In gesprek met Josh Rushing, de militair die overstapte naar Al Jazeera

Het Abu Ghraib-schandaal was net losgebarsten, in 2004, toen Control Room in première ging. In deze documentaire werd de Amerikaanse invasie in Irak door Arabische ogen, die van de TV-zender Al Jazeera, bekeken. Maar het was Josh Rushing, woordvoerder van de mariniers, die de aandacht trok. In de loop van één lang interview transformeert hij van een rechtlijnig militair tot een mens van vlees en bloed, met twijfels over de Amerikaanse actie. Een gesprek met Josh Rushing.

Rushing wist aanvankelijk niet eens dat hij in een spraakmakende film was te zien, maar besefte al snel dat alle media-aandacht over zijn optreden Amerika de kans bood de dialoog met Al Jazeera aan te gaan. Het Pentagon wilde er niets van horen en verbood Rushing te praten over Control Room.

“Toen ik terugkwam van de oorlog, was ik gefrustreerd dat de Amerikaanse media zich zo makkelijk lieten overtuigen en dat de Amerikaanse regering zo arrogant en laatdunkend over de Arabische media deed”, zegt Rushing. “Ik hád iets te zeggen omdat ik in een unieke positie was: ik kende het Pentagon, de regering-Bush en Al Jazeera van binnenuit. Ik wilde tegen het Amerikaanse volk zeggen: je moet Al Jazeera begrijpen, zodat je de Arabische wereld kunt begrijpen.”

Gedesillusioneerd door de reactie van zijn oversten trad Rushing in augustus 2004, na veertien jaar bij het korps, uit dienst. Kort daarna bood Al Jazeera English hem aan een baan aan als militair correspondent. In zijn boek Mission Al Jazeera, Build a bridge, seek the truth, change the world beschrijft Rushing wat hem van de mariniers naar de grootste Arabisch-talige nieuwszender dreef.

Opleiding journalistiek
De Texaan was volgens eigen zeggen altijd al een rebel. De mariniers boden hem niet alleen discipline, maar ook de kans zijn burgerplicht te vervullen – iets waar zijn ouders veel belang aan hechtten. Het korps stuurde Rushing naar de interne opleiding journalistiek. Die vulde hij aan met een universitaire studie filosofie, religie en oud-Grieks. Na verscheidene functies belandde Rushing in het marinierskantoor in Hollywood. Dat beslist welke films en TV-series over de mariniers ‘educatieve waarde’ hebben en daarom medewerking, in de vorm van peperdure apparatuur, verdienen.

Op zoek naar actie meldde Rushing zich aan voor de geplande invasie in Irak. Hij werd evenwel als mediawoordvoerder geplaatst in Central Command (CentCom) in Doha, Qatar, het Amerikaans commandocentrum in het Midden-Oosten.
In de meest fascinerende delen in Mission Al Jazeera beschrijft Rushing de propaganda-machine van binnenuit. Rushings baas bij CentCom werd Jim Wilkinson, een campagnemedewerker die in 2000 een belangrijke rol had gespeeld in Bush’s verkiezingsoverwinning in Florida.
In de zomer van 2002 was Wilkinson lid van de White House Iraq Group, bestaande uit top-Republikeinen als Karl Rove en Condoleezza Rice. Deze bedachten hoe de op handen zijnde invasie aan het Amerikaanse volk moest worden verkocht. De groep ontkende evenwel haar bestaan, want zoals Andrew Card, Chief of Staff van het Witte Huis, tegenover de New York Times verklaarde: “Vanuit marketing-oogpunt introduceer je geen nieuwe producten in augustus”.

Massavernietigingswapens
De argumenten die in het Witte Huis voor de invasie in elkaar werden gesmeed, werden direct doorgestuurd naar de militair woordvoerders binnen CentCom. Zij hoorden tijdens interviews dag na dag op de motieven te hameren.
“De nazi’s zeiden het al: het is makkelijk om de massa in bedwang te houden. Je geeft de massa iets om bang van te zijn”, reageert Rushing. “En dat deden de Amerikaanse leiders met de massavernietigingswapens. Daar legden ze tegenover ons, de mediawoordvoerders, ook de nadruk op.”

Wat dacht je destijds van de manier waarop de propaganda-machine werd gerund?

“Ik geloofde de argumenten dat er onweerlegbaar bewijs was voor massavernietigingswapens in Irak. Ik neem aan dat dat ook voor mijn collega’s gold, want ik kan me geen enkele twijfelaar herinneren.”

Je schrijft dat jullie niet werden bevolen te liegen. Zo’n bevel was kennelijk niet nodig.

“Absoluut niet. Het zat me wel dwars dat ik zoveel spin moest verkopen. Het leger hoort alleen een oorlogsbevel uit te voeren, niet dat te verklaren. Dat is de taak van de president. Maar deze operatie werd erg gerund als een politieke campagne. Voor het eerst moesten de militair woordvoerders politieke boodschappen verkondigen.”

Was dat een bewuste strategie, denk je?

“Ja. Ze wisten dat de media ons in uniform niet kritisch zouden benaderen en de president wel.”

Een vergelijking tussen Rushings werk in Doha en Hollywood ligt voor de hand – Wilkinson trok zelfs een ontwerper aan om een podium van 200.000 dollar laten te maken waarop de generaals de verzamelde pers konden toespreken. Volgens Rushing ging CentCom verder dan Hollywood.

“Hollywood kon een propaganda-kantoor zijn, maar er worden voortdurend films gemaakt zonder toestemming van de mariniers, zoals Jarhead. Terwijl het doel van CentCom was om volledige controle over de boodschap te houden.”

Hoewel dat CentCom niet lukte bij de Arabische media, slikten veel Amerikaanse journalisten Rushings verhaal voor zoete koek. Sommige TV-verslaggevers vroegen hem zelfs voor het interview wat hij die dag kwijt wilde. Het is storend dat Rushing deze kritische toon niet naar zichzelf toe heeft, terwijl hij meewerkte aan het verspreiden van verzinsels. ‘Achteraf gezien is het beschamend, maar ík deed tenminste mijn werk’, schrijft hij.

Overwoog je niet om je kritiek op de ‘spin’ door te laten schemeren, om – in militaire termen – buiten je rijstrook te gaan?

“Nee. Absoluut niet. Dat doe je niet in uniform. Ik had wel discussies met Jim Wilkinson. ‘Niets bestaat zonder context’, zei hij. ‘Als wij het niet doen, doet een ander het.’ Hij was mijn baas en we deden wat hij zei.”

Achter de schermen voerde Rushing, door CentCom aangewezen als Al Jazeera’s contactpersoon, ook discussies over de weigering van de militaire top om met de TV-zender te praten. Amerika voerde een oorlog tegen terrorisme en als het land niet met een breed publiek in gesprek zou gaan over de ideologieën die ‘9-11’ hadden veroorzaakt, zou het de strijd zeker verliezen, voerde Rushing aan.
De bevelhebbers deelden de mening van president Bush, dat Al Jazeera ‘de spreekbuis van Osama bin Laden’ was. Toen Rushing generaal Tommy Franks vroeg de Al Jazeera-correspondent als eerste het woord te geven tijdens een persconferentie – als teken van respect naar de Arabische wereld toe -, zei Franks, volgens Rushing: “Jahoor. Vlak nadat ik zijn kop eraf heb gerukt en in zijn strot heb gescheten”.

De vijandige relatie tussen het Amerikaanse leger en Al Jazeera bereikte een dieptepunt toen Bagdad-correspondent Tarek Ayyoub tijdens een Amerikaans bombardement omkwam. Rushing gelooft dat dat een ongeluk was – een opvatting die binnen Al Jazeera niet wordt gedeeld, zoals in Control Room is te zien, omdat de zender aan het Pentagon had doorgegeven waar haar Bagdad-bureau was.

Amerika houdt ook al sinds december 2001 de Soedanees Sami al-Hajj, freelance-cameraman van Al Jazeera, vast op Guantanamo Bay. Hij wordt ervan beschuldigd dat Al Quaeda hem heeft getraind als cameraman. Toen Rushing voor Al Jazeera ging werken, viel rechts Amerika dan ook over de ‘verrader’ en ‘terrorist’ heen. Rushing werd dermate bedreigd, zegt hij, dat hij beveiliging inhuurde. De Amerikaanse autoriteiten vertrouwden hem al evenmin. Toen Rushing voor Al Jazeera opnamen maakte aan de Canadese grens, in North Dakota, begon een federaal agent hem te volgen. De man ondervroeg iedereen die met Rushing in contact was geweest, inclusief een journaliste die een artikel over Al Jazeera’s bezoek wilde schrijven.

Je bent dit jaar twee keer ingebed in het Amerikaanse leger teruggeweest naar Irak. Voel je je veilig in militair gezelschap?

“Ik moet misschien iets harder mijn best doen om hun vertrouwen te winnen, vanwege de naam Al Jazeera, maar ik heb geen problemen. Ik voel me niet bedreigd.”

Wat was je reactie toen de massavernietigings-wapens niet bleken te bestaan?

“Ik voelde me bedrogen en diep teleurgesteld door de politiek leiders.”

Aan je overstap naar Al Jazeera kleeft ook iets van schuldgevoel dat je aan deze oorlog hebt meegewerkt?

“Dat klopt. Ik voelde me persoonlijk mede-verantwoordelijk voor Irak. Daarom wil ik terug. Mijn leven is in veel opzichten nog steeds in Irak. Patriottisme is liefde voor je vaderland en de behoefte het te willen beschermen. Hoe meer tijd ik in het Midden-Oosten doorbracht, hoe meer ik de zwaktes van Amerika zag. Als journalist heb ik meer macht om die aan te kaarten, zodat Amerika weer kan worden wat ik geloof dat het is en waar het voor moet staan. In veel opzichten word ik gedreven door dezelfde waarden en normen die me naar de mariniers brachten. Ik zie dit als mijn burgerplicht.”

Je schrijft dat onder militairen, voor wie je regelmatig spreekt, momenteel een felle discussie over de oorlog plaatsvindt.

“Ze lijken nu veel meer open te staan voor wat ik zeg. Er heerst het idee dat hetgeen we drie jaar geloofden wel niet waar zal zijn. Het besef is ontstaan dat Al Jazeera onderdeel van de oplossing kan zijn en dat we zo vaak mogelijk het gesprek moeten aangaan.”

Desondanks is Al Jazeera nog steeds niet te ontvangen op de Amerikaanse TV.

“Amerikanen hebben Al Jazeera nodig, zodat ze begrijpen dat ondanks Paris Hilton en Britney Spears de rest van de wereld doordraait. Ze hebben echte, geloofwaardige internationale journalistiek nodig. Dan zien ze meteen wat er van de Amerikaanse media is geworden.”

Je wilt een culturele brug tussen Amerika en de Arabische wereld zijn in de hoop wederzijds begrip te creëren. In hoeverre is je missie geslaagd?

“Ik ben nog geen stap verder gekomen. Ondanks Control Room, alle publiciteit over mijn overstap naar Al Jazeera en mijn boek hebben de meeste Amerikanen geen idee wie ik ben. Op de berg die ik aan het beklimmen ben, ben ik net voorbij het eerste kamp.”


Geen reacties.


Laat een reactie achter »