In Brussel vond vorige week woensdag een debatmiddag plaats georganiseerd door FLEET, het interdisciplinaire onderzoeksproject naar Vlaamse e-publishing trends. Bedoeling was om inzicht te krijgen hoe de rol van de journalist door de nieuwe media en technologieën veranderd is en vooral om te ontdekken hoe de Vlaamse opleidingen journalistiek inspelen op deze nieuwe trends. Docenten journalistiek en mensen uit de praktijk debatteerden rond drie hoofdthema’s: CAR, multimedia journalistiek en burgerjournalistiek.
Ides Debruyne van het Fonds Pascal Decroos gaf als eerste spreker een overzicht van wat CAR of Computer-Assisted (Research and) Reporting te bieden heeft voor hedendaagse journalisten. “Journalisten die vandaag niet weten hoe ze gebruik kunnen maken van sociale media of netwerken als del.icio.us of facebook en niet weten hoe ze een RSS-lezer moeten installeren, missen bepaalde technieken die kunnen bijdragen tot betere stukken”, aldus Debruyne.
Hij benadrukte dat het essentieel is voor opleidingen journalistiek om deze technieken aan studenten aan te leren. In de zaal leek iedereen akkoord te gaan met het belang van CAR, al waren er bemerkingen. Zo werd er geopperd dat het ontbreekt aan journalistieke voorbeelden om het belang van CAR aan te tonen aan studenten. Het jaarboek van de VVOJ biedt enkele mooie voorbeelden, maar bespreekt onderzoeken naar onderwerpen die vaak te ver van het bed van studenten staan. “Zolang journalisten van Vlaamse nieuwsmedia geen gebruik maken van CAR om aantrekkelijke en inhoudelijk sterke verhalen te schrijven, is het voor studenten journalistiek zeer moeilijk om deze technieken aan te leren”, aldus een lector journalistiek.
Bijscholing voor docenten
Enkele docenten stelden voorts dat ze deze technieken wel willen aanleren, maar dat ze niet altijd voldoende op de hoogte zijn van de nieuwste mogelijkheden. Bijscholing van docenten lijkt in de toekomst belangrijk te worden, anders steken studenten de docenten voorbij op gebied van ICT- en CAR-kennis.
Debruyne merkte op dat er tal van mogelijkheden zijn voor docenten om zich bij te scholen, maar dat Vlaamse docenten hier te weinig gebruik van maken, getuige de geringe interesse van Vlaamse journalisten en docenten voor de VVOJ-congressen en workshops.
Als tweede onderwerp was multimedia-journalistiek aan de beurt. Dirk Volckaerts van Brussel Deze Week gaf een overzicht van hoe zijn nieuwsmedium multimediaal is en hoe journalisten soms met zeer beperkte middelen een multimediaal nieuwsbericht kunnen brengen. Hij pleitte ervoor dat opleidingen journalistiek op zijn minst de basis van multimediale technieken aanleren en niet alleen tonen hoe studenten video en audio-opnames kunnen maken, maar zeker ook hoe ze in vaak moeilijke omstandigheden die opgenomen stukken kunnen versturen naar de redactie of ergens online kunnen plaatsen. Kennis van FTP en webbuilding is volgens Volckaerts zeer belangrijk voor multimediale journalisten.
Niet voldoende apparatuur
Ook nu weer leken de docenten journalistiek het eens met het multimediale verhaal, al klonken er opnieuw enkele kritische geluiden. Zo merkten bijna alle docenten op dat de onderwijsinstellingen niet altijd uitgerust zijn met voldoende camera’s of radio-opnameapparatuur. Bovendien staat het netwerk van de Vlaamse hogescholen en universiteiten het meestal niet toe om grote bestanden online te zetten en te streamen naar de eindgebruikers. De netwerkbeheerders van de instellingen zien docenten journalistiek bovendien niet graag komen omdat die wensen hebben die het netwerk niet toelaten.
Het verschil wat infrastructuur en de technische mogelijkheden betreft tussen de opleidingen journalistiek en de praktijkredacties is soms te groot om de studenten voldoende vertrouwd te maken met de mogelijkheden die je als multimedia journalist hebt. “En als je studenten stukken laat maken die nergens gepubliceerd worden, dan schieten de multimediale opdrachten hun doel voorbij”, aldus een docent.
Daarnaast merkte een aantal docenten op dat studenten deze multimediale opdrachten meestal in de vorm van groepswerk moeten maken. Hierdoor zijn er altijd een aantal die er in slagen om als multimedia journalist af te studeren zonder ooit een videomontage te hebben gemaakt. “De beoordeling van individuen in multimediale groepsopdrachten verdient zeker in de toekomst verdere aandacht”, zo luidde het.
Tenslotte stelden sommigen dat de verschuiving naar multimedia journalistiek niet alleen is ingegeven door de overtuiging dat dit betere verhalen oplevert, maar ook, en misschien vooral, door de slechte economische toestand en de bijhorende drang naar kostenbesparingen. Volckaerts ontkende dat zijn oproep naar meer multimediale journalistiek gesteund was op kostenbesparing. Hij stelde immers dat ‘multimediale journalistiek alleen maar zin heeft als het verhaal er beter van wordt, niet als het is om kosten te besparen.”
Creatief inzicht
Een ietwat ander verhaal hoorden de aanwezigen van Kurt Minnen van MSN Reporter. Hij is van mening dat studenten journalistiek vooral het creatieve inzicht moeten hebben in wat er online mogelijk is en niet zozeer over technische kennis moeten beschikken. “Afgestudeerden die bij mij komen solliciteren en die niet weten wat HTML of FTP is, maar wel innovatieve ideeën hebben om een online community uit te breiden, hebben mijn aandacht. Technische zaken kunnen we hen op een dag aanleren, terwijl online denken moeilijker of zelfs niet aan te leren is”, aldus de channel manager van MSN Reporter.
Hij staat steeds versteld dat huidige studenten journalistiek nog altijd de ultieme droom hebben om voor een dagblad te werken. “Van de 100 studenten journalistiek willen er 95 voor een krant werken. Bijna niemand droomt van een online job, terwijl net daar in de toekomst de mogelijkheden liggen”, zo beweerde hij. Als toekomstige online journalist moet je voor Minnen aan een aantal vereisten voldoen. De voornaamste is dat je in staat moet zijn om online te denken. Maar een jonge reporter moet ook kunnen inschatten wat de nieuwe trends zijn en rekening houden met het belang en de impact van nieuwe media. Bij het maken van een nieuwsbericht moet de online journalist inzien dat interactiviteit met de burger of de lezer van groot belang is. “Aanvoelen dat de burger niet minderwaardig is in het journalistieke productieproces is een minimumvereiste om het als online journalist te maken”, aldus Minnen.
Volgens hem is het opbouwen van een community rond een bepaald merk minstens zo belangrijk als de presentatie of de vorm van het nieuws zelf. Het wordt voor nieuwsmedia dan ook belangrijk om deze communities te onderhouden en de gebruikers ervan de weg te wijzen doorheen de gemeenschap. Zowel community managers (zij die bijvoorbeeld forumberichten modereren) en database managers (zij die de gebruikers de weg wijzen in de informatiestroom) worden in de toekomst volgens Minnen zeer belangrijk. Als een aankomend journalist als sollicitant deze overtuiging kan overbrengen, maak je bij MSN een kans om gehoord te worden, zo leek het alvast.
Opleidingen al eivol
De docenten journalistiek stelden zich de vraag waar ze in het curriculum al deze kennis moeten stoppen. Aangezien elke opleiding gebonden is aan een maximum aantal studiepunten per opleidingsjaar en elke opleiding al eivol zit, moeten er keuzes gemaakt worden, zo was de conclusie van zowel Minnen als de docenten journalistiek. En als die toekomstige keuzes gemaakt worden met het oog op nieuwe media en de online nieuwsrealiteit, is het doel van deze debatmiddag alvast bereikt.
5 reacties