Waar zijn de tintelende vingers gebleven?

handNog maar tien jaar geleden leek het hek van de dam: de een na de andere collega werd geveld door RSI, Repetitive Strain Injury. Tegenwoordig lijkt het stil rond tintelende vingers, lamme armen en stramme nekken. Hoe komt dat? Zijn de destijds genomen maatregelen zo effectief? Of was het toch een modeziekte?

Vraag het collega’s en de verbazing valt op: “He ja, daar hoor ik nooit meer iets over”. Dat antwoord wordt dan onmiddellijk gevolgd door het opsommen van mogelijke oorzaken. Zo zou het ergonomisch vormgeven van muizen en toetsenborden een grote rol spelen. Ook zou tegenwoordig minder snel de krachtterm RSI gehanteerd worden. Of: Wie soms last heeft van pijnlijke spieren in de schouder, gaat gewoon wat vaker koffie halen. Nog een mogelijke oorzaak: In economisch slechte tijden zou een bureauredacteur niet zo snel in de lappenmand willen liggen en zijn klachten liever nog even voor zich houden.

Zere arm
Maar zo simpel is het niet. De laptop die in de beginjaren van RSI minder gebruikt werd dan tegenwoordig, is nu niet direct een ergonomisch wonder te noemen. Een zere arm is een zere arm en al begrijpt Jaco Greaves, bedrijfsarts bij PCM, dat daar tijdens reorganisatieronden wat minder over wordt geklaagd, “die zere arm komt als het gevaar geweken is geheid bij mij voor het bureau”.

Greaves zag bij PCM in Rotterdam de laatste vier jaren een constant aantal mensen met RSI, ongeacht eventuele reorganisaties. Hij noemt de situatie ‘onder controle’: er zijn twee nieuwe gevallen en twee genezen gevallen per jaar. “RSI is helemaal niet verdwenen. Het komt alleen minder voor en dat komt omdat de journalist zich veel bewuster is geworden van zijn werkplek. Voor mijn gevoel is een ontslagronde juist een extra risico voor nek-, arm- en schouderklachten vanwege de stress die het met zich meebrengt.”

Bewustwording
Ergonoom Erwin Speklé doet voor Faculteit der Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam en in samenwerking met Arbo Unie onderzoek naar de effectiviteit van voorlichting en interventie bij risicofactoren en klachten.
Speklé beschouwt het jaar 2003 als hoogtepunt van RSI-klachten. Sindsdien is de werkdruk eerder toe- dan afgenomen, maar preventieve maatregelen reduceren volgens hem deze negatieve risicofactor.

Bedrijven die meedoen aan zijn onderzoek laten hun werknemers een vragenlijst invullen. Verdeeld over een controlegroep en een interventiegroep worden zij zes en twaalf maanden later weer bekeken op last aan nek, armen, schouders, polsen en handen. De maatregelen variëren van werkplekonderzoek tot het volgen van een cursus ‘RSI en stress’.

“Tot nu toe zien we wel een algehele verbetering,” zegt Speklé, “maar de verschillen tussen controle- en interventiegroep zijn niet statistisch significant. Mogelijk komt dit doordat beide groepen de RSI Quickscan hebben ingevuld en werkt dat al als een interventie op zich”.

Psycholoog
In de top 10 van gemelde beroepsziekten (door arboartsen aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten) staat in 2007 op de derde plaats RSI van schouder en bovenarm, op plaats 5 de tennisarm, prompt gevolgd door RSI van pols en hand en RSI van de onderarm en elleboog op 6 en7.

Terwijl de arbodiensten tien jaar geleden vooral naar de werkplek keken, is inmiddels duidelijk dat een multidisiplinaire aanpak meer succes heeft. De hoeveelheid werk, taakinhoud en psyche van de patiënt wordt allemaal bekeken. Behalve arboarts en bedrijfsfysiotherapeut staat nu ook een organisatiepsycholoog naast het bureau van de werknemers bij PCM.

Bij de kleinere uitgeverij Bohn Stafleu en Loghum is dat nog niet het geval, maar bedrijfsarts Beata Szweda aldaar vindt een meedenkende psycholoog een goed idee.
“Klachten aan arm, nek en schouder zijn niet verdwenen,” zegt ze, “we noemen het nu anders. KANS is de nieuwe betere en vooral positievere naam. Het is de Nederlandse vertaling van Complaints of Arm, Neck and/of Schoulder. De naam RSI heeft nooit de lading gedekt. De specifieke en a-specifieke klachten hoeven geen beschadigingen te zijn en hoeven ook geen repeterende bewegingen als oorzaak te hebben.”

Szweda heeft van de 150 werknemers binnen BSL maar één KANS patiënt. “De klachten worden snel minder gecompliceerd omdat er meer aandacht is voor ergonomie en schrijvers heel bewust meer korte pauzes nemen.”

Paard van Erasmus
Er zijn journalisten die denken dat we niet meer over RSI horen omdat de werkplekken reeds volledig voorzien zijn van juiste stoelen, voetenbankjes, toetsenborden en ergonomisch verantwoorde muizen. Ofwel: dat er dus niet veel meer te verdienen valt aan RSI.

Maar nog steeds worden nieuwe high-tech hulpmiddelen ontwikkeld. Wie het risico op RSI zo klein mogelijk wil hebben door de onderarm nooit meer te laten afkoelen, kan de aanschaf van een warmte isolerende muismat overwegen. Baat het niet, dan is een warme onderarm mooi meegenomen.

TNO denkt dat een trilmuis de RSI-klachten kan reduceren en Erasmus MC is ervan overtuigd dat Het Paard, een muis met de vorm van een paardenzadel, het risico op RSI tot een minimum beperkt.

Leeftijd
De bewering dat RSI juist bij de oudere garde journalisten opkwam en de jeugd die met toetsenbordjes in de wieg geboren is, overslaat, wordt door de bedrijfsarts van PCM ontkracht. “Juist de nieuwe tintelende vingers die ik tegenkom zijn van jonge mensen. Van die enthousiaste kerels die lange werkweken maken. De vakidioten, ja, die lopen nog het meest risico.”

Szweda ervaart ook dat de nieuwe KANS-patiënten vooral jonger zijn. “Ik denk dat de oudere garde zich minder gek laat maken. Zij zijn meer relaxed en stressen minder.”
De enige SMS-duim die Szweda ooit moest behandelen dateert alweer van negen jaar geleden. Een jonge vrouw kwam met een pijnlijke duim op consult. Szweda had geen idee wat daar de oorzaak van was. Tot ze zag waar de patiënt haar vervolgafspraak noteerde: in haar mobieltje!

Europese aandacht
RSI bestaat dus nog steeds. Vooral door betere ergonomische werkplekken op de redacties en hoger bewustzijn onder computerwerkers is de last aan schouders nek en armen wel afgenomen. Het is nu zogezegd onder controle en daarom minder nieuwswaardig.

Maar er is nog steeds aandacht. Zie de Europese campagne voor veiligheid en gezondheid op het werk. Dit jaar is het thema: ‘Vertil je niet’. Dit ‘vertillen’ heeft niet alleen betrekking op rugklachten, maar op een scala aan gezondheidsklachten die kunnen ontstaan door fysieke overbelasting. Ook RSI-klachten vallen onder de campagne. De campagne ‘Vertil je niet!’ duurt van 22 tot en met 26 oktober 2007. In deze week worden ook de Awards voor goede praktijken uitgereikt aan ondernemingen/organisaties die zich onderscheiden door een vernieuwende aanpak van fysieke overbelasting.

3 reacties

  1. E.J. schreef op 25 oktober 2007 om 11:28

    Ik behoor tot die nieuwe generatie en ook de vakidioten. Heb dan ook last van RSI, sinds ik me kan herinneren, maar loop er gewoon mee rond. Af en toe zwemmen, een keertje in de maand naar de fysiotherapeut en een goede werkplek helpen niet echt.

    Maar je leert er mee leven..

  2. E.J. schreef op 25 oktober 2007 om 11:29

    Een poll zou interessant zijn.. Om te kijken hoeveel mensen van DNR er last van hebben.

  3. FF schreef op 1 november 2007 om 16:56

    Ja, een poll zou aardig zijn. Ben ook jaren geleden behandeld voor RSI-klachten. Inmiddels weet ik het door truukjes die ik toen geleerd heb te beheersen. Wat voor mij betekent dat ook ik meestal in meer of mindere mate last heb van nek en schouderklachten en af en toe een slijmbeursje (of een aanhechtinkje of zoiets?) in m’n onderarm. Maar functioneer er over het algemeen ook prima mee.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>