Wat doet de kritiek met de debutant?

De ruimte onderscheidend te vullen, dat is de uitdaging van journalistieke projecten op internet. Meer te zijn, anders te zijn dan traditionele media, door beeld, geluid, interactiviteit of niche-informatie. Bij Recensieweb zit het onderscheid, de meerwaarde, in een volledigheidsambitie: we willen álle nieuwe oorspronkelijk Nederlandstalige romans, verhalenbundels en novellen bespreken.

Dat dat wel degelijk wat toevoegt, blijkt niet zozeer als je de longlists erbij pakt van de Libris Literatuurprijs en de AKO Literatuurprijs, maar als je de groslijst van de Debutantenprijs bekijkt. De nieuwe A.F.Th. van der Heijden of Grunberg gaat nergens onopgemerkt, maar had u Janne IJmkers Achtendertig nachten gemist als we het niet hadden besproken? Of Aliefka Bijlsma’s Gezandstraald? Zoals u deze namen tegenkomt in de longlist van de Debutantenprijs, en niet in die van de grote prijzen, zo vindt u ze wel bij ons, maar niet in de kranten.

Te aardig
Waarom eigenlijk niet? Ruimtegebrek is immer het antwoord; blijkbaar moeten deze debuten wijken voor andere boeken die nieuwswaardiger of beter zijn. En toegegeven, we bespreken in onze volledigheidsdrang boeken negatief die de dag- en weekbladen genegeerd hebben. Dat zal niet leuk geweest zijn voor auteur en uitgever, maar wel zo eerlijk. Maar er zijn ook genoeg boeken, een ruime meerderheid zelfs, die we wél aardig of zelfs erg goed vonden (zes debuten van de Debutantenprijs-groslijst kregen bij Recensieweb vijf sterren). Het zijn dit soort vaststellingen die tot vragen aanzetten: onderscheiden we ons nu vooral door minder kritisch te zijn?

Zijn we te aardig? Zijn die boeken inderdaad wel goed genoeg om de aandacht te krijgen van het grote publiek? Misschien heeft de ervaring de krantenredacties geleerd dat pas een tweede of derde boek de duurzaamheid en literaire kwaliteit van een auteur bevestigt en een recensie rechtvaardigt? Of hebben ze meer overzicht, en stellen ze vast dat er maar weinig uitblinkers tussen de debutanten zitten?

Misschien is dat iets wat Recensieweb nog moet inzien, dat je een debuut als een nulpunt moet zien, iets dat wegvalt tegen het grotere perspectief van een oeuvre of van het totale ‘veld’. Dat we realistischer moet zijn, minder aardig. Anderzijds is een debuut nooit een absoluut nulpunt: twee van de vijf genomineerden voor de Debutantenprijs waren al columnist, een is al jarenlang een gevierd interviewer, een vierde publiceerde al in een literair tijdschrift en een vijfde schreef scripts voor film en tv. Het talent heeft al de ruimte gehad. En met of zonder zo’n aanloopfase: een debuut is ook een voorlopig eindpunt, en daar zijn we wél van doordrongen. Elk boek moet het lezen waard zijn, of het nu het tachtigste, dertiende of eerste boek is van die auteur. Dat doet het recht aan de uniciteit van dat boek. Ons koopadvies, zouden we dat geven, zou luiden: ‘Koop dit boek’, niet: ‘Koop dit oeuvre’.

Schrijfadviezen
Maar wij doen niet aan koopadviezen. Wel, indirect, aan schrijfadviezen. Wat doen de debutanten daarmee? Laven zij zich aan de lof, negeren zij de kritiek? Of doen ze er iets mee? Hoe lezen zij recensies, wat missen ze? Die vragen, en vragen over hoe je debutanten de aandacht geeft – met prijzen of met speciale diners? – en hoe de kritiek omgaat en om zou moeten gaan met debutanten, dat zijn vragen die we bij Recensieweb onmogelijk zelf kunnen beantwoorden.

Daarom hebben we een vijftal ervaringsdeskundigen – Pauline Slot, Aliefka Bijlsma, Christiaan Weijts, Elsbeth Etty en Paul Sebes – gevraagd om in discussie te gaan over de vraag ‘Wat doet de kritiek met de debutant?’. Op donderdag 29 november zullen zij dat doen, vanaf 20.00 in café De Doffer.

Meer informatie over de discussiebijeenkomst op de site van Recensieweb en in onze agenda.

Datum: 29 november 2007
Aanvang: 20.00 uur
Locatie: Café De Doffer, Runstraat 12-14, Amsterdam
Entree: gratis
Aanmelding: verplicht, via Willemijn@recensieweb.nl

Daan Stoffelsen

Daan Stoffelsen (1981) is eindredacteur van Recensieweb en schrijft daarnaast voor Momentum, tijdschrift over de Oudheid.

Alle artikelen van Daan Stoffelsen op De Nieuwe Reporter.

  • Werner de Graaf

    Van Recensieweb:

    “De kracht van Recensieweb is dat het niet selecteert. Wij recenseren álle nieuwe Nederlandse literatuur en laten de selectie aan de lezer over.”

    Kracht?

    “De kracht van de Carrefour is dat het niet selecteert. Wij zetten álle appelmoes in de winkel en laten de selectie aan de klant over.”

    Arme lezer/klant, denk ik dan. Gezellig is ook anders, daar in het kille boekhoudkantoor van Recensieweb waar “letterenstudenten, met name van de masteropleiding Redacteur/editor (UvA)”, kortom: “mensen die lezen voor hun studie en die daar een zinnige en onbevooroordeelde mening over hebben” de volledigheidsambitie nastreven.

    Gek genoeg sla ik de mening van Jeroen Vullings of Kees ’t Hart toch hoger aan dan die van Recensieweb-medewerker Bram Vingerling(!).

  • J.Kuijpers

    Probeer als kleine argeloze producent van appelmoes maar eens een plekje te veroveren in het schap van Carrefour. Uitzichtloze missie. Alleen als je het spel beheerst en politiek bedreven bent maak je een kansje. Het is net krantenland. Voortaan nog meer nadenken voordat er zonodig weer een zogenaamd wijs stukje getikt wordt.

  • Werner de Graaf

    Wel, behéérs dan het spel en ráák politiek bedreven, zou ik zeggen. Of schrijf domweg een boek dat er toe doet. Kwaliteit komt nog altijd bovendrijven.

    Maar daar ging het me niet om.

    Die rare consument wil helemaal niet voor een schap met dertig soorten appelmoes staan. De keuzeparadox; meer blijkt minder. Evenmin wil hij op de bank zitten met een krant “die alle binnenlandse gebeurtenissen van de afgelopen 24 uur publiceert en de selectie aan de lezer overlaat”. Kom op zeg, daar wordt ie hartstikke ongelukkig van.

    RecensieWeb is er, vermoed ik, ook niet voor de lezer, maar voor de schrijver. Die kan zelfs nog rekenen op een ‘schrijfadvies’. Leuk en niks mis mee verder. Maar geen journalistiek project.

  • Als je selectie als primaire taak van de journalistiek beschouwt, dan moet ik Werner de Graaf gelijk geven. Persoonlijk word ik alleen maar nieuwsgierig naar die recensies van Jeroen Vullings en Kees ’t Hart: dit bespreken ze wel, maar wat heeft de bladen niet gehaald? En waarom niet?

    Om die nieuwsgierigheid, van een wel heel rare consument, ik geef toe, doorsnee ben ik misschien niet, heeft geleid tot een schap zonder potten appelmoes, maar met de headlines van de recensies over de verschillende soorten appelmoes. U hoeft niet elke tekst te lezen, laat staan de pot te pakken, maar u weet wel wat u gemist hebt, waar u niet voor kiest. Literair nederland is daar dan ook iets overzichtelijker in dan het wereldnieuws. U kunt naar eigen smaak elke soort appelmoes kiezen, en hoeft niet af te gaan op die ene mening over de Hak-pot en die van het huismerk. Want dat Hak goed is, dat vermoedden we al, maar die ecologische pot uit de Achterhoek, daar hadden we geen idee van.

    Daarmee vervult Recensieweb een signalerende taak, en daarvoor hoort, mijns inziens, een plaats in de journalistiek te zijn. Of u vervolgens de voorkeur geeft aan de ene, gevestigde, recensent boven de andere, die net zijn tweede recensie schrijft, dat is aan u.