‘Mexicaanse regering niet in staat om journalisten te beschermen’

Vanwege een extreem gewelddadige oorlog tussen de Mexicaanse drugkartels is Mexico is nu, naast Colombia, voor journalisten het gevaarlijkste land op het westelijk halfrond. Volgens het Committee to Protect Journalists (CPJ) in New York zijn sinds 2000 achttien journalisten vermoord in Mexico. Daarbij zijn sinds 2005 vijf journalisten verdwenen. De meeste van deze moorden en verdwijningen lijken represailles door drugkartels. Amerikaanse verslaggevers werden jarenlang ontzien, maar afgelopen zomer bleken ook zij een doelwit te zijn.

In juli waarschuwden de Amerikaanse autoriteiten dat het Golf-kartel dreigde een Amerikaanse journalist te vermoorden in de Texaanse stad Laredo. Het Golf-kartel zou haar huurmoordenaars, een groep genaamd Los Zetas, de grens oversturen om de betreffende journalist het zwijgen op te leggen.

“Het kon maar één persoon zijn: onze verslaggever Mariano Castillo”, zegt Bob Rivard, nieuws-chef van de San Antonio Express-News in Texas. Castillo verbleef veel in Laredo’s zusterstad Nuevo Laredo in Mexico, waar de strijd tussen de kartels de afgelopen jaren volslagen is geëscaleerd. Rivard haalde Castillo dan ook onmiddellijk terug. “Geen verhaal is zo belangrijk dat je je verslaggever in een buitensporig riskante situatie plaatst.”

Dat het niet om een loos dreigement ging, leed geen twijfel: het doodseskader van het Golf-kartel, bestaande uit voormalige militairen, heeft al vier mensen – geen journalisten – in de VS vermoord. Ze hadden vijf tot negen anderen op het oog, zegt Rivard.

De Dallas Morning News, die eveneens regelmatig over de drugsoorlog in Nuevo Laredo bericht, verhuisde zijn twee correspondenten in Mexico City meteen naar een geheime locatie. “Het is onderdeel van een veiligheidsplan dat we al langere tijd hebben”, zegt adjunct-hoofdredacteur Mark Edgar.

Welig tierende corruptie
Het was niet de eerste keer dat de correspondenten elders moesten worden ondergebracht. Sinds de drugsoorlog aan de grens begon, zijn ze meermalen bedreigd.

Mexico is een heel ander land dan dertig jaar geleden, toen hij een verslaggever was, signaleert Rivard. “Ik kon me in alle vrijheid bewegen. Amerikaanse journalisten die over drugkartels en de welig tierende corruptie schrijven moeten volledig andere mores en regels leren om zichzelf te beschermen.”

Ze horen niet hun bezoek aan te kondigen, alleen te bellen met mobiele telefoons, steeds verschillende routes te nemen en gebruik te maken van het buddy-systeem, waaronder verslaggevers op pad gaan met een collega of een fotograaf.

In Nuevo Laredo vechten drugkartels om de heerschappij van drug highway Interstate 35, die in Laredo begint en tot Canada leidt. Het geweld in Mexico is nog meer verhard sinds president Felipe Calderón 25.000 soldaten heeft ingezet om de kartels in te tomen. Vorig jaar werden 2000 mensen in de drugsoorlog vermoord, dit jaar zijn er al ruim 1300 slachtoffers gevallen.

Zelfcensuur
Als gevolg doen Mexicaanse journalisten massaal aan zelfcensuur. De media die nog wel over drugcriminaliteit berichten, staan aan zwaar geweld bloot. Dit jaar vonden in april en mei granaataanvallen plaats op Cambio de Sonora, een krant in noord-Mexico. Deze hield vervolgens op te bestaan – de eerste krant die zo’n drastische beslissing nam.

Twee dagen later werd het afgehakte hoofd van een raadslid neergezet voor het redactiekantoor van de krant Tabasco Hoy in de staat Tabasco. Eerder was een verslaggever van dat dagblad vermist geraakt.

In februari 2006 werd een granaat gegooid op de redactie van de krant El Mañana in Nuevo Laredo en schoten onbekenden met geweren naar binnen. Eén journalist raakte ernstig gewond. In 2004 stierf El Manaña’s directeur en onderzoeksjournalist Roberto Mora García, nadat hij twintig keer was gestoken.

Weekblad Zeta in grensstad Tijuana, bekend om zijn niet-aflatende onderzoeksjournalistiek over de drugkartels, verloor in 2004 mede-oprichter Francisco Ortíz Franco. Hij werd op klaarlichte dag doodgeschoten, terwijl hij met zijn twee kinderen van de tandarts kwam. In 1997 werd een moordpoging gedaan op Zeta’s oprichter Jésus Blancornelas. In 1988 was oprichter Héctor Félix Miranda al vermoord – door het Arellano-Félix-kartel, meldde een Mexicaanse top-aanklager.

Irak
Wetteloosheid zegeviert. Hoewel Mexico begin 2006 een federale aanklager aanstelde om misdaden tegen de pers te onderzoeken, is niet één persoon veroordeeld, zegt Carlos Lauría van het Committee to Protect Journalists. “De Mexicaanse regering blijkt niet in staat journalisten te beschermen.” Het comité heeft nu een ontmoeting aangevraagd met president Calderón.

Inmiddels zitten de correspondenten van de Dallas Morning News weer op hun plek in Mexico City. “Wij zijn vastbesloten verslag te doen van de situatie aan de grens omdat deze een direct effect heeft op onze staat en onze lezers”, zegt adjunct Edgar.

Correspondent Castillo van de San Antonio Express-News vertrok naar Columbia University in New York, maar pas nadat hij naar Laredo was teruggekeerd om zijn artikelen over een rechtszaak tegen een Los Zetas-huurmoordenaar af te maken. Sinds hij weg is bij de krant betrekt deze nieuws over de kartels van een Associated Press-verslaggeefster, die tussen Amerika en Mexico pendelt. “Niemand op de redactie wilde Castillo’s baan overnemen”, geeft Rivard toe. “Terwijl er tijden zijn geweest dat mensen stonden te dringen.”

Rivard ziet echter geen situatie ontstaan zoals in Irak, waar correspondenten deels afhankelijk zijn geraakt van lokale verslaggevers. “Mexicaanse verslaggevers spelen een heel waardevolle rol omdat ze informatie die ze in hun eigen land niet gepubliceerd krijgen, doorgeven aan Amerikaanse journalisten. Maar ik denk dat er altijd Amerikaanse journalisten zullen zijn die verslag willen doen vanuit Mexico.”

Volgens Lauría van het Committee to Protect Journalists (CPJ) realiseren de kartels zich dat ze teveel aandacht op zichzelf vestigen met de moorden op journalisten. Ze zijn daarom van strategie aan het veranderen: het CPJ doet onderzoek naar een groeiend aantal berichten over journalisten die als “publicisten” voor een kartel werken en positieve berichtgeving in hun krant of uitzending smokkelen.


2 reacties:

cecile landman
7 oktober, 2007

Naast het al langer lopende initiatief ‘Alive in Baghdad’ [http://aliveinbaghdad.org/] ontstond nav de ernstige situatie in Mexico in het afgelopen jaar het zusterproject: ‘Alive in Mexico’
[http://www.aliveinmexico.org/]

Henk Ruyssenaars
25 juni, 2010

L.S.

En al heel lang bestaat ‘t project “Hoe blijf ik als kritische journalist in leven?”

Kathe Adie van de BBC wist ‘t ook. – Url.: http://www.granma.cu/ingles/2005/marzo/mier16/peatagon-apartado-i.html

Indachtig ‘n nieuw spreekwoord: “Al is de waarheid nóg zo snel, de moordenaar achterhaalt ‘m wel.”

Erg hè?

HR


Laat een reactie achter »