Argos en het gevaar van ufo-journalistiek

argos“Had Nederland maar een Seymour Hersh”, zei Joris Luyendijk twee weken geleden tijdens de Van der Leeuwlezing in Groningen. Hij voegde daaraan toe dat het VPRO/VARA-radioprogramma Argos in Nederland eigenlijk de rol van onderzoeksjournalist Seymour Hersh vervult. Het vijftienjarige bestaan van Argos werd vrijdag 9 november in Utrecht gevierd met een debat over onderzoeksjournalistiek en militaire missies georganiseerd door Tumult.

In de afgelopen vijftien jaar besteedde Argos in meer dan honderd afleveringen aandacht aan militaire missies. Minister van Defensie Eimert van Middelkoop, oud-minister van Defensie Joris Voorhoeve (’94-’98), oud-minister van Defensie Bram Stemerdink (’76-’77), Kamerlid Hans van Baalen, oud-Kamerlid Farah Karimi en lector onderzoeksjournalistiek Ad van Liempt zouden tijdens de bijeenkomst vertellen wat zij vinden van de rol van de onderzoeksjournalist met betrekking tot militaire missies. Joris Voorhoeve sprak vanuit Den Haag via een rechtstreekse verbinding, omdat hij vanwege persoonlijke redenen niet kon komen. De lezing van Ad van Liempt werd voorgedragen door ‘moderator’ Chris Kijne, omdat Van Liempt door ziekte niet in staat was te komen.

Helaas kwam de rol van onderzoeksjournalisten minder uit de verf dan de rol van politici bij (schandalen rond) militaire missies. En de politici waren niet al te positief over journalisten. Van Middelkoop vindt bijvoorbeeld dat journalisten te veel uitgaan van hun eigen gelijk en er teveel van overtuigd zijn dat bewindslieden niet te vertrouwen zijn en geen enkele politicus moet worden geloofd. Van Middelkoop: “Journalisten moeten zeker te werk gaan met een gezonde argwaan, maar ook met de overtuiging dat de meeste politici wél betrouwbaar zijn”.

Mishandeling in Irak
Van Middelkoop plaatste ook zijn vraagtekens bij de manier waarop journalisten zelf gebruikmaken van de macht die ze hebben. Bijvoorbeeld bij de Volkskrant-onthulling dat Nederlandse militairen zich schuldig gemaakt zouden hebben aan de mishandeling van tientallen Irakese gevangenen. Het gebruik van het woord marteling werd later betreurd door hoofdredacteur Pieter Broertjes. Van Middelkoop: “Het is te prijzen dat de Volkskrant aan zelfreflectie doet, maar ondertussen is het woord martelen wel de wereld ingestuurd. Dit soort stevige conclusies moeten echt hard zijn voordat je ze naar buiten brengt”.

Van Middelkoop vroeg zich dan ook af waarom er voorafgaand aan publicaties niet vaker aan wederhoor wordt gedaan bij het ministerie. Volgens hem heeft dat ermee te maken dat er veel aan ufo-journalistiek wordt gedaan, waarbij veel aandacht wordt besteed aan iets dat niet echt hard gemaakt wordt. Zoals bij de bewering van Argos dat militairen in Afghanistan en Irak op eigen houtje gevaarlijke en politiek omstreden operaties startten. Volgens Van Middelkoop speelde Argos met deze spectaculaire berichtgeving in op het wantrouwen van burgers die toch al hun twijfels hebben bij de militaire missies. Bovendien vindt hij de aandacht voor deze zaak buitenproportioneel. De minister wil vaker een klacht indienen bij de Raad voor de Journalistiek als onzorgvuldige berichtgeving leidt tot schade. Maar aangezien een klacht tegen het Algemeen Dagblad, die in augustus werd behandeld, tot op heden nog steeds niet is gerectificeerd, zou Van Middelkoop ook wel een klacht tegen de Raad voor de Journalistiek willen indienen. Van Middelkoop: “Waarom zou de burger eigenlijk vertrouwen hebben in de journalistiek?”

Srebrenica
De verbinding met Joris Voorhoeve in Den Haag kwam in eerste instantie niet tot stand, maar toen het uiteindelijk toch lukte, zei Voorhoeve zich voor een groot deel aan te kunnen sluiten bij de woorden van Van Middelkoop. “Ik vind dat politici niet alleen kritische journalistiek moeten ondergaan, maar het ook aan de orde moeten kunnen stellen bij onjuiste berichtgeving. Bijvoorbeeld door een klacht in te dienen bij de Raad voor de Journalistiek.”

Maar Voorhoeve is óók positief over de rol die journalisten kunnen spelen. “Waren er maar journalisten aanwezig geweest in Srebrenica”, zei hij, “dan was die kwestie veel eerder aan de orde gekomen. Ook kwam Srebrenica aan het rollen door signalen van journalisten en medewerkers van Artsen zonder Grenzen die het was opgevallen dat er alleen vrouwen, meisjes, kinderen en ouderen geëvacueerd werden en de mannen en jongens ontbraken. Sindsdien is er een veel scherpere en kritische houding in de militaire kringen en een betere en snellere rapportage aan de politieke leiding.”

Volgens oud-defensieminister Bram Stemerdink is het wel begrijpelijk dat het militaire apparaat geneigd is ook ten opzichte van de politiek te zwijgen over gevoelige kwesties. “Militairen staan achter hun eigen deel van de krijgsmacht en het ligt vaak moeilijk als daarover politieke beslissingen worden genomen. Omdat ze puur naar de belangen van hun eigen militaire onderdeel kijken, maken ze soms de fout om tot geheimhouding over te gaan.” Overigens vindt Stemerdink wél dat journalisten terughoudend moeten zijn als hun berichtgeving mogelijk mensenlevens zou kunnen kosten.

Bondgenootschap
Farah Karimi voelde als Tweede Kamerlid juist een soort bondgenootschap met onderzoeksjournalisten. Samen met redactieleden van Argos zocht ze een aantal kwesties uit. “Als Kamerlid moest ik de regering controleren en soms werd ik tijdig, juist en volledig geïnformeerd, maar vaker gebeurde dat niet. Ik wist vaker dingen niet dan wel en moest dus enorm op mijn hoede zijn. De democratie is gebaat bij vasthoudende en kritische journalisten met een flinke dosis uithoudingsvermogen en wantrouwen jegens de machtigen.”

“Er komt zoveel informatie vrij via journalisten dat ik me soms afvraag: Heb ik het mis?”, zei Kamerlid Hans van Baalen. Hij vindt dat de journalistiek in Nederland in het algemeen heel goed is, maar dat onderzoeksjournalisten vaker aandacht zouden moeten besteden aan de minder sappige onderwerpen die tóch belangrijk zijn.

Eén reactie

  1. lia schreef op 11 november 2007 om 20:32

    Een moreel oordeel hangt als het zwaard van Damocles boven iedereens hoofd. So don’t kill the messenger (de journalist) for bringing the message. Punt van aandacht is dat niet alleen ontvangers van berichten journalisten vereenzelvigen met het nieuws dat zij brengen, maar dat ook journalisten zichzelf vereenzelvigen met het nieuws dat zij brengen. En zo wordt het een persoonlijke kwestie, die van beide partijen “partijen” maakt, worden de stellingen ingenomen en duikt men de loopgraven in om elkaar van daaruit te beschieten, als het niet met kogels is dan is het wel met quotes.

    Te weinig journalisten vragen zich af waarom ze het nieuws (willen) brengen dat ze (willen) brengen, en te weinig ontvangers vragen zich af waarom de journalisten het nieuws brengen dat ze brengen. Een beetje ruimte aan beide kanten (bijvoorbeeld door een heel stuk actiever naar elkaar te luisteren) zou een hoop leer-momenten extra op kunnen leveren. Wat aardig is, want het kan toch niet wáár zijn dat oorlog is wat mensen willen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>