serieuze journalistiek, zich er al bij voorbaat bij neer heeft gelegd dat die serieuze hbo-journalist helemaal niet meer bestaat. Dat is een vergissing. Ik ben niet van mening dat de door mij gewenste serieuze journalistiek alleen maar bedreven kan worden door academici. Integendeel! Academici zijn vaak kampioenen op de vierkante millimeter die zich het liefst temidden van hun vakbroeders- en zusters verliezen in voor buitenstaanders onbegrijpelijke bijzaken.
Shit-fuck-en-kut-Nederlands
Wat wil ik dan wel? Ik wil geïnformeerd worden door journalisten die vanzelfsprekend in lopende zinnen spreken en schrijven, die een onderscheid maken tussen hun huis-tuin-en-keuken-taal – preciezer: een shit-fuck-en kut-Nederlands – en een algemener idioom, verstaanbaar voor velen. Die de traditionele en de hedendaagse knepen van het vak – de journalistieke technieken – in hun vingers hebben en bovendien een ruime algemene ontwikkeling hebben. Die – anders dan menig student – uit de voeten kunnen met namen en begrippen als sociaal-democratie, politionele acties, procureur-generaal, neurotransmitters, sulfiet, Kemal Atatürk, Günter Grass en entartete Kunst.
Dit lijkt mij voldoende basis voor een beginnende hbo-afgestudeerde journalist.
Is die basis er? Ik heb er een hard hoofd in. Met de huidige arbeidsmarkt, waar de universitair geschoolden gevraagd zijn, waar werkgevers het voor het kiezen hebben – er zijn ruim 1000 werkzoekende journalisten! – zou ik denken: werk aan de winkel voor de journalistenscholen!
Financiering
Wat zou ik anders willen zien aan de scholen voor journalistiek?
Ik zou minder studenten willen zien. De massa’s die nu instromen leveren bronnen van inkomsten, bronnen waarop de scholen aangewezen zijn en daar zit ‘m meteen de kneep. Het financieringssysteem van het Hoger Onderwijs is pervers.
Hogescholen en universiteiten worden financieel gechanteerd veel studenten te ronselen en die met gezwinde spoed door de studie heen te loodsen. Een student die na één jaar de opleiding verlaat, levert geen schadepost op, de latere afhaker en de vertraagde student wel. De propedeuse dient dus als barrière, waar op zich weinig tegen is bij glasheldere en openbaar gemaakte criteria. Criteria die niet bijgesteld worden om bepaalde aantallen studenten binnen te houden.
Wie zou ik binnen willen houden?
Het moet bij de studenten gaan om willen, kunnen en kennen.
Het is toch te dwaas dat een hbo-instelling voor journalistiek met een gedragscode moet gaan werken om studenten ertoe te bewegen lessen te volgen en opdrachten te maken! Waarom is het ons nooit gelukt onze studenten te bewegen de krant te lezen? Naar mijn schatting volgt nog geen derde van hen het nieuws uit serieuze bron zoals je dagelijks je tanden poetst. Wie nooit van Jan Pronk heeft gehoord (historisch voorbeeld) hoort op een journalistenschool niet thuis, heel simpel.
Tot zover het willen.
Kunnen. Hiervoor is er een kleine schare journalisten en taalbeheersers in de journalistieke opleidingshuizen. Volgens mij willen die docenten graag aan het werk met studenten. Als die studenten nou eens lezen, schrijven, luisteren, spreken en nog eens en nog eens en nog eens. Een ambacht leer je toch door te oefenen? Oefenen is in mijn ogen iets anders dan punten scoren voor een toets. Met studenten oefenen is ook iets anders dan met een correctiemodel in de hand kijken wat je wel en wat je niet mag laten passeren voor een competentie.
Kennen Wat is er tegen dat de aankomende journalist de wereld waarover hij gaat berichten een beetje kent? Hij of zij moet de bronnen weten te vinden, hun betrouwbaarheid kunnen beoordelen, maar er moet ook van alles in dat journalistenhoofd zitten. Eufemistisch uitgedrukt is het opmerkelijk dat ik als docente Duits menigmaal het verschil tussen betalingsbalans en begrotingstekort heb uitgelegd en zowel Keynes als grondstoffenprijzen mocht toelichten.
Nederland worstelt met de historische canon, Kamerleden weten niets van ons land als republiek. De koloniale tijd was iets meer dan een multi-culti-festival met een tikje winstbejag van Balkenendes VOC! Waarom zou niet juist een journalistenschool mensen afleveren die wel weten hoe de zompige Rijndelta veranderde in één van de rijkste, dichtstbevolkte en meest geseculariseerde plekken ter wereld?
Als ik de aanschaf van een nieuwe fiets of juist een SUV overweeg, hebben journalisten mij gestuurd met hun reportages over eindige energiebronnen, atoomafval en smeltende ijskappen. Dan wil ik wel dat die verhalen kloppen en dat ze niet zijn gebaseerd op het voorlichtingsmateriaal van energiebazen, overheidsinstanties en belangengroepen. En ik wil dat de afgestudeerden deze verhalen kunnen vertellen.
Filterfunctie
We hebben het over de serieuze journalistiek en ik ben bewust voorbijgegaan aan alles wat haar serieus bedreigt: de ontlezing, de commercialisering, het hedonisme, de woekerende markt en gazomaardoor.
De hele mediamarkt staat op z’n kop, het wereldwijde web maakt dat je zelf uit alle hoeken en gaten informatie kunt vergaren. Dat neemt niet weg dat burgers én overheden geïnformeerd moeten blijven worden door geïnformeerde journalisten. Sterker nog, de journalistieke filterfunctie wordt alleen maar belangrijker!
Willen we dat die journalisten ook van de hbo-scholen komen, dan vergt dat een samenhangend programma dat véél van studenten eist. Dat vergt ook veel werk aan de basis van docenten en studenten: geen correctie-vriendelijke opdrachten, geen docent-onafhankelijk onderwijs, geen papieren aansturing. Dat vraagt om volle lokalen waar het gonst van werklust. Productie is mooi, productie die op een stevig fundament staat, is nog mooier. Zeker, studenten moeten in redacties werken, maar niet alle leren is learning by doing. Er is ook nog zoiets als de vingers in de oren en absorberen maar.
Studenten leren van en met elkaar en docenten zorgen er voor dat studenten het maximale uit zichzelf kunnen halen. Aldus luidt één van de leerstelligheden van het nieuwe leren. Als taak van de docent lijkt mij dit bepaald magertjes, bovendien kan het maximale van sommige studenten helaas minimaal blijken te zijn.
Ik houd het liever op: Meer core business voor student én docent, oefenen en vergaren, kunnen en kennen. Minder prestige-projecten voor enkelingen, minder universiteitje spelen op het hbo, minder aan de weg timmeren. Wel de wereld in en alsjeblieft heel goed voorbereid.
Laat studenten in hun eigen woonomgeving en in steeds wijdere omtrek aan de slag gaan – goed voorbereid. Laat hen de brandhaarden in de wereld bijhouden, zodat ze daarover kunnen berichten als de vlam in de pan slaat, voor oude en nieuwe media en met micro en camera in de hand. Desnoods alles tegelijk.
Bekostiging
In discussies over het onderwijs wordt vaak verwezen naar Den Haag. De bezuinigingen! Het bekostigingsstelsel! Allemaal waar, maar laten we een paar zaken uit elkaar houden: de docent aan de zijlijn met zijn digitale instructies en z’n correctie-vriendelijke opdrachten is weliswaar goedkoper dan de leraar die alle dagen les geeft en toetsen afneemt. Maar hoe zit het met de overheadkosten van alle bedenkers, planners, vergaderaars, digitaliseerders, portfolio-bewaarders, assesseerders, cijferadministrateurs, begeleiders, coaches, tutoren, instructeurs, onderwijskundigen, coördinatoren, projectleiders, snoepreizigers, managers, toetsdeskundigen, randvoorwaardelijken en enthousiasmeerders? Volgens mij moet hierover op alle scholen voor journalistiek open gediscussieerd moet worden:
Hebben de afgestudeerden ambachtelijk en inhoudelijk het gewenste niveau? Gaan de scholen een kant op die zij op willen?
Zo ja, dan is er niets aan de knikker.
Zo nee, dan moet, lijkt mij, het volgende onderzocht worden:
• Omarmen de scholen de bestaande onderwijssystemen of zijn die gewenst of zelfs opgelegd door Colleges van Bestuur?
• Welke rol speelt de HBO-Raad hierin?
• Wie bepaalt het onderwijsprogramma?
• Speelt (vermeende) kostenbesparing een rol bij de wenselijkheid van bestaande systemen?
• Is er een neutrale instantie die kosten en overheadkosten kan berekenen?
• Hoe doorzichtig is de werkwijze van visitatie- en accreditatiecommissies?
Ik geef toe, het is geen jolige materie en sexy is ze al helemaal niet. De minister van onderwijs in zijn streven de voortgaande seksualisering van de samenleving af te remmen, kan de discussie met een gerust hart toejuichen. De kwestie van de visitatie en accreditatie lijkt me gefundenes Fressen voor onderzoeksjournalisten. Een meer dan geschikt onderwerp nu het parlementair onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen begonnen is!
Toegift
Als toegift nog wat ungewollte Komik. Hier mijn citaten-top-3 uit 23 jaar als docente Duits:1. “Ik heb een Duitser geïnterviewd, hij was heel aardig.”
2. (Over de film Shoa van Lanzmann): Ja, dat is zo’n programma waarbij je even kaas in de keuken kunt gaan snijden (hem hoor ik nog regelmatig op de radio).
3. Als ik een studente iets uitleg over de RAF: “Meneer x die zei al dat u contacten achter de Muur had.”
13 reacties