De Amerikaanse verkiezingen van 2004

* Er verschijnen de laatste maanden regelmatig mediawetenschappelijke publicaties over de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004
* Zij gaan onder meer over pogingen van MTV om jongeren in politiek te interesseren en de rol van politieke weblogs.

Het duurt vaak lang voor wetenschappelijk onderzoek naar buiten komt. Niet alleen kost het onderzoek zelf tijd; er gaat ook behoorlijk wat tijd overheen voor zo’n onderzoek vervolgens wordt geaccepteerd en geplaatst in een wetenschappelijk tijdschrift. Dit is de reden dat met de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2008 in zicht, de laatste maanden regelmatig wetenschappelijke artikelen over de verkiezingen van 2004 verschijnen. Bij deze een overzichtje van enkele vanuit journalistiek oogpunt interessante artikelen rondom dit onderwerp. Drie van de besproken artikelen staan in een tijdschrift dat niet vrij toegankelijk is; hiervan is alleen de abstract beschikbaar. De vierde is gepubliceerd in een open acces tijdschrift.

Jongeren zijn vaak niet erg geïnteresseerd in politiek. Hoe zorg je er dan voor dat zij verkiezingen toch als iets belangrijks zien en gaan stemmen? De muziek- en lifestylezender MTV probeert internationaal al enige tijd om maatschappelijke en politieke betrokkenheid bij jongeren te stimuleren. Hier in Nederland doen zij dat bijvoorbeeld via het initiatief Coolpolitics. In de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2004 verzorgde MTV in de Verenigde Staten een serie reportages en shows onder de noemer ‘Choose or loose’. Dit initiatief kreeg weinig aandacht in de reguliere media en van mediawetenschappers. Onterecht, volgens Geoffrey Baym van de University of North Carolina. In het zomernummer van het tijdschrift Journalism Studies beargumenteert hij dat deze MTV-serie een zeer interessant onderzoeksobject is, omdat in de betreffende programma’s een herdefiniëring van journalistiek plaatsvindt waarbij grenzen tussen infotainment en serieuze journalistiek vervagen.

Rollen van presentatoren
In zijn artikel bespreekt Baym de raakvlakken en verschillen tussen de MTV-serie en de traditionele journalistiek. Hij gaat vooral in op de ‘rollen’ die presentatoren aannemen om jongeren aan te spreken en tegelijkertijd een zekere autoriteit uit te stralen. Zo vervulde vaste presentator Gideon Yago volgens Baym de rol van een traditionele journalist in een modern jasje; hij is nog jong, kleed zich jong en hip en spreekt (mede) de taal van de straat. Gastpresentatrice Camron Diaz speelde een heel andere rol: zij liet duidelijk weten dat zij geen deskundige is op politiek gebied, maar had toch autoriteit vanwege haar hoge culturele status als bekend filmster. Baym laat verder zien dat de programma’s een sterke mix hadden van ‘lichte’ en serieuze content. In hoeverre deze formats inderdaad jongeren aanspraken, onderzocht hij echter niet.

Hetzelfde nummer van Journalism Studies bevat een artikel van onder meer Guy Golan over de invloed van presidentiële campagnes op de media en de publieke opinie. Volgens de auteurs is hun studie de eerste die kijkt naar deze campagnes in combinatie met zogenoemd second level agenda setting. First level agenda setting draait erom dat mensen beïnvloed worden in welke onderwerpen zij als belangrijk zien. De theorie van second level agenda setting stelt dat deze mensen daarnaast ook gestuurd worden in hoe zij over een onderwerp denken.

First level agenda setting
Golan en zijn collega’s deden een uitgebreid onderzoek naar deze verschillende vormen van agenda setting rondom de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004. Zij analyseerden hiervoor de reclamecampagnes van de kandidaten John Kerry en George Bush, een reeks televisiejournaals en maakten gebruik van een grote opiniepeiling die vlak voor de verkiezingen werd gehouden. Zij concluderen dat zowel Kerry als Bush erin waren geslaagd bepaalde onderwerpen prominent in de media en op de publieke agenda te krijgen. Er vond dus first level agenda setting plaatst. Verder concluderen ze dat er deels ook second leven agenda setting plaatsvond. Het leek er namelijk op dat Kerry de publieke opinie voor wat betreft zijn voornaamste speerpunten (Irak en de gezondheidszorg) wist te beïnvloeden. Bush slaagde hier echter niet in.

Blogs spelen in toenemende mate een belangrijke rol bij zaken als verkiezingen. Thomas Johnson en enkele collega-mediawetenschappers waren geïnteresseerd in de vraag hoe betrouwbaar blogs die politieke informatie geven worden ervaren. De onderzoekers hielden daarom in de weken rond de presidentsverkiezingen van 2004 een survey onder bijna 1400 bezoekers van politieke blogs. Hun bevindingen staan in het oktobernummer van het open-acces tijdschrift Journal of Computer-Mediated Communication.

De gebruikers van politieke blogs bleken deze vooral te waarderen vanwege de diepgang van de informatie. Wel gaven ze aan zich ervan bewust te zijn dat de blogs veelal niet objectief zijn. Dit gekleurde beeld werd echter door veel bloglezers juist als iets positiefs ervaren. De meest opmerkelijke uitkomst van het onderzoek is misschien wel dat de lezers aangaven blogs als betrouwbaarder te zien dan de traditionele media. Johnson en zijn collega’s wijzen erop dat dit mogelijk komt door de subjectiviteit van de blogs. Het is bijvoorbeeld een bekend verschijnsel dat conservatieve Amerikanen de traditionele nieuwsmedia als ‘liberaal’ en daarom minder betrouwbaar zien. Conservatief gekleurde politieke blogs, die goed aansluiten bij hun denkbeelden, zullen zij om soortgelijke redenen mogelijk als betrouwbaarder bestempelen.

Gesteggel met de uitslag
Bij de presidentsverkiezingen van 2000 werd door verschillende Amerikaanse nieuwszenders een flater begaan die achteraf omschreven wordt als ‘de meest beschamende nacht uit de geschiedenis van de televisiejournalistiek’. Verschillende zenders riepen, lang voordat overal alle stemmen geteld waren, Al Gore uit als de winnaar van de verkiezingen om dit later te veranderen in George Bush en weer wat later wist niemand het meer. Het gesteggel dat hierop volgde, waarbij de uitslag in de staat Florida het heetste hangijzer vormde, is alom bekend. De nieuwszenders beloofden voortaan voorzichtiger met uitslagen en prognoses om te gaan. Maar: deden zij dit ook?

In het decembernummer van het tijdschrift Journalism analyseert Stephanie Marriott van de Britse University of Stirling de berichtgeving rondom de verkiezingsuitslagen van 2000 en 2004 op verschillende Amerikaanse nieuwszenders. Haar hypothese was dat het debacle van 2000 mogelijk ontstond door de druk die onze huidige samenleving, met internet en 24-uurs nieuwsstations, legt op nieuwsmakers. Snelheid van informatievoorziening zou tegenwoordig belangrijker zijn dan de accuratesse van deze informatie. Want wie het eerste met nieuws komt, heeft de beste kijkcijfers en daarmee de beste (advertentie)inkomsten. Marriotts bevindingen lijken deze hypothese te ondersteunen. Bij de berichtgeving rondom de verkiezingsuitslag van 2004 werd geprobeerd via kleine aanpassingen in het format en de toon voorzichtiger om te springen met zaken als prognoses en het uitroepen van de winnaar. Maar de onderliggende druk om de eerste te zijn was duidelijk nog steeds aanwezig. Zo werden er nog steeds prognoses gegeven die niet op feiten gebaseerd waren en kwamen er deskundigen aan het woord die hun voorspellingen mochten geven waarbij werd benadrukt dat dit ‘echt heel betrouwbare’ deskundigen waren.

Nadine Böke

Nadine Böke (1980) is wetenschapsjournalist, oorspronkelijk bioloog. Ze werkt momenteel voor Noorderlicht, de populair-wetenschappelijke website van de VPRO. Daarnaast heeft ze geschreven voor diverse bekende en minder bekende media, waaronder Kijk, Bionieuws, Trouw, Folia en Delta. Tussen april 2007 en oktober 2008 werkte ze als redacteur voor De Nieuwe Reporter. In die periode schreef ze regelmatig artikelen over wetenschappelijk onderzoek op het gebied van journalistiek en media.

Alle artikelen van Nadine Böke op De Nieuwe Reporter.