Nu ik een aantal maanden actief ben op DNR vraag ik me in gemoede af: zullen journalisten, de mensen die zeggen hartstochtelijk op jacht te zijn naar de waarheid, de waarheid het laatst ontdekken? Het heeft er alle schijn van. In een permanente stroom opinies en berichten walmt de naïviteit van zogenaamde ‘vakgenoten’ je tegemoet. Waarbij de favoriete metafoor lijkt te zijn dat onze beroepsgroep bestaat uit een verdrukte, ja steeds méér verdrukte minderheid van waarheidsvinders, die moet opboksen tegen de steeds machtiger machinaties van het internationale grootkapitaal. In het bijzonder de klootzakken annex deserteurs die zich als voorlichter dan wel PR-manager voor het karretje van dat verderfelijke bedrijfsleven hebben laten spannen. Kortom, er wordt een serieuze poging gedaan de geest van de Tweede Wereldoorlog terug te roepen en de simplistische categorieën ‘Goed’ en ‘Fout’ in ere te herstellen. Met de journalistiek in de heldenrol van Het Verzet. Mag ik even schaterlachen om dit achterhoedegevecht?
Huilen is wellicht een betere optie. Laat ik nou altijd gedacht hebben dat de digitale revolutie en in het kielzog daarvan de explosie van media, zo niet een zegen was voor de naar informatie snakkende mens, dan toch, op z’n minst, een dankbare uitbreiding voor het ‘creatieve vak’ journalistiek om de vleugels verder uit te slaan. Bovendien: wie kan er in een democratie nu bezwaren tegen hebben dat burgers meer mogelijkheden krijgen om zich te uiten? En als die bezwaren er al zouden zijn, wie zou het dan voor mogelijk hebben gehouden dat uitgerekend journalisten – de mensen die bij uitstek zouden moeten geloven in vrij en onbelemmerd informatieverkeer – beginnen te mekkeren over het niveau van discussiesites en de gebrekkige kwaliteit van gratis kranten? Of moet ik geloven dat journalisten jarenlang vermomde communisten zijn geweest, die hun monopolie op drukpersen en etherfrequenties jarenlang hebben misbruikt om hun versie van de waarheid door onze strot te duwen en, zo blijkt nu, liever geen concurrentie dulden? Het lijkt erop.
Managers
Ik schat dat wanneer ik DNR de komende maanden actief zou blijven volgen en het antieke geluid dat vele vakgenoten hier ongetwijfeld nog gaan spuien zou consumeren, ik van de weeromstuit begrip zou krijgen voor de managersklasse. Jazeker, ik bedoel die lui die in hoge gebouwen op soms mensonterende wijze afgeslankte personeelsmodellen schetsen in de veronderstelling dat ze met niks meer te maken hebben dan ‘grijze relikwieën’, die dan misschien een paar kloppende zinnen achter elkaar kunnen zetten, maar huns inziens verkrampt vasthouden aan een redactiestatuut als ware het een bijbel en nul komma nul verstand hebben van de wereld anno nu. Van de keiharde concurrentiestrijd tussen de media, bijvoorbeeld. Van het bittere gevecht om de aandacht van de consument. De enorme inspanningen die nodig zijn om soms maar enkele minuten van diens vrije tijd te kunnen afsnoepen. Hoe zou het trouwens komen dat steeds meer journalisten zelf ondernemer worden? En steeds meer marketeers tot het inzicht komen dat ze moeten gaan praten met het kapitaal op de werkvloer, de journalisten? Omdat de traditionele scheiding tussen redactie en commercie zo langzamerhand passé is. Beiden willen geld verdienen aan hun publiek en zijn in de huidige markteconomie derhalve evenzeer verplicht zich in de psyche en interesses van dat publiek te verdiepen. Desnoods in een al of niet gezellige brainstorm. Dat kun je spijtig en ongemakkelijk vinden, maar het is de realiteit.
Calculeren
Leuk of niet: op alle niveaus zijn media meer en preciezer dan ooit aan het calculeren geslagen. Op het niveau van de commercie (wat zijn de exacte kansen dat we geld verdienen aan dit medium?). Op het niveau van de hoofdredacties (met welke formule en rubriekjes scoren we het maximaal aantal lezers?). En op het niveau van de journalistiek (met welk type stuk maken we onze opdrachtgevers blij?). Nu vind ik al dat gecalculeer, net als velen met mij, een buitengewoon deprimerende bezigheid. En niemand maakt mij wijs dat de mensen op al die verschillende niveaus het leuk en prettig vinden om elke kans en elk risico vooraf te moeten inschatten of verantwoorden. Echt waar, die sfeer van bangigheid vindt niemand een lolletje! Maar we mogen nooit uit het oog verliezen waaróm dat rekenen zo belangrijk is geworden. Die reden is namelijk dat de afnemer, ofwel de consument, zèlf veel kritischer naar de invulling van zijn of haar vrije tijd is gaan kijken. En de journalistiek zou dat als eerste moeten toejuichen, gezien de lippendienst die het jarenlang bewezen heeft aan de stelling dat de gemiddelde burger kritischer zou moeten oordelen over van alles nog wat. Ach, wat jammer nou dat het kritische oordeel voor een groot deel op onze ‘eigen’ producten is neergedaald. Voor sommigen lijkt de teleurstelling daarover groot, zo groot dat die teleurstelling omslaat in haat. (‘Van mij mag de krant de lezer ‘ongewenst’ nieuws gewoon door de strot duwen,’ sneert Van Jole.)
Want wat is nou het netto resultaat van die calculerende consument? En van de zeer verzadigde, ‘drukke’ markt? Dat media meer dan ooit strategisch opereren (niet: wat is het nieuws? Maar: welk nieuws past bij ons?), dat oplagen en kijkcijfers continu onder druk staan (is er niet ergens een blad of een zender die nóg beter bij mij past? of goedkoper is?) en arbeidscontracten worden uitgekleed of substantieel gekort (onzekerheid is troef: want succes nu, betekent nog geen succes over een jaar). In deze door techniek gedreven revolutie ‘van onderop’ laten de media, zeker de massamedia, zich verleiden steeds sneller, vluchtiger en risicolozer te opereren ten einde hun winsten (subsidies) veilig te stellen. Maar betekent zulks ook dat kwaliteit en nieuwsgierigheid worden afgeknepen? Dat documentaires niet meer gemaakt worden? Geleerde essays geen lezers meer vinden? Achtergrondreportages op sterven na dood zijn? Kwaliteitskranten aan de beademing liggen? Geenszins! Het enige verschil is dat ze steeds meer op andere plekken en via andere kanalen verspreid zullen worden. En een nóg kleiner, kieskeuriger, maar tegelijkertijd ook gemotiveerder publiek zullen trekken. Het publiek dat overigens bereid zal blijken om voor dergelijke producten een ‘eerlijke’ prijs te betalen. Zodat de eigen (intellectuele) behoeften bevredigd blijven.
Geen drama
Samenvattend. In de ‘race to the bottom’ waarin vele massamedia zich thans begeven en die hierboven geschetst is, zullen mensen die kwaliteit en nuance nastreven het steeds lastiger krijgen. Maar is dat een drama? Nee. Die mensen zijn uiteindelijk slim genoeg om met de huidige mogelijkheden eigen, nieuwe kanalen te starten (weblogs, communities, nieuwsbrieven, tijdschriften, lezingen, cursussen) waar ze ‘hun boodschap’ of ‘hun visie’ naar een kleiner, maar geïnteresseerd publiek brengen. Een diversificatie die het medialandschap, wat mij betreft, alleen maar nóg interessanter maakt. En een nóg boeiender netwerk zal opleveren tussen algemene en specialistische media. Daarom ook is het zo vruchteloos en moedeloos makend als vakgenoten op DNR een loflied lijken te houden op de feodale gemakken van weleer, een angstbeeld schetsen over het globaliserende grootkapitaal dat via éénrichtingsverkeer een eindeloze stroom desinformatie op ons af zou sturen (alsof dat nog kan in de huidige, Babylonische communicatiegekte) waartegen zij ons als koene ridders moeten ‘beschermen’ en kennelijk over het hoofd (willen) zien dat deze tijd ook talloze nieuwe mogelijkheden biedt. Wat zou het, bijvoorbeeld, een verrijking zijn als het ondernemerschap op opleidingen journalistiek een prominentere rol gaat spelen! En jonge journalisten leren beseffen dat ze voor een succesvolle en creatieve toekomst, strikt genomen, helemaal zelf aan zet zijn.
Tot slot: misschien moeten we ook gewoon accepteren dat de massamedia na jaren van knechting door een intellectuele elite nu eindelijk, als spreekbuis van de massa, haar ‘ware’ karakter toont. Of zoals televisiewetenschapper Maarten Reesink het onlangs in De Pers zei: ‘Mensen die van poëzie of toneel houden, moeten gewoon een gedichtenbundel kopen of naar het theater gaan. Die hebben weinig te zoeken op het massamedium televisie.’
18 reacties