In het Amsterdamse Trippenhuis vindt op 23 november een studiemiddag plaats – georganiseerd door de Vereniging voor Media- en Communicatierecht, VMC – over juridische ontwikkelingen in relatie tot internet. Prof. dr. Nico van Eijk, voorzitter van de VMC, leidt die middag een debat (zie de agenda van De Nieuwe Reporter). Hieronder zet hij het thema neer.
Het cliché van het internet als een vrijplaats waar geen of alleen eigen regels gelden, maakt meer en meer plaats voor een internet dat ingekapseld wordt door regulier recht of dat voor het eerst met toegepaste regelgeving te maken krijgt.
Lang werd door de internetgemeenschap volgehouden dat het internet iets geheel anders is, een eigen wereld met eigen gebruiken en regels. Problemen werden onderling opgelost en het internet had zo zijn eigen codes. Voor het ‘gewone’ recht was geen plaats, alles was anders. Deze geromantiseerde beeldvorming – dat het internet bijzonder is – begint inmiddels sleets te raken, zoals dat wel vaker het geval is bij nieuwe fenomenen.
Het internet is vooral nieuwe wijn in oude zakken. Dat gaat in het bijzonder op voor juridische vragen. Bestaande juridische normen blijken in al dan niet aangepaste vorm goed toepasbaar. Gaten in het recht zijn geen echte gaten maar tijdelijke lacunes op toepassingsniveau. Maar ook worden ‘reguleringsfouten’ uit het verleden braaf weer herhaald. Enige voorbeelden ter illustratie.
Het stelen van virtuele Habbo-goederen
Aansprakelijkheid op het internet ontwikkelt zich langs de lijnen van bestaande aansprakelijkheidsregels. Vandaag de dag word je gewoon opgepakt voor het stellen van virtuele Habbo-goederen. Beledigingen en ongefundeerde beschuldigingen kunnen op het internet evenmin als in de ‘online-wereld’. Een en ander neemt niet weg dat de rechtzoekende soms een lange weg te gaan heeft. Daar zijn meerdere oorzaken voor. Zoals gebruikelijk verbergen partijen zich achter elkaar: ‘ik ben niet verantwoordelijk want ik geef alleen maar door’. Dit argument is ontleend aan een klassiek beginsel in het informatierecht, namelijk dat de boodschapper geen boodschap heeft aan de boodschap. De postbode kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor wat in een gesloten envelop zit. In het recht zijn we volop bezig om dit uitgangspunt te finetunen via traditionele normatieve kaders zoals de zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid (daar kunnen ze bij Martijn, die door de rechter verordonneerd werd om foto’s van prinses Amalia te verwijderen, over meepraten). Een andere oorzaak voor trage rechtsvormen ligt bij het feit dat zowel justitie als de rechter in hun rol moeten komen. Dat gaat steeds beter, zo is de globale indruk.
Regelmodellen
Regulering van internet-inhoud raakt in toenemende mate ingekapseld in regelmodellen die voor de omroep gelden. Dat wil zeggen: een model met een sterker wordende mate van overheidsbetrokkenheid en actieve regeldruk. Dit in tegenstelling tot het ‘persmodel’ waar terughoudenheid voorop staat. Het meest vergaande voorbeeld is de herziening van de Europese televisieregels. Die gaan voortaan gelden voor alle ‘audiovisuele mediadiensten’. Weliswaar wordt er nog een onderscheid gemaakt tussen klassieke televisie-diensten en ‘video-on-demand’, maar de wijze van verspreiding is niet meer relevant. Televisie via het internet komt dus op hetzelfde niveau te staan als ouderwetse televisie. Daarbij is er nauwelijks discussie geweest over de vraag of het niveau van inhoudsregulering zou moeten worden herzien. Regels voor commerciële exploitatie (reclame, sponsoring, productplacement) zijn minder streng geworden, maar daar staat tegen over dat regels over de inhoud van uitzendingen alleen maar zijn toegenomen (racisme, discriminatie, schadelijkheid voor het milieu, belediging van godsdienst). Als klap op de vuurpijl krijgen ontvangende landen de mogelijkheid uitzendende landen aan te spreken. Dit soort systemen van directe of indirecte instemming door ontvangende landen kennen we uit het verleden. In de tachtiger jaren claimden ontvangende landen zeggenschap over programma’s die via de satelliet werden uitgezonden. Met name de westerse wereld had daar grote problemen mee. Het is verbazingwekkend om te zien hoe gemakkelijke Europese landen nu wel akkoord gaan. Het is te meer verbazingwekkend als men zich realiseert dat het Europese hof voor de Rechten van de Mens bij het invullen van normen en waarden juist veel ruimte laat aan de individuele landen omdat er geen eenduidige Europese interpretaties zijn. Maar ja, voor grondrechten krijg je in het hedendaagse tijdbeeld in Brussel moeilijk de handen op elkaar. Het internet vormt hier geen uitzondering.
Persoonlijke gegevens op straat
Een derde voorbeeld: privacy. Er is wel gesteld dat dankzij het internet privacy dood is. Het internet is transparant, iedereen die zich er aan blootstelt heeft als consequentie te ervaren dat zijn persoonlijke gegevens op straat liggen en vrijelijk geëxploiteerd worden. De direct marketeers hebben waarschijnlijk te vroeg gejuicht want er worden reanimatie pogingen ondernomen. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) is bijvoorbeeld een consultatie gestart over persoonsgegevens op het internet. Op verzoek dienen persoonsgegevens te worden verwijderd, aldus het consultatiedocument. Dat geldt ook voor de klassenfoto waar men niet meer aan herinnerd wil worden. En juist het feit dat het Internet overal geraadpleegd kan worden, brengt met zich mee dat er extra zorgvuldigheid bij het publiceren van persoonsgegevens betracht moet worden.
Privacy in relatie tot zoekmachines staat inmiddels ook hoog op de agenda. Het besef begint te komen dat de gigantische hoeveelheid data die partijen als Google hebben opgeslagen toch enige vragen oproepen. Zeker wanneer daarbij in acht wordt genomen dat Google dominant is. Die dominantie heeft in Europa ongekende vormen aangenomen. Het marktaandeel is in bijna alle Europese landen meer dan 80 procent. In Nederland is er inmiddels geen alternatief: het marktaandeel ligt op 95 procent.
De ene hand geeft, de andere hand neemt. Dat geldt zeker voor privacy op het internet. Met een beroep op de (vermeende) dreiging van het wereldwijde terrorisme krijgt de overheid in toenemende mate toegang tot persoonsgegevens en worden langdurige bewaarplichten geïntroduceerd. Ook hier doet het internet gewoon mee met de algemene trend.
Het internet: toch heel gewoontjes.
3 reacties